Een tijdelijke vertelling – Ruth Ozeki

Deze ingenieuze, vloeiende en warmhartige roman over tijd, relativiteit, boeddhisme, kwantumfysica, zelfmoord, geweten, tienerleed en schrijverschap staat op de shortlist van de Man Booker Prize, die volgende week wordt uitgereikt.

Autobiografisch

Auteur Ruth Ozeki (°1956) heeft een interessant levensverhaal. Ze is de dochter van een Amerikaanse vader en een Japanse moeder, ze werd geboren in Amerika, ze studeerde in Japan en nu woont ze meestal in Canada, vandaar de nominatie voor de Man Booker Prize, die tot dit jaar is voorbehouden aan onderdanen van het Britse Gemenebest, maar vanaf volgend jaar ook voor Amerikaanse schrijvers open staat. Ozeki heeft eerder al documentaires gemaakt (onder meer ‘Halving the Bones’, over het naar huis –naar Japan- brengen van de stoffelijke resten van haar grootmoeder); ze isschrijfster (van nu al drie romans) en … zenboeddhistisch priester.

Net als het personage Ruth in ‘Een tijdelijke vertelling’ woont ze parttime op een verlaten Canadees eiland. De naam (Oliver) en het vak (kunstenaar) van haar man zijn ook dezelfde. Ruth is ook in het boek een schrijfster. Veel autobiografische elementen dus, maar toch is dit fictie, een roman, zij het dan een met (teveel) voetnoten, aanhangsels en een bibliografie.

Een brooddoos van Hello Kitty

Het verhaal begint als Ruth op het strand van haar Canadese eilandje een plastic zak vindt. Onder de aangegroeide schelpdieren zit een Hello Kitty-brooddoos, en daarin vindt Ruth een exemplaar van Prousts ‘A la recherche du temps perdu’, een pak brieven in klassiek Japans en een mannenhorloge. Van Proust blijkt alleen de cover echt. Binnenin vindt Ruth een tjokvol geschreven dagboek van een tienermeisje, Nao. “Hoi! Mijn naam is Nao en ik ben een tijdswezen. Weet je wat een tijdswezen is? Goed, heb je even? Dan zal ik het je vertellen. Een tijdswezen is iemand die in de tijd leeft, en dat wil zeggen hij en ik en iedereen die bestaat, of heeft bestaan, of ooit zal bestaan” .

Ruth wordt de wereld van Nao binnengezogen, en dat is er één van grote eenzaamheid tussen een depressieve vader die er herhaaldelijk niet in slaagt om zelfmoord te plegen, een afwezige moeder, een gruwelijk wrede, pestende klas en een alternatief leven in de bordelen van Tokio.

Nao is zestien en heeft gelukkig een heel bijzondere overgrootmoeder: Jiko, een kranige non van 104 jaar die in een boeddhistisch klooster leeft, een rots in de branding, die Nao deelgenoot maakt van haar supapawa (superpowers). Nao stelt zich tot doel om het leven en de wijsheden van Jiko op te schrijven. Maar Jiko woont in Sendai aan de Japanse kust, de plek die nagenoeg van de kaart werd geveegd door de tsunami van 2011. Het zet Ruth aan het nadenken: is dit Hello Kitty-pakketje alles wat er overblijft van Nao? Leeft ze nog? Want in haar dagboek kondigt ze haar eigen zelfmoord aan.

Gaandeweg komt er meer klaarheid in het mysterie. Ruth leest het dagboek van Nao in hetzelfde ritme als het wellicht is geschreven: dag per dag. En ze onderzoekt de andere objecten uit de doos. Het horloge blijkt van een Japanse kamikazepiloot uit de Tweede Wereldoorlog.

Belga

Tijd

Om de familiegeheimen van Nao (“now”!) te doorgronden moet Ruth forse sprongen in de tijd maken. Tijd is het centrale thema van deze roman. ‘Een tijdelijke vertelling’ is wat dat betreft niet zo’n beste vertaling van ‘A tale for the time being’. Ter vergelijking, de Franse titel is ‘En même temps, toute la terre et tout le ciel’.

De Engelse titel geeft veel beter het tijd- en zijnsbesef van de boeddhisten weer, in casu dat van over-oma Jiko. “Jiko is megazorgvuldig met haar tijd. Ze doet alles heel erg langzaam, zelfs wanneer ze gewoon op de veranda zit en naar de libellen kijkt die loom boven de tuinvijver rondzweven. Ze zegt dat ze alles zo verschrikkelijk langzaam doet om de tijd zo dun mogelijk uit te smeren”. En om het wezen van de tijd te begrijpen, moet je begrijpen wat een moment is: “een heel klein tijdsdeeltje. Het is zo klein dat er 6.400.099.980 in een dag gaan”, het aantal dat de dertiende-eeuwse zenmeester Dogen noemt. Een vingerknip is 65 momenten. Alles verandert voortdurend en “we moeten inzien hoe snel de tijd voorbijgaat om te kunnen ontwaken en ons leven werkelijk te leven. Dat is wat het betekent om een tijdswezen te zijn”, zei Jiko tegen mij, waarop ze nogmaals met haar kromme vingers knipte”.

Een hartverscheurend dagboek van een tienermeisje, gewetenskwesties uit de Tweede Wereldoorlog én het eind van de 20ste eeuw, uitweidingen over internet, ecologie, klimaatverandering, kwantumfysica, oceaanstromingen en parallelle werelden: het klinkt veel te ambitieus, maar toch slaagt Ozeki er in om hier een samenhangende roman mee te smeden. Ze laat nogal wat poortjes open, en dat vraagt verbeeldingskracht van de lezer. Het kwantummechanische idee dat de werkelijkheid verandert volgens de waarneming lijkt ook echt te gebeuren met het dagboek van Nao, in de handen van Ruth. Er is ruimte voor voorspellende dromen en een kraai die tussen continenten vliegt. Magisch realisme? Nee, eenslimme mix van levensbeschouwing en wetenschap. En uiteindelijk een zeer boeddhistisch besef van niet-weten. Voor wie huivert voor teveel zweverigheid: au fond gaat deze wijze, vloeiend geschreven roman over mededogen voor elke mens die zijn plek in de tijd en zijn thuis zoekt.

[Een tijdelijke vertelling van Ruth Ozeki, vertaling Bert Meelker, is uitgegeven bij Anthos, Amsterdam, 2013, 480 p]

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s