Meneer Mac en ik – Esther Freud

I
In haar achtste roman ‘Meneer Mac en ik’ gebruikt Esther Freud (°Londen, 1963, dochter van Lucian en achterkleinkind van Sigmund) het historische verblijf van de Schotse architect Mackintosh in Suffolk als achtergrond van een dramatisch dorpsverhaal. Freud heeft zich erg goed gedocumenteerd over Mackintosh en zijn vrouw Margaret die ook een bekende kunstenares was.

Charles Rennie Mackintosh, de toen al internationaal gerenommeerde maar in zijn eigen land vaak miskende architect, ontwerper en kunstenaar komt net voor de eerste wereldoorlog van Glasgow naar een kuststadje aan de Noordzee. Zijn vreemde gedrag fascineert een deel van de autochtone bewoners, en wekt argwaan bij anderen. Hoedanook, hij gaat over de tong.

New kid in town

De 14-jarige Thomas Maggs, die niets over architectuur of kunst weet, slaagt er in om een goede verstandhouding op te bouwen met de inwijkeling. Dat ze allebei een klompvoet hebben, speelt zeker een rol bij het wederzijdse begrip.
Die klompvoet is Thomas toegebracht door zijn eigen vader, die zo wilde verhinderen dat zijn enige overlevende zoon ooit naar de oorlog zou moeten. De vader heeft een traumatische Boerenoorlog in Zuid-Afrika achter de rug. Daarna was hij een man van 12 stielen en 13 ongelukken, en raakte hij verslaafd aan whisky en Brits bier. Uiteindelijk neemt hij een weinig lucratieve pub over.

De zeebries krimpt

In het dorp zijn er twee pubs die op vijandige voet leven. De ene wordt bezocht door vissers en matrozen, zeelui kortom, de andere door boeren, ambachtslieden, winkeliers en landmensen. De strijd tussen zee en land scheidt ook het gezin Maggs in twee kampen. Thomas vermoedt dat zijn ruwe vader zijn voet onherstelbaar ontwricht heeft, niet omdat hij zou ontsnappen aan de gruwel van de oorlog, maar om te verhinderen dat hij ooit zou aanmonsteren op een boot.

Het dorp is populair bij toeristen en wandelaars en haalt een pak inkomsten uit kleine restauratie en de verhuur van kamers. De oorlog slaat die bron van inkomsten in een keer weg. De mensenstromen die nu opdagen, consumeren of kopen niets. Van het noorden naar het Kanaal trekken heelder regimenten soldaten van alle mogelijke korpsen; zij eisen kortstondig kost en inwoon op. Vanuit het zuiden zijn Belgen en andere vluchtelingen op weg naar Schotland.

De zee geeft en neemt

Verschillende dorpelingen verdronken in schipbreuken en kregen een zeemansgraf. Wie op het land overleed, ligt begraven op het kerkhof, dat evenwel zo dicht bij de white cliffs ligt dat stormen er soms een flinke hap uit nemen, zodat die doden met zerk en kist en al toch een laatste rustplaats in de golven vinden. De vader van Thomas zal op het einde trouwens verdrinken, niet in zee maar in minder romantische wateren.

Thomas laveert tussen strand en branding, net zoals zijn zus Anne die gaat trouwen met een meestal afwezige zeeman. De jongen twijfelt tussen een baantje aan land, touwslager bij voorbeeld, of een avontuurlijker bestaan op de oceanen.
Nieuwe beperkingen die met de oorlog te maken hebben, veranderen het leven van de kustbewoners ingrijpend. Na valavond mogen ze absoluut geen licht meer maken, zelfs buiten roken is verboden. Niemand mag nog een verrekijker bezitten. En contact met buitenlanders is uit de boze.

Mackintosh

In die omstandigheden begint het gedrag van Charles Rennie Mackintosh op te vallen en verdacht te lijken. Hij werkt net aan een grote reeks botanische schilderijen en daarvoor zwerft hij eindeloos doorheen de duinen. Met een verrekijker! En hij ontvangt correspondentie uit het buitenland.

Zijn eigen brieven geeft hij mee aan Thomas, zijn nieuwe jonge vriend die ook erg van de lokale fauna en flora houdt, om die in een naburig groter dorp te posten. Van daaruit bereiken die sneller Glasgow of Londen, waar zijn vrouw Margaret Macdonald meestal verblijft. Maar Anne is erg nieuwsgierig, ze stoomt de brieven open, leest ze, en plakt ze onhandig weer dicht voor verzending.

Margaret deelt Charles mee dat de politie haar brieven wellicht leest. Omdat Ann en Thomas de brieven ontcijferen, weet ook de lezer van ‘Meneer Mac en ik’, dat de relatie tussen de Macktintoshes niet bepaald gemakkelijk verloopt.

Spionage

De architect toont de tekeningen van zijn Glasgow School of Art aan Thomas die zonder ze te begrijpen toch aanvoelt dat het om belangrijke ontwerpen gaat. Het prikkelt zijn verlangen naar een beter leven. In het slothoofdstuk blijkt hij inderdaad weggeraakt te zijn uit de verstikkende omklemming van Suffolk.

De toenemende oorlogsinspanningen en de schrijnende armoede maken de dorpsbewoners almaar wantrouwiger. Bijgeloof schiet ook wortel. Veel mensen denken dat het aanhoudende slechte weer te maken heeft met de beschietingen aan de overkant van de zee. Ze horen de explosies en zien soms zelfs de rookpluimen.

Omdat Mackintosh raar spreekt, nou ja Schots dus, en altijd overal rondhangt, verdenkt men hem van spionage. Bij een inval in zijn woning ontdekt het gepeupel architectuurtekeningen met Duitse onderschriften, en brieven uit Rotterdam, Berlijn en Wenen. Bijna wordt Mackintosh gelyncht. Hij verblijft een paar weken in de nor. Deze ware feiten vormen de donkerste bladzijden in het leven van Mackintosh, die nochtans een overtuigde Britse patriot was.

Kijk kijk ne zeppelin!

‘Meneer Mac en ik ‘bevat een aantal pakkende scenes. De beschrijving van de dreigend laag overvliegende zeppelins in de nacht, de bombardementen en het neerstorten van het brandende luchtschip zijn onvergetelijk knap. Al even aangrijpend is het fragment waar Anne een al of niet uitgelokt miskraam krijgt.
Freud vertelt alles doorheen de ogen van de opgroeiende knaap die het ook niet allemaal begrijpt, maar wel de klappen krijgt waar hij helemaal niet om vroeg. De figuur van de hardvochtige vader en de verzoenende moeder krijgen geloofwaardig gestalte.

More! More!

Maar de ongelijke roman snakt naar meer dergelijke bladzijden. Meestal hanteert Esther Freud een wat zuinige afstandelijke stijl die niet beklijft. Op die enkele uitzonderingen na, waar ze dan erg hard toeslaat. Het gezin van Thomas, en Mackintosh krijgen reliëf en herkenbare thema’s, maar de vele andere dorpsbewoners en soldaten op weg naar het slagveld missen profiel en lopen wat verloren in het boek.

Wie Mackintosh, een van de belangrijkste moderne architecten van het begin van de 20ste eeuw, eens als romanfiguur wil beleven, zal ‘Meneer Mac en ik’ zeker appreciëren. Ook wie na de stortvloed publicaties over de eerste wereldoorlog bij ons benieuwd is hoe de bewoners van de Oost-Engelse kuststreek de geschiedenis ondergingen, wordt prima bediend. Voor de rest mocht het tegelijk iets minder en veel meer zijn…

[Meneer Mac en Ik, Esther Freud, uitgeverij De Bezige Bij Antwerpen Amsterdam, 2015,320 bladzijden]

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s