Een Koninklijk Domein zonder muren

That’s all folks, come and see us next year. De poort is weer in het slot gevallen. De serres van Laken zijn na drie weken weer voor een jaar dicht. Als ik een glimp wil opvangen van het majestueuze Koninklijk Domein moet ik weer reikhalzen over de kilometerslange muur bij het Chinees Paviljoen en de Japanse Toren, waar bovenop nog prikkeldraad is gespannen en camera’s me in het snotje houden.

Ik kan ook aan de kant van het Kanaal wandelen, fietsen en rijden, en gefrustreerd kijken naar alweer een eindeloos lange muur, waarachter een mysterieus prieelachtig vervallen gebouwtje staat, geflankeerd door een eerbiedwaardige oude ceder. Welke statige bomen wonen daar nog allemaal? En komt er daar ooit iemand om die bomen dag te zeggen?

Agenten

Ik breng graag een bezoek aan de serres, al van in de tijd toen de toegang op een verloren hoekje lag. Nu betreedt een sterveling het Koninklijk Domein drie weken per jaar in de lente helemaal ‘comme il faut’: door het royale hek, waar doorgaans alleen eerste ministers en prinsenkinderen mogen vlammen. Het was enkele dagen geleden een prettige wandeling die me een blik gunde op groepjes enorme rode beuken, de ware masten van het park, en op een hele mooie linde, die ik meteen in mijn hart gesloten heb.

De graspartijen met bosschages en restjes narcissen lonkten, maar ik mocht de Paadjes Niet Verlaten. Op elke hoek stond een agent of een pijl. Op bezoek bij de koning is verdwalen of opzettelijk verkeerd lopen geen optie. Er zijn zelfs geen shortcuts zoals in de Ikea. Eenmaal in de serres, en in het Koninklijk Park daarachter: nog meer agenten en touwen om me in de juiste richting te duwen.

Parfum van camelia

De Oranjerie is het oudste deel van de serres, een zotternij van voor de geboorte van België, de Nederlandse koning Willem I. De collectie sinaasappel- en mandarijnbomen en camelia’s is wereldvermaard en eeuwenoud. Het was natuurlijk Leopold II, de Bob de Bouwer van de Belgische monarchie, die er de rest van de Glazen Stad aan toevoegde, getekend door Alphonse Balat, leraar van Horta. Een kathedraal van staal en glas, met koepels, kamers en gangen, die perfect de palmen en de reuzenvarens weerspiegelde die er in wortelen. Wonderlijk om te beseffen dat veel bomen en planten de rechtstreekse afstammelingen zijn van die eerste negentiende-eeuwse scheuten. Het woord stamboom betekent hier iets.

Onder glas was de lucht tropisch vochtig en zwaar. De vooral oudere bezoekers steunden op hun wandelstok en op elkaar. De gigantische varens ontrolden spiraalvormig hun harige nieuwe bladeren. Ik verwachtte elk moment een dino. Het parfum van azalea, rhododendron, perlargonium en fuchsia was bedwelmend, ik zag vijftig tinten roze en oranje.

Toonzaal

De serres zijn natuurlijk letterlijk een showcase, een plantaardige bonbondoos waarin alles precies en ‘toevallig’ bloeit in april en mei. Ik zag er geen dorre bladeren, schimmel of ongedierte. Ik wil eigenlijk niet weten wat ze hier allemaal spuiten. In de serregids lees ik dat er 800.000 liter stookolie per jaar doorgejaagd wordt. Ecologisch kun je de folly van Leopold II niet noemen. Zouden echte plantenliefhebbers hun bedenkingen hebben bij tropische kassen, net als dierenvrienden de zoo een achterhaalde instelling vinden?

Aan de wandel van de ene serre naar de andere liep ik even over een pad in openlucht. Daar ontvouwde zich een vista, zoals er maar weinig bestaan in Brussel: glooiend gazon, in de verte een half afgebroken zuil en een lusthof-terras, machtige bomenpartijen, zo ver mijn ogen konden zien. Daarachter de heiige skyline van Brussel, en iets meer in de voorgrond de donkere Japanse Toren. Eind 18de eeuw kocht de Oostenrijkse landvoogdes dit stuk grond ‘op de mooiste en gunstigste plek in de omgeving van Brussel, waar we een huis bouwden en een mooie tuin in Engelse stijl aanlegden’, schreef haar echtgenoot in zijn memoires. ’t Zal wel zijn! De ontwerper was Lancelot ‘Capability’ Brown, zowat de uitvinder van de Engelse landschapstuin, die ook in Kew Gardens werkte of rond Blenheim Palace, waar het wiegje van Churchill stond. Het soort man die kon inschatten hoe eiken en vijvers er over enkele eeuwen zouden uitzien.

Nauwelijks benutte tuin

250 jaar later hoorde ik een moeder tegen haar kinderen zeggen: ‘Kijk maar eens goed, hier betalen wij allemaal voor.’ Hoezeer de grassige hellingen ook uitnodigen om te liggen of er vanaf te rollen, kinderen en ouders moeten op het pad blijven. Dit hele park is een showcase. Op een troepje brandganzen na, zag ik buiten het parcours geen levende ziel, mens noch dier. Drie weken per jaar schuift hier een massa volk over een smal pad. Hoe zou het er in oktober uitzien? Daar zou ik een moord voor begaan. De vijftig tinten rood en bruin zijn vast adembenemend.

Toen Vaclav Havel president van Tsjechoslovakije werd in 1989 zette hij de poorten van de koninklijke tuinen rond de Burcht van Praag wijd open voor het publiek. Wordt het geen tijd om dat ook met het Koninklijk Domein in Laken te doen? Voor mijn part af en toe, of elk weekend, met geleide wandelingen, maar ook open middagen waarop ik van de hellingen mag rennen en alle joekels van bomen in de uithoeken van het domein mag verkennen. Er is zelfs een koninklijk stationnetje, stel je voor dat ik hier met de trein heen kan?

‘For ever, for everyone’

Dit Koninklijk Domein is eigendom van de staat en behoort tot de Koninklijke Schenking. Koning Filip en prinses Mathilde wonen er, Albert en Paola, Fabiola en Astrid en haar familie. Maar het domein is een kleine 200 hectaren groot. Daar passen veel meer mensen in. Plaats genoeg voor iedereen die van rust en ruimte houdt. Ik denk aan die prachtige slogan van de Britse erfgoedorganisatie National Trust: ‘for ever, for everyone’. De National Trust heeft trouwens ook veel adellijke domeinen in beheer en stelt die open, zelfs al wonen de eigenaars er nog.

Er wordt terecht gesleuteld aan de dotaties van de koninklijke familie, maar de volgende regering kan misschien ook eens nadenken over deze nauwelijks benutte groene long in Brussel, vlak naast dichtbevolkte woonwijken. Tear down these walls.

Lees deze tekst ook op deredactie.be, maandag 12 mei 2014.

Advertisements

One thought on “Een Koninklijk Domein zonder muren

  1. willem persman

    Een even mooi geschreven als overtuigend pleidooi voor het (misschien periodiek) openstellen van dit met belastinggeld onderhouden domein. Jammer dat het idee niet eerder onder de aandacht is kunnen komen want het voorstel had perfect kunnen passen in de campagne van een in Brussel of omgeving wonende kandidaat-volksvertegenwoordiger. Zou een petitie opzetten de zaak niet vooruit kunnen helpen?
    Van de fameuze muur is sprake in een gedicht van Miriam Van hee, meer bepaald over de Mutsaardwijk. Het begint met ‘ Uit Brussel weggelopen als een vlek’ en dan is een eind verder te lezen:
    ‘alleen de muur rond het domein lijkt nooit meer
    van zijn plaats te zullen komen, hij heeft een donkere
    een onbekende kant, je kunt maar beter
    in het tijdelijke wonen, hier aan de halte van de tram’

    Like

    Reply

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s