Het lied van de honing – Ralph Dutli

In kort bestek schrijft Dutli een rijke cultuurgeschiedenis van de bij. Hij haalt de nectar in Egypte, Griekenland en Rome, bij oude en nieuwe dichters tot Maja de bij toe. Des te pijnlijker steekt bij de lezer de dreigende uitsterving van het bijenras.

Bijensterfte

“Als alle bijen verdwenen zijn, dan heeft de mensheid nog vier jaar te leven”. Die uitspraak wordt aan Albert Einstein toegeschreven, maar dat klopt niet, schrijft Ralph Dutli. Het is wél waar dat het zeer slecht gesteld is met de bij, en dan nog vooral in België. Nergens in Europa lag de bijensterfte vorige winter zo hoog als in ons land. Dutli gaat het probleem niet uit de weg, allicht was het zelfs de drijfveer om dit boek te schrijven.

Het wereldwijde mysterieuze uitsterven van bijenvolken heeft verschillende oorzaken tegelijk: mijten en parasieten, virussen en schimmels, bestrijdingsmiddelen in de land- en tuinbouw, genetische manipulatie van gewassen, of ook voedselgebrek omdat het aanbod te eenzijdig of te schaars wordt. Intensieve landbouw, waarbij bomenrijen, bloeiende bermen en haagkanten worden opgeofferd, beroven de bij van haar fourageergebieden.

Betonhoning

Het is zelfs zo ver gekomen dat bijen in de stad beter gedijen dan op het platteland, dankzij parken en stadstuinen met een grote verscheidenheid aan bloemen. Ten bewijze: de bijenkasten vol honing op het dak van openbare gebouwen. In ons land bijvoorbeeld op de Vooruit in Gent of het districtshuis in Berchem, In Parijs noemt men deze stadshoning liefkozend ‘le miel béton’.

De bijen zijn aan het uitsterven. Dutli laat er geen twijfel over bestaan, dat is “geen toevallige natuurramp, maar wordt mede veroorzaakt door de op winst beluste mens”. En al mag de doem-uitspraak niet van Einstein zijn, of gewoon niet kloppen, het verdwijnen van de bij heeft desastreuze gevolgen voor de vegetale voortplanting en dus voor onze voeding. Een derde van de landbouwproductie is afhankelijk van stuifmeelbestuiving door de bij: fruit, groenten, bessen, oliegewassen, koffie, cacao, noten of kruiden. Als de bij haar werk niet meer doet, dan loopt de financiële schade in de honderden miljarden per jaar. En dan gaat moeder natuur manken.

Ralph Dutli schetst de in-zielige toestand in het zuiden van Sechuan, in China, waar bij gebrek aan bijen de mensen handmatig, met penseeltjes, veertjes en bestuivingsstokken klungelen om de fruitbloesems te bevruchten. Alleen op die manier kan er nog sprake zijn van een oogst.

De korf en de opbrengst

Hoe ingenieus de bestuiving in elkaar zit, kom je te weten in dit boek. Ralph Dutli vertelt ook bevattelijk en ‘gemütlich’ over de structuur van de bijenkorf, de rol van de koningin, de darren en de werkbijen, de waarlijk wonderlijke manier van communiceren via de bijendans, die informatie verstrekt over de exacte locatie van interessante bloemenpartijen aan de hand van de stand van de zon. En natuurlijk komt ook de productie van dit wonderlijke collectief ter sprake: honing, was, koninginnegelei, stuifmeel…

Die twee aspecten, de samenwerking als een geoliede klok én de heerlijkheden die daaruit voortkomen, zijn voer voor het cultuurdeel van dit boek, dat overigens niet apart staat van de wetenschappelijke bladzijden, maar er mee verweven is.

De Egyptische mythologie kende de bij een goddelijke status toe, want ze stond in rechtstreeks contact met de zon. Bij de Grieken was honing een onmisbaar bestanddeel van rituelen. Ook de Bijbel en de Koran prijzen zijn verdiensten. Alleen het joodse geloof beschouwt honing als enigszins onrein. Bijen zouden geboren zijn uit het kadaver van de leeuw die door Samson met zijn blote handen werd gedood, vandaar.

Het middeleeuwse christendom zag de bij als maagdelijk en rein (want de beroemde bruidsvlucht van de koningin die hoog in de lucht met vele darren paart was toen nog nooit waargenomen). Het fameuze erotische Hooglied uit de Bijbel, waar honing de rol van glijmiddel speelt -“van honing druipen je lippen, mijn bruid, honing en melk is het onder je tong”- werd plotseling vergeestelijkt geïnterpreteerd.

Dutli haalt ook ‘onze’ symbolist Maurice Maeterlinck aan. Zijn ‘La vie des abeilles’, “een synthese van poëzie en wetenschap”, was honderd jaar geleden een bestseller. De bijenkorf en alle connotaties van coöperatie en samenwerking hebben ook sociale en politieke denkers geïnspireerd. “Maar in tegenstelling tot de termieten- of de mierenstaat, die totalitaire associaties oproept, had de bijenkorf voor mensen altijd iets positiefs, idealistisch, utopisch.”

De honing van het zichtbare

Bijzonder rijk is de honingoogst in de antieke literatuur: de Georgica van Vergilius (zowel lofzang op de bijen als een politieke steunbetuiging aan de keizer), Homeros, Plato, Pindaros, Hesiodos, Horatius, Lucretius, Seneca…allemaal schreven ze over korven, bijen, honing en was. Achteraan het boek staan enkele prachtige gedichten van Martialis over een bij, die in barnsteen gevangen zit, “in eigen nectar”.

De Duitse tegenhanger van het middelnederlandse ‘hebban olla vogala’ gaat over honing! Een benedictijnermonnik schreef in de marge van een boek de ‘Lorscher Bienensegen’, één van de oudste berijmde teksten in het Duits. Hij vreest dat een uitgevlogen bijenvolk niet meer terugkomt: ‘sizi, sizi bina’ (zit, zit, bijen).

Dutli legt ‘El Canto de la Miel’ van Federico Garcia Lorca onder de loep, of een bitterzoet liefdesgedicht van Osip Mandelstam. Bijen zoemen ook in de Essais van Montaigne, wat de auteur doet besluiten: “iedere essayist is een bescheiden navolger van Montaigne, een nectarverzamelaar die diverse bloemen bezoekt en zijn eigen honing produceert”. En altijd is er een mysterie, zoals Rilke schreef : “We vergaren vol overgave de honing van het zichtbare om die op te hopen in de grote gouden bijenkorf van het onzichtbare”.

Twee interessante vrouwelijke bijen-auteurs zijn de Amerikaanse dichters Emily Dickinson en Sylvia Plath, die laatste is minder bekend als praktiserende imker dan wel wegens haar tragische einde. En de auteur heeft zelfs ook een paar negatieve stemmen opgevangen over bijen, als te “vlijtige modelleerlingen van de natuur”.

Niet alleen zeemzoete gedichten

Ralph Dutli is een Duitstalige Zwitser die romans, gedichten en essays schrijft (niet alleen over bijen, maar ook over de olijf!) en ook vertaalt. Hij besluit zijn boek met een aantal honinggedichten, van de oudheid tot nu. Die zijn trouwens niet altijd zeemzoet, er is er bijvoorbeeld een bij van Robert Desnos, die werd vermoord in het nazikamp Theresienstadt.

Vertaler Olaf Brenninkmeijer heeft er Nederlandstalige verzen over bijen of honing aan toegevoegd. Uiteraard maar een kleine selectie. Gelukkig is Guido Gezelle erbij. Hij heeft heel vaak over bijen geschreven, zijn eigen tijdschrift heette trouwens ‘Biekorf’, en het bestaat meer dan een eeuw later nog altijd.

Guido Gezelle – uit ‘Lentegroen’

Gij vlerkendragend volk,
gij allerhand gezwinde
doorvliegers van de lucht

Een volwaardige bloemlezing -what’s in a name- van Nederlandstalige bijengedichten zou ik een leuk boek vinden. Dit ‘Lied van de honing’ is al een zoet opstapje, een charmante bijenvlucht over een paar duizend jaar geschiedenis (alleen jammer dat weer eens een personenregister ontbreekt). Des te pijnlijker is het besef dat de bij gedoemd is.

[Het lied van de honing. Een cultuurgeschiedenis van de bij van Ralph Dutli, uit het Duits vertaald door Olaf Brenninkmeijer, is uitgegeven bij Cossee, 208 p]

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s