De week van de gierzwaluw, de Senegalese elektricien, de vaxitaxi, de analoge foto en de IS-kinderen

Lucas Vancloosters Middagjournaal voor Nieuwe feiten, Radio 1, 9-12 juni 2021

Maandag 7 juni

Vandaag is het de internationale dag van de gierzwaluw, International Swift Day. Die dag is belangrijk voor mij sinds de salangaan de totem bij de scouts werd van onze betreurde zoon. De salangaan is de Aziatische gierzwaluw, dat maakt weinig verschil. Mijn zoon de salangaan was trouwens van het principe “’t zal wel gaan”.

Nu zitten er uiteraard geen gierzwaluwen in mijn tuin, ze vliegen er hoog boven, erg talrijk van eind april tot half juli, met soms eens een acrobatische scheervlucht net boven onze hoofden. Ze schonken Guido Gezelle inspiratie voor een van zijn mooiste natuurgedichten met veel klanknabootsing. De gierzwaluw vliegt tot de avondschemering, en laat zich aflossen door de vleermuis, die een stuk lager fladdert.  

Onze woning en tuin zijn binnenkort 100 jaar oud, het laatste bebouwde deel van de licht bochtige straat, die al op middeleeuwse kaarten voorkomt. Vandaar dat onze woning en de tuin een vreemd formaat hebben, het moest er nog tussen passen. In die eeuw zijn tuin en huis niet echt van aanschijn veranderd.

Onlangs kregen we een foto in handen waarop de eerste vrouw des huizes zichzelve elegant en verleidelijk aan het kleine vijvertje van rare constructivistische vorm had gedrapeerd. Nogal wat mensen vinden dat mijn vrouw of dochter die foto zouden moeten herhalen. Maar dat kan niet, rond het vijvertje is alles intussen groen begroeid en veelkleurig bebloemd.

Zeer lang geleden stond op een eilandje met waterlelies zelfs een fonteintje, zoals in de villa in Mon Oncle van Jacques Tati. Het wonder nu is dat het water altijd schoon blijft, het zuivert zichzelf. En het bruist er, zeker in de lente, van leven. Toen we hier 21 jaar geleden aankwamen, zwommen er zowat 15 goudvissen in. Die werden allemaal slachtoffer van een reiger. Een keer zagen we ‘n reiger klapwiekend opstijgen met in zijn opengesperde bek een ongeloofwaardig grote zwarte vis, die we nooit eerder hadden opgemerkt.

Ik vrees dat het fabeltje van Puut kruupt uut hier onlangs gebeurde. Ik leerde het van mijn grootmoeder, en stelde al met vreugde vast dat mijn kinderen het doorvertellen.

Puut kruupt uut, zei de kraai. Gie zoudt mi pakken, zei de puut. Jakkendoe, zei de kraai. En de puut kroop uut. Stek, zei de kraai. ‘k had gepeisd, dacht de puut.

Op dit ogenblik wriemelen er zoals elk jaar tientallen dikkopjes. Die zullen weer opeens mysterieus verdwenen zijn. Voorts trekt het water bijen, libellen en waterjuffers aan en drinkende en spattende vogels. Er zitten veel mussen in het nogal wilde struikgewas omheen de tuin. Hoog in de berk was er een eksternest. Tragisch waren de merels die hun twee jongen, kwetsbaar op de grond, moedig verdedigden tegen onze rosse vervaarlijke transmigrantkater Chapo. Helaas, het hele gebroed van die arme vogels is opgepeuzeld. Meer succes hadden de pimpelmezen in het nestkastje. Heerlijk om de evolutie te volgen vanaf controleren van het huisje, het volproppen met veertjes en pluisjes, via broeden en voederen tot uitvliegen van de kroost. Onze lievelingsvogel in de tuin is een zwartkopje, die luidkeels zingt. En laag bij de grond evolueren twee koddige schuwe egels.  

Ah, de vogelen des hemels, zij zaaien en maaien niet en gaan toch niet verloren, zoals Christus al zei. Gelegen in een krakkemikkige tuinstoel dommel ik in bij het “zie! Zie! Zie!” van de. Tot morgen, waarde luisteraar.

Herbeluister op Radio 1.

Dinsdag 8 juni

Waarde luisteraar. Sinds ik met pensioen ging, ben ik coronavrijwilliger en vaxitaxichauffeur. Gemiddeld eens per week – er zijn echt wel vrijwilligers genoeg – rijd ik minder mobiele oudere mensen naar het vaccinatiebolwerk. In een vorig leven was ik drie jaar directiechauffeur van de Munt, de nationale opera. Ik krijg de indruk dat ik een van mijn vele vorige jobs weer opgenomen heb. Trouwens, ik heb er net nu een ritje naar het centrum opzitten, met een dame die ik drie maanden geleden naar haar eerste Astra Zenica-vaccin bracht.

Het is een heel aangename taak. Zeker drie op de vier vervoerde mensen in mijn woonplaats blijken afkomstig uit mijn geboorteprovincie West-Vlaanderen, het gevolg nog van de na-oorlogse trek van bakkers en slagers naar Brussel en omgeving. En die mensen zijn altijd zo blij en dankbaar. Verscheidene dames nodigden mij uit om na corona een streekbier of trappist te komen drinken en soms moet ik resoluut een fooi afslaan, met het argument dat ze via de belastingen al betaald hebben voor mijn riante ambtenarenpensioen.

Zoals overal is ook ons vaccinatiebolwerk uitstekend georganiseerd. Iedereen is er behulpzaam en supervriendelijk. En dat allemaal gratis, ik herhaal: helemaal VOOR NIETS!! Dank federale overheid, sociale zekerheid en steengoede Belgische Volksgezondheidszorg!

Wat heb ik genoeg van die lawaaierige minderheid van klagers en zeurkousen en zageventen uit allerlei sectoren, die antivaxers en corona-twijfelaars, de verwende Boumers 1, 2 en 3, de agressieve gevaarlijke anti-Viroloog twitterhelden die dan ook nog de media halen.

Als ik die grote tevredenheid bij gewone echte mensen vaststel, vraag ik mij af hoe het kan dat blijkens de laatste opiniepeilingen er schijnbaar toch wel enkele Vlamingen overwegen te stemmen voor partijen die tegenover corona op zijn minst een erg wankelmoedige dubbelzinnige houding vertonen.

Soms ga ik wandelen met niet meer goed te been zijnde dames. De eerste had het in het leven niet makkelijk, vooral na een zwaar auto-ongeval. Ze was jonger dan ik, leefde alleen, had geen computer. We deden een paar administratieve boodschappen, ik haalde een fors park frieten met een ragouzi en joppiesaus.  

De tweede dame, geboren voor de Tweede Wereldoorlog, wilde graag op de begraafplaats het graf van haar jong gestorven kleinkind groeten. Zo kon ik haar de laatste rustplek van mijn zoon tonen. Drie generaties verenigd in verdriet en herinneringen.

Morgen zijn er allerlei versoepelingen, hoera. Binnenkort zoek ik mijn nieuwe vriendinnen op om ergens binnen of buiten die West-Vleteren of Orval uiteindelijk te nuttigen.

Herbeluister op Radio1.

Woensdag 9 juni

Voor mij mag het vandaag, morgen of overmorgen al gebeuren, in het grootste geheim: de landing  op Zaventem of  Melsbroek van een vliegtuig uit het Koerdische gebied in Syrië met aan boord 30 zogenoemde IS-kinderen, en hun 13 moeders, IS-weduwen. Zo discreet als dat maar kan, reizen de kinderen, allen jonger dan 12, verder naar een veilige gezellige plek, terwijl de moeders in verzekerde bewaring worden genomen voor een grondig onderzoek en diepgravende gesprekken. De kinderen vinden daarna hopelijk gezond en wel onderdak bij hun grootmoeders, die met IS en de radicale islam niets te maken hebben. De familie en omgeving van de vaders en alle dubieuze predikers en ronselaars mogen nooit te weten komen waar de kinderen wonen.

En dan begint de lange maar mooie weg naar een positieve toekomst, naar volwaardig burgerschap in onze maatschappij. Dank u regering voor die moedige stap in zo’n pijnlijk dossier over kinderen. Daar moet’ in de politiek om gaan: de organisatie van een humane rechtvaardige maatschappij.  

Al Roj en Al Hol, de namen alleen al. We kennen die verschrikkelijke plekken, Rudi Vranckx is er heen gereisd in het gezelschap van Heidi De Pauw van Child Focus en kinderpsycholoog Gerrit Loots van de VUB. Tussen haakjes, een paar van die moeders zijn witte Vlaamse meisjes die zich om een of andere reden bekeerden tot de islam.

Terecht maken we ons grote zorgen om het lot van tienerprostituees  die door loverboys verleid werden om uiteindelijk in de seksindustrie te verzeilen. Justitie doet alles om die meisjes te zoeken, te bevrijden en te begeleiden, en de ronselaars voor de rechter te brengen.  

Welnu, die IS-weduwen zijn ook als tiener ten prooi gevallen aan een wel heel perfide soort loverboy. De islamistische variant. Maar met dezelfde strategie. Het gaat altijd om zwakke en kwetsbare meisjes, uit moeilijke gezinssituaties, vaak wonend in of weggelopen uit een tehuis. Het is erg dat mannen die het slecht menen hun slachtoffers zo gemakkelijk vinden en kunnen overtuigen. In het geval hier het fata morgana van een nieuw zinvol avontuurlijk leven in een religieuze heilsstaat, waar ze zullen trouwen met een knappe martelaar en lieve kindjes krijgen. In werkelijkheid verschilt hun lot in de woestijn uiteindelijk weinig van dat van hun leeftijdsgenoten in de Belgische prostitutie, ze worden onder meer ook seksslavinnen, alleen is het decor nog mistroostiger.

Als we die kinderen en hun nog jonge moeders op een beschaafde wijze opvangen, kunnen we hen een nieuwe kans geven. Tonen wat onze waarden echt zijn. En wat de veiligheid betreft: iedereen die daar iets over weet, zal u zeggen dat het allergevaarlijkste is kinderen en moeders ginder te houden, waar ze vroeg of laat van de radar verdwijnen.

Ik wil dat de radar van onze politici gericht is op: wat is in alle gevallen de meest menselijke oplossing?

Herbeluister op Radio1.be.

Donderdag 10 juni

Waarde luisteraar van Brussel-Vlaams. Rond deze tijd beëindigt een multicultureel leger vaklui allerlei werkzaamheden in onze woning. Die sleepten nogal aan omdat verscheidene stukken ontbraken bij levering. Het excuus van al die firma’s dezer dagen: het zit op de Ever Given, dat reusachtig containerschip dat eerst het Suez-kanaal blokkeerde en nu aan de ketting ligt. Ik krijg de indruk dat er voor al die uitblijvende onderdelen al twee mammoetschepen nodig zijn.

Maar weet u wat de moed er bij ons inhoudt? Het goede humeur en het talent van die vaklui. De loodgieter is een old school Vlaming van bijna mijn leeftijd. Soms geneer ik mij dat ik hier gepensioneerd rondhang, terwijl hij zijn wervels van zijn ruggengraat sleurt. De sloper van de afgedankte keuken en de vervoerders van de nieuwe waren drie stevige Limburgers, die traag praatten en snel werkten. Een familie Oekraïeners behandelde vloeren en muren. Vader, zoon en zwager en altijd duikt er nog wel een neef of oom op, bekwaam in speciale tegellijmtechnieken. De elektricien is een halve Marokkaan met een Vietnamese naam, gekregen van een een bootvluchteling die hem als zoon erkende, de tijdelijke echtgenoot van zijn Vlaamse moeder.

Op zijn werkdocument zag ik dat hij niet geaarde stopcontacten, maar aardige stopcontacten had geschreven.

Zijn personeelsleden zijn een slanke prins uit Senegal en drie Portugezen. Bij de keukenbouwers zit een keurig Nederlands sprekende man uit de Dominicaanse republiek. Ik tel dus 5 orthodoxe christenen, 3 katholieken, 2 moslims en enkele ongelovigen. Met al hun talen en dialecten schieten die mensen wonderwel met elkaar op. De oudste Portugees vertelt over zijn verleden als vrachtwagenchauffeur en wijnbouwer, en dat hij eens een fles Dao of Vinho Verde zal meebrengen. Soms hoor ik een flard van een exotisch lied, een schaterlach, een vloek, obrigado, shoukran, dobredan, djakuje, gracias en asalaam aleikum. En die mannen zijn zo proper, borstel en vuilblik vinden ze niet beneden hun waardigheid.

Wat een geluk dat al die mensen hier in België en in mijn huis zijn aanbeland. Zonder hen zaten we hier nog de vaat te doen in een zinken teil onder een koudwaterpompzwengel, verschoonden we na gedane zaken ons achterste met verknipt krantenpapier boven een opening in een plank en wasten we ons allen tegelijk in een zitbad waarover Johan Anthierens schreef “het onderlijf baadt, het bovenlijf, droog, kijkt toe”.

Herbeluister op Radio1.be.

Vrijdag 11 juni

Trouwe luisteraar van BRT1. Nu ik hier toch in de buurt ben, ga ik straks voor de laatste maal naar de fotograaf aan de Rogierlaan vlakbij het Meiserplein, La Place Misère. De zaak heet Pages et Images.

Als ik ooit een onderneming start, noem ik die: Teksten en Prentjes.

De aardige vrouw van de zaak komt uit Menen, de bruisende groezelige grensgemeente zo’n 20 kilometer van waar ik geboren ben. Haar man is een Brusselaar die mij steevast meneer De Coster noemt.  

Na vele jaren arbeid in de mooie sector van het beeld gaan die mensen verdiend met pensioen en verhuizen ze naar het uiterste zuiden van België. Dat betekent dat mijn fotocarrière er op zit. Met dat laatste analoge filmpje van 36 foto’s, dat ik begin dit jaar aanvatte. Winterse foto’s op een zomerdag. Hoe fijn ook dat je twee weken moet wachten op ontwikkeling van je kiekjes.

Nog maar 20 jaar geleden waren er in mijn provinciestad drie fotowinkels. Een na een schakelden ze over op de lucratieve verkoop van gsm’s. Toen ontdekte ik die fijne Pages et Images in Schaarbeek. En ja, ik blijf analoog. Echte filmpjes, van Kodak, en glanzende papieren fotoafdrukken. Niet dat ik tegen de moderne tijd ben. Ik heb zelfs de selfie uitgevonden, ik kan u dat tonen.

Het eerste foto-toestel in mijn leven was de Gevabox van mijn vader. Je moest dat voor je buik houden en er van boven in een soort spiegellens in kijken. Binnenopnames konden niet wegens geen flits, en kleur was onmogelijk.  De dag dat mijn zus een toestelletje kocht, fietsten we naar een parkeerterrein waar ze verleidelijk poseerde bij een verlaten Studebaker Hawk. Ik mocht het apparaatje lenen om mee te nemen op schoolreis. In de jaren 80 kocht ik een halfautomatisch onding waar ik toch altijd wel iets aan moest regelen en bijstellen, zodat veel kiekjes letterlijk de mist in gingen.  “Wat een lullig apparaat”, zei een vriend eens. Tijdens een reis in Frankrijk ging het definitief stuk, al die prachtige foto’s die ik had geschoten waren zwart. De volgende camera kreeg ik van mijn broer, die avondschool fotografie volgde, een eervolle vermelding had behaald in een wedstrijd en vreemd genoeg als prijs een rood Oost-Duits toestelletje won van het merk Nova Spectrum. Ik beleefde er plezier aan tot ver na het bestaan van de DDR. Het ging stuk nadat ik er uitgerekend in Weimar op was gaan zitten.

Op de eerste persconferenties die ik een kwart eeuw geleden volgde, waren fotografen nog druk in de weer met het bliksemsnel vervangen van filmpjes. Mijn dochter beëindigde gisteren haar tweede jaar fotografie aan Luca in Brussel. In die twee jaar was ze vooral bezig met analoge foto’s, zelfs met de zogenoemde technische camera, waar je nog lichtgevoelige platen in en uit moet schuiven, en als fotograaf onder een doek kruipen. Het is nu aan haar. Ik stop mijn fototoestel in de vitrinekast van mijn eigen museum.  Dank voor de aandacht, dames en heren.   

Een gedachte over “De week van de gierzwaluw, de Senegalese elektricien, de vaxitaxi, de analoge foto en de IS-kinderen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s