Sez Ner – Arno Camenisch

De jonge Zwitserse auteur Camenisch roept in drie novelles het boerenleven in de Alpen op. Hij doet dat met spaarzaam geschreven vignetten, in plaats van met verhalen. Friedrich Dürrenmatt, Max Frisch, Hermann Hesse en recenter Peter Stamm, veel meer schrijvers uit Zwitserland zijn hier niet bekend. Nu is er Arno Camenisch, in 1978 geboren in Tavanasa, Graubünden. Hij schrijft in het exotische Reto-Romaans, weliswaar een officiële taal in Zwitserland, maar toch maar gesproken door 36.000 mensen.

Camenisch heeft zijn trilogie zelf in het Duits vertaald, en daarna ging het hard. In Zwitserland is hij een soort literaire ster en inmiddels zijn ‘Sez Ner’, ‘Hinter dem Bahnhof’ en ‘Ustrinkata’ in twintig talen vertaald. De kunstenares Miek Zwamborn bezorgde de Nederlandse vertaling, met behoud van hier en daar een Reto-Romaans tussenwerpsel als ‘tancavilmol’ (‘wel bedankt’)

Grondgebonden

Alles is, om het op z’n Belgisch te zeggen, ‘grondgebonden materie’ bij Camenisch. Zijn novelles zijn volledig opgetrokken uit Alpenmateriaal: landschappen en mensen. Van een echt verhaal is geen sprake. Camenisch schrijft spaarzame, soms lakonieke vignetten, miniaturen die hij achter elkaar zet. In het eerste deel ‘Sez Ner’ hebben de personages zelfs alleen soortnamen: de knecht, de varkenshoeder. Camenisch neemt je mee naar het boerenleven op de alm (de hoge weide), het soms weidse, soms beperkte zicht op de berg Sez Ner, de seizoenen, de dieren. “De koe van Linus ligt in de stal aan de ketting. Ze kauwt en haar koebel klinkt regelmatig. Ta-tak, ta-tak, ta-tak. De koeherder ligt op zijn buik op de ruggengraat van de koe van Linus. Hij ligt met zijn wang tegen het schouderblad van de koe, en een arm hangt langs haar zij naar beneden”. Wie zo hoog woont en werkt, heeft weinig woorden nodig. Of begint raar te doen: “De varkenshoeder staat op de heuvel bij de opgestapelde stenen en praat met de steenman” (dat is zo’n cairn, een merkpunt aan het kruispunt van wegen).

‘Achter het station’ , het tweede deel van de trilogie, is een levendiger en verhalender portret van het dorp en zijn bewoners, door de ogen van twee kinderen. In ‘De laatste’ zit een aantal personages rond een Stammtisch, in een januarimaand waarin het onophoudelijk regent in plaats van sneeuwt. Ze halen herinneringen op aan de doden en de levenden, de mensen en de koeien, terwijl ze zich te pletter roken en drinken. De verveling is tastbaar, ook bij de lezer.

Het Zwitserse hoogland is bevroren in tijd en ruimte in het proza van Camenisch. Wie er is, blijft er, ook na zijn dood, hangen. Af en toe duiken er bezoekers (wandelaars, toeristen, soldaten) op, maar daarna kantelen de dingen weer op hun plaats. Camenisch lezen doet je zelf vertragen en pas op de plaats maken.

[‘Sez Ner’, ‘Achter het station’ en ‘De laatste’ van Arno Camenisch, vertaald door Miek Zwamborn, is uitgegeven bij De Bezige Bij]

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s