Straten met vele namen – 6 december 2012

Laat het Pieter de Coninckplein zijn naam maar behouden. Niet omdat Bart De Wever dat zo hard wil, wel omdat enig conservatisme aangewezen is bij straatnaamgeving, vindt Kristien Bonneure . Anders dreigen we zelfs met het stadsplan in de hand de weg te verliezen.

Maart 1996. De Bosnische hoofdstad Sarajevo is bijna bevrijd. De Serviërs trekken zich terug uit het stadsdeel Grbavica. Hier en daar steken ze panden in brand, bij wijze van afscheidsgroet. Het zijn de laatste stuiptrekkingen van een drie jaar durende mensonterende belegering.’s Anderendaags staan honderden moslimvluchtelingen in de rij om hun vroegere wijk weer binnen te mogen. Het is niet fraai wat ze zullen aantreffen: de meeste huizen zijn tot de stopcontacten toe gestript. Terwijl familieleden elkaar na drie jaar weer in de armen vallen, zie ik een stadsambtenaar, gewapend met een trapladdertje. Op de hoek van een half tot puin geschoten straat schroeft hij het Servische straatnaambord van een gevel en hangt er een gloednieuw exemplaar aan, in westerse in plaats van cyrillische letters. Mijn mond valt open bij zoveel bureaucratische ijver.

In 2008 loop ik verloren in Pristina, in Kosovo. Ik moet volgens mijn stadsplan in de Belgradostraat zijn, maar Kosovo heeft zich intussen afgescheurd van Servië en de gehate naam is geschrapt. Ik schiet in de lach en denk aan jaren eerder, in 1990. Een week lang loop ik te vloeken op een pas gekocht, maar al meteen verouderd plan van Boedapest. Hongarije heeft net met het communisme honderden straatnamen afgeschud. De chique avenue die naar het stadspark en de zalige buitenbaden van Szechenyi loopt en waaronder de oudste Europese metro rijdt, heet weer Andrassystraat, naar de 19de-eeuwse premier die hem bedacht. Op mijn kaart staat nog de communistische Volksrepubliek-straat (die naam dateert van 1957). En later verneem ik dat het ooit de Stalinstraat was (1950) en Laan van de Hongaarse Jeugd (1956).

Royalistisch en militaristisch

Straatnamen zijn politiek. Bij ons valt het nog mee. Twee wereldoorlogen en divers gekleurde regeringen hebben daar gelukkig niet veel invloed op gehad. Maar we zijn wel royalistisch en militaristisch. Ik schat dat de helft van onze straten en pleinen naar koning zus of generaal zo is genoemd. In Rotterdam is er een Patrice Lumumbastraat, bij ons niet. Oostende, de stad van Leopold II, had plannen in die richting, maar er kwam protest.

Straatnamen zijn interessant. In de Stuivenbergwijk in Antwerpen is er een Selderstraat en een Erwtenstraat, omdat daar volkstuintjes waren. Een sociale wijk in Kessel-Lo heeft een Achturenstraat en een Gelijkheidstraat, in Anderlecht koos een sociale huisvestingsmaatschappij daarentegen voor Tolstoj- en Shakespearelanen. In Schaarbeek zat ik ooit op kot in de Algemeen Stemrechtlaan, met inderdaad vooral huizen van net na de Eerste Wereldoorlog. Er zijn namen die vragen om verwarring (het Vossenplein in de Marollen is in het Frans de Place du Jeu de Balle) en er zijn ronduit geestige straten: Krommenelleboog, Oude Zak.

Ik verbaas me wel over de vele Amerikaanse presidenten in het Belgische straatbeeld: van het Rooseveltplein over de Kennedysquare tot het Clintonpark. Is er ergens een Mitterrandstraat, een Kohldreef, een Gorbatsjovpark of een Thatcherlaan? Misschien kunnen we die Amerikanen vervangen door Belgische vrouwen. Brugge heeft een Marie Popelinplantsoen, Gent de Gezusters Lovelingstraat. Het mogen er dringend meer worden.

Conservatisme

Maar in het algemeen is enig conservatisme in straatnamenland niet slecht. Laat dat Pieter de Coninckplein maar bestaan. Of gaan we de Balkantoer op: met elk decennium een nieuw stadsplan? Alsof ze in het Congolese Goma nu de Boulevard de la Joyeuse Entrée des M23 vervangen door de Boulevard du Retrait Temporaire des M23.

Elk Frans boerengat heeft zijn boulevard Gambetta, een held uit de Frans-Duitse oorlog van 1870. Als minister van Binnenlandse Zaken verschalkte hij de Pruisische linies per luchtballon, niet in het gezelschap van een schaap, een eend en een haan, zoals de montgolfières een eeuw eerder, maar met twee collega-ministers. Nog straffer dan Pieter de Co-ninck. Over honderd jaar zullen er nog altijd boulevards Gambetta zijn, en zo is het goed.

Wie? Journaliste, werkt voor Cobra.be, de cultuurwebsite van de VRT.

Wat? De discussie over het Antwerpse De Coninckplein wordt nogal emotioneel gevoerd.

Waarom? Straatnamen zijn dan wel vaak politiek gekleurd, ze hebben eerst en vooral een praktisch nut.

Straten met vele namen: lees deze tekst op destandaard.be

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s