De terdoodveroordeling van de telefooncel

Meer dan twee jaar geleden schreef ik deze ode aan de telefooncel. De laatste exemplaren worden nu ontgraven. En Belgacom gaf gehoor aan de oproep om creatief te zijn.

Het is zover, van het BIPT (het Belgisch Instituut voor Post en Telecommunicatie) mag de telefooncel verdwijnen. Op dat doodvonnis zat Belgacom al een poos te wachten. Een cel kost 1000 euro per jaar en er zijn er waar maar 14 minuten per maand meer wordt gebeld. Het is dus geen standrechtelijke executie, maar een genadeslag.

Opnieuw achttien

Wel een eenzaam, roemloos einde voor zo’n iconisch, psychologisch, sociologisch levensnoodzakelijk ding, ooit. Waar ik, toegegeven, al jaren geen gebruik meer van heb gemaakt. Maar ik sluit mijn ogen en ben weer achttien.

De zurige geur van een hoorn die te lang tegen een vorige vette oorschelp heeft geplakt. Onmogelijk beduimelde telefoonboeken. Pornoreclamestickers op de ruit. En boodschappen natuurlijk, in bic of alcoholstift of desnoods in de verf gekrast: “Voor Altijd Viviane”. En nummers waarvan ik me afvroeg: wat als ik zou bellen?

Bellen met een ver lief

Thuis stond de familiefoon midden in de woonkamer en op kot was er alleen een noodtoestel waarop we gebeld konden worden. Het waren dan ook de glazen wanden van menige cel die meeluisterden naar hartverscheurende stiltes tijdens lange, moeilijke gesprekken met een ver lief. De stukken van 5 en 20 frank verdwenen in een oogwenk. Drie bliepjes en dan een dode lijn. En een kop vol vraagtekens. Franse cellen waren leuker, die hadden een nummer en je kon je er laten opbellen. Hoe romantisch was dàt!

Vandalenwerk

Besparingsmaatregelen: naar huis bellen uit een cel, drie keer laten overgaan en inhaken. Ik sta aan het station, kom je mij halen?

Van de ene voet op de andere wippen in de kou. De langbeller vòòr je naar de maan wensen, zeker als het een geblondeerde dame op leeftijd betrof, die duidelijk haar Hele Leven aan het vertellen (en uitbeelden) was. In de rij staan voor een gesprek, stel je voor. Een voorverwarmde hoorn was vies en gezellig tegelijk.

De gevandaliseerde cel. De hoorn kapotgeslagen, het snoer eruitgerukt. Hoe kon dat toch, die dingen waren zo stug en stevig. Maar daar stond je dan, zonder communicaatsie. Het was erg, maar toch vele malen minder dan nu een dag overleven zonder smartphone.

Live verslaggeving

Vòòr het tijdperk van de GSM was de telefooncel soms ook mijn werkinstrument, als radioreporter ergens te velde, als er geen huizen stonden waar je kon aanbellen, echt waar. Bij een staking in de Makro hing er zoveel mist dat ik wel wist dat er ergens een cel stond, maar die gewoon niet vond! Uiteindelijk toch de nieuwsuitzending in, notitieboekje in de ene en die zware hoorn tussen schouder en oor geklemd. En één oog op de stand van het betaalkaartje.

Ook buitenlandse cellen waren altijd en immer een avontuur, eerst en vooral om de instructies te ontcijferen. Ik herinner me curieuze fluoroze telefoonhoorns in Hongarije. Ik had ondernemende radiocollega’s die openbare telefoons openschroefden en die dan verbonden met hun bandopnemers. Nu zou er meteen terreuralarm afgaan.

Memoires

Een klein hok waar je je louter symbolisch, achter doorzichtig glas, “afsluit” van de rest van de wereld spreekt tot de verbeelding. Niet toevallig is een telefooncel een transportmiddel voor Harry Potter, een lift naar het Ministerie van Toverkunst. Ik zag ooit een film waarin een cel bezoekers opslokt en vermoordt.

Telefooncellen zouden hun memoires moeten schrijven over wie er allemaal is binnengestapt en wat er is gezegd en verzwegen. Van losgeld eisen tot een gelukkige verjaardag wensen.

Privé en publiek

Een telefoonhokje verbond ons allemaal. Nu hebben we allemaal een persoonlijke telefoon, sommige sukkelaars zelfs twee. Speeltuigen in de eigen tuin (zelfs al hebben de buren krek dezelfde glijbaan-klimrek-combinatie) in plaats van in het park. Een eigen zwembad, een sauna thuis. Video-on-demand in plaats van de cinema. De collectieve wereld krimpt, de individuele wordt groter.

Maar soms moet je het openbare leven een handje toesteken. In het Verenigd Koninkrijk en in Nederland zijn een paar in onbruik geraakte telefooncellen heringericht als mini-bibliotheken. Voor elk boek dat je meeneemt, moet je er een terugzetten. Breek de cellen niet allemaal af, Belgacom, gun er een paar een tweede leven.

De terdoodveroordeling van de telefooncel: lees deze tekst ook op deredactie.be; 28 februari 2013

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s