Ecce homo

Ik las dit bloedige begin van De brug over de Drina voor het eerst op een Goede Vrijdag. Toeval bestaat niet. Ik probeer het elk jaar rond deze tijd te herlezen. ‘Hij staat niet op de aarde, hij houdt zich niet vast met zijn handen, hij zwemt niet, hij vliegt niet; hij draagt zijn zwaartepunt in zichzelf, bevrijd van aardse bindingen en lasten.’

Ecce homo. Zie de mens, zei Pontius Pilatus aan het volk en toonde de vernederde Jezus van Nazareth met een doornenkroon op zijn schedel. O hoofd vol bloed en wonden. Ecce homo, zeiden de Amerikaanse militairen in de Abu Ghraib-gevangenis in Bagdad, toen ze gedetineerden lieten poseren en paraderen met een zak over hun hoofd en elektrische kabels op hun gevoelige plekken. We zijn in 2004, in Irak. Lachen voor de foto! Ecce homo, de met tape op een pallet vastgeplakte werknemer in een droefgeestig magazijn, terwijl zijn sadistische collega’s rond hem staan. Kruisig hem! We zijn in België, enkele jaren geleden.

Zie, de mens. Bespot slachtoffer. Ik ben beschaamd en vraag me ongemakkelijk af: wat als? In andere omstandigheden? Onder druk? Gehersenspoeld? Ben ik zo banaal dat het kwaad met me aan de haal kan gaan? Ben ik een potentiële beul of een slachtoffer? Voor de Taliban voldoe ik zeker aan een paar voorwaarden om gestraft te worden; in vroegere tijden was ik misschien ook hier in Europa als heks verbrand. Maar ik herinner me ook een scoutskamp waar we met z’n allen een jonggids aan een boom vastbonden. Láchen! Was dat alleen maar om te spelen?

Ik denk aan het Milgram-experiment uit de jaren zestig, later nog verschillende keren herhaald met soortgelijke resultaten, waarbij proefpersonen andere (onzichtbare) mensen moeten straffen met elektrische schokken. Twee op de drie deelnemers waren bereid om een fatale stroomstoot toe te dienen. ‘Gelukkig’ was het maar om te spelen, in een laboratorium, en raakte niemand gewond.

Het is een schrale troost voor wie lijdt onder de brutale handen van zijn medemens: religieuze martelaars lijken een streepje voor te hebben. In Griekse orthodoxe kloosters vergaapte ik me twee zomers geleden aan fresco’s met gruweltaferelen van heilige mannen en vrouwen. Na de pijn, verbeeld door veel duivels, monsters en vuur, volgde steevast de babyblauwe heiligenhemel. En voor die man uit Nazareth zelfs de wederopstanding, no less.

De meeste kerkelijke momenten gaan aan mij voorbij, eerlijk gezegd. Ik ben eerder van het heidense midwinter- en midzomertype. Maar Goede Vrijdag is anders. Ik volg wel eens een kruisweg in een kerk. Ik huiver, midden in de Mattheuspassie van Bach, als de voorhang van de tempel scheurt, op het negende uur. Het is een verhaal van alle tijden, dat me aanspreekt. Doen alsof mijn neus bloedt, drie keer voor de haan kraait? Jep, ik pleit schuldig.

Goede Vrijdag is voor mij de dag van alle gemartelden en terechtgestelden. In de Gestapokelders in de Louizalaan in Brussel. Gewaterboard door de CIA. Verminkt of opgehangen in Saoedi-Arabië, dat leuke land waar Belgische natiebazen en prinsessen thuis zijn. In de goelag van Noord-Korea. Vrouwen, homo’s, journalisten, opposanten, niet- of andersgelovigen. Vandaag hoor ik hun gesmoorde stemmen – Eli, Eli, lama sabaktani of een goddeloze vloek.

Carte Blanche, lees dit artikel ook in De Standaard.

Advertisements

One thought on “Ecce homo

  1. Zeer sterk, bijwijlen huiveringwekkend. En wat een kennis! ( ‘Na Drini cuprija’ ligt hier in vertaling uit het ‘Servokroatisch’ voor mij. Met een voorwoord van A. den Doolaard nog wel).

    Like

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s