Urbaan De Becker (1940-2015)

UrbaanDeBecker260912
Het plotselinge overlijden van Urbaan De Becker (net geen 75) laat verschillende generaties journalisten verweesd achter. Als hij al niet ons aller journalistieke vader was, dan toch een wijze vriendelijke oom, die met een rake uitspraak en een bemoedigend woord de jonge bloedjes op de goede weg zette. Van het allermooiste Nederlands dat ooit in de media te vernemen viel: het kwam van Urbaan. Hij was tegelijk pionier en ijkpunt en nog veel meer.

Actueel

Urbaan De Becker begon in een onnoemelijk verleden, de jaren 60 zowaar, voor het radionieuws te werken. Hij lunchte toevallig in de Nieuwstraat toen de Innovation-brand uitbrak. In ‘n tabakswinkel belde hij naar de redactie op het Flageyplein om een zendwagen te sturen. O, we gaan nog even wachten tot we weten hoe erg het is, klonk het antwoord.

Tevoren was hij de ‘Vlaming van dienst’ in een groot Brussels postkantoor. Ambtenaar, en fier het te zijn, zei hij altijd. Of: ik werk in staatsdienst!

De Becker stond aan de wieg van ‘Actueel’, het duidingsmagazine dat twee keer per dag achtergrond gaf bij het radionieuws. Eindredacteur zijn voor ‘Actueel’ had in die jaren veel weg van een zwaar beladen kar doorheen de modder zeulen. Zonder Urbaan en zijn medestanders geen ‘De Wereld Vandaag’. Urbaan deed er de Wetstraat bij, in de tijd dat journalisten en ministers elkaar niet bij de voornaam aanspraken. Het was geen sinecure om Gaston Eyskens of Jos De Saegher voor de microfoon te krijgen, en iets meer uit die kerels te halen dan: ‘geen commentaar. ‘

Opmerkelijk was ook zijn rol in het verhaal van Tijl van Limburg, de man die ‘De Liefdesbrief’ van Vermeer stal en losgeld eiste voor de kinderen van Bangladesh. Urbaan bracht Tijl van Limburg, die Vlaamse Robin Hood, live in de uitzending, in ‘71.

Hoofdredacteur

Kettingroker De Becker heeft bij Actueel zeker enkele jaren van zijn leven ingeschoten. Na de eerste gezondheidsproblemen deed hij het in de jaren 90 aanvankelijk wat rustiger aan, maar kortstondig was hij nog even hoofdredacteur ad interim van de hele radionieuwsdienst. Hij is de beste hoofdredacteur die ik ooit had, een volkomen onafhankelijke vakman met een feilloze neus voor wat nieuws en interessant en belangwekkend is, een baas die met zachte hand zijn team naar grote prestaties leidde. En die een junior journaliste opbelde vlak voor ze naar Sarajevo trok, en haar bezwoer voorzichtig te zijn.

Eind jaren 80, begin jaren 90 zag ik Urbaan, die ik als verslaafd Actueel-luisteraar al zeer bewonderde (ik herinner mij bijna woordelijk zijn afscheidsbijdrage voor Tram 58 Brussel-Vilvoorde), voor het eerst tijdens een mega-examen van de BRT. Herman Henderickx en Urbaan De Becker lazen het examenreglement voor, en de samen te vatten en te becommentariëren tekst. Ah, zo zagen die mannen met die bekende stemmen er dus uit … Toen viel al op: met wat ironie en een verrassende wending kon Urbaan een hele zaal van 1000 examinandi, ik overdrijf nauwelijks, geruststellen en aanporren.

Eenmaal aan de slag bij het radionieuws, in mijn geval juni 1994, was Urbaan een van die collega’s die je met grote verwachtingen en met enig ontzag tegemoet trad. De anderen waren Jef Lambrecht en Johan Janssens. Geen schouderkloppen of flauwe grappen in hun richting die eerste weken.

Urbaan De Becker was het symbool van de goede samenwerking en verstandhouding over de generaties heen. Hij was al een blozende vijftiger, tot zijn vreugde opeens omringd door een vrij grote groep jongens en meisjes van nog geen 30. En het klikte. Oud en jong, samenwerkend aan een uitstekend eindproduct, met overleg, humor, waardering, nieuwsgierigheid, respect: een onvergetelijke ervaring.

Stukjes

Na een hartoperatie mocht Urbaan het wat rustiger aan doen, en kon hij zich uitleven in zijn favoriete onderwerpen. Hij was een van de eerste radiocolumnisten, vaste waarde in Paul Jacobs’ ‘De Toestand is Hopeloos maar niet Ernstig’, tot in de 21ste eeuw lid van de academie van ‘Jongens en Wetenschap’ en medewerker aan ‘Vrijdag Visdag’ en ‘Interne Keuken’ dat hij niet eens zo lang geleden co-presenteerde. Nog tot een jaar of tien geleden lag er in het archief van het Amerikaans Theater een stapel gele carbon-papiertjes met ‘stukjes’ van Urbaan.

RWDM

Ook buiten de radio was hij actief. In 1967 won hij met kleinkunstenaar Paul Ghysels het Humorfestival van Heist, en tot dit jaar schreef hij elke week over sport in De Bond. Voor Radio 1 was hij jarenlang de vaste commentator op het veld van RWDM. Ongetwijfeld geïnspireerd door hem, ben ik ook nog naar het Edmond Machtens-stadion gaan kijken, toen daar nog een fanfare speelde en Johan Vermeersch er nog niet gepasseerd was. Als sportjournalist pleitte Urbaan voor bescheidenheid en integriteit. Vergeet nooit het allermooiste van sport: het is maar een spelletje!! Ja dat geldt ook voor jullie daar, bobo’s en andere druktemakers.

Meester-verteller

Wat was er nu zo uniek aan Urbaan De Becker? Vooreerst die wonderlijke stem, van nature mooi en vrij diep, altijd gebruik makend van verrassende maar juiste klemtonen en ritmeveranderingen. Nooit vervelend of ergerlijk. Daarom las hij vaak documentaires in.

Ten tweede zijn enorme empathie en inlevingsvermogen. Hij beheerste die moeilijke combinatie van echt kritisch zijn, met een half gespeelde verbazing en argeloosheid, en het talent om in de corrupte politicus of ondernemer, genre Charly De Pauw, VDB, Zuid-Amerikaanse dictators à la Stroessner en Ballaguer, toch de mens te zien, gedreven door persoonlijke motieven.

Zonder dat hij het wilde was De Becker een leraar. Hij, Johan Janssens en Marc Ooms hebben het ‘vertellend radionieuws lezen’ geïntroduceerd. Geen moeilijke woorden of jargon, rustig praten waarbij de luisteraar de bewegingen van de handen en het fronsen van de wenkbrauwen ‘hoort’, vanzelfsprekend naturel, goed gekozen vocabulaire.

Ronny Vos was de leraar die in georganiseerde opleidingen met scherpe bemerkingen en slimme oefeningen de nieuwkomer leerde schrijven voor radio, bij Johan Janssens ‘s ochtends in alle vroegte leerde je al doende. Urbaan was gewoon het immer na te volgen voorbeeld.

Brussel en de Rand

Urbaan De Becker hield van geschiedenis, meer de nabije dan de verafgelegen. Hij was een kenner van Expo 58, een wandelende encyclopedie als het over communautaire zaken ging, een Brussel- en Pajottenland-deskundige zonder gelijke. Hij was flamingant, jawel, als getuige van de arrogantie van bepaalde Franstalige sujetten in Brussel en in de Vlaamse Rand, overtuigd voorstander van de splitsing van B-H-V, verdediger van het eigen karakter van de streek Sint-Genesius-Rode, Beersel, Alsemberg. Hij was ook een liefhebber van het Hallerbos, zeker als de paarse boshyacinten er bloeien, een ingewijde in de lokale horeca met een neus voor geuze.

Hij hield van de kunst van de Brabantse Fauvisten en Eugene Laermans maar vreemd genoeg was hij geen lezer… Hij bezit een collectie “nummers 1” van zowat alle Vlaamse tijdschriften ooit en van zijn archief kan ik alleen maar dromen.

Leve de jeugd

Urbaan verdedigde de jeugd, niet alleen de nieuwe onervaren collega’s, maar de jongeren in het algemeen. De enige keren dat ik hem heb weten fulmineren was toen er culpabiliserende berichten over jongelui in het nieuws kwamen, u kent dat wel, een halve gram cannabis gevonden, een vechtpartij ergens op een festival, wat vandalisme hier of daar. Dat hoorde bij jong zijn, aldus De Becker, en moest dus geen plaats krijgen in het nieuws of in de krant.

Hij had ook lak aan bulletins die de indruk gaven dat de persdienst van politie of leger ze hebben samengesteld en geschreven. Zoals we ook niet melden dat elke dag landbouwers, postbodes en vuilnisophalers aan de slag gaan, kunnen we allerlei politie-acties, controles en verijdelde misdaden best links laten liggen. Maar ook hier de echte man: na zijn vertrek bij de VRT in het openbaar nooit ofte nimmer een onvertogen opmerking over zijn gewezen werkgever. Daar kunnen bepaalde anderen een voorbeeld aan nemen.

Als het gevaar bestond dat per ongeluk een brandende schuur in Komen in het nieuws dreigde te sukkelen, zei hij laconiek: laat het branden, het brandt altijd ergens! Ik moet mij inhouden of ik noteer nog dat hij de eerste voorstander van het ‘constructief nieuws’ was.
Het is zoals Pontius Pilatus zei: ik zie geen kwaad in deze man. Neen, Urbaan was lief en charmant, een warme echtgenoot, een fijne vader en opa voor zijn zonen en dochter en schare kleinkinderen.

Muntthee

Nog een anekdote. Urbaan De Becker komt uiteraard uit de tijd voor de computer. Hij heeft tot het einde email-loos geleefd. Als radioreporter trok hij er op uit met een loodzware Nagra met bandjes voor een kwartier opname, en op de redactie schreef hij zijn bijdrage met vulpen op een mooi blad gelijnd papier. En wat een prachtig handschrift had Urbaan, zwierig en perfect leesbaar.

Op zekere dag 20 jaar geleden was Urbaan naar de voorstelling van een lijvig en geleerd boek over integratie getrokken, ook een stokpaardje van hem – al had hij na een tijd wel genoeg van die eeuwige muntthee. Op de redactie liet hij zich pramen om uiteindelijk eens zijn tekst in te tikken. Na erg langdurig gerammel op het klavier was Urbaan klaar met zijn uitgekiende tekst.

Toen deed hij iets wat niemand kon reconstrueren of redden. In elk geval, op het scherm bleef van die hele bijdrage nog één zin over: “In Brussel is een boek verschenen.“

(Lucas Vanclooster is VRT-journalist.)

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s