Let’s break the night with color – Hans Vandekerckhove

Magda's Tunnel 2

Luisteren naar beeldende kunst, er zijn ergere afwijkingen. Sommige schilderijen maken veel lawaai, schreeuwen om aandacht, vuren uitroeptekens en oneliners af. De doeken van Hans Vandekerckhove fluisteren meerstemmig.

‘Helder en mystiek, dat is toch altijd een betrachting,’ zegt Hans terwijl we in zijn atelier naar bomen en bossen in wording kijken. Hij vond inspiratie in Keltische afbeeldingen, met labyrintisch verknoopte en meanderende takken en blaadjes. Ik denk aan de tekeningen van Tolkien, waar een toverwind door waait, net als door zijn verhalen. Wat is de natuur begeesterd en bezield, in tegenstelling tot onze vreselijk onttoverde en decibelrijke betonnen non-lieux, verkavelingen en metrostations.

Hans Vandekerckhove trekt me een groene Magda’s tunnel  (foto) in, waar het licht niet alleen aan het eind schijnt. Overal dringt het door de begroeiing. De zon werpt muntjes van licht. Alsof er vuurvliegjes voor mijn ogen wemelen. Alsof ik heldere klanken hoor, On the overgrown path, pianomuziek van  Leoš Janáček. Tunnels kunnen holle wegen zijn, pelgrimspaden, droombeelden, bijna-dood-ervaringen, geboortekanalen. Transformatie, overstegen tegenstellingen. En daar staat dan die kruiwagen in de tunnel. Een mythisch voertuig naar de andere kant, jenseits? Of gewoon een van die solide, eenvoudige voorwerpen die me blij maken met hun tevreden geneurie?

Hans is een wandelaar, als Henry David Thoreau. Voor hem duurde een tocht tenminste vier uur, zonder kaart noch kompas, met alleen het ‘subtiele magnetisme van de aarde’ als leidraad. Hans zocht en vond een hut. Nog een parallel met Thoreau, die twee jaar aan een meer woonde en daar de klassieker Walden, a life in the woods over schreef. De hut van Hans is een vervallen serre, net zoals in zijn kindertijd, toen hij vaak bij zijn oom-tuinbouwer verbleef. ‘Ik kan die serre nog ruiken,’ zegt hij Proustiaans.

De hut -of het atelier- is als een gouden kooi, volgens Hans. Sylvain Tesson, de Franse journalist die zes maanden in een hut aan het bevroren Siberische Bajkalmeer woonde, schreef: ‘Afhankelijk van mijn stemming is mijn onderkomen een ei, een baarmoeder, een doodskist of een houten schip.’ Hoezeer een hut of een serre een energetisch trillende broeikas van leven en inspiratie is, blijkt uit het werk dat de titel geeft aan deze tentoonstelling: Let’s break the night with color.

Binnen en buiten. En daar tussenin The dweller on the treshold. Kijk uit het raam van je hut of zet de deur open van The painter’s house. Er is een ‘buiten’ om te contempleren. Het wijde, weidse landschap dat rimpelt en plooit. Het vergezicht. De horizon. De kim. Een mens moet overzicht houden. Ik hoor de ruimte, een verre koe of een tractor. Geluiden in de vallei, geboren en stervend in een stilte die de armen wijd gespreid houdt.

*

Geen vergezichten in Trees of Gargillesse of Mosswood. Hier bevinden we ons verticaal tussen het Staande Volk, zoals de native Americans zeggen. Vandekerckhove doet iets wonderlijks met bomen en bossen. Hij stileert, maar behoudt en vermeerdert zelfs het mysterie dat tussen de stammen hangt. Wat is een bos een complexe plaats van vele betekenissen. De plek om te verdwalen en je te verstoppen, oerinstincten die auteur Sara Maitland koppelt aan de oudste Europese sprookjes; ‘Forests, like fairy stories, need to be chaotic – beautiful and savage, useful and wasteful, dangerous and free’.

In dat bos schildert Hans Vandekerckhove figuren. Allene mensen. Helaas bestaat dat adjectief niet. Ik wil niet schrijven eenzame figuren, want dat zijn ze niet. ‘Geen portretten, maar aanwezigheden’, zegt de kunstenaar zelf. Hoe mooi, betekenisvol en krachtig klinkt dat: aanwezig zijn. Maar begon Dante zijn Divina Commedia niet verdwaald, de rechte weg kwijt, existentieel verward, midden in een donker woud?  En luidt de sombere voorspelling van Rilke niet: ‘wie nu alleen is, zal het lang nog blijven’.

‘Alleen zijn is niet negatief, en eenzaam is niet hetzelfde als alleen,’ verduidelijkt Vandekerckhove. In essentie gaat het over de kunst van het geluk. Er resoneert stilte, acceptatie en rust in de vele solitaire mensen in het werk van Vandekerckhove.

Alleen en content zijn, ziedaar een groot hedendaags taboe in een alles sharende wereld. Nog nooit in de geschiedenis lag de nadruk zo sterk op het individu. En toch houden maar weinig mensen het met zichzelf uit, klaagt dezelfde Sara Maitland, zelf een moderne kluizenaar. Hoe langer ze alleen woont, schrijft, tuiniert, zingt, bidt en borduurt, hoe meer jouissance er in haar leven komt. Blijdschap van de groene soort, die ik beluister in het werk van Vandekerckhove. ‘Verwondering, een lichte openbaring zelfs,’ verklaart de schilder, ‘geen lijden.’

Of zoals Herman Hesse schrijft: ‘Er was blauw, er was geel, groen was er, de hemelzee stroomde en het water in de rivier, bossen en bergen stonden bewegingloos aan de einder, hoe mooi was alles toch, hoe raadselachtig en vervuld van vreemde magie, en in het hart van deze bloemen stond hij, Siddharta, die pas ontwaakt was en op weg was om zichzelf te vinden.’ Merk op: Siddharta is nog nergens, hij is ‘op weg’. De fijnste plek die er is.

Vandekerckhoves personages zijn nadrukkelijk geen portretten, hoewel de kunstenaar vaak vertrekt van de mensen in zijn omgeving of van zichzelf. Maar een herkenbaar gezicht hebben ze niet, of ze kijken ons met de rug of de flank aan. In Anthony’s vision staat een aanwezigheid in een bosmeertje, als een Narcissus. De figuur is geïnspireerd op de generieke menselijke vorm van een beeld van Anthony Gormley. A man for all seasons. Een krachtig, universeel figuur.

*

De kunstenaar gaat op voettocht in de bergen, zonder schetsboek. Hoogstens maakt hij een paar foto’s. De essentie is ‘belangeloze aanschouwing’. Maanden, jaren later vinden die directe ervaring en beleving hun weg naar een doek. Ze krijgen vorm in vele laagjes olieverf, die traag moeten drogen om licht en transparant te zijn. Slow painting, ‘zo traag als je een potlood slijpt,’ zegt Hans Vandekerckhove. Dat transformatieve mysterie is een proces van een maand of twee.

Elk doek heeft een voorgeschiedenis, in de vele wandelingen en in de dialoog met andere kunstenaars. De schilder is een kunsthistoricus, dat moet niemand verbazen. The doves of Blanchland laat een serre vol duiven zien. Blanchland ligt in Northumberland. Er werden films opgenomen; Christopher Isherwood ontmoette er W.H. Auden; Benjamin Britten kwam er over de vloer. Zou het kunnen dat ik al die scheppende zielen in het roekoeën van de duiven hoor?

Soms schildert Hans een onderwerp verschillende keren, op verschillende tijdstippen, als een zich herhalend leitmotiv. Ook dat is muziek: variaties op een stil thema.

*

Stille beeldende kunst. Ik kan er de vinger niet op leggen of geen woord op afschieten, zonder de stilte te verbreken. Het is een ervaring, een gevoel, iets van de buik en niet van het hoofd. Giorgio Morandi kwam zijn huis niet uit en schilderde een leven lang stillevens, zich herhalende en altijd weer verschillende reeksen flessen en vazen, in een smal kleurenpalet. Ze fluisteren me heel stil en huiselijk toe dat gewone dingen bezield zijn. Hans Vandekerckhove daarentegen zet de deuren en de ramen wijd open. Hij laat me luisteren naar een grote, omvattende ruimte, de kleurrijke stilte van de natuur.

 

Kristien Bonneure

[tekst in de catalogus van de solotentoonstelling ‘Let’s break the night with color’ van Hans Vandekerckhove in Light Cube Gallery in Ronse van 26 oktober tot 30 november 2014]

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s