Gandhi. De jonge jaren.

Waar haalde Gandhi zijn inspiratie, wie beïnvloedde en onderwees hem, en hoe kreeg hij zichzelf en heel verschillende mensen in beweging? Antwoord in dit eerste deel van een -veel te omvangrijke- biografie.

9789046816523

Voor veel mensen staat er een gelijkheidsteken tussen India en Mohandas K. Gandhi. Samen met Pandit Nehru en Mohamed Jinnah voerde hij Brits-Indië naar onafhankelijkheid en identiteit. Maar de grote man van de 20ste eeuw was al vanaf 1895 actief. Twintig jaar lang, tot aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog, kwam hij op voor de Indiërs in Zuid-Afrika. Over die periode schreef historicus Ramachandra Guha ‘Gandhi, de biografie, de jonge jaren’.

Icoon

In een vorig leven stond ik meer dan tien jaar in het onderwijs en af en toe had ik een leerling van Indiase afkomst. Drie keer raden welke bijnaam zo’n jongen onveranderlijk kreeg. Het kan uiteraard ook te maken hebben met Indira en Rajiv Gandhi (geen familie van Mohandas) die in die tijd vermoord werden, en met het Oscar-winnende epos van sir Richard Attenborough.

Een van de regels waarnaar ik probeer te leven komt van Gandhi. “Als je heel boos bent en je druk maakt, vraag je dan af wat je probleem betekent bij de armsten onder de armen.“ Altijd handig om aan te denken in de file, achter een wispelturige computer, of als je voetbalploeg degradeert.

Wie was Gandhi, één van de grote iconen uit de menselijke geschiedenis, hét symbool van geweldloos verzet? Wat dreef hem vanaf jonge leeftijd? Het antwoord staat in extenso in deze biografie van 720 pagina’s, en dat is nog maar het eerste deel: ‘De jonge jaren’. Er komt een tweede, vermoedelijk nog zwaarlijviger deel over de Indiase periode. Oef. Van Gandhi bestaat er een 100-delig verzameld werk dat zowat elke krabbel van de spiritueel-politieke leider verzamelt. Guha heeft nog nieuwe documenten gevonden. Erg flink, maar voegt dat nog iets toe? Moeten biografieën altijd dik zijn? ‘Kanttekeningen bij Hitler’ van Sebastian Haffner is bijvoorbeeld maar 200 bladzijden lang en daar staat alles in.

Gujarat: verdraagzame moeder

Mohandas Karamchand Gandhi is in 1869 geboren in een groot gezin in de milde en gematigde kuststreek van Gujarat, aan de Indische Oceaan, een paar honderd kilometer ten noorden van wat tegenwoordig Mumbai en Bollywood heet. Hij behoorde tot de middenkaste van de bania’s, een groep die zich vooral bezig hield met handel, rechtspraak, administratie en politiek. Bania’s zijn behoedzame en conservatieve vegetarische geheelonthouders.

De moeder van Mohandas was een diepreligieuze vrouw die zichzelf wegcijferde. Ze was niet dogmatisch en had goede contacten met moslims en jains, die vaak het ouderlijk huis bezochten. De oorsprong van Gandhi’s multi-religieuze belangstelling en verdraagzaamheid ligt bij zijn moeder. Gandhi trouwde met Kasturba toen hij 13 was, of weinig later. Nog voor zijn 20ste zag de eerste van zijn vier zonen het levenslicht. In Gujarat was er voor Gandhi weinig toekomst, hij wilde rechten studeren in Londen. Hij scheepte in op 4 september 1888, helemaal alleen.

Londen: verzaking

Londen was toen de grootste stad ter wereld, en met zes miljoen inwoners een heuse internationale metropool. Er bestond een Indian National Congress en een vegetarisch genootschap waar Gandhi snel een leidende functie in waarnam. Zijn eerste geschriften gingen over Indiase eetgewoonten.

Hij las de Bijbel en vooral de Bergrede trof hem diep, meer bepaald de uitspraak: “als iemand je onderkleed wil afnemen, sta hem dan ook je bovenkleed af”. Gandhi ontdekte dat het evangelie en de Bhagavad Gita, het heilige boek van de hindoes, verzaking als hoogste goed beschouwen. Tweede verklaring van zijn levenshouding.

In 1891 was Gandhi advocaat en waagde hij zijn kans in Bombay, toen een stad met een miljoen inwoners, ‘India in het klein’, maar erg lukken deed het niet. In 1892 kwam zijn tweede zoon ter wereld. Een kennis van de familie nodigde hem uit om in Zuid-Afrika een commercieel-financieel geschil te pleiten. In 1893 arriveerde hij, alleen, in Durban, de hoofdstad van de Britse kolonie Natal, waar toen 50.000 Europeanen , 40.000 Aziaten en een half miljoen Afrikanen woonden. Twintig jaar later was het aantal Aziaten verviervoudigd…

Natal en Transvaal: racisme

In Londen had Gandhi geen noemenswaardig racisme ervaren, integendeel, nog in de 19de eeuw raakten twee Indiërs in het Lagerhuis. In Zuid-Afrika lag dat anders. Tijdens zijn eerste treinreis naar Transvaal gooide de conducteur hem uit het eerste klasse-coupé, waarvoor hij een geldig kaartje had, en uiteindelijk met bagage en al uit de wagon. Een blanke koetsier weigerde hem te vervoeren en gaf hem een draai om de oren. En in Johannesburg vond Gandhi geen hotelkamer.

Zuid-Afrika bestond uit vier delen, het Britse Natal, en Transvaal, de Kaap en Oranje Vrijstaat waar afstammelingen van Nederlanders de plak zwaaiden. Afrikanen betekenden nergens iets. Indiërs hadden het in Natal beter dan in de Afrikaner Boeren-gebieden, waar de stugge Paul Krüger president was. Krüger trad bezoekers tegemoet met een bijbel in de hand. Daarin stond dat de Aziaten afstamden van Esau en Ismaël en dus tot de slavernij waren veroordeeld door God himself. Na de Brits-Nederlandse Boerenoorlog, smolten de vier delen samen tot één Brits mandaatgebied, waar als toegeving aan de verslagen Hollanders, de strenge rassenwetten van Transvaal golden. Nochtans hadden de Indiërs, onder aanvoering van Gandhi, de Britten geholpen met een ambulance-korps en met vrijwillige dienst als verpleger.

De Indiërs in Zuid-Afrika waren goede zakenlui en leefden sober. Daar hadden de blanken het moeilijk mee. Om een lange inleiding kort te maken: de 25-jarige Gandhi was snel een publiek figuur en de leider van de Indiërs in Natal, door zijn voortdurende rechtszaken en petities tegen discriminatie, onrecht en wat we nu het ‘hoofddoekenverbod’ noemen.

Utopische gemeenschap

Gandhi voerde niet alleen actie, hij bleef ook lezen. Van enorme invloed was ‘Het Koninkrijk Gods is in u’ van Leo Tolstoj, dat de religieuze hiërarchie en dogma’s verwierp, en de verantwoordelijkheid bij de individuele gelovige legde. Tolstoj paste zijn levenswijze toe in utopische boerderijen waar iedereen gelijkwaardig leefde en werkte. Denk ook aan Walden van Frederik Van Eeden. Gandhi stichtte in Zuid-Afrika twee dergelijke boerderijen-drukkerijen-scholen.

In 1893 haalde Gandhi zijn gezin op in India. De boot met het gezin Gandhi moest een paar weken buiten de haven van Durban voor anker blijven liggen wegens een vermeende epidemie aan boord. Bijna was “die lastpost” Zuid-Afrika niet meer binnen geraakt. Weer aan land werd Gandhi herkend door een meute heetgeblakerde racisten. Ze schopten en sloegen hem murw, gooiden met modder en bedorven vis. Een blanke sympathisant kon hem vermomd als zwarte arbeider in veiligheid brengen. De zaak haalde de Amerikaanse pers, en onrechtstreeks ook de Indiase. Mohamed Jinnah, de latere stichter van Pakistan, las over Gandhi en begon een lange correspondentie.

De boel samenhouden

Onder de invloed van de pleidooien voor een ruraal leven van John Ruskin, verhuisde het gezin Gandhi naar het platteland. Elke ochtend kwam er een kapper om Gandhi in bed te scheren. Zijn bijnaam was Bapu, vadertje. Hij startte het tijdschrift ‘Indian Opinion’ dat hij grotendeels zelf volschreef.

Opvallend in die artikels is dat Gandhi absoluut geen oog had voor de nog veel ergere onrechtvaardigheden tegen de oorspronkelijke zwarte Afrikaanse bewoners van het land. Van zijn vier beste vrienden waren er drie joods. Gandhi deed wat hij kon om moslims en hindoes samen te houden. In India zelf ging het wat dat betreft de verkeerde kant op. De Britten splitsten de provincie Bengalen op in een moslim- en hindoe-deel, het noordelijke is wat nu Bangla-Desh heet. De kiem van “the partition” was gezaaid.

Geen sex, geen winden

Gandhi werd snel radicaler. In 1906, als vader van vier zonen, legde hij de belofte van celibataire kuisheid af. Hij nam almaar meer afstand van zijn gezin, ook als zijn vrouw levensbedreigend ziek was, at weinig meer dan fruit en noten en barstte om de haverklap in een hongerstaking los. Om dieven en overvallers op afstand te houden, stelde hij voor om ongewapend te leven, en alle deuren en ramen open te laten. Dat zou inbrekers verwarren en tot inkeer brengen.

Maar toch was hij een dominante vader, een traditionele hindoepatriarch. Zijn kinderen mochten alleen thuisonderwijs volgen. Toen zijn oudste zoon naar India vluchtte om te trouwen, spoorde Mohandas hem op en bestookte hem met een spervuur van adviezen en emotionele chantage.

In Londen, dat nog de voogdij uitoefende over Zuid-Afrika, lobbyde hij bij liberale parlementsleden en bewonderde hij de suffragettes. Onderminister Winston Churchill, die ook een tijd in Zuid-Afrika had verbleven, liet verstaan dat blanke en bruine mensen uit elkaars buurt moeten blijven. Gandhi riep zijn volksgenoten op om zich keurig te gedragen, een eerlijke boekhouding te voeren, en niet te spuwen of boeren en winden te laten in het openbaar.

“Eén Gandhi volstaat”

Door zijn acties van lijdelijk verzet kreeg Gandhi meer en meer last met justitie. Bevelen om het Zuid-Afrikaanse grondgebied te verlaten, werden op het nippertje afgewend, en hij leerde de binnenkant van een gevangeniscel kennen. Hij voelde zich er erg ongemakkelijk, zeker toen een Afrikaan en een Chinees obscene grappen uitwisselden en “elkaars geslachtsdelen ontblootten”. 2500 protesterende Indiërs kwamen in de gevangenis terecht. Tegelijk slaagde hij erin door te dringen tot de hoogste machtscenakels. Gandhi wilde dat Indiërs vrijelijk naar Zuid-Afrika zouden kunnen blijven komen. De overheid vreesde dat er dan nog Gandhi’s zouden opduiken, één was meer dan genoeg. Intussen droeg hij de eretitel Mahatma, grote en heilige ziel.

In 1910 schreef hij zijn eerste boekje,’ Indian Home rule’, een uitwerking van zijn gehele ideeëngoed. Het werd op veel plaatsen verboden. Zoals nu Rob Wijnberg, Joris Luyendijk en Alain de Botton vond hij dat de media te veel aandacht besteedden aan de één procent conflicten tussen volkeren, en niet aan de 99 ten honderd vreedzaam samenleven.

Gandhi keerde zich tegen de medische wetenschap, spoorwegen en democratie. Zijn acties hadden nooit tot doel om het algemeen stemrecht volgens het principe één mens één stem te organiseren. Omwille van zijn spirituele en niet-wetenschappelijke inspiratie vonden velen hem een reactionair, zeker de socialisten, communisten en radicale nationalisten.

Inspiratie en invloed

Het sterke punt van ‘De jonge jaren’ is dat Ramachandra Guha haarfijn beschrijft waar Gandhi zijn inspiratie haalde, wie hem beïnvloedde en onderwees, en hoe hij zichzelf en heel verschillende mensen in beweging kreeg. Zijn Afrikaanse jaren lijken op de baantjes die een raket rond de aarde beschrijft, voor ze weg schiet naar de maan of een verre planeet. En vaak doet het pijn dat de argumenten van de hardhoofdige Boeren vandaag her en der nog opduiken.

Voor wie Gandhi grondig wil leren kennen in al zijn facetten is dit eerste deel van de biografie uiteraard een absolute must. Maar Guha lijkt te veel een aanhanger van de soms irritante en zelfingenomen Gandhi om met voldoende afstand de vormingsjaren van de mahatma objectief te beschrijven. En nogmaals, geen enkel boek kan 720 bladzijden petities, acties, betogingen, brieven, gesprekken, dagboeknotities, onderhandelingen en gevangenisstraffen lang boeiend blijven.

[Gandhi. De biografie, de jonge jaren van Ramachandra Guha (vertaling van ‘Gandhi before India’) is uitgegeven bij Nieuw Amsterdam, 2014, 720 p]

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s