Gat in de markt

De aardbeien stromen van het kraam; de kersen vormen een berg, er zijn geraniums en keukenkruiden in alle variëteiten. De mooiste markten zijn die van juni.

Wat een kleuren, wat een combinaties. Die enorme kommen olijven in vele smaken! Reusachtige doormidden gespleten watermeloenen! Salamiworstjes met peper of vijgen! Verse maatjes! Het verbaast me dat er niet meer schilders en tekenaars ter plekke in een stilleven uitbarsten.

Zomergaines

En dan zijn er de oneetbare dingen: knopen, garen, schlagercd’s, poetsgerief. Pakistanen slijten felgekleurde blingbling T-shirts, made in China. Je kunt er god-bewaar-me nog altijd vleeskleurige ‘zomergaines’ passen, boven je kleren. Brave bejaardenkramen showen de laatste modellen schortjurken. Ontworpen door een kleurenblinde met een tremor. De jurk van Oma Reus was vele keren mooier.

De markt appelleert aan al je zintuigen. Je mag bijna overal van proeven en aan tasten. De geur opsnuiven van rijen bradende kippen, escargots, hamburgers en verbrande ui om halfnegen ’s ochtends, nou ja…

Verse paling

Marktkramer is het échte oudste beroep ter wereld . Petje af voor zoveel enthousiasme. Elke dag weer vroeg opstaan, ver rijden, uren op de been zijn, afbreken, inpakken en wegwezen. En altijd vriendelijk zijn tegen de klanten. Goedlachs en vaak ook geestig. Tenminste, als je tegen wat ‘gendergerelateerd’ taalgebruik kunt. Ik hoor marketenters vaak ‘madammeke’ zeggen, maar nooit ‘meneerke’. Vorige maand kreeg ik bij m’n groenten een ‘pottenlikker’ voor mijn moederdag. ‘Zou uwen vent geen prei eten vanavond?’ Aan een ander kraam klinkt het wat flatterend ‘iefrake wa zalt zijn?’

Een conversatie: vrouwelijke klant bestelt verse paling. Schalkse visboer antwoordt: ‘die is op, je zal het met de mijne moeten stellen’. Waarop de vrouw, bliksemsnel en radder dan rad: ‘Die is niet zo vers meer, dank u’. Ha-ha-ha!

Dweilen en beha’s

Ik hou van de zwijgzame aardappelboeren, vader en zoon, met hun Permekehanden. Ze venten ook uien en knollen. Ik denk dat ze na de noen weer in hun hobbithol kruipen. Ik hou van de allesverkoper (veters, eiersnijders, marcellekes, dweilen, maximumprijs 5 euro) die bizar en onafgebroken ‘maria-maria-maria-maria!’ roept naar iedereen die voorbijloopt. Ik heb een boon voor het viskraam met drie welgezinde meesters in de fileerkunst.

En dan vergeet ik nog de standwerkers die dingetjes demonstreren die niemand nodig heeft. Hun queeste is: je doen twijfelen. Heb ik écht geen ananasboor vandoen? Zou dat niet gemakkelijk zijn? Die vlotte kerels moeten in de politiek gaan met hun verbaal talent. Ze doen het beter dan Eddy Wally, want ‘de mensen kopen bij mij, en daarom zing ik blij: als marktkramer ben ik geboren…’, geef toe, dat zijn karamellenverzen.

Gat in de markt?

Helaas merk ik dat er minder kramen staan, dat er soms lege plekken zijn, letterlijk gaten in de markt. Het publiek veroudert ook, is mijn indruk. Ik zie veel bejaarden met caddies of rollators of duwwagentjes met een zielige oude hond erin.

Een warme oproep dus: ga niet alleen naar de markt op uw zonnige vakantiebestemming straks, maar ook hier, om de hoek, naar de boeren-, bio- of gewone markt. Steun dit heerlijke erfgoed, waar ook nieuwe Belgen moeiteloos hun draai in vinden. Waar je de seizoenen kunt lezen in de kramen: paddenstoelen, winterkool, viooltjes, zonnebloemen. Je komt er altijd wel een bekende tegen voor een praatje. Qua beleveniswinkelen kan hier geen Joeplees aan tippen. Lang leve de markt. Acht bakjes aardbeien, graag, ’t is voor confituur.

Lees deze tekst ook op deredactie.be

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s