Er is niets te zien en dat moet je zien

Een literaire wandeling door Mechelen doorheen de jeugd en in de voetsporen van dichter Herman de Coninck. Een mooi voorafje op de biografie van De Coninck.

 

Herman de Coninck zou dit jaar 70 zijn geworden, als hij niet in 1997 in elkaar was gezakt op een stoep in Lissabon en in de armen van Anna Enquist overleed. Hij werd in 1944 geboren in Mechelen.

Het is De Conincks weduwe, Kristien Hemmerechts, die dit wandelboekje op een rare manier inleidt. “Ik zou hard liegen als ik beweerde dat Herman zijn geboortestad miste” en “bij Mechelen hoorde ballast die hij van zich wilde afschudden”. Met name krappe woonruimte en een zeer vroom katholicisme.

Hoe dan ook bleef Mechelen in het hoofd van Herman de Coninck, en op papier voortleven. Als twintiger woonde hij er nog, en de stad, zijn scholen en cafés, de plek ook van het tragische ongeluk met zijn eerste vrouw, hebben hem toch wel bepalend beïndrukt, blijkt uit dit boek. Zoals élke plek waar iemand kind is.

Kranten en boeken

Herman de Coninck groeide op in de kranten- en boekenwinkel van zijn ouders aan de Hombeeksesteenweg. Die was zijn vader begonnen nadat zijn carrière in het onderwijs werd afgebroken wegens pedofilie. Later zou vader De Coninck nog eens tegen de lamp lopen.

Voor Herman was de boekhandel een zegen. Hij las er avonturenboeken, en later ook alles wat op de katholieke index stond. Aan het ouderlijke huis is nu een gedenkplaat ingemetseld, met een mooi vers van De Coninck: “Er is niet veel nodig om te wonen. Iemand die hier zegt tegen het onmetelijke.”

Van schoolblad tot dichtbundel

Auteur Thomas Eyskens illustreert het jonge leven van De Coninck aan de hand van zijn eigen gedichten en geschriften. Daardoor kun je dit boekje ook perfect lezen zonder te wandelen. Eyskens plant een vlagje bij 21 plaatsen in Mechelen, waar De Coninck korte of lange tijd langskwam.

In het Sint Romboutscollege (met op de affiche ‘Katholieke opvoeding sterkt voor het leven’) schreef hij in het schoolblad. Het waren zijn eerste stappen in de literatuur. Vandaar ging het naar Leuven (Germaanse filologie), naar de journalistiek (Humo en Nieuw Wereldtijdschrift) en nadat hij de cursiefjes vaarwel had gezegd bijna voltijds naar de poëzie. In 1969 publiceerde Herman de Coninck zijn eerste bundel ‘De lenige liefde’. 

De bedrieglijk eenvoudige verzen werden een instant succes. Van ‘De lenige liefde’ werden tien herdrukken gemaakt.

Moeder

Herman de Coninck woonde een poosje in een appartement boven zijn moeder. Toen zij overleed, ontving hij van de stad Mechelen nog een verzoek om rioolbelasting te betalen. Zijn schriftelijke antwoord is bewaard gebleven:

“In het jaar na haar dood zou zij dus nog voor meer dan negenduizend frank bij elkaar gekakt en doorgesjast hebben. Dat lijkt mij een prestatie , gezien zij bij leven als een lichte neiging tot constipatie vertoonde, die er na haar dood zeker niet beter op geworden is”.

Je leert de stoute De Coninck kennen in dit boekje, maar ook de in wezen verlegen man, die veel drank nodid had om sociaal te kunnen functioneren.

Cafés

 

Andere interessante plekken in Mechelen zijn het Vrijbroekpark (de ‘tuin’ van De Coninck, waar hij in de scouts zat), de fietsenhandel (hij was een groot wielerliefhebber), de winkel waar hij zijn sigaretten kocht en natuurlijk de vele cafés (Het Beffershof, Herten Aas, De Verloren Zoon) waar De Coninck eind jaren 60, begin jaren 70 de wereld verbeterde.

Een heel tragisch verhaal is dat van de dood van De Conincks eerste echtgenote, An Somers. Ze verongelukte op de steenweg van Mechelen naar Leuven, nog altijd een dodenweg. Hun zoon Tomas, toen nog een baby, overleefde het ongeluk ternauwernood. De foto van het verhakkelde wrak van het R4’tje grijpt je naar de keel, net als het feit dat De Coninck de dronken tegenligger later is gaan opzoeken in de gevangenis, en hem ‘vergaf’. De gedichten over de dood van An zijn van De Conincks mooiste.

Verliezen lukte beter: daar heb ik ternauwernood
één dichtbundel over gedaan. Ik won
de Prijs van de Vlaamse Provinciën met jouw dood.
Ik herinner me vooral dat ik mijn bril niet vinden kon.

Die lag naast de auto op de grond. Eerst vond
ik hem, het was een nieuwe, dan jou.
Dank zij die bril kan ik je nog steeds zien.
Na een eeuwigheid, misschien

een minuut of twee, wees een vrouw naar het gras:
kijk, een kindje. Oja, dat hadden we ook. Snel mond
op mond. Tom gillend als vermoord. Dat leek me gezond.

Pas toen besefte ik hoe stil het voordien was.
Ik dacht: zal ik eens proberen te huilen?
Het lukte. Dat kwam de volgende dagen goed van pas.

Thomas Eyskens praatte voor deze gids met familie en vrienden van De Coninck. Het resultaat is een fraai klein boekje, met mooie foto’s en relevante gedichten. Het doet verlangen naar meer. Eyskens is gelukkig aan het werk aan de ‘grote’ biografie van De Coninck.

[Er is niets te zien en dat moet je zien. Een literaire wandeling door Mechelen in de voetsporen van Herman de Coninck van Thomas Eyskens is uitgegeven door Poëziecentrum en De Arbeiderspers, 163 p]

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s