De luchtkunstenaar Jan Hoet

Een veelzijdige caleidoscopische biografie over tentoonstellingsmaker Jan Hoet. De auteur heeft het leven van Hoet verknipt en in een originele nieuwe collage samengeplakt. Maar toen de puzzel af was, bleken er stukjes te veel, en sommige staken schots en scheef en gekreukt op de foute plaats.

2014 zal de annalen ingaan als het jaar van overlijden van veel cultuuriconen. We zijn nog maar halfweg, en we moesten al afscheid nemen van Gabriel Garcia Marquez, van Gerard Mortier en Jan Hoet.

Jan Haerynck, die Hoet persoonlijk leerde kennen tijdens de wonderlijke kunst- en poëzie-zomers van zijn vader Gwij Mandelinck in Watou, was naar eigen zeggen net klaar met de ultieme Hoet-biografie toen hij op 27 februari het overlijdensbericht op de radio hoorde. Nja, wat heet net klaar? Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat het manuscript toch snel doorheen de laatste productiefase is geramd.

‘De luchtkunstenaar’ is gelukkig geen rechttoe-rechtaan biografie maar een levensverhaal aan de hand van vijftien belangrijke verwezenlijkingen, en die passeren niet chronologisch de revue. Op die wijze duiken de grote algemeen bekende gegevens onverwachts op, Hoets jeugd in Geel in het gezin van de kunstminnende vader-psychiater onder meer, en zijn vele miraculeuze genezingen.

De fragmentarische aanpak brengt meer structuur in het chaotische leven van Hoet dan een klassieke hagiografie. De tentoonstellingen zijn de kapstok en de ruggengraat, waar Haerynck zijn gesprekken met god en klein pierke in de Vlaamse en internationale kunstwereld aan ophangt.

Documenta 

Jan Haerynck steekt meteen van wal met zijn langste hoofstuk: Documenta 9, 1992, Kassel. In 1987 kwamen 475.000 mensen naar Documenta 8, een record, Hoet haalde er ruim 600.000, de helft Belgen. Nog een record: Hoet selecteerde 188 kunstenaars. De al overleden Joseph Beuys was prominent aanwezig; Haerynck vertelt leuk hoe Hoet de Duitse sjamaan in 1972 ontmoette in Venetië. Ook Luc Tuymans, de toen 28-jarige Wim Delvoye en nog elf Belgen waren in Kassel. Dat was een moedige keuze, maar Haerynck zit er naast als hij schrijft dat Delvoye maar een decennium later, en dan nog met de Cloaca, beroemd werd.

Hoet paste in Kassel zijn eigengereide rituelen toe. Zo moesten de kunstenaars voor elkaar koken. Hij zorgde voor controverse door op de persconferentie zwaargewichtbokser Mike Tyson te verdedigen die het oor van Evander Holyfield had verhapstukt. Marlene Dumas: “Hoet is onbetrouwbaar, zoals een kind. Alles wat hij zegt, meent hij, maar hij kan zijn beloftes niet waarmaken.”

Europa na 1968

Jan Hoet sloeg een eerste keer toe in 1980, met ‘Kunst in Europa na ’68’, in het Gentse museum voor schone kunsten, waar hij directeur van een collectie zonder gebouw was. Het is de expositie die Marcel Broodthaers en Panamarenko op de kaart zette. Henri Van Herwegen koos als pseudoniem de samenvoeging van PanAm met de naam van een Russische generaal. Hoet hield toen al niet van kleur en frivoliteit, “bijzaken die verleiden en de sentimenten bespelen”.

Chambre d’Amis

In 1986, voor zijn 50ste verjaardag, deed Hoet zichzelf’ ‘Chambres d’Amis’ cadeau, een van de tien belangrijkste kunstmanifestaties van de 20ste eeuw. Hoet bevrijdde de kunst uit het museum, en trok ermee naar woningen in de stad. Van de 50 geselecteerde kunstenaars wilden er 30 exposeren in het huis van dezelfde geweldig mooie vrouw. Het verschil tussen architectuur en kunst zit ‘m in de waterleiding, zei Marcel Duchamp, al stond een van de meest pakkende werken in een werkmanshuisje zonder stromend water noch aansluiting op het rioolnet. De BRT-televisie zond 8 uur lang rechtstreeks uit. Er waren ook anti-manifestaties, zoals tijdens de biënnales van Venetië. Thierry De Cordier was de bekendste deelnemer aan die anti-tentoonstellingen.

In 1989 was er Open Mind (Gesloten Circuits), een samenwerking met Robert Hoozee. Hoet en Hoozee, twee mannen kunnen moeilijk nog meer van elkaar verschillen. Open Mind toonde de spanningen tussen oud en nieuw, bracht voor het eerst werk van kunstenaars met psychische problemen, en werd toch geen kakafonie. Hoezee!

Displacement, de Rode Poort, in 1996 een soort inleiding op het SMAK, vond plaats in de ruimte die voor het museum van Hoet was bestemd. Berlinde De Bruyckere debuteerde er met een aanhangwagen vol wegwerp-producten. Ook Johan Tahon bereikte voor het eerst een groot publiek.

SMAK

Drie jaar later ging het SMAK uiteindelijk open, tijdens een onwaarschijnlijke feestvierdaagse, een dag voor elk decennium waarop spook-conservator Hoet en de Gentenaars hadden gewacht. F16’s scheerden over het gebouw, waar op de muur een noodnummer voor hulp aan Kosovo was aangebracht. In het SMAK stond een straaljager van Panamarenko. John Cale trad op, de 63-jarige Hoet bokste tegen een Amerikaanse artiest, een evenwichtskunstenaar stapte over een touw van het MSKG naar het SMAK. Bovenop het gebouw verscheen Fabres ‘De man die de wolken meet’, erg gelijkend op Borofsky’s ventje op weg naar de hemel, het logo van Hoets Documenta in Kassel.

Thierry De Cordier kreeg de eerste tentoonstelling in het SMAK. In ‘Gelijk het leven is’ in 2003 bleek hoe indrukwekkend de collectie was aangegroeid. De laatste expositie met Hoet als intendant was Panamarenko. Naar verluidt lokte de vernissage meer volk dan een match van AA Gent. Om zijn opvolgers te jennen kwam Hoet elke ochtend een koffie drinken in het SMAK-café. Maar na het overlijden van Hoet heeft huidig directeur Phillippe van Cauteren, slachtoffer van de allerergste woede-uitbarstingen van zijn voorganger, met een brood- en soep-volksfeest het SMAK teruggegeven aan deprésident-fondateur.

‘Over The Edges’ was het logische vervolg op Chambres d’amis, met werken van 50 kunstenaars niet in huizen, maar helemaal buiten, op de hoeken van de straat. Hoet bedacht het concept al in 1986. Het is de manifestatie met Delvoyes gotische glasramen met röntgenfoto’s van vrijende paren en Fabres Ganda-ham aan de zuilen van de universiteit. Fabre geeft toe dat het idee van Jan Hoet kwam.

In 2005 bouwde Hoet een museum bijna vanuit het niets op: het MARTa in Herford. Het stadsbestuur gaf Frank Gehry, waar Hoet na Guggenheim-Bilbao niet zo van hield, opdracht om het gebouw te ontwerpen. Nog voor het dak erop stond, organiseerde Hoet videoprojecties op de betonnen ruwbouw. In zijn slottentoonstelling in 2008 zette hij Félicien Rops centraal, de expositie loopt nog.

Van zijn mooiste realisaties zijn Sint-Jan in Gent in 2012, aangrijpende religieuze kunst in de kathedraal, en Middle Gate in Geel, 2013, de thuiskomst van Hoet. En eind dit jaar krijgen we in MuZee in Oostende ‘De Zee’, de laatste expositie waar Hoet mee te maken had.

Een katholieke zapper

‘De luchtkunstenaar’ is het resultaat van interviews die Jan Haerynck elke dinsdagmiddag afnam van Hoet, en van gesprekken met honderden artiesten, getuigen, kenners. Het resultaat is een ongemeen interessante kijk achter de schermen. Hoet komt er uit naar voor als een man gedreven door passie, maar ook als een verschrikkelijke lawaai- en ruziemaker, en drinker.
Sommige conflicten is hij meteen vergeten, andere slepen jaren aan. Hij was een slechte luisteraar, men moest naar hem luisteren. Dat betekent niet dat hij een goed spreker was. Hij beheerste geen enkele taal, ook niet het Nederlands. Toch kon hij delegeren. Tenminste, als zijn assistenten “het” begrepen hadden.

Hoets eigen waarmerk is de ‘informed intuition’. Het grote verschil tussen Rudi Fuchs, die andere legendarische documenta-curator, en Hoet? Fuchs is een calvinistische Mondriaan, Hoet een katholieke Ensor. Heel belangrijk is dat Hoet geloofde in de schilderkunst en niet, wat zijn vijanden hem nochtans aanwrijven, meeheulde met mediakunst en performances. Van verhalende kunst, en dus ook van video-installaties, moest hij weinig hebben. “Hij was een zapper.”Jan De Cock noemde hij een timmerman-een goeie weliswaar. Over het Raveel-museum zei hij: zet drie schoendozen tegen elkaar en je hebt een hedendaags museum. Haerynck vermeldt een paar krasse staaltjes van Hoets anti-materialistische slordigheid: hij reist met het vliegtuig van Rome naar huis, omdat hij vergeten was dat hij met zijn auto was gegaan.

Haerynck heeft al die interviews verspreid over de grote mijlpalen in Hoets carriere. Maar bij dat knip- en plakwerk is veel verloren gegaan. Vaak is het onduidelijk wie geciteerd wordt. Ergens heeft hij het over een maaltijd met de prins en de prinses. Welke prins en prinses? Er zijn overbodige anekdotes, onduidelijkheden, herhalingen en overlappingen, overdrijvingen en tegenstellingen. Gezien het wispelturige onderwerp is dat misschien onvermijdelijk.

[De luchtkunstenaar van Jan Haerynck is uitgegeven bij De Bezige Bij, 2014, 300 p]

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s