Honderd jaar mijmeren

Lucas Vanclooster raakte in zijn jeugd betoverd door het medium radio en het liet hem nooit meer los. De geschiedenis van de radio door de ogen van een radiomaker pur sang.

De melkboer was een van de weinige handelaars die een bestelwagen had met autoradio. Als hij vanaf de lente met open schuifdeur reed, woei de stem van Jos Gemmeke met het binnenlands persoverzicht de klanten tegemoet. Toen er op zaterdagochtend nog school was, bracht Eddy Derck, die 10 kilometer ver woonde, een transistorradio mee. Die bond hij om 12 uur op zijn bagagedrager om naar huis te fietsen op het ritme van de Top 30. Wat zou onze jeugd zijn zonder “opgehaalde schotbalken” en “Duivenberichten”…

Puccini in Laken

“Allo allo, ici poste radiotélégraphique et radiotéléphonique de Laeken, près de Bruxelles!” Zo klonk het op 28 maart 1914, om half negen ‘s avonds, uit de luidspreker van de 26 radio-ontvangsttoestellen die er toen binnen een straal van 70 kilometer rond Brussel stonden. Na de aankondiging en begroeting volgden live enkele aria’s uit “Tosca” van Puccini. “Klara had toen een marktaandeel van 100 procent”, grapte Thomas Van der Veken tijdens het radio-eeuwfeest in Flagey.

Belga

De amateuristische studio en gammele antenne bevonden zich in en op het koninklijk paleis, en in de tuin. Koning Albert I en koningin Elisabeth (foto) zaten aan hun SBR-apparaat gekluisterd. Albert I zag kansen voor patriottisch nieuws en monarchistische propaganda.

Die 28e maart was het natuurlijk niet de allereerste radio-uitzending ter wereld. Maar de uittreksels uit de opera van Puccini betekenden wel het eerste rechtstreekse radioconcert. De Nederlanders moesten nog vijf jaar wachten op het nieuwe medium, en dan hadden zij niet eens de Eerste Wereldoorlog. Die oorlog heeft de ontwikkeling van radio versneld, maar de ervan verspreiding vertraagd. Vanaf 1918 werden de Vlamingen fervente luisteraars, en tijdens de Tweede Wereldoorlog was radio (en dan vooral BBC) enorm belangrijk.

De radiocentrale

Tot 1965 had radio het monopolie op informatie en geluid in ons ouderlijk gezin. Mijn ouders bezaten geen heus radiotoestel, maar een ontvanger van de zogenoemde radiocentrale, een soort distributiemaatschappij die beperkt bleef tot de stad.

Zwarte kabels brachten de uitzendingen voor 3 frank per dag in de huiskamer. De ontvanger had 2 knoppen, luid-stil en bas-hoog. Aan de muur was een zwarte draaischijf bevestigd voor de stations: Brussel 1, Bruxelles, Hilversum en meest beluisterd bij ons: het eigen programma van de distributiemaatschappij met hoofdkwartier in een winkel van elektrische apparaten, simpelweg ook “Radiocentrale” genoemd.

Belga

Dat eigen programma bestond vooral uit non-stop muziek, met overname van de hoofdbulletins van het BRT-radionieuws, het belangrijkste dat van 19 uur. Het was uit de luidspreker van de radiocentrale dat ik op een ochtend in november 1963 vernam dat president Kennedy was doodgeschoten. Ik vroeg aan mijn moeder, die kolen in de plattebuiskachel schepte, of dit feit ooit in de geschiedenisboeken zou komen. “Jawel”, antwoordde ze.

Ik herinner me dat “Zeg me waar en wanneer” van Bob Benny, “De weg naar Volendam” van Bobbejaan Schoepen (foto), “Brandend zand” door Anneke Gronloh en Harry Belafontes eindeloos lange live-versie van “Mathilda” vaak doorheen de woonkamer schalden. Zeker een keer per dag kondigde de omroeper een korte pauze aan, waarna stilte volgde.

We wachtten dan geduldig tot de studio was geveegd en gedweild. In die tijd was ik ervan overtuigd dat alles live en echt was, en dat de zangers, zangeressen en begeleiders achter de microfoons stonden te dremmelen tot ze hun nummer mochten zingen en spelen.

Het ontvangtoestel was mooi van simpelheid, een donker houten bakje, met een luidspreker verborgen achter een gevlochten doek en franjes. Oom Maurits, die in tegenstelling tot zijn broer, mijn vader, mee was met de moderne tijd, zelfs een bandopnemer bezat, beweerde dat mijn ouders ‘s avonds als ik naar bed was dat doekje als een gordijn open schoven en dan zowaar televisie keken. Jaren later heb ik dat bakje nog gebruikt als luidspreker van mijn cassetterecorder.

Barco

Mijn grootouders die in dorpen zonder radiocentrale woonden, hadden een echt radiotoestel, een Barco van kort na de Tweede Wereldoorlog. Barco betekent trouwens “Belgian-American RadioCorporation”. Het waren prachtige bakken, met een gloeiend groen oog, en een keuzepaneel voor stations als Saarbrücken, Toulouse, Beograd, Droitwich, Praha, Beomünster en als klap op de vuurpijl Moskva.

Belga

Frustrerend: die stations op het paneel klopten niet. Mijn opa en oma luisterden, met een zekere plechtigheid die stilte afdwong, naar het nieuws, en de voetbaluitslagen op zondag om kwart voor zes, het enige radio-item dat de decennia overleefde.

Voetbalploegen hadden toen namen als Tilleur, Winterslag, Daring en Tubantia Borgerhout. Tante Julia zocht het hele bereik af op zoek naar een Franse zender die de tiercé-uitslagen vermeldde. Maar van “Actueel, het radiomagazine”, moesten mijn familieleden niets hebben.

Siera

In 1965 kochten mijn ouders niet alleen een televisietoestel, een stofzuiger en een gaskachel, en plakten ze nieuw behangsel tegen de muur, bloempjes ter vervanging van de expo 58-strepen en bollen, er kwam ook een transistorradio binnen, een Siera.

Belga

De radio werkte op batterijen, een lichtje toonde hoe vol of plat die waren, maar mijn vader liet ze altijd zitten tot ze uitliepen en het hele toestel met een grijze loodpap besmeurden. Oom Maurits wilde ons weer overtroeven en kocht een wereld-ontvanger, met een landkaart bovenop. Als hij ’s zomers op bezoek kwam, had hij dat apparaat mee. In de tuin testten de 2 mannen, ach wat waren ze nog jongetjes, welke radio het signaal pakte.

In vergelijking met de radiocentrale bood de transistor een vermenigvuldiging van mogelijkheden. Radio 2 bestond intussen, bij ons steevast Kortrijk genoemd. Radio 2 had toen nog Rooms-Katholieke uitzendingen, rozenhoedjes onder meer.

André Lammertyn deed een telefonische quiz, je kon een spaarboekje van de Raiffeissenkas met 150 frank winnen. Eens vroeg hij de betekenis van het woord “stoethaspel”. “Dat is een onnozelaar zoals gij”, riep de eerste die opbelde in de hoorn voor het hele land. “Jammer dat hij heeft ingehaakt”, zei Lammertyn, “misschien zat hij wel juist”.

Valere Arickx, André Demedts en Fernand Bonneure bespraken met lijzige stem boeken in “De gulden passer”. Er was ook “Harbalorifa” met kleinkunst en cabaret, en “Duw op de knop”, waar ‘”Lied voor Mary-Ann” van Norbert langdurig de Vlaamse Top 10 beheerste.

192, goed idee!

Dankzij die transistor ontdekten we de piratenzenders. Eerst iets wat radio Dolfijn heette. Dan onvermijdelijk Veronica, op 192 in de middengolf. Radio Luxemburg, dat zoveel jongeren liet kennismaken met The Rolling Stones en The Who, raakte niet over de Vlaamse heuvels. Als het stormde of onweerde zwalpte de klank van de Hollandse piraten ook vrolijk heen en weer.

Nu vraag ik mij af hoe ik al die reclame kon verdragen, in de Top 40 en Top 100 Aller Tijden, zelfs telkens 2 spotjes tussen de liedjes. Ik kende de meeste reclameboodschappen uit het hoofd. Toen Veronica er op 31 augustus 1974 noodgedwongen mee kapte, had ik al afgehaakt. De laatste minuten van de zeezender, toen Rob Out het einde van Veronica een zware slag voor de democratie noemde, vond ik bepaald pathetisch.

Belga

Gelukkig waren de BRT-radio’s intussen een stuk leuker: “Rudi’s club”, het buitenlands persoverzicht, omroep Brabant dat helemaal mee was met het driespan Verminnen-De Bruyne-Groenewoud, de prachtige stemmen van Mick Clinckspoor, Annemie Coppieters, Rik Moens en Chris Jonkers.

Vreemd dat niet al mijn leeftijdsgenoten dat doorhadden en godbetert bleven luisteren naar Mi Amigo, Maeva en Suzy Wafels. In 1975 was er op BRT 1 een poëzierubriek om half twee, na alle informatie. De blinde Stany Milbau las onder meer de debuutbundel van Jotie ’t Hooft voor. Kippenvel.

Begin jaren 80 kwam daar vijf uren rockradio per dag bij op Radio 2, van 17 tot 22 uur, met Guy De Pré (foto) in topvorm, en Peter De Groot. Dat was de voorloper van Studio Brussel. Alleen Limburg draaide die vijf uur met hoorbare tegenzin rock en probeerde er onderuit te komen, wellicht onder de invloed van Jos Ghysen.

Radio Rolluik

Ik deed mijn eerste radio-ervaringen op bij de nieuwe generatie vrije stadsradio’s die in dezelfde tijd de kop opstaken.

Belga

Eerst had ik met Peter “Red Zebra” Slabbynck vier uur uitzending per week bij Radio Toestel in Gent. We combineerden ultramoderne rock, het waren de hoogdagen van Human League, Gang of Four en De Brassers, met ironische opmerkingen en absurde weerberichten.

Daarna Radio Rolluik in Brugge, hetzelfde concept. Af en toe dreigde een inval en inbeslagname. Op een vrieskoude winteravond verzorgden we de uitzending vanuit een kraakpand zonder ramen. Omdat ik het radionieuws niet wilde missen, nam ik het over, soms zelfs met het eerste item van “Actueel”.

De BRT

Maar goed, nog voor de hele reeks examens om BRT-radiojournalist te worden voorbij was, nodigde producer Jan Neckers al een paar kandidaten uit om voor de instructieve radio-omroep te freelancen. Björn Soenens, Marc Morren, Werner Trio en ikzelve wilden maar wat graag die ervaring opdoen.

Belga

Op dinsdagavond was er “De cultuurschok”, die mensen in onvermoede situaties bracht. Zo loodste ik een autohater naar het autosalon, volgde het spoor van een sensatiejournalist en leerde een jonge homo de roze scène van zijn provinciestad kennen. In de zomer vervingen lange portretten “De cultuurschok”. Ik wandelde met zanger Luc De Vos en bokser José Seys door het landschap van hun jeugd.

Onvolprezen lieden als Eugene Bérode en Bob De Groof, helaas helaas allebei al wijlen, deden de opleiding van die nieuwe radiomensen. Ook Friedl’ Lesage, Michaël Robberechts en Krista Bracke behoorden tot mijn lichting.

Bob De Groof was de ideale propagandist van radio, het one-to-one medium, eenvoudig, intiem, overal bereikbaar, zo opdringerig of bescheiden als je zelf als luisteraar wil, betrouwbaar, ernstig, sober.

Ik was maar wat blij dat ik 20 jaar geleden bij het radionieuws kon beginnen, en dat televisie nooit enige interesse in mijn persoon betoonde.

Het radionieuws

Roger Adams was toen hoofdredacteur van het radionieuws, een charmante integere behulpzame man. Jos Bouveroux woog zwaar op de Wetstraat, Urbaan De Becker en Johan Janssens vertelden hun verhalen, Bert De Craene experimenteerde in Rusland en Bosnië met acht of meer sporen…

In de gang kon je de legendarische Paul Jacobs ontmoeten, bedenker van enkele van de allerbeste, origineelste radioprogramma’s en spelletjes ooit. Zo’n man zou in Groot-Brittannië of Amerika als miljonair kunnen rentenieren. Ik heb een decennium lang zowat alle verkiezingen in India, Groot-Brittannië en Ierland gedaan, interviewde Ian Paisley en Jeremy Paxman, stond helemaal aan het begin van de Dutroux-affaire, deed een paar autosalons te veel, stortte me op Monumentendagen en tentoonstellingen en de 50e verjaardag van Expo 58. De Universele Wereldtentoonstelling 1958 was overigens de doorbraak van de televisie in ons land.

In 2000 was ik in Salzburg om Gerard Mortier te interviewen aan de vooravond van zijn laatste jaar als intendant van de Festspiele. Toen ik vanuit de lokale studio van de Oostenrijkse radio mijn bijdrage naar Brussel, naar “De wandelgangen”, wilde doorsturen, moest ik even wachten en kreeg ik, daar in Salzburg, Studio Brussel op de beluistering.

De plaatselijke technici, frisse alternativo’s nochtans, vielen achterover. Dat zoiets kon. Op een openbare omroep dan nog! Hoewel ik mij toen al een jaar of vijf te oud vond voor StuBru, glom ik van trots. En ik ben blij dat mijn tienerkinderen StuBru ook ontdekt hebben. Geef mij intussen maar Klara, het beste radiostation ter wereld.

AP

Op 11 september 2001 zat ik thuis met mijn dochter van 1 maand oud. Om 3 uur hoorde ik Els Aeyels melden dat twee vliegtuigen zich in de torens van het WTC hadden geboord. Het was het begin van een unieke dag, voor de hele wereld, de media, Radio 1 en het nieuws in het bijzonder. Gedirigeerd door Jef Lambrecht bracht de radio urenlang onafgebroken informatie, achtergrond en duiding. Wie echt wilde weten wat er gaande was, moest naar de radio luisteren, en niet naar CNN kijken.

De hoge kwaliteit van de uitzendingen op die en de volgende dagen snoerde iedereen definitief de mond die vindt dat radio maar een signaalfunctie heeft en alleen doorverwijst naar televisie en internet. Vergeet het.

De argumenten van Bob De Groof maken van radio een medium voor de eeuwigheid. Het radionieuws is en blijft altijd met een enorme voorsprong veruit het meest geraadpleegde informatiekanaal. Dat is om te glimmen van trots.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s