Mr. Optimist – Alain Berenboom

Auteur en advocaat Berenboom ontdekt het spannende, verzwegen joodse leven van zijn eigen vader. ‘Mr. Optimist’, een Quick en Flupke-achtig boek, won vorig jaar de Prix Rossel, zowat de Goncourtprijs in Franstalig België.

Vader Berenboom (de Mr. Optimist van de titel) was zijn leven lang apotheker in Brussel, en moeder was een poetszieke huisvrouw. Een Joods gezin, ja, maar dan zo geassimileerd dat het naadloos opging in het Schaarbeekse decor. Zoon Alain leerde Frans en Nederlands, het Pools of het jiddisch verdwenen naar de achtergrond. De ongelovige Joodse vader las wel elke zondag de Bijbel voor aan zijn zoon. Over het verleden werd gezwegen, en foto’s waren er nauwelijks. “De oorlogsjaren? Uitgewist, met bleekwater weggespoeld.”

Toen zijn vader stierf in ’79 moest zoon Alain plotseling dat joodse gebed voor de doden, de kaddisj, lezen. Hij stamelde. Pas tien jaar na de dood van zijn moeder in 2001 buigt hij zich over hun nagelaten papieren: documenten, brieven, carnets. Hij valt van de ene verbazing in de andere. ”Wat hebben mijn vader en mijn moeder me meegegeven? Ik weet niets van hen af. Ze hebben me niets of heel weinig verteld en ik had nooit de nieuwsgierigheid hen uit te horen, voordat ik in hun archieven ging wroeten alsof ik met mijn blote nagels hun grafsteen probeer op te tillen”.

Geen fictie

Dit verhaal lijkt wat op dat van Stefan Hertmans, die ook lange tijd met de dagboeken van zijn grootvader rondliep, en pas na lange tijd aan de slag ging om er een roman van te maken, ‘Oorlog en terpentijn’. Alain Berenboom doet dat net niet. Hij schikt de informatie die hij onder ogen kreeg, geeft er zijn geheel eigen, Brussels-joods-humoristische commentaar op, maar voegt er geen letter fictie aan toe. Want de werkelijkheid is straffer dan de verbeelding.

Hubert Berenboom, de apotheker, werd geboren in Polen als Chaïm Berenbaum. Hij kwam in 1928 naar Brussel om hier farmacie te studeren (en om die studies te betalen was hij assistent-goochelaar in Verviers!) In ’38 ontmoette hij zijn latere vrouw,Rebecca, die vanuit Vilnius in Litouwen  naar Brussel was gekomen om een kleurrijke oom-zakenman bij te staan. Begin ’40, nauwelijks enkele maanden voor het uitbreken van de oorlog in België, trouwen Chaïm en Rebecca.

Berenbaum wordt Janssens

Zoon Alain vindt hun vrijwillige registratie in het jodenregister van Schaarbeek terug. Waarom deden ze dat? De oproeping, in 1942, om zich te melden bij de beruchte Dossinkazerne in Mechelen, legt het koppel gelukkig naast zich neer. Vanaf dan gaan ze ondergronds, en de Berenbaums worden de Janssens! Vader werkt mee met het verzet, moeder blijft op allerlei onderduikadressen angstvallig binnen, en schrijft een Vlaams kookboek bij elkaar. Zij spartelen doorheen de Tweede Wereldoorlog. Veel familieleden, onder wie een geliefde tante Sara, overleven de Holocaust niet.

Na de oorlog verandert de vader zijn naam opnieuw in ‘Hubert Berenboom’. Even speelt hij als ongelovige, linkse Jood met het idee om Israël te gaan opbouwen in een kibboets, maar uiteindelijk blijft hij in België. Zijn aanvraag tot naturalisatie in ’46, met een stevige argumentatie waarom hij Belg wil zijn, is één van de ontroerendste documenten uit dit boek.

In ’47 wordt zijn enige zoon Alain Berenboom geboren. Hij is nu is een gevierd auteur in Franstalig België. Voor ‘Mr. Optimist’ kreeg hij in 2013 de prix Rossel, zowat de Franstalig-Belgische Goncourtprijs. Berenboom is ook een belangrijkadvocaat in Brussel, hij verdedigt onder meer koning Albert in de rechtszaak tegen Delphine Boël, hij is ook de advocaat van de stichting Magritte en van Moulinsart, het bedrijf achter Kuifje. Belgischer wordt het niet.

Zwijgen uit woede

Berenboom baseert zijn boek ‘Mr. Optimist’ op de documenten die zijn ouders hebben bijgehouden, vaak droge administratieve stukken met een verhaal. Op de vlucht voor de Duitsers belanden ze bijvoorbeeld in Boulogne, slagen er niet in om naar Engeland te varen, en geven hun koffer in bewaring. Het reçuutje van die koffer, en de opgewonden brieven van zijn moeder om hem terug te krijgen, hekelen de bureaucratie die blijft functioneren, terwijl de bommen vallen.

Heel aangrijpend zijn de brieven van de grootvader van Alain Berenboom aan zijn vader en tante, die allebei in België woonden. De auteur heeft ze speciaal moeten laten vertalen uit een bijzonder jiddisch dialect. Ze geven een inkijkje in een volstrekt andere wereld, op hetzelfde continent als het kosmopolitische Brussel. Beide universa raken elkaar als de kleine Alain met zijn grootmoeder Frania in het Josaphatpark in Schaarbeek loopt, maar ze elkaar niet kunnen verstaan.

Joodse zwans

De reden voor het zwijgen van zijn ouders zoekt de zoon in hun “verstikkende woede”over wat de geschiedenis met hen had uitgehaald. Die woede borrelde één keer over, toen een klasgenootje de kleine Alain “sale juif” had genoemd. Dat was “de dag waarop ik Jood werd”, blikt Berenboom terug.

Hij stelt zich natuurlijk vragen over zijn identiteit: wie ben ik eigenlijk, Berenbaum, Berenboom of Janssens? Zijn onduidelijke, complexe afkomst drukt hem evenwel niet terneer. Zijn zwijgende ouders hebben van hem “een echte Belg”, “un belge de souche” gemaakt. Alain Berenboom verpakt zijn sterke familie-, migratie- en oorlogsverhaal in een heerlijk-naïeve, burleske Quick en Flupkestijl, compleet met oerbelgische prijsduiven en coureurs. Want, stelt de auteur vast, de “Pools-Joodse humor lijkt verbluffend goed op Brusselse humor, op zwans”.

 [Mr. Optimist van Alain Berenboom is uitgegeven bij De Bezige Bij, 2014, 223p]

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s