Triënnale Brugge: de achterkant van de postkaart

Aan de eerste Triënnales eind jaren 60 en begin jaren 70 bewaar ik enkele heel vroege herinneringen, aan de hand van vader en moeder. De zwanen van Raveel op de reien, de grappig-naïeve schilderijen van Joseph Willaert: leuk voor kinderen. De draad is sinds enkele jaren weer opgepikt met buitenkunst, nog leuker voor kinderen. De derde editie van de Triënnale neemt je mee naar verborgen hoeken van Brugge. Met nu eens spectaculaire en kleurrijke kunstzinnige interventies en dan weer ingetogen, mysterieus en zelfs griezelig werk. En Brugge blijft Brugge: het eerste kantwerkje in de vorm van een coronavirus is gesignaleerd.

Het driejaarlijkse kunstevenement Triënnale in Brugge vaart in 2021 onder de vlag “TraumA”, een woord dat zowel “droom”, “ruimte” of ook echt “trauma” kan omvatten. Curator Till-Holger Borchert: “We kozen dit thema lang voor corona, maar de realiteit haalt ons in.”

13 kunstenaars en architecten uit binnen- en buitenland gingen met het thema aan de slag. Hun vaak opvallende en spectaculaire werk is gratis te bekijken op bijzondere locaties en vaak verborgen, minder bekende plekken. Till Holger-Borchert: “Het is een herontdekkingstocht. We spelen met het bekende imago van Brugge.” Zijn collega-curator Michel Dewilde valt hem bij: “We willen achter het picture-perfect, Zwitserse-Alpen-plaatje van Brugge kijken.  Onder de waterlijn, onder het rimpelloze. Want deze stad heeft zoveel geschiedenissen. En wat dan bovenkomt zijn wonderlijke maar ook bedreigende verhalen.” 

De kunstwerken vertellen over dromen en nachtmerries, of gaan over wat zichtbaar en wat verborgen is, met een hint naar het bekendste boek over Brugge, “Bruges-la-morte” van Georges Rodenbach. 

Voor de feestelijke kleurrijke droom zorgt de Amerikaanse textielkunstenares Amanda Browder. Met honderden vrijwilligers naait ze stukken stof aan elkaar om straks gebouwen mee te bekleden. Dat is wegens corona wat vertraagd; nu ligt er wel al een digitale print over het water aan de Verversdijk, de plek waar in de middeleeuwen laken werd gekleurd. “Ik wil de naaisters, de wevers, iedereen die met textiel werkt opwaarderen,” zegt Browder, “denk maar aan de wol of de kant die voor Brugge zo belangrijk waren. Vaak vrouwenwerk dat onterecht niet werd opgemerkt.” 

Amanda Browder vroeg en kreeg van de Bruggelingen stapels stofrestjes en zette een naaiatelier op. “Openbare kunst brengt mensen samen. Om stof te spelden, te leren naaien. Later als het werk er hangt kunnen inwoners zeggen: kijk, dat stukje is van mij, of dat patroon doet me aan iets denken.” Het creatieproces is het belangrijkste, stipt Browder aan. Haar werk “Happy coincidences” is een bij uitstek sociaal project. In de loop van de zomer zullen er drie enorme “quilts” in Brugge hangen; een reusachtig geprint voorproefje is alvast over het water gespannen aan de Verversdijk:

Nog meer textiel van de Amerikaanse Laura Splan, die op het snijvlak van kunst, design en wetenschap werkt. Ze is gefascineerd door de vorm van virussen. En zo kreeg het eerste kantwerkje met de typische coronastekels vorm. Het hangt, naast een videoinstallatie van Splan, zeer toepasselijk in het museum Onze-Lieve-Vrouw ter Potterie, waar lang geleden pestlijders werden verzorgd.

Hermetisch zwart

Voor de nachtmerrie van de Brugse Triënnale moet je in de kerk van het Grootseminarie zijn. De Duitser Gregor Schneider bouwde daar een hermetisch labyrint van zwart fluweel. Je stapt de kerkpoort binnen, wordt opgeslokt door de nacht en al na enkele ogenblikken voel je je volstrekt verloren. Er zit niets anders op dan voorzichtig en op de tast verder te schuifelen, tot er letterlijk zwak licht komt aan het einde van de tunnel. Niet voor claustrofoben. De installatie heet “Black Lightning” en doet denken aan “Het hermetisch zwart”, een roman van Marguerite Yourcenar, die zich afspeelt in het middeleeuwse Brugge. 

Henrique Oliveira

Rond en boven de bomen

Voor mensen zonder hoogtevrees is er “Strangler” in de schitterende tuin van het Gezellehuis (zie foto boven dit artikel). De Mexicaanse kunstenaar Héctor Zamora bouwde een fluorode stelling en spiraalvormige trap rond een enorme den. Als een slingerplant die de boom bedreigt. Zamora: “Ik wil de spanning laten zien tussen het organische en de menselijke structuren. De boom is natuurlijk een universeel symbool. Bij openbare kunst als deze moet je een open taal spreken.” Wie zich tot boven waagt heeft op 30 meter hoogte een mooi panorama over een relatief onbekende hoek van Brugge. Op de begane grond slaat het borstbeeld van Gezelle, omringd door fluostellingen, alles gade.

Natasja van het Begijnhof

De Poolse kunstenaars Joanna Malinowska en C.T. Jasper brachten een kopie van een oud communistisch standbeeld naar Brugge. Het was ooit een “cadeau” van de Polen aan de Sovjet- “bevrijders” en werd door de bevolking “Natasja” genoemd. Anno 2021 draagt Natasja de symbolen van de feministische strijd in Polen, tegen de beperking van het recht op abortus en andere vrouwenrechten. “In dat opzicht waren we beter af in de Sovjetjaren dan nu,” zegt Joanna Malinowska. Dat het beeld in het Begijnhof staat, tussen de huisjes waar devote, maar tegelijk zeer zelfstandige vrouwen woonden, is geen toeval.

In de schaduw van de bomen op de Burg, waar ooit de Sint-Donaaskerk stond, heeft de Tunesisch-Oekraïens-Duitse Nadia Kaabi-Linke een ronde zitbank neergepoot, bekleed met ijzeren stekels als om duiven weg te jagen. Het werk “Inner circle” heeft veel betekenissen, licht ze toe. Het gaat over gesloten cirkels en clubs, waar je bijhoort of net niet. Over de menselijke drang om alle natuur te controleren: “Duiven wegjagen met ijzeren pinnen? Die vogels die symbool staan voor vrijheid en vrede?” Maar ook over (on)gastvrijheid tegenover migranten en vluchtelingen. Of over de vraag hoe toegankelijk de publieke ruimte nog is. Zitten kun je niet op de ronde bank, maar de eerste snoodaard heeft er al wel een appel op gemikt. 

Ook de “Colonnade” op de Komvest, aan de noordrand van Brugge, speelt met “in” en “uit”, binnen en buiten. Het bouwwerk van Gijs Van Vaerenbergh lijkt wel een omgevallen bos of een Griekse tempel na een aardbeving, met dikke zuilen van roestkleurig metaal. Het architectenduo Gijs Van Vaerenbergh is bekend van hun stalen doorkijkkerkje in Borgloon en van een al even roestkleurig labyrint in C-mine. 

Gijs Van Vaerenbergh is een van de drie Belgische deelnemers aan de Brugse Triënnale, naast Nadia Naveau, die kleurige maskers en linten laat weerspiegelen in het water van de stille Augustijnenrei, en Hans Op de Beeck, voor wiens werk we nog wat geduld moeten oefenen. Wegens corona zal zijn “Danse macabre”, een stilstaande carroussel op ware grootte, pas op 10 juni klaar zijn. Het wordt een mysterieuze, versteende, grijsgekleurde draaimolen naast de barokke Walburgakerk. 

De Triënnale van Brugge loopt van 8 mei tot 24 oktober en is gratis. Bijna alle buitenwerken zijn 24/7 te bekijken. Voor de groepsexpo “De poreuze stad” in de Poortersloge en voor enkele andere locaties moet je wel reserveren. Alle info over de Triënnale vind je hier.

Lees dit artikel met video en audio op vrtnws.be.

Nadia Naveau
Nnenna Okore

Een gedachte over “Triënnale Brugge: de achterkant van de postkaart

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s