Václav Havel. Een leven – Michael Žantovský

Precies 25 jaar geleden werd deze interessante, complexe man tot president van Tsjechoslowakije verkozen, na de Fluwelen Revolutie. Hij was toneelauteur, dissident, womaniser, kettingroker, boegbeeld van een revolutie, en tenslotte president. Maar hij bleef altijd een twijfelaar, blijkt uit een nieuwe biografie.

Michael Žantovský, op dit moment ambassadeur van Tsjechië in Groot-Brittannië en daarvoor ook in de VS en Israël, was de woordvoerder van het Burgerforum, de losse groep mensen die achter de Fluwelen Revolutie van 1989 zat. Daar leerde hij Václav Havel kennen.  Toen Havel president werd, was Žantovský zijn woordvoerder. Hij maakte met andere woorden deel uit van het zogenoemde ‘luizennest’, de groep getrouwen rond Havel. En hij kan schrijven.  Žantovský vertaalde eerder al tientallen Britse en Amerikaanse auteurs naar het Tsjechisch. En nu heeft hij zich dus aan een biografie van Havel gewaagd. Voor iemand die zo dicht bij zijn onderwerp leefde, is het een liefdevol, maar geen kritiekloos boek geworden.  Žantovský sprak met tientallen vrienden, vijanden en getuigen. Ook met de Nederlander Bessel Kok, ex-Belgacombaas en persoonlijke vriend van Havel, die de Václav Havel-bibliotheek mee hielp oprichten.

Hoop is niet een overtuiging dat iets goed zal aflopen, maar een zekerheid dat iets betekenis heeft, ongeacht hoe het afloopt. –

Václav Havel

Café Slavia

Václav Havel (1936-2011) kwam bepaald niet uit een proletarisch nest. Zijn grootvader bouwde de eerste winkelgalerij in Praag, Lucerna, vlakbij het Wenceslasplein, die nog altijd bestaat. Zijn vader deed voort in vastgoed, zijn oom bouwde de eerste filmstudio in Tsjechoslowakije, Barrandov. ‘Bourgeois-elementen’, oordeelden de  de communisten na de Tweede Wereldoorlog. En de kleine Václav, die op een eliteschool zat met de latere filmregisseur Milos Forman (Amadeus, One Flew Over the Cuckoo’s Nest…) vloog naar een avondschool voor arbeiderskinderen. Een formele scholing heeft Havel dus niet gehad. Maar schrijven zat er al snel in. Als kind maakte hij een plan voor een ‘fabriek die goedheid produceert’. Eén van de vele leuke, sprekende anekdotes in dit boek.

Wie in Praag is geweest, kent ongetwijfeld Café Slavia, het reusachtige, prachtige art-deco-café aan de Moldau. “Dat was mijn literaire kleuterschool”, zegt Havel. Aan de stamtafel kreeg hij zijn vorming van andere schrijvers. En in Slavia ontmoette hij Olga, een vrank niet-intellectueel meisje, met wie hij zou trouwen en aan wie hij later vanuit de gevangenis zijn beroemde, eerlijke, introspectieve ‘Brieven aan Olga’ zou schrijven. Ondanks zijn uitgebreide womanising (hij biechtte zijn affaires altijd op) was Olga vijftig jaar zijn “enige zekerheid, zijn metgezel, zijn geweten, zijn eerste lezer, zijn trouwste verdediger, zijn hardste criticus”.

Absurd theater

Om aan de kost te komen wordt Havel toneelknechtje, en daarnaast begint hij theaterstukken te schrijven. Žantovský gaat uitgebreid in op het werk van Havel als toneelauteur en op het verband tussen zijn stukken en de context waarin hij ze schreef. Van ‘Het tuinfeest’ en ‘Het memorandum’, halverwege de jaren zestig geschreven in de tijd van het existentialisme, tot ‘Het vertrek’ uit 2008, een lucide visie op een afscheidnemende president. Voor zover zijn stukken in eigen land opgevoerd mochten worden, hadden ze een grote impact. Bepaalde absurde zinnen en dialogen “werden woordelijk van buiten geleerd en onderdeel van de woordenschat van een generatie”.

Het werk van Havel werd levend gehouden in het buitenland, blijkt ook uit dit boek. Toen de auteur persona non grata was of, nog erger, in de gevangenis zat, werden zijn stukken op de planken gebracht in Wenen, München, of ook bij ons in Vlaanderen, door -onder meer- Het Nationaal Jeugdtheater, Theater Vertikaal, het Brabants Kollektief voor Teaterprojekten, het Meirteater, het Fakkelteater of de toenmalige BRT.

Van onderdrukking naar revolutie

Mooi is hoe Žantovský de flowerpowerjaren in Praag beschrijft, met relatieve vrijheid. Tot in 1968 de Praagse Lente, het communisme met een menselijk gezicht, wordt platgewalst door Sovjettanks. De daaropvolgende eerste helft van de jaren zeventig was “een groot moeras van zinloosheid en depressiviteit”. Ondanks de alomtegenwoordige geheime politie en de intimidatie blijft Havel  geëngageerd en waagt zich steeds verder in zijn kritiek op het regime.  Dat culmineert in de clandestiene mensenrechtenbeweging Charta 77, waarvoor hij later cash betaalt met bijna vier jaar gevangenschap. Havel last, stript elektrische draden, doet de was (“een zeer exclusieve werkplek”).

De antiheld Havel wordt de stuwende kracht achter de Fluwelen Revolutie in ’89, waarvan het volgens de auteur allerminst op voorhand zeker was dat die van fluweel zou zijn.  En, enigszins tot zijn eigen verbazing, wordt Havel de eerste president na de revolutie. En wat voor één. Eén die popsterren uitnodigt en de presidentiële tuin openstelt voor het publiek. Die zijn personeel aanmaant “om de kast met de stofzuiger met rust te laten, want daar woont een vleermuis in”.  Die bij een bezoek aan Gorbatsjov in Moskou voorstelt om samen de vredespijp te roken, die hij net tevoren van een Amerikaanse Indiaan had gekregen.

Maar de realpolitik nekt hem. “Het tijdperk van de filosoof-koning was voorbij, het tijdperk van de parlementaire democratie was begonnen”, schrijft Žantovský . Havel was nooit een partijpoliticus, wàntrouwde het politieke spel, en was niet opgewassen tegen een leven in de politieke slangenkuil, met als nemesis de keiharde Thatcherist Vaclav Klaus. Havel kan de wilde privatiseringen niet tegenhouden, en net zomin de (vreedzame) splitsing van Tsjechië en Slovakije. Het is een (politiek) einde in mineur.

Waarheid en verantwoordelijkheid

Doorheen het literaire werk en het activisme van Havel loopt een aantal rode draden, die de biograaf mooi weet te volgen. “De macht van de machtelozen”  (de titel van een berucht essay van Havel) was een van zijn drijfveren. “Leven in waarheid en verantwoordelijkheid” was minstens even belangrijk (en de reden waarom hij tijdens zijn tweede ambtstermijn als president van hypocrisie werd beschuldigd, en hij ook nooit kon voldoen aan zijn eigen té hoge standaard). En daarnaast is er de spirituele, niet-religieuze Havel, die spreekt over “het mysterieuze geheugen van het zijn, waarin al onze daden worden vastgelegd en waarin en waardoor ze uiteindelijk hun werkelijke waarde terugkrijgen”, en die nauwe contacten had met aartbisschop Duka (een oude dissidentenvriend) en tot een week voor zijn dood met de dalai lama.

Een kaars die aan twee kanten brandde

Er is de politieke (of beter: maatschappelijk geëngageerde) Havel, de literaire Havel en daarnaast ook “de andere Havel. Eén brok zenuwen, depressief, woedend over zijn eigen machteloosheid, vluchtend in drank, medicijnen, ziekten en soms onberaden seksuele escapades”. Ja, Havel viel veel vrouwen in de armen. In de donkerste communistische jaren was dat zowat de enige vorm van vrijheid die er was, betoogt  Žantovský. Mogelijk heeft het ook te maken met de koele relatie met zijn moeder. Een leven van affaires, drank, sigaretten, nachtwerk, stress en gevangenschap ruïneerde de gezondheid van Havel al op jonge leeftijd.

Ik mocht de zeer verlegen Havel twee keer interviewen, de laatste keer in 2009 in zijn hippie-achtig kantoor in Praag, versierd met Tibetaanse wandkleden. Zijn verzamelde toespraken signeerde hij met een hartje.  Deze biografie doet hem recht, in geuren en kleuren. Het is geen hagiografie. Getuige de pijnlijke episode waarin Havel aan de communisten belooft – onder dwang- om af te zien van het woordvoerderschap van Charta 77, “de ergste momenten van mijn bestaan”, volgens Havel. Een pacifist was hij evenmin, getuige zijn steun aan de inval in Irak in 2003. Maar een aanbod om in ballingschap naar de VS te vertrekken in plaats van voor jaren de cel in te gaan, wees hij wel af.

Deze biografie bevat een dikke plak Europese geschiedenis, sterke fragmenten uit toespraken, absurde humor, moeilijke compromissen, morele dilemma’s, pijnlijke verhoren,  geestige faits-divers uit het turbulente leven van een mooie mens, een feilbare mens.  Een mens die zich in de haren krabt (zoals op de coverfoto van dit boek), een man met een spraakgebrek. Een mens die de communistische agenten in de speciaal gebouwde wachttoren (!) voor zijn huis op het platteland af en toe een kop koffie ging brengen.

[Václav Havel. Een leven  van Michael Žantovský is uitgegeven bij De Bezige Bij, 2014, 464 p]

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s