Lang leve het gewone – Michael Foley

Een aanstekelijke ode aan de alledaagsheid, en de kunst om die als bijzonder te ervaren. Foley vindt inspiratie in de schilderkunst en in leven en werk van “twee hogepriesters van het lage leven”: Marcel Proust en James Joyce.

et ontspoord geraakt door een giftige cocktail van ontevredenheid, rusteloosheid, verlangen en wrok?”, was de retorische vraag van Foleys vorige boek ‘Absurde overvloed’ (2012). Het werd een bestseller, zoals veel boeken van de lichting ‘waarom zijn we niet gelukkig terwijl we alles hebben en alles kunnen worden?’

Na de sombere analyse, die al bij al vrolijk was geformuleerd, komt Foley nu met een nog geestiger geschreven receptenboek, met meer dan één raakpunt met Alain de Botton. Om het in zelfhulpboektermen te zeggen: allebei gaan ze verder dan analyseren en doen ze suggesties voor een beter leven. Maar dan veel intelligenter en ‘literair-der’ dan de meeste geluksboeken die je in grote stapels in de winkel vindt. Michael Foley is een Noord-Ier die in Londen woont, informatietechnologie doceert, dicht en proza schrijft.

Het leven: er is geen ontsnappen aan

De dagelijkse ‘sleur’ heeft geheel onterecht een negatief imago, vindt hij: oninteressant, banaal, betekenisloos, triviaal, zich voortdurend herhalend. Je kunt er even aan ontsnappen, door een reis, een affaire, een fantasyboek of –film, maar daarna belandt de escapist weer in zijn gevangenis.

De truuk bestaat er in om het dagelijkse leven te herbetoveren, zelfs als we onszelf daarvoor een beetje moetenmisleiden“Life is what happens to you while you are busy making plans” zei John Lennon. Je kunt er dus maar beter aandacht aan besteden, en je er te vierklauwens in storten. Dat hebben heel veel beeldend kunstenaars en schrijvers voorbeeldig gedaan, vindt Foley: Caravaggio, Vermeer, Edward Hopper, Slinkachu, Sei Shonagon (de tiende-eeuwse Japanse hofdame die in haar ‘hoofdkussenboek’ het dagelijks leven aan het hof noteerde), John Updike, David Foster Wallace. In die zin zijn literatuur, schilderkunst en muziek bevrijdende krachten, die ons in staat stellen de wereld met nieuwe ogen te zien.

Proust en Joyce

De echte “hogepriesters van het lage leven” zijn voor Foley James Joyce en Marcel Proust, wiens ‘Ulysses’ en ‘A la recherche du temps perdu’ (dit jaar een eeuw oud) de rode draden spinnen in dit boek. Af en toe citeert Foley te uitvoerig uit hun werk, en de fictieve dialoog op het eind was er voor mij ook te veel aan. Maar ze illustreren het betoog van de auteur: “De belangrijkste overeenkomst tussen de twee is dat ze allebei elk aspect van het gewone leven, tot het ellendigste en meest afgezaagde aan toe, aanvaardden en er gefascineerd door waren”.

Een mooi voorbeeld daarvan is het ontbreken van een plot in beide mijlpalen van de wereldliteratuur. Voor Foley is dat een onmiskenbare troef. Het leven zelf is een plotloos proces, en boeken met een plot zijn gedoemd om je verwachtingen te fnuiken. Je kunt ze lezen, maar niet herlezen, merkt hij fijntjes op. Overigens is het besef van dat ‘proces’ (continuë verandering) het begin van alle relativering en wijsheid, natuurlijk.

“Het godvormige gat”

Maar hoe blaas je opnieuw magie in de onttoverde wereld? Foley wijdt drie mooie hoofdstukken aan zijn wegen naar openbaring. Ofwel moet je verbeeldingskracht aan de dag leggen, ten tweede kan lachen geweldig helpen (en humor is er in soorten: superioriteits-, ongerijmdheids- of opluchtingshumor) en ten derde kun je het alledaagse ook heilig verklaren“om er met ontzag in te kunnen leven”. Foley biedt een inkijk in zijn eigen zoektocht naar “een of andere vorm van zingeving, het godvormige gat”.

Luister eens je buren af

Het ‘praktische’ deel van dit boek, voorbij alle analyse van Proust, Joyce, Bergson etc, is het leukst. Michael Foley neemt je mee in zijn alledaagse omgeving –de stad, het kantoor, het huis- en slaagt er in om werkelijk alle lelijkheid en banaliteit nieuw leven in te zingen.

“Andermans gesprekken afluisteren is een van de grootste genoegens die het dagelijks leven ons biedt”, vindt Foley, net als Joyce. “Volksopera” noemt de auteur de dooddoeners, het beantwoorden van vragen met vragen, de driedubbel gelaagde codetaal van echtelieden.

Ode aan het onkruid en de nietjes

Als stadsliefhebber is hij dol op verlaten pakhuizen en fabrieken, groezelige kanalen, de woekerende buddleja (vlinderboom). “Onkruid is net een voorbeeldige stoïsche filosoof, want het doet zijn voordeel met alle omstandigheden die zich aandienen. Het is ook net een dynamische, op resultaten gerichte beginnende zelfstandige, want het let altijd scherp op of er groeimogelijkheden zijn. Zowel filosofen als managementsgoeroes zouden het in de armen moeten sluiten”.

Op kantoor ontbrandt Foley in een jubelende ode aan het adres van bureaulamp, bureaustoel, paperclip, elastiekje, nietjesmachine en vooral potlood, waarvan hij het slijpen langdurig en sensueel beschrijft. Of aan de geheime codes van vergaderingen. Aan smartphone of laptop maakt hij geen woorden vuil.

Aan het thuisfront van het dagelijkse leven pleit Foley ervoor om af en toe alle entertainment uit te schakelen, zodat de dingen in stilte kunnen spreken: bed, douche, wc, koffie (“de ochtendchampagne”), deur (waar de hedendaagse cultuur pleit door deurloos wonen, bejubelt Foley het “handenschudden met een deurknop”), en tot slot een hyperbanaal, maar ook tijdloos en eeuwenoud voorwerp: de kan. Hoe gewone dingen kunnen betoveren, bewees eerder ook al Bill Bryson in ‘Een huis vol’. Of ga eens kijken naar de eindeloze rijen vaasjes van Giorgio Morandi in Bozar.

‘De geheime vrienden van de dinsdag’

Michael Foley laat je spelen. Doe bijvoorbeeld eens de George Perec-oefening (de auteur van ‘La vie mode d’emploi’, dat zich afspeelt in één gebouw): “som alle voorwerpen in een afgebakend deel van je eigen huis op”. Foley doet het met alle potjes, flacons en tubes in de badkamer, inclusief de belachelijke namen en opschriften. Of kom eens langs in het (imaginair, en naar de School of Life van de Botton verwijzend) ‘Centrum voor Waardering van het Alledaagse’. Of word lid van de ‘Geheime vrienden van de Dinsdag’. Volop inspiratie voor een nieuwe reeks van ‘Het Eiland’, me dunkt.

“Weer is er een dag zonder grootse wapenfeiten voorbij”, schrijft Foley op het eind van zijn zinvol en inspirerend boek. Gelukkig maar.

[Lang leve het gewone. De lessen van het alledaagse leven van Michael Foley, vertaling Wybrand Scheffer, is uitgegeven bij Atlas Contact, 2013, 382 p]

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s