Een mens in de geschiedenis – 30 september 2013

Wat hebben het gloednieuwe Red Star Line Museum in Antwerpen, de Dossinkazerne in Mechelen en het In Flanders Fields Museum in Ieper gemeen? Dat ze op belangrijke lieux de mémoire van ons land staan, ijkpunten in de ‘grote’ geschiedenis. Precies daar waar er sprake was van ontmenselijking vertellen ze ook de levens van gewone mensen, de ‘kleine’ geschiedenis.

Benjamin Kopp, landverhuizer uit Polen (toen nog het Russische rijk) die in 1911 in Antwerpen op de boot stapte naar New York. Achiel Van Walleghem, onderpastoor van Dikkebus, die een dagboek bijhield over de Grote Oorlog in de Westhoek. In de Dossinkazerne worden zelfs alle namen van de bijna 26.000 deporteerden voorgelezen.

Over grenzen…

Biografieën van mensen van vlees en bloed, met sprekende foto’s en teksten doen een appel aan je inlevingsvermogen. Je vergelijkt, je ziet veel verschillen maar altijd ook veel gelijkenissen met nu. Levensverhalen zijn stilaan ook een beproefd educatief recept. Dat was niet altijd het geval. De geschiedenisles van mijn schooljaren -en dat is toch nog niet zo lang geleden!- had het over grenzen, jaartallen, tijdperken en als er al mensen ter sprake kwamen, waren dat onveranderlijk koningen, keizers en hun twistende erfgenamen die immer oorlog voerden. Tot zover mijn inlevingsvermogen met de ‘grote geschiedenis’.

… en mensen

Mijn ogen gingen open toen ik als tiener een (BBC-?) televisiereeks zag over de Egyptische piramiden, verteld vanuit het standpunt van een steenkapper. Wat hij verdiende, waar hij sliep, wat hij at, dàt was interessante ‘kleine geschiedenis’. Nog later volgden andere ‘ingangen’ naar het verleden, door het kijkgaatje van een strip of een film bijvoorbeeld. Iphigenia, de tragische dochter van Agamnon over wie we leerden op school, bleek in de film van Cacoyannis een leeftijdsgenote met wie ik me moeiteloos identificeerde, over een paar millennia heen dus.

Overigens blijf ik tijdlijnen en landkaarten wel belangrijk vinden, laat daar geen misverstand over bestaan. En ik had onlangs een grote Aha-Erlebnis toen ik ‘Van oerknal tot nu’ van Christopher Lloyd las, een heerlijk boek over niet minder dan 13,7 miljard jaar geschiedenis, in brede pennentrekken, vol verbanden en met de aarde -niet de mens- als hoofdpersonage. Dat was geen kleine, geen grote, maar alomvattende geschiedenis.

Een case voor het journaal

Ook de media brengen steeds meer nieuws op mensenmaat. Om een moeilijke kwestie uit te leggen wordt een ‘case’ gebruikt, een ‘geval’ dat moet dienen als pars pro toto. Een alleenstaande ouder in armoede, een jongere die zich blauw betaalt aan rijles. Soms is het me teveel, al die inkijkjes bij mensen in Vlaamse huiskamers om het nieuws van de dag te kleuren. Maar het zal wel werken, zeker? Tenzij het fout loopt. De zieke jongen Viktor bleek voor de kar van big pharma te zijn gespannen.

Ik heb genoeg sociologisch besef om te weten dat geschiedenis niet alleen over individuen gaat, maar ook over groepen. En dat die de meeteenheid voor politiek beleid zijn. We zijn allemaal tegen een politiek à la tête du client. Daarom zijn er regels/voorzieningen voor iedereen, of voor iedereen in een bepaalde groep (vastgoedmakelaars die zich voordoen als werkloze uitgezonderd).

Een samenleving werkt in categorieën, dat weet ik wel. En het kan geen kwaad om jezelf even te relativeren als lid van vele groepen. Zo speciaal ben je niet. Je bent er maar ééntje uit de duizenden per jaar die hun werk verliezen, ziek worden, trouwen of scheiden.

De mens achter de categorie

En toch voelt iedereen aan zijn theewater dat het uiteindelijk wél over mensen gaat. Dat is wellicht de reden waarom ministers vaak als door een wesp gestoken reageren als anonieme en amorfe groepen plotseling een gezicht krijgen: dat van een jonge uitgeprocedeerde asielzoeker bijvoorbeeld, die in goed Nederlands komt uitleggen waarin hij in België wil blijven.

Een mooi voorbeeld van ‘menselijke geschiedenis’ is het boek ‘Tranzyt Antwerpia’ van auteur Pascal Verbeken en fotograaf Herman Selleslags. Ze hebben het spoor van die landverhuizer Benjamin Kopp gevolgd, van Polen tot Antwerpen, en met een schip van de Red Star Lines naar New York, begin 20ste eeuw. Op het eind van zijn boek dwaalt de auteur door Antwerpen anno 2013 en raakt aan de praat met Ali, een Afghaanse vluchteling van zeventien, wiens verhaal bijna copie conforme is aan dat van de joodse emigrant. Benjamin Kopp heeft nu een plaats in een boek en een museum. En Ali? Moet hij nog honderd jaar wachten tot iemand zijn levensverhaal interessant vindt?

Een mens in de geschiedenis: lees deze tekst op deredactie.be

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s