De Zuiderburen van de Hollanders in Den Haag

Dertig portretten uit de periode 1450 tot bijna 1700, meer hangen er vanaf donderdag 7 september 2017 niet in het Mauritshuis. Maar wat een verrukkelijke en gevarieerde wereld gaat er open! Karaktervolle koppen van machtige heersers en vrome burgers, de tronie van een sjofele loser, de facies van wereldwijze kinderen… En allen in hun erg verschillende biotoop.

Portretten van 500 jaar geleden, kunnen die de bewoner van de 21ste eeuw nog boeien? En of. Het Mauritshuis, pal in het politieke en culturele centrum van Den Haag, vlakbij het Binnenhof en het Torentje, bewijst het met verve. Vooral de snelle evolutie en de verregaande verscheidenheid van het genre laten de toeschouwer versteld staan.

Emilie Gordenker van het Mauritshuis en Manfred Sellink van het al jaren wegens verbouwing gesloten KMSK in Antwerpen hebben gekozen voor een intieme en overzichtelijke aanpak. Als je iets kan bewijzen met een zorgvuldige selectie van 30 werken, hoef je er geen 300 op te hangen. Het KMSKA zet dus zijn gelukkige politiek van maximale uitleningen verder. Werken die we al acht jaar of langer niet meer konden zien, krijgen in een andere constellatie een verrassend nieuw leven.

“Wat een enorme evolutie ook in de kunst van die 250 jaar”, zegt Emilie Gordenker.  Het oudste werk dateert uit 1460, een veelzeggend maar toch sober portret van de ambitieuze, opportunistische, vrome politicus en diplomaat Phillippe de Croy door Rogier van der Weyden. De parafernalia blijven beperkt tot wapenschild en paternoster. Hans Memling kiest voor zijn portret van Bernardo Bembo niet voor religieuze maar voor wereldlijke symbolen. Hij voegt een aardig en gedetailleerd landschap toe in de achtergrond.

 
Trukendoos
Het jongste werk is “Zelfportret in een spiegel” van de minder bekende Antonie van Steenwinckel. Hij toont zichzelf in een spiegel, vastgehouden door een jongere versie van hemzelf, met op de voorgrond een al gevorderde zandloper, en een schedel. Helemaal onderaan het werk is een open, lege lade te zien. Die geeft een enorme dieptedimensie aan het werk.
Hetzelfde trucje bij het aandoenlijk gelukkige koppel in “Zelfportet met echtgenoot” van de anonieme Meester van Frankfurt. Brood, wijn en kersen, lekker… Een meesmullende vlieg is te groot maar een vergeten korst die onderaan op de rand van het tafelblad balanceert, creëert een trompe l’oeilachtig driedimensioneel perspectief.

5096

Bizarre borst

 

Het meest primitieve en wat onbeholpen werk is ook anoniem. Het is een diptiek. Links zie je een Maria die een nogal rare borst in de richting van haar kind Jezus wringt. Je vraagt je af waar die borst vandaan komt. Het kindje zelf is een blote minivolwassene. Maar het rechtse luik is veel mooier: daar bekijkt een koppel – mogelijk de onbekende artiest met zijn vrouw- eerbiedig het tafereel.

Andere boezems zijn er niet. Uit onderzoek is gebleken dat Clara Fourment oorspronkelijk een voluptueus décolleté had, maar helaas – Rubens overschilderde dat, op verzoek van het onderwerp.  Nu ja, haar man, Peter Van Hecke, hangt naast haar. Dat portret is zo actueel en fris dat het vorig jaar geschilderd lijkt.

Rubens en Van Dijck

 

De topwerken zijn onvermijdelijk van het absolute specialistenduo Rubens en Van Dijck. Van sir Anthony hangen er drie sublieme portretten, die de sterke karakters van het onderwerp moeiteloos onthullen. Heel interessant is een sober maar indrukwekkend bijbels tafereel van Rubens, voorstellende drie apostelen die verbaasd naar de verrezen en blijkbaar kerngezonde Jezus kijken, elk met andere emoties. De  buitenste luiken van de triptiek zijn portetten van de machtige Nicolaas Rockox en zijn vrouw Adriana Perez. Lichtinval en compositie zijn weergaloos.

“Kijk naar mij…”

In de tijd van Van Eyck kregen de opdrachtgevers van grote taferelen ergens een bescheiden plaats op het doek. Dat was zo op het Lam Gods.  Maar belangrijke en leidende figuren wilden  snel meer, portretten met een heel programma. Pieter Bourbus schildert Olivier Nieulant kort voor hij gaat trouwen. Een fors litteken boven zijn neus en zijn dolk zijn prominent zichtbaar. Met die kerel valt niet te spotten.

 

“… en naar mijn kinderen”

 

Jan Fijt portretteert een jongen van vijf die klaar staat voor de jacht, twee jachthonden en een valk op zijn hand inbegrepen. Het kikvorsperspectief en de contouren van Antwerpen in de verte maken de hoge verwachtingen van de ouders duidelijk.

De enige vrouwelijke kunstenaar, de wonderlijke Michaelina Wautier, borstelt haar vermoedelijke nichtjes op verzoek van de vrome ouders als timide heiligen. Er is ook een heel gezin van een kunsthandelaar te zien in hun zogenoemde kunstkamer, een typisch Vlaams of beter Antwerps verschijnsel. Een combinatie van rijkdom, goede smaak en kindervreugd.

Om te lachen

Tegenover zoveel ernst is er gelukkig ook genoeg vrijblijvende humor. Cornelius de Vos heeft allicht plezier beleefd aan zijn speciaal voor deze expositie piekfijn gerestaureerd portret van het heerlijk lelijke mombakkes van Abraham Grapheus, een gerateerde schilder die dan maar cateraar van een kunstenaarsgilde werd.
Gonzales Coques heeft kleine charmante originele uitbeeldingen van de vijf zintuigen. De geur komt uit een tabaksblad, het gevoel van een messnede in de hand, de smaak van een al bijna lege grote beker wijn, het gehoor van luitmuziek. En het zicht? Dat is deze tentoonstelling: een feest voor de ogen. Tot begin volgend jaar in het Mauritshuis in het zo dichtbije Den Haag.
Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s