Orgelman – Mark Schaevers

In ‘Orgelman’ schetst Mark Schaevers een breed en diepgaand portret van de tragische joods-Duitse kunstenaar Felix Nussbaum. We leren Nussbaum kennen in al zijn facetten, maar krijgen ook een ongemeen boeiend verslag van het lot van joodse vluchtelingen en Duitse emigranten van de jaren ’30 tot 1945. Extra interessant voor ons is dat Nussbaum zo’n tien jaar doorbracht in Oostende, Spa en Brussel.

Het boek van journalist Mark Schaevers, gewezen hoofdredacteur van De Standaard der Letteren en Humo , heet ‘Orgelman’ omdat Nussbaum vaak een zigeunerachtige straatmuzikant in zijn werk smokkelt. De eerste keer dat hij zulks deed, was in 1932, net na zijn Prijs van Rome, en vlak voor zijn verhuizing van de Duitse naar de Italiaanse hoofdstad, waar hij blijvend onder de indruk raakte van afgebroken halve zuilen. Hij stond toen aan het begin van een lange ballingschap. Toch was hij nooit een politiek vluchteling, en al evenmin officieel een ‘Entartete’ kunstenaar.

Hoewel hij in zijn geboortestad Osnabrück bij Hamburg intussen een museum heeft, het eerste ontwerp van David Libeskind, in 1998 ingewijd door Gerhard Schröder, doet de naam Felix Nussbaum bij niet zo veel mensen een belletje rinkelen. Bijna 20 jaar geleden nam Marc Schaevers een interview af van de zoon van een Holocaust-overlevende in een kantoor waar een poster aan de muur hing, voorstellende ‘Zelfportret met jodenpas’, een van de beste werken van Nussbaum. Een fascinatie was geboren.

Napoleon en Felka

Felix Nussbaum, °1904, kwam uit een welstellende en vrij artistieke joodse familie uit Osnabrück, de stad van Erich Maria Remarque, een auteur die de nazi’s erg onwelgevallig was. Nussbaum was knap, verzorgd, vrij klein, en kreeg de bijnaamNapoleon, hoewel dat ook met zijn soms irritante betweterigheid te maken had. Hij stond ver af van de bohémien-armoedzaaier-mansarde-kunstenaar, zeker in zijn Berlijnse periode. Maar hij heeft later, vooral op diverse plaatsen in Brussel, wel op zolderkamertjes gehokt, met zijn vrouw Felka Platek, een 5 jaar oudere Pools-joodse kunstenares, zo goed als vergeten. Nussbaum bracht de helft van zijn leven door met de loslippige onvoorzichtige en niet bepaald mooie Felka , maar uit getuigenissen blijkt dat ze eigenlijk geen goede relatie hadden, en veel ruzie maakten. Het huwelijk bleef kinderloos.

“Hij wil te veel kwijt op een schilderij”

Laten we wel wezen, Nussbaum behoort niet tot de top of de voorhoede van de Europese cultuur. Hij sloot zich nooit aan bij een stroming, en liet zich zichtbaar beïnvloeden door Modigliani, de Chirico, Chagall, Le Doaunier Rousseau, Grosz, Ernst en Klee. Zijn werk is anekdotisch en narratief, soms bijna kitscherig en bevat wel erg veel symbolen en verwijzingen.

Het best zijn de navrante stillevens, van acht aardappelen op een krant tijdens de hongerwinter 1941, via gekwelde zelfportretten, tot de directe taferelen van oorlogsleed, zoals de verwoesting van Warschau. Dat was de stad van Felka Platek.

Maskers zijn een belangrijk element. In 1935 in Oostende winnen Nussbaum en Platek een prijs op een carnavalsfeest voor hun zelf vervaardigde maskers. Ensor zit in de jury. Na een omzwerving via Spa, dat hen niet bevalt, komen Nussbaum en Platek definitief naar Brussel, hoewel ze nog veel uitstapjes naar Oostende en Blankenberge ondernemen. Blankenberge was erg populair bij Duitse toeristen. Nussbaum reist ook naar Zuid-Frankrijk.

Om naast de min of meer lucratieve artistieke productie nog wat te verdienen, beschildert Nussbaum keramiek, illustreert hij kinderboeken bij Van In Lier en tekent hij een reclamefilm voor Gevaert, in 1936. Daar doet een erg mooie sportwagen in mee, die enigszins leek op de aankomende Volkswagen, maar moderner.

Tragiek te over

In 1939 beveelt de Belgische overheid de arrestatie en deportatie van Duitse immigranten. Via de Rolinkazerne in Etterbeek komt Nussbaum in een kamp in Saint-Cyprien in Zuid-Frankrijk terecht, “Zandbarakkenstad”. De situatie lijkt er pijnlijk op die in de concentratiekampen. Saint-Cyprien is een scheur in zijn bestaan, hij wijdt er later zeven sterke werken aan. In 1940 ontsnapt Nussbaum, hij duikt weer op bij Felka in Brussel.

Het Brusselse bestuur werkt niet mee met de jodenvervolging. Vier jaar lang blijven Felix en Felka uit de klauwen van de Gestapo. Ze verhuizen voortdurend. Het is cynisch dat ze erg laat, in juni 1944, dan toch tegen de lamp lopen en met hetlaatste transport vanuit de Dossin-kazerne op 31 juli naar Auschwitz worden gebracht. Felka moet bijna onmiddellijk naar de gaskamer, Felix verricht nog enkele maanden dwangarbeid en sterft allicht begin 1945 op een onbekende plaats.

Het einde van de Nussbaums treft de lezer als een klap in het gezicht. Gelukkig volgt er een katharsis. Schaevers beschrijft nauwgezet hoe tergend langzaam maar zeker Nussbaums werk als een feniks herrijst, en er her en der schilderijen opduiken tot een catalogus van zowat 500 stuks. Intussen groeit de appreciatie gestaag en een goeie tien jaar geleden werd Nussbaum definitief een vaste waarde in de Europese cultuurgeschiedenis. Er dook zelfs een meester-vervalser van Nussbaums op…

Schaevers bewijst dat je over een B-kunstenaar toch een pakkende en noodzakelijke biografie kan schrijven. Wat tragiek betreft vertoeft Nussbaum in het gezelschap van Van Gogh en Rik Wouters, om het alleen over plastische kunstenaars te hebben. Nazisme en wereldoorlog hebben zijn levensloop bepaald en afgesneden, en zijn werk grondig gestuurd. Dat kon ook moeilijk anders.

Meeslepende biografie

Mark Schaevers heeft een fascinerend verhaal geschreven. Vooreerst hanteert hij een vlotte aantrekkelijke vertelstijl die voortdurend uitnodigt om verder te lezen. Zijn boek is opgebouwd uit grote en kleine hoofdstukken die soms als cliffhangers eindigen. Hij laveert handig op de grens van emotionele dramatiek en sentimentaliteit.

Schaevers legde letterlijk het hele parcours van Nussbaums leven af, bestudeerde alle beschikbare artefacten en aantekeningen, onder meer in toch niet zo makkelijk toegankelijke archieven, en bezocht de laatste getuigen. Dat alles puzzelt hij organisch en evenwichtig in elkaar, zonder ooit pedant te zijn. De illustraties zijn goed gekozen, keurig, kleurrijk. Nussbaum was een knappe colorist.

Ik ben overtuigd dat bijna alle lezers snel het werk van Nussbaum zullen willen leren kennen. Misschien te beginnen bij die paar aquarellen en gouaches in het dit jaar zo zwaar getroffen Joods museum in Brussel…

[Orgelman. Felix Nussbaum, een schildersleven, van Mark Schaevers is uitgegeven De Bezige Bij Amsterdam, 2014, 450 bladzijden]

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s