Hoeveel is genoeg? – Robert en Edward Skidelsky

Waarvoor werken we en verdienen we geld? Een vader (emeritus hoogleraar economie) en een zoon (hoogleraar filosofie) zetten grote vraagtekens bij het blinde geloof in groei. Ze pleiten voor zelfbeperking, op Aristoteliaanse manier, en voor het her-enten van de economie op maat van ‘het goede leven’.

“Dit boek is een argument tegen onverzadigbaarheid”, steken Robert en Edward Skidelsky van wal. Tegen het alsmaar méér, tegen de obsessie met groei en een toenemend BNP. Ze staven hun vlot geschreven verhaal met veel cijfers en citeren gul uit recent onderzoek. Robert Skidelsky (°1939, Harbin, Mantsjoerije, nu China, uit Russische ouders) was hoogleraar economie aan de universiteit van Warwick en zit in het Britse Hogerhuis. Zijn zoon Edward doceert filosofie aan de universiteit van Exeter.

Rupsje Nooitgenoeg

De auteurs vertrekken van een foutieve voorspelling uit 1930 van de beroemde econoom John Maynard Keynes (van wie Skidelsky senior de biografie heeft geschreven). Keynes dacht dat we in 2030 maar 15 uur per week meer zouden werken. Door de technologische vooruitgang en de stijging van de productiviteit zou dat genoeg zijn om een inkomen te verwerven dat groot genoeg was.

De grote fout die Keynes maakte, was dat hij “groot genoeg” niet goed definieerde: groot genoeg waarvoor? Hij gooide behoeften (“needs”) en verlangens (“wants”) op één hoopje. En laat die verlangens nu grenzeloos zijn. Tweede auto, tweede verblijf, tweede vakantie, nog een paar schoenen, een nieuw model smartphone…We werken nog altijd lang en hard, om meer te verdienen, om meer te kopen.

Dat is ontwrichtend voor de economie (“de bankencrisis heeft nog maar eens bewezen dat het huidige systeem gebaseerd is op moreel verwerpelijke hebzucht”) zowel als voor de mens. Skidelsky en Skidelsky staan lang stil bij een Britse grafiek, die toont dat het BNP per capita in 40 jaar verdubbeld is, maar de ‘levensbevrediging’ gelijk is gebleven. Als we almaar meer willen en verdienen, dan wordt ook de vraag ‘waarvoor?’ steeds groter.

Moraalridders

De oplossing die ze voorstellen is eenvoudig, maar moeilijk: de homo consumens moet zichzelf beperkingen opleggen, want van het kapitalistische systeem zullen die niet komen, wel integendeel.

Zonder schaamte noemen vader en zoon Skidelsky zich moraalridders en paternalisten, maar dan wel van het niet-dwingende soort. Ze betreuren dat moraal, samen met de religie, volkomen verdwenen is uit het publieke discours. Opvallend is ook hun lof aan het adres van de katholieke sociale politiek, gestart met Rerum Novarum. (Ze zouden eens moeten weten hoe losjes het ACW met die idealen is omgesprongen).

Genoeg voor een goed leven

De auteurs bepalen in welke zin de tering naar de nering moet worden gezet. Met andere woorden, hun antwoord op de titelvraag ‘hoeveel is genoeg?’ is: “genoeg voor een goed leven“.

In navolging van Aristoteles formuleren ze dan ook criteria voor dat goede leven: gezondheid, vriendschap, veiligheid, respect, persoonlijkheid, harmonie met de natuur en ontspanning. Alleen wie ze alle zeven op een rijtje heeft, kan spreken van een goed leven.

Wat “harmonie met de natuur” betreft willen de Skidelsky’s dat ecologisten kleur bekennen, en uitkomen voor hun“religieuze eerbied” voor de natuur. Uiteindelijk is dat belangrijker dan  wetenschappelijke argumenten. En over “ontspanning” zitten de auteurs in het spoor van Tom Hodgkinson en andere hedendaagse adepten van het goede leven, voor wie luiheid geen ondeugd is, als we dat begrip maar interpreteren als een fijne activiteit zonder inherent doel: wandelen om te wandelen, schilderen om te schilderen…

Overheidsmaatregelen

Om de mens in de richting van dat goede leven te sturen (daar is het paternalisme weer), suggereren vader en zoon dat de overheid belonende en/of bestraffende maatregelen neemt. Een basisinkomen voor iedereen. Een beperking van reclame. Een progressieve belasting op consumptie, niet op inkomen.

Het zijn radicale en gedurfde ideeën, die door velen als utopisch zullen worden weggezet. De kritiek dat dit alleen een boek over het rijke westen is, is natuurlijk terecht.

Maar dit is wel degelijk een belangrijk boek, “om opnieuw na te denken wat we van het leven verlangen”. Leven om te werken, of werken om te leven?

Kristien Bonneure

[Hoeveel is genoeg? Geld en het verlangen naar een goed leven van Robert en Edward Skidelsky, vertaald door Pon Ruiter en Henny Corver is uitgegeven bij De Bezige Bij]

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s