Nacht voor het feest – Saša Stanišic

De van oorsprong Bosnische auteur portretteert een Oost-Duits plattelandsdorp als een schilderij van Pieter Bruegel de Oude. Saša Stanišic (Bosnische moeder, Servische vader) ontvluchtte het geweld in zijn land en kwam met zijn ouders in ’92 naar Duitsland. In 2006 verscheen zijn opgemerkte debuut ‘Wie der Soldat das Grammofon reparierte’ (‘Hoe de soldaat de grammofoon repareert’), een mix van autobiografische oorlogservaringen en fictie, een tragikomisch verhaal over een verloren kindertijd. Ook Nacht voor het feest’ wordt uitstekend ontvangen in Duitsland. De roman kreeg de Leipziger Buchpreis.

Bodemlagen

De Balkan duikt maar heel zijdelings op in dit verhaal, in de vorm van twee gastarbeiders en in een mythe over een reus die een berg vastpakte uit de Dinarische Alpen (Kroatië) en die richting Duitsland keilde, waardoor een meer in tweeën werd gespleten.

Die twee voorbeelden zeggen veel over de hele roman. Onder de mensen en hun besognes van nu ligt er een oudere, diepere laag van sagen en volksverhalen. Die twee perspectieven gaan voortdurend met elkaar aan de haal. Het is alsof Stanišic op één plek (meer bepaald onder een eik op een open veld) een buis in de grond steekt en een bodemstaal met veel kleurige lagen bovenhaalt. Mensen van honderden jaren geleden blijken dezelfde achternaam te hebben als die van nu.

Met de neus van de vos

“In de Kiecker, het oude bos, beitelt de specht de milliseconden van onze sterfelijkheid in het hout. Het is tenslotte herfst”. Fürstenfelde. Een klein dorp in Brandenburg waar iedereen zich opmaakt voor het feest voor Sint Anna, ‘s anderendaags.
Stanišic glijdt één dag als met een camera over de mensen in het dorp. Vreemde vogels allemaal. Drinkebroers die verzamelen blazen in een garage. Een jongen die examen klokkenluiden moet doen. Een oud-kolonel van het Oost-Duitse Volksleger die zelfmoord wil plegen. Een hoogbejaarde vrouw die non-stop heimatschilderijen maakt, en daarvoor zelfs bij nacht en ontij met rubberlaarzen op stap gaat. En Anna, een jonge hardloopster. Het zijn kleine, vaak nogal absurde, tragikomische vignetten.
Eigenaardig zijn de hoofdstukjes die vanuit het standpunt van de dorpsvos zijn geschreven, altijd in jachtmodus, want ze heeft jongen te voeden. Geen beelden, maar wel geuren en geluiden sturen een vos richting “Kip!”.

Een varken met een mensenhoofd

En dan zijn er de entractes in fake oud-Duits, vertaald in nep middelnederlands, die de bovennatuurlijke gebeurtenissen van vroeger jaren verhalen. Bij die hoofdstukjes moest ik hard aan de Duitse Otfried Preusler denken en zijn jeugdboek ‘Kramat’, in het Nederlands vertaald als ‘Meester van de zwarte molen’. “In het jaer 1587 rond Paeschen geschiedde het dat des moolenaers seug alhier by het schaevot aen het Diepe Meer een wonderbig baerde, want het was weliswaer geheel naer gestalte een varcken, maer het had er een waer menschenhoofd.”

Stanišic verbleef zelf lange tijd in de Uckermark, ten noorden van Berlijn, dook in kerkboeken, dorpskronieken en heemkundige musea en kwam boven met geestig materiaal. Dat maakt van ‘Nacht voor het feest’ een kaleidoscoop van figuranten en scenes, als op een overvol schilderij van Bruegel. En onder dat op zich al boeiende Oost-Duitse dorp Fürstenfelde liggen oudere verhalen. Zoals in elk dorp, van Dudzele tot Midsomer. Stanišic breit met oude en nieuwe wol een sprookjesachtige roman.

[Nacht voor het feest van Saša Stanišic is uitgegeven bij Ambo | Anthos, 2014, 309 p]

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s