Luisteren naar de wind & Flipperen in 1973 – Haruki Murakami

Al jaren behoort Haruki Murakami tot de favorieten voor de Nobelprijs. In Japan zijn z’n twee eerste korte romans uit 1979 en 1980 nu samen heruitgegeven, een aanleiding voor uitgeverij Atlas Contact om ‘Luister naar de wind’ en ‘Flipperen in 1973’ voor het eerst te vertalen. Erg boeiend voor de Murakamifans, deze uitgave. Maar de twee novelles, ‘Luister naar de wind’ en ‘Flipperen in 1973’, hebben toch alleen maar betekenis als debuut van Murakami. Het interessantst zijn nog de voorwoorden die  hij zelf schreef naar aanleiding van de heruitgave. De romans zijn tegenover elkaar gedrukt, met een omslag met twee voorflappen dus, wat een aardige cover oplevert. De beide verhalen vormen feitelijk één geheel; het tweede valt niet te lezen zonder het eerste.

De fans kunnen zich vermeien in een speurtocht naar Murakami-elementen. Die zijn schaars. Van zijn magisch realisme, dat vaak goed lijkt op dat van Johan Daisne of Hubert Lampo, valt nog niet veel te merken. Of het zou een bundel geld moeten zijn die opeens opduikt voor de voeten van de hoofdpersoon, net genoeg  om zijn schulden af te betalen. Of het gesprek met een flipperkast.

Nobelprijzen

Haruki Murakami (°1949) is de vaandeldrager van de nieuwe Japanse literatuur die weinig te maken heeft met de vorige generaties van Mishima en Kawabata, wel nog net met overgangsfiguur Kenzaburo Oë. Die drie wonnen de Nobelprijs. Murakami, auteur van onder meer ‘Norwegian wood’, ‘De opwindvogelkronieken’, ‘Kafka op het strand’, en het hypercommerciële ‘1Q84’, moet daar nog even op wachten. Misschien om dat doel te bereiken ontwikkelde hij zich tot de meest westerse van alle Japanse auteurs.

Keukentafelromans

Murakami  begon in 1978 opeens zomaar  te schrijven aan ‘Luister naar de Wind’, stuurde het manuscript naar een wedstrijd voor experimenteel proza, en toen hij boek en prijs al vergeten was, kreeg hij te horen dat hij de trofee gewonnen had. Dan vatte hij maar een vervolg aan, opnieuw thuis en ’s nachts. Zijn eerste werken heten niet voor niets de “keukentafelromans”. Eigenaardig: Murakami schreef zijn boeken eerst in het Engels en vertaalde ze dan. Dat verklaart mede de kale, efficiënte stijl.

Adamo en Kennedy

Murakami doet alles net andersom als zijn landgenoten. Hij trouwde eerst, zocht dan een baantje, begon vervolgens te studeren, exploiteerde een jazzclub en werd uiteindelijk fulltime schrijver.  Japanse elementen zijn dun gezaaid in zijn werk, ook in zijn debuut. Zijn personages rijden in Fiatjes, Volkswagens en Triumphs, ze luisteren naar de Beatles, de Beach Boys, Adamo, Amerikaanse jazz en Europese klassieke muziek, lezen cultschrijvers uit de Verenigde Staten, Hongarije en Groot-Brittannië (‘A Dog of Flanders’, bijvoorbeeld), en tikken op Olivetti’s. En ze hebben het over Kennedy.

Overgangsfase

De twee verhalen spelen zich af begin jaren 70, een belangrijke fase in de Japanse geschiedenis. Het land gooide een pak tradities overboord en zette reuzenschreden naar de economische heerschappij. De automobiel-en elektronicaconcerns verveelvoudigden, ook met nogal wat financiële en industriële  truuken van de foor, hun omzet.

De vrij jonge personages van Murakami verdwalen in dat tijdsgewricht. Want zoals overal gaat blinde economische groei gepaard met verwoesting van weerloze oude gebouwen, en de aantasting van mooie landschappen. Murakami heeft het niet  over sublieme architectuur of ongerepte natuur, maar over een leuk speelhol of een bizar spoorwegstation.

Een historische flipper

De  ik-persoon,  zijn vriend Rat, die ook opduikt in ‘Ten zuiden van de grens’, en Jay, een Chinese kroegbaas, doen weinig meer dan rondhangen, bier drinken, frieten eten, voor ons onbegrijpelijke grappen vertellen en ironische wijsheden declameren. Ze beleven vreugdeloze relaties met meisjes, stichten een vertaalbureau  en gaan op zoek naar een verloren gewaande historische flipperkast. Murakami’s  stijl is koel en beheerst, en past perfect bij de existentiële leegte en fundamentele doelloosheid.

De uitgave van het debuut van Murakami is documentair interessant maar voegt weinig toe aan wat we al weten over en kennen van de man.  Zijn personages lopen aandoenlijk verloren in het nieuwe materialistische Japan dat ze niet kunnen vatten, maar krijgen te weinig profiel om echt te boeien, laat staan te ontroeren.

Tot slot nog een veelzeggend eerlijk citaat: “Mensen die om 3 uur ’s nachts in de stille keuken in de koelkast snuffelen om te zien of hij misschien nog iets eetbaars bevat, kunnen alleen maar dingen schrijven van een navenant niveau; zo iemand ben ik”.

[Luister naar de wind en Flipperen in 1973 van Haruki Murakami is uitgegeven bij  Atlas Contact, 2015, 272 p]

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s