Vilvoorde mon amour – 4 juni 2012

Vilvoorde mon amour
De Leuvensestraat in Vilvoorde. Katrijn Van Giel

‘Vilvoorde? Tja, dat zou sowieso toch vervallen. Ook zonder Uplace.’ Dixit Gino Van Ossel, professor aan de Vlerick Management School (DS 2 juni). Vlerick, waar projectontwikkelaar Bart Verhaeghe in de raad van bestuur zit. Honni soit qui mal y pense.

Ik ben een aangespoelde West-Vlaamse die al twaalf jaar in Vilvoorde woont. Mijn allereerste kennismaking met de stad, begin jaren negentig, was nochtans confronterend. Ik was radioreporter bij de grote stakingen tegen het Globaal Plan van toenmalig premier Dehaene … ook een in Vilvoorde aangespoelde West-Vlaming. De stad zag er toen nogal naargeestig uit.

Toen ik in 2000 aan mijn familie meldde dat we een huis in Vilvoorde hadden gekocht, zag ik gefronste wenkbrauwen. Een grauw industrienest waar de ene fabriek leegstond en de andere amechtig de laatste roetwolken uitbraakte, Charleroi aan de Zenne, maar kind toch, waar ga je nu wonen?

Niets daarvan. Vilvoorde stond op een keerpunt. Renault en Delacre waren dicht. De laatste cokesfabriek in het stadscentrum (de hel voor de witte was aan den draad) doofde de vuren al eerder. Sindsdien is het alleen maar bergop gegaan. Ten bewijze: twaalf jaar geleden konden we dit huis nog kopen, nu vind je hier niets betaalbaars meer.

Mooi en morsig

Als niet-inboorling heb ik me in twaalf jaar tijd wel een mening gevormd. Nee, dit is niet het Brugge waar ik het licht zag, waar elke straatlantaarn stilaan een beschermd statuut geniet. Dit is Vilvoorde, Klein-Brussel, mooi en morsig als het leven zelf. Van groezelige oude pakhuizen tot een leuk marktplein met cafés en een bib. Ik haat het om langs de levensgevaarlijke Schaarbeeklei te fietsen, maar bij mij om de hoek heb ik wel een cultuurcentrum zien opengaan, met veel kindertheater, comedy en wereldmuziek.

De Kanaalzone is gepimpt met nieuwe woningen en skaterampen. De Correctie, een vervallen gevangeniscomplex uit de Oostenrijkse tijd dat meedong naar de Monumentenprijs, is prachtig gerestaureerd. Het stukje brandschone Zenne dat er naast loopt is nep, want helemaal afgedamd. Maar toch: de kikkers kwaken. De stadskanker is verdwenen.

Twaalf jaar geleden stonden veel winkelpanden leeg. Nachtwinkels schoten als Pakistaanse paddenstoelen uit de grond. Dat lijkt over zijn dieptepunt. De Leuvensestraat (hoofdwinkelstraat) is weer volledig gevuld. Ik was blij met de komst van een uitstekende Marokkaanse slager, een dito kruidenier, ja zelfs met een Hema en een H&M. Bio- en wereldwinkel, goede restaurants: het is er allemaal in de stad van de Pjeirefretters (al mag ik mijn vriendin de paardenfluisteraarster nooit ofte nimmer meenemen naar De Kuiper).

Ik moet er geen tekeningetje bij maken dat je dat paar schoenen maar één keer kunt kopen: in Uplace of in Vilvoorde. Ik begrijp best dat de middenstand het koude zweet uitbreekt. Zonder een grote shopper te zijn: ik hou niet van met papier afgeplakte winkelruiten.

Nee, Vilvoorde is geen Shangri-La. Het loopt grondig fout met de mobiliteit. Ondanks zones 30 en nieuwe fietspaden. De stad in- en uitrijden is een calvarie langs talrijke overbodige rotondes. Soms staat er file van het kanaal tot aan de spoorweg. Een prioriteit voor het nieuwe gemeentebestuur (en het hogere Vlaamse niveau). Ook zonder Uplace, en zeker mét.

De Vilvoordse bevolking neemt jaar na jaar fors toe, vooral met Brusselaars, van wie de kindjes allemaal een plekje willen in de overvolle scholen en zo snel mogelijk Nederlands moeten leren. Je hoort en ziet hier veel kleuren en talen en helaas ook veel armoede. Ik weet een paar panden van huisjesmelkers staan. En bovendien is er een schandaal uitgebroken in de sociale huisvestingsmaatschappij.

Vilvoorde is de grootstad-in-het-klein, rommelig straatbeeld inbegrepen. Van de volkse jaarmarkt wanneer de Brabantse trekpaarden pal voor mijn deur geroskamd worden tot de –eveneens welgevormde – Congolese mamans in hun fleurige pagnes. Kijk, in dat soort stad wil ik blijven wonen. En niet op de loop gaan, zoals zoveel ouders van klasgenootjes van mijn kinderen, toen bleek dat de school niet wit genoeg meer was. Hier moet het gebeuren. Met inwoners, beleidsmakers én middenstanders.

Stad in de kering

De uitspraak van Van Ossel is tegelijk vilein en fatalistisch. Vilvoorde is in transitie, halfweg verval en bloei. Heeft jammer genoeg niet het statuut en de subsidies van een centrumstad (komaan, lobby eens wat beter, stadsbestuur!) en wordt nu deerlijk in de steek gelaten door de Vlaamse regering en haar Uplace-beslissing. We staan voor gemeenteraadsverkiezingen. Vilvoorde is een moeilijk, versnipperd geval, waar coalities met veel partijen nodig zijn. Ga er maar aan staan, in deze omstandigheden.

En toch wil ik een krachtdadig beleid voor stadskernvernieuwing, zelfs in de schaduw van Uplace. Doe iets aan dat verkeersinfarct, laat de fietspaden mooi op elkaar aansluiten, plaats nieuwe felgekleurde speeltuigen in alle parken, zet die modernistische huizen van Vilvoorde in de kijker (architecten Engels & De Winter hebben hier na de oorlog revolutionair werk geleverd, niet voor de happy few, maar voor de in Vilvoorde werkende mens).

En middenstanders: we missen hier nog een goeie kaas- , vis- en fietswinkel. Om in het jargon van professor Van Ossel te blijven: het unique sellingpoint van Vilvoorde wordt misschien wel: klein, maar veel fijner dan dat belevingsdinges van een kilometer verder. Ik woon in een leefbare stad en wil dat liefst zo houden. Maar dan moeten buitenstaanders ophouden met Vilvoorde zonder proces ter dood te veroordelen.

 Vilvoorde mon amour: lees deze tekst op destandaard.be

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s