Portrait of the artist as a young dog

Jef Lambrecht (1948-2016) – in loving memory
Tot zowat 15 jaar geleden hield de documentatiedienst van de BRT/VRT trouw een papieren archief bij. Het beslaat nog altijd een volledige kelder onder het veroordeelde omroepgebouw. Zelden komt iemand er. Wie de tijd zou krijgen om dat hele archief systematisch te onderzoeken zou schatten vinden. Ook van enkele VRT-journalisten ligt er een map in dat archief. Een van de omvangrijkste is die van Jef Lambrecht.

Het oudste stuk in die map, uit 1982, gaat over de eerste openbare activiteit van het illustere Belgian Institute for World Affairs, een vehikel waarmee Jef Lambrecht en een handvol vrienden ironische en satirische acties op de goegemeente afvuurden. Het Belgian Institute was gesticht op 1 april 1982, uit onvrede met de Brakke Grond in Amsterdam en het Waals Huis in Parijs. Op 10 mei 1982 stelden Jef en Karel Schoeters, van BRT-kunstzaken, een mobiele culturele ambassade voor, in de vorm van een zeppelin of een boot vol artistieke uitingen.

Avelgem

Jef Lambrecht is drie jaar na de oorlog geboren als oudste van zes kinderen. Zijn moeder had tijdens de oorlog om veiligheidsredenen Antwerpen verlaten. Vader was postbode. Het gezin las Het Volk, met op woensdag De Lustige Kapoentjes. Nog voor het eerste leerjaar tekende Jef die figuurtjes van Marc Sleen na, alsook de letters uit de tekstballonnen. Jaren later deed Kamagurka krèk het zelfde. Zo begint een artistieke carriere in Vlaanderen.

Op zijn veertiende won Jef een nationale schilderwedstrijd, georganiseerd door een verf-fabriek. Hij besliste om geen kunstonderwijs te volgen, want hij kon dat blijkbaar al. In 1966 begon hij te studeren aan de KUL. Jef gooide zich enthousiast in het studentenoproer. Uiteindelijk behaalde hij de diploma’s politeke en sociale wetenschappen en culturele antropologie. Hij ontpopte zich als dichter.

Over zijn geboortedorp Avelgem zegt hij: nog West-Vlaamser kan niet. Dat is onjuist. Avelgem vlakbij de Kwaremont, onsterfelijk gemaakt door cabaretier Gerard Vermeersch, ligt aan de grens met Oost-Vlaanderen en Henegouwen, en heeft een groot college, met internaat. Vergeleken met bij voorbeeld mijn geboortestad Roeselare, was Avelgem een oord van vrijheid en verderf. Tijdens gemeenteraadsverkiezingen in de jaren 90 maakte Jef een onvergetelijk mooie bijdrage over de politiek in Avelgem, met als enig illustratief geluid het tikken van een wandklok.

Radiojournalist

Als radiojournalist behoorde Jef tot de lichting van Leo Stoops, Geert van Istendael en Martine Tanghe. Hij was een man met een alles omvattende kennis en belangstelling.

Hij richtte zich op het koningshuis, het Atomium, Mexico en vooral cultuur, een onderwerp dat toen in journaal en duiding nagenoeg afwezig was. Zijn prachtige in memoria bij de overlijdens van Gerard Walschap en Paul Snoek heb ik nog op een cassetje. Ik herinner mij ook helder hoe hij in 1997 in Actueel een obit improviseerde van de net overleden Amerikaanse kunstenaar Willem De Kooning.

Johan Janssens

Janssens en Lambrecht, hoe verschillend ook, konden het goed met elkaar vinden. Samen reisden ze naar New York. Johan toonde Jef de art deco-architectuur, ondermeer de Chrysler-building, Jef introduceerde Johan bij Andy Warhol.

Het regende pijpenstelen die dag. Als natte honden betraden de twee Kuifjes de Factory. Naar verluidt begroette Janssens de grootmeester van de pop-art met de woorden: ‘Mister Warhol, it seems that you are a great artist?’ Een moderne versie van ‘Dr. Livingstone I presume?’.

Het Belgian Institute for World Affairs

Weer naar de archiefmap. Een Belgatelex meldt dat Jef en de Nederlandse provo Jasper Grootveld op 4 juli 1982 in Amsterdam per vlot vertrokken om via binnenwateren, onder meer de Zandvlietsluis, Antwerpen te bereiken. Het vlot was gemaakt van piepschuim en afval. De zogenoemde “gozersmatras” was de concrete uitwerking van het idee van dat drijvend cultureel centrum. Na aankomst vloog het vlot in brand. De oorzaak bleef onbekend.

Op 21 juli 1983 riep Jef België uit tot kunstwerk. Met vanuit de ruimte zichtbare verlichte autowegen, was België feitelijk ‘s werelds grootste tekening. De kunstwerk-inwijd!ng gebeurde met het leeg gieten van een plasticfles Spa Reine (!) aan het hek voor het koninklijk paleis in Laken, weinige minuten voor Boudewijn en Fabiola daarlangs reden op weg naar het nationaal défilé. Fabiola zwaaide Jef, Van Istendael en Martine Tanghe en drie intussen opgedaagde kloosterzusters vriendelijk toe.

De ministers Gaston Geens en Karel Poma konden er niet mee lachen en vroegen aan BRT-administrateur-generaal Van den Bussche om maatregelen te treffen tegen het trio. Jef bedankte beleefd voor de aandacht en stelde voor om zijn positief cultuurbeleid op hun kabinet te komen verdedigen.

Cultuur redt de economie

Onder en achter de satire zat evenwel een visie. Volgens Jef is cultuur de enige grondstof die België bezit. Het cultuurpatrimonium is een wissel op de toekomst. Dus: breek geen stationnetjes meer af, laat de spoorlijnen liggen, gooi nooit steenkoolmijnen dicht, koester de staalfabrieken. Later zullen de mensen van heinde en verre deze archeologie komen bezichtigen.

Cultuurtoerisme is de enige weg uit de crisis voor België. Elke euro die je investeert in cultuur, brengt er 2 of meer op. En België moet blijven bestaan, als land dat twee cultuurstromingen samen brengt. Op 8 april 1984, in volle Happart-troubles, wandelden Jef en Karel Schoetens naar de Voerstreek. Ze trokken er perrons op, symbolische vrijheids-totemzuilen met een granaatappel on top, denk aan Luik.

New York Belgisch!

In 1986 haalde het Belgian Institute for World affairs alle kranten, ook de Wall Street Journal, met de zaak Peter Stuyvesant, die volgens Jef en zijn onderzoeksteam niet de stichter van New York-Nieuw-Amsterdam was. Die eer moest de Waalse calvinist Pierre Minuit te beurt vallen, die in 1824 grond kocht van een lokaal indianen-opperhoofd.

De verwarring is te verklaren doordat in 1824 de staat België nog niet bestond, maar het begrip wel. Wij waren deel van de Nederlanden van koning Willem. Met de uitgave van enkele miljarden aandelen, wilde Jef Manhattan afkopen van de Verenigde Staten.

Via Pierre Minuit deed ook Sinterklaas zijn intrede in Amerika. De “Belgische” sint werd de patroonheilige van New York. Het verklaart waarom Jef ook een kenner van het feest van 6 december was. Hoe dan ook, geruchten over een rechtszaak tegen sigarettenreus Stuyvesant sleepten jaren aan.

In de zomer van 1990 stelde Jef voor om van Antwerpen naar Gent een gouden pijplijn aan te leggen om architecturale energie doorheen te stuwen. In een interview met La Lanterne de Lantin, het orgaan van het Belgian institute, steunde Jan Hoet het idee.

Ommezwaai

1990-91 was een keerpunt. Veeleer toevallig reisde Jef naar Turkije om er te polsen wat Ankara dacht over de nakende Golfoorlog, na de inval van Irak in Koeweit. In december reisde hij een eerste keer naar Irak in het gezelschap van Belgische parlementsleden die gingen onderhandelen over de vrijlating van gijzelaars. Een opvallende aanwezigheid in dat gezelschap was de toen in Vlaanderen onbekende Elio di Rupo.

Begin januari 91 was Jef 10 weken in Bagdad en toen het daar te gevaarlijk werd in Amman. Weer thuis organiseerde hij zijn tentoonstelling Baghdad 8 in Antwerpen, waarin hij op zoek ging naar het verband tussen Mesopotamië als oorsprong van de beschaving, en als oorlogstoneel waar ook de alleroudste archeologische sites werden vernield.

Osama

Na nine eleven vertoefde Jef Lambrecht vaker in het Midden-Oosten. Vanuit Peshawar in Pakistan beschreef hij plastisch hoe Osama Bin Laden, nadat hij de eed van trouw van 500 medestanders afgenomen had op een (wit) paard vertrok naar een onbekend schuiloord. Die evocatie maakte indruk. Jef werd een personage in de rubriek Kwaad Bloed van Koen Meulenaere in Knack.

Nog in 2001 trok Jef naar Macedonië waar, een paar jaren na Kosovo, bloedige rellen waren uitgebroken tussen etnische Albanezen en Servische Macedoniërs, met nieuwe vluchtelingenstromen. Jef beschreef tastbaar concreet het leed van die vluchtende mannen, vrouwen, kinderen, gewonden.

Zijn tactiek om informatie los te peuteren was opgaan in de omgeving, in symbiose leven met het volk, als een kameleon. Geen kogelvrije vesten met het opschrift ‘press’ voor Jef. Hij bezocht koffie- en theehuizen, de markt en de bazar en leerde signalen te begrijpen en te vertalen voor de luisteraars.

Wil voor mijn 60e toch mijn mond hebben opengetrokken

Jef Lambrecht schreef zes turven over Irak, Afganistan, de Arabische lente, fundamentalisme. Hij was onze Robert Fisk. Net als die Britse reus bleef hij waarschuwen tegen de devaluatie van de journalistieke kwaliteit. In 1993 zei hij al: faits divers dringen steeds meer het echte nieuws weg; ook bij ons bestaat de verleiding om het publiek te geven wat het lekker vindt. En nu zit er volgens Jef op de redacties een generatie jongeren gekluisterd aan de sociale media, in de waan verkerend dat plotselinge sneeuwval en een training van de Rode Duivels hèt nieuws zijn.

Onvermijdelijk kwam hij in conflict met hoofdredacteurs die de berichtgeving zagen als een product, een merk, gedicteerd door marketing en kijk- en luistercijfers. Dat tabak en alcohol als smeermiddelen plaats ruimden voor snoep en frisdrank was een ander teken van de infantilisering van het vak, vond Jef. Hij beschuldigde de media, inbegrepen de openbare omroep ervan, de gangmaker te zijn voor het succes van de drie D’s: De Winter, Dedecker en De Wever.

Verteller

Jef was een begenadigd anekdotenverteller. Wie zijn wederwaardigheden tijdens het pausbezoek in 1985 hoorde, vergeet die nooit. DOVO ontmijnde toen zijn brooddoos in zijn fout geparkeerde “verdachte” Fiat in Mechelen. Ook aan zijn presentaties van Saint-Amour hield hij een schat aan onthullingen over hoe het er in de coulissen van zo’n manifestatie aan toe ging. Alles verteld bij voorkeur tijdens het traag draaien en stijlvol roken van een dunne shag.

Soms speelde hij Magritte op de redactie. Hij was de bedenker van het ‘ook dat nog’-bericht in het radionieuws van 10 uur, waar ter afronding van de ochtend het bulletin besloot met iets absurds uit de dierenwereld, over kippen met drie poten bij voorbeeld die met de buitenste twee gewoon scharrelden, en met de middelste hun neus snoten. Maar altijd in een correct en mooi taalgebruik.

Veldrijden en Claus

In 2008 getuigde hij tijdens de Clausherdenking in de Bourla in Antwerpen. In 2013 stelde hij de Hugo Claus-tentoonstelling samen voor Muzee in Oostende. In 2015 toonde hij een melancholisch-politiek project in Vilvoorde: Jef redde het schrift van een niet bijster ijverige vooroorlogse Franse scholier uit de klauwen van het ministerie van cultuur in Qatar. En in het voorjaar van 2016 waren er ter afronding diverse overzichts-tentoonstellingetjes. Tot de laatste dag van zijn leven maakte Jef een stuk of 5 tekeningen.

Maar intussen hield hij ook van veldrijden, van The Small Faces en “The bold and the beautiful”. Iedereen die hem kent, weet dat hij zijn bescheiden afkomst nooit heeft vergeten of verloochend, en zich vrij en vlot en met sprekend gemak bewoog in alle lagen van de bevolking. Van het dorpscafé in Avelgem via de tuinen van het koninklijk paleis in Laken tot de medrassa van Kaboel.

Lucas Vanclooster, VRT-journalist en jarenlang collega van Jef. Lees deze tekst ook op deredactie.be

Advertisements

2 thoughts on “Portrait of the artist as a young dog

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s