“Laten we een stille revolutie ontketenen”

“Ma cure de silence” van de Franse Kankyo Tannier is net vertaald in het Nederlands met als titel “De kracht van de stilte”. Kristien Bonneure had een gesprek met haar.

Tannier Auteursfoto

“Mijn leven? Ik loop, ik eet, ik slaap, ik kijk naar de lucht, ik adem, ik aai mijn katten, ik mediteer, ik zing…” Het antwoord typeert Kankyo Tannier, een zonnige verschijning met heldere blik, een klaterende lach, kaalgeschoren hoofd en lange pij. Ze is zenboeddhistische non, zangtherapeute, paardenverzorgster. Ze studeerde af in de rechten, werkte als journaliste en na enkele bezoeken aan zenkloosters streek ze uiteindelijk neer in de Elzas, in het klooster Ryumonji bij meester Olivier Reigen Wang-Genh, waar ze 16 jaar verbleef. Nu woont ze in een cabane in het bos, vlakbij het klooster. Daar heeft ze tijd om zich aan het schrijven te wijden.

Tannier noemt zichzelf een non 2.0 want ze deelt haar ideeën via sociale media. www.dailyzen.fr vat goed samen waar ze mee bezig is: een dagelijkse ervaring delen, geworteld in huiselijkheid, maar met de blik op verte. Haar eerste boek “De kracht van de stilte” is een diepzinnig maar tegelijk lichtvoetig boek, met Franse schwung, humor en zelfrelativering geschreven. Veel inzichten en suggesties zijn ook al elders geopperd, maar Kankyo Tannier pakt het verfrissend aan.

Die mensen die de radio uitzetten als ze in de auto stappen… ze zijn vermoedelijk de heiligen van de eenentwintigste eeuw!

Eén van de belangrijkste adviezen die Kankyo Tannier geeft is die van de digitale retraite: voor kortere of langere tijd alle schermen uit, geen radio, geen tv, geen telefoon, geen computer. Over de weldadige effecten daarvan is ook een ander recent boekje uiterst interessant: “Kleine filosofie van de digitale onthouding” van de Nederlandse filosoof Hans Schnitzler. Het is de (zeer wijsgerige) evaluatie van een experiment met zijn studenten om een week lang te “ontkoppelen”. Afgezien van die ene studente die een feestje liet schieten, omdat ze niet wist wie er zouden zijn en wanneer het begon, waren alle digitale geheelonthouders lovend. “Ik heb het gevoel dat ik meer leef, ik bepaal nu echt zelf wat ik wil doen”.  Een andere kreeg meer overzicht over de structuur van de dag en zijn eigen verantwoordelijkheid daarin. “Ik voelde mezelf slimmer, kon beter nadenken”.

“In het hart van de vulkaan gaan staan”

Terug naar Kankyo Tannier. De leegte boezemt angst in, geeft ze toe; mensen vullen dat gapende gat het liefst op. Terwijl het zo belangrijk is om alleen te leren zijn.

Een zelfgekozen eenzaamheid, een comfortabele halve draai naar binnen, waaraan je je kunt laven voordat je de wereld weer ingaat.

Wat Tannier over meditatie schrijft, doet sterk denken aan “Leer ons stil te zitten” van Tim Parks. Parks oefende veel geduld; Tannier reikt manieren aan om actief in te grijpen in de menselijke geest. Niet eenvoudig…

In het hart van de vulkaan gaan staan en daar onze angsten te laten smelten. Dat is de weg van de ridder die moed en vastberadenheid vereist. Maar het is ook de weg van de verzoening, van de wapenstilstand, van de acceptatie van alles wat ons vormt, zowel het ‘goede’ als het ‘kwade’.

En wat kan ze fraai formuleren:

Tussen woorden, tussen bekende beelden, tussen vertrouwde gevoelens bestaat een parallel universum, een absolute en weldadige kalmte, waarvan de toegang angstvallig wordt bewaakt door de schildwachten van de concentratie en het volle bewustzijn.

“De stilte hervinden, dat is proeven van verveling”

En toen ontmoetten we elkaar, tussen de duizenden boeken in de Franstalige Brusselse boekhandel Filigranes. We spraken over Silence for Peace en over onze overleden vaders. Een neerslag van het gesprek:

Ik zal de vraag nog maar eens stellen, mevrouw Tannier: wat doet u in het leven?

Ha! Die vraag stellen mensen me vaak, en ik geef er graag een “geometrisch-variabel” antwoord op! Ik doe verschillende dingen. In de eerste plaats verspreid en promoot ik de zenboeddhistische meditatietechniek – en veel stilte-  maar ik ben ook zanglerares en hypnotherapeute. Maar wat ik écht doe in het leven? Ik wandel, ‘je goûte l’air du temps’, ik streel mijn katten, ik luister naar de geluiden van het bos.

Maar u houdt wel van praten?

Ja, ik ben een babbelaar. Als ik in gezelschap ben, hou ik van praten – ook van luisteren- maar ik ben ook vaak alleen, in de stad of in de natuur. Ik wandel graag in m’n eentje. Ik hou van het alleen zijn.

Laten we maar de koe bij de horens vatten en de moeilijkste vraag stellen. Wat is stilte? Er zijn zoveel definities, wat is de uwe?

Ok, dit is de mijne: de stilte is die stille, poëtische, magische ruimte die we allemaal in onszelf hebben, die we kunnen bereiken als we stilstaan en als we leren om de gedachten te laten voorbijgaan. Achter dat lawaai van de gedachten, van de wereld, is er …  die waarlijk heerlijke ruimte.

Het heeft dus niets te maken met het lawaai rond ons, met de decibels van de stad?

Nee, want de stilte zit achter het geluid, ze komt voort uit liefhebben. We hebben het vaak over meditatie, die een waarheid zoekt voordat er woorden zijn; precies zo kun je de stilte zoeken voor er geluiden zijn. Het kan best luid zijn rond ons, maar daarachter, of liever ervoor is er iets anders.

Dus hebt u geen fysieke stilte nodig?

Nee, het idee is om je innerlijke stilte te herontdekken. Dat is de sleutel.

Het woordenboek zegt: stilte is de afwezigheid van geluid. Dat vindt u te beperkt?

Ja, en bovendien: als je de uiterlijke stilte zoekt als voorwaarde voor je welbevinden, dan zoek je de heilige graal! Natuurlijk is het prettiger om ergens te zijn waar je de wind in de bomen hoort en de vogels, maar zelfs in de stad zijn er plaatsen die relatief stil zijn. Als je echt leert luisteren, dan hoor je dat er tussen de geluiden ruimte zit, die ons toelaat om ons te verbinden met een ‘andere’ stilte.

Mensen schrikken terug voor stilte, hoe verklaart u dat?

Een groot probleem en een belangrijke kwestie! Ik denk dat we onze kinderen niet aanleren om zichzelf te leren kennen op emotioneel vlak. Als je dan plotseling de stilte ingaat, is het eerste wat je tegenkomt jezelf! Met alle “geslaagde” emoties, maar ook met allerlei moeilijkheden. Wat de westerse maatschappij ons leert, is dan meteen weg te vluchten van onszelf, weg te vluchten in activiteit en lawaai. De omgekeerde beweging maken vergt een zekere emotionele opvoeding.

Hoe vullen we de leegte dan op?

Consumeren en verstrooien: in dat soort samenleving leven we nu, denk ik. Alsof mensen kinderen zijn, die je altijd maar moet verstrooien, met nieuwe spelletjes en bezigheden. Opdat ze zich zeker niet zouden vervelen. De stilte hervinden, dat is net proeven van verveling! Laat de tijd rustig voorbijglijden. Daar leeft een mens langer van (lacht).

De stille vreugde van uit het raam kijken, zoals u schrijft in uw boek.

Dat heb ik ervaren in India, tijdens een lange, spirituele retraite, wekenlang, met enkel dat raam om naar buiten te kijken. Maar het kan ook veel korter. Gewoon stoppen. De tijd nemen om te stoppen en te proeven van de stilte.

Uw boek heet in het Frans “Ma cure de silence”, letterlijk “Mijn stiltekuur”. Curer, dat is genezen. Van welke ziekte moet de stilte ons genezen?

Met “kuur” wilde ik gewoon een zekere duur suggereren. De ziekte, dat is de verstrooiing, de afleiding waar ik het net over had. De energie die ons altijd weer uit onszelf haalt. Met een stiltekuur van een weekend, of zelfs een dag kunnen we opnieuw leren om … de telefoon uit te schakelen. Grote ‘challenge’, hé?

Die digitale detox, alle schermen uitschakelen, dat lijkt me steeds moeilijker te worden?

Ik vind het vreemd. De voorbije dagen was ik in Spanje en Catalonië en praatte ik met veel journalisten. Tien jaar geleden bestonden de sociale media niet. Twintig jaar geleden was er geen internet. En nu zijn we verslaafd aan zaken die de macht hebben om onze aandacht vast te houden! Het is een echte uitdaging om daar niet van afhankelijk te worden; om er gebruik van te maken als we ze nodig hebben – of zin-  maar ook om ze te kunnen uitschakelen. Dat kan geleidelijk gebeuren. In de spiritualiteit zijn die inspanningen lonend die we lang kunnen volhouden. Jezelf forceren is jezelf geweld aandoen. Ik raad iedereen aan om je digitale toestellen een paar keer per dag uit te zetten. Om te kunnen ademen. Om niet met allerlei draadjes aan andere plekken vast te hangen.

En dat dan op te drijven, van minuten naar uren, naar dagen, naar een week?

Ja, of er slim mee omgaan. Mijn telefoon staat aan, maar ik kijk niet alle vijf minuten. We moeten  al die toestellen anders gebruiken. Op een bewuste manier. Sociale media en internet maken deel uit van ons leven, dat is allemaal interessant, maar we moeten een nieuwe manier vinden om er mee om te gaan.

Maar u schrijft toch blogs op het internet?

Jawel, ik gebruik het internet, ik zit op Facebook en euh … zelfs een beetje op Twitter (lacht). Maar als ik iets post, dan ga ik niet de hele dag zitten kijken hoeveel likes en commentaren er zijn. Ik gebruik de nieuwe media als kanalen om informatie te verspreiden. En als ik vrede heb met mijn emoties, heb ik geen behoefte aan het zoeken naar antwoorden. Ik blijf bij mezelf, in mijn lichaam.

Rustig bij jezelf blijven, dat is moeilijk. U schrijft vele bladzijden over die innerlijke monoloog, dat inwendige stemmetje dat niet ophoudt met praten…

Dàt is de grote vraag. Het kan een stemmetje zijn, of beelden, of gedachten, fysieke gewaarwordingen, emoties. De belangrijkste techniek is om je ervan bewust te worden. Helaas leven de meeste mensen meestal als robots, gehypnotiseerd door de wereld en de dingen. De gedachten komen op, mensen volgen gewoon wat er opkomt in hun hoofd. Dat is toch eigenlijk verrassend en verontrustend!  Alle oefeningen in meditatie en spiritualiteit zeggen hetzelfde: wees je opnieuw bewust van je gedachten, en beslis daarna of je die wil volgen of niet. Dat vergt veel oefening. Complex is het niet, maar het vergt training, geregelde inspanning. Inspanning… Een woord dat uit de mode is…

Oefenen, herhalen, je concentreren, rituelen uitvoeren, helpt dat?

Het idee is dat je echt anders wil gaan leven, niet meer als een robot zoals ik zei. En om de oude denkpatronen te veranderen heb je inderdaad rituelen nodig, veel nieuwe rituelen. Dat is trouwens gemakkelijker in groep. Ik geef mensen vaak de raad aan om aan te sluiten bij een meditatiegroep, om te oefenen.

U legt vaak de nadruk op het lichaam, het fysieke, de oren, de ogen ook. Waarom is dat belangrijk als we over stilte praten?

Het lichaam, dat is het huidige moment. Daar staat een gelijkheidsteken tussen. Maar meestal zijn we met ons lichaam ergens op een plek, terwijl onze geest elders is: aan het voorspellen wat er gaat komen, aan het herinneren, aan het verzinnen. Onze geest zit buiten het lichaam, en het is belangrijk om te leren die geest weer naar binnen te krijgen. En meteen in het moment te stappen.

Dat is ook iets wat dieren u leren? U schrijft liefdevol over paarden, over katten.

Ja, ik heb grote spirituele meesters vlakbij me. Ik heb het geluk naast het klooster en vlak bij een bos te wonen. Met paarden, katten, kraaien, en al die kleine insectjes. Ik houd ervan om doodstil te zitten en hen te observeren. En van hen op te steken hoe je spontaan en instinctief kunt zijn. Verbonden te zijn met het weer, de wind, de maan. Dieren zijn grote leermeesters.

Is uw zoektocht naar stilte iets puur persoonlijks, of zit daar ook een maatschappelijke kant aan?

Voor mij gaat het veel verder dan persoonlijk welbevinden! Als je innerlijke stilte vindt, en die daarna meeneemt naar andere plaatsen, dan maak je de wereld vredevoller, dan verbind je je met alles, met de bomen en alle andere dingen en mensen. Het doel is echt een innerlijke revolutie, een revolutie van de stilte.

Is er zo’n stille beweging aan de gang, met veel mensen samen?

Dat denk ik wel. Ik voel het, ik heb de indruk – zeker met het internet, als ik dat allemaal observeer- dat er een soort bewustwording aan de gang is, dat er iets moet veranderen aan de manier van leven zoals we die kennen sinds pakweg ’45. Het hyperconsumentisme, al die afleidingen… Mensen verlangen naar iets anders. Iets eenvoudigers. Terug naar de natuur. Dat zal nog toenemen. Ik ben daar nogal optimistisch over.

We zitten hier tussen de vele boeken over persoonlijke ontwikkeling, geestelijk welbevinden, noem maar op… Dreigt het gevaar niet dat stilte ook commercie wordt? Dure retraites voor de rijken enzo?

Ja en nee. Als de commercie er op springt, dan zal ze er wel brood in zien, zeker. Maar het stoort me niet echt, als de goede boodschap maar verspreid raakt… Kijk naar het veganisme. Ik ben veganist, en dat is blijkbaar in de mode. Dat maakt me blij, want het is goed voor de dieren.  Waarom niet?

Uw boek wordt vertaald in twaalf talen, Spaans, Italiaans, Engels, Duits, Nederlands, Portugees… u hebt een gevoelige snaar geraakt?

Ja, ik was echt verwonderd. En heel tevreden. Ik denk dat het grote publiek zin heeft om de spiritualiteit te ontdekken. En mijn boek is nogal humoristisch en vreugdevol geschreven. Het is  spiritualiteit voor het dagelijks leven, niet streng of zwaarwichtig. Ik denk dat dat de lezer aanspreekt.

Het is ook erg toepasbaar in het dagelijks leven. Wat zijn uw belangrijkste tips?

Ik heb veel praktische oefeningen in het boek opgenomen. Neem nu je oren. Je kunt naar de stilte luisteren. (….) Misschien is dit niet erg radiofonisch, maar je kunt je verbinden met de geluiden die er nu zijn (…) verre geluiden, dichte geluiden (…), diepe geluiden, hoge geluiden, (… gsm rinkelt… ), een beltoon (lacht). Dat allemaal beluisteren is een manier om je opnieuw te ‘centeren’ in je lichaam. Voilà, een snelle methode die je doorheen de dag kunt toepassen.

U schrijft ook over een andere manier van kijken. Wat hebben ogen te maken met stilte?

De ogen werken vaak instinctief, een restant van toen we dieren waren. Ogen zijn naar buiten gericht, bespieden wat er rondom gebeurt. Maar de beweging van de ogen creëert gedachten, en dat resulteert soms in een hyperactief brein. Wat je kunt doen als je af en toe door de stad loopt, is je ogen en je geest kalmeren door een paar minuten als stappend naar beneden, naar de grond  te kijken. Een bel creëren rond jezelf, jezelf ‘centeren’ alweer. Op die manier kun je je weer aanwezig voelen, in het moment, in je lichaam.

En proberen niet te vallen!

Welnee, er ontwikkelt zich een ander gevoel, je zal niet zo snel tegen anderen aanlopen (lacht)!

 

Kankyo Tannier, “De kracht van stilte” is uitgegeven bij Xander, 2017, 222 p.

Hans Schnitzler, “Kleine filosofie van de digitale onthouding” is uitgegeven bij De Bezige Bij, 2017, 128 p.

 

Lees deze tekst ook op www.waerbeke.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertisements

Wouter Torfs: “Stilte is de taal van de liefde”

De ondernemer roept op om deel te nemen aan “Silence for Peace” in Antwerpen, een sit-in voor meer verbondenheid.

Vorig jaar streek Silence for Peace drie dagen en drie nachten neer op het Muntplein in Brussel, waar mensen van allerlei rangen en standen samen zaten in stilte. Een vredesinitiatief om tot meer samenhorigheid te komen in tijden van conflict. Na Brussel en ook Leuven is nu Antwerpen aan de beurt, een dag en een nacht, van vrijdag 17 uur tot zaterdag 17 uur op de Handschoenmarkt, vlak bij de kathedraal.

Wouter Torfs doet mee en roept anderen op om zijn voorbeeld te volgen. “Stilte is de taal van de liefde”, zegt de ondernemer. “Samen in stilte zitten brengt verbinding, terwijl woorden toch vooral dienen om te overtuigen en te scheiden.”

Walk with me

Tegelijk is op veel plaatsen in Vlaanderen “Walk with me” te zien, een rustgevende documentaire over de Vietnamese boeddhistische monnik Thich Nhat Hanh en zijn beweging voor mindfulness en wereldvrede.

 

Thich Nhat Hanh is wereldberoemd door zijn boeken. Er zijn miljoenen exemplaren van verkocht in tientallen talen. De bescheiden boeddhist leeft al sinds de jaren 60 in Frankrijk. In Frankrijk stichtte hij een kloostergemeenschap, “Plum Village”. Daar wonen monniken en zusters, maar er komen ook veel leken op retraite.

Regisseurs Marc J. Francis en Max Pugh werkten drie jaar aan de documentaire.

De film zelf is een meditatie, en zo wordt de bioscoop een meditatiezaal

Het is een intuïtieve film, waarin de camera registreert wat er in het klooster gebeurt, en ook op verplaatsing. De boeddhistische monniken reisden ook naar New York, om er te werken in de gevangenis. Ontroerend is ook het weerzien met familieleden.

“Walk with me” is geen portret van Thich Nhat Hanh zelf; dat wilde hij niet. De man is intussen 90 en na de film kreeg hij een beroerte.

Thich Nhat Hanh, genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede, wordt gezien als de grondlegger van de mindfulness in het westen, de psychische training om rustiger en stabieler in het leven te staan, gebaseerd op boeddhistische meditatie en ademhalingstechniek.

De film krijgt extra diepgang door wondermooie natuurbeelden en door de stem van Benedict Cumberbatch. De Britse steracteur leest fragmenten uit het dagboek van Thich Nhat Hanh.

 

Op woensdag 27 september komt “Walk with me” in de zalen. Dit weekend zijn er speciale vertoningen in Brugge (Lumière), Brussel (Cinema Aventure en Vendôme), Gent (Sphinx) en Antwerpen (Cartoon’s).

Genezen doe je toch in alle rust?

Wat is een ziekenhuis toch een nerveus zoemende bijenkorf. Ik heb er helaas wel wat ervaring mee, en het valt me telkens op hoe schaars de rust er is, terwijl een mens toch net beter wordt van peis en vree en niet van een bad van lawaai en drukte?

Hallo, ik ben Sofie, en ik ga vannacht voor u zorgen, klonk het in mijn pas ontwaakte oren. Een zachte stem. Ter contrast met alles wat ik me herinner van de nacht op intensieve zorg: teringherrie, een pandemonium van zoemen, bliepen, klikken, suizen, kraken, praten, kreunen, roepen. Een man in een naburige box schreeuwt het in het Arabisch uit, tot hij plotseling stilvalt, na wellicht een spuit van het een of het ander. Elders heeft iemand alle infusen losgetrokken en ontstaat er stennis. Ik vraag en krijg oordopjes. Maar het blijft zoemen en bliepen, dwars erdoorheen. Karel Goeyvaerts componeerde ooit met de geluidjes in z’n ziekenhuiskamer. Maar geluidsdeskundige Julian Treasure stelde aan z’n TED-talkpubliek de retorische vraag How does anyone get well with sounds like this?!  nadat hij de heksenhetel van een afdeling intensieve zorg had laten horen.

Karrenvracht

En dan lig je op een gewone kamer, naast een rustige andere zieke. Tot de karren komen. Zoveel karren! Met eten, met verband, met pillen, met een bloeddrukmeter, met poetsgerief. Ze suizen door de gang en je hoort  – kedeng kedeng – elk richeltje in de vloerbekleding onder de wieltjes verdwijnen.  De verpleging moet tegenwoordig zelfs navigeren met een rijdende laptop – ieieieiep – tot net naast je bed om daarna  – piep – je identificatiearmbandje in te scannen. Alle respect hoor; die mensen doen wonderen tegen de klok…

Ik hoef geen gewijde stilte in een dure eenpersoonskamer; ik kan best wel wat gebabbel hebben, met medepatiënten of hulpverleners. En toen enkele kamers verder een bejaarde man met krachtige stem Tweeeeeee oooooogen zo blauauauauauauw zong, voor de hele gang, schoot ik net als iedereen in de lach.

Positief is ook het teeveebeleid. Waar er vroeger één scherm was in een kamer, en de kwiekste zieke de afstandsbediening monopoliseerde om daarna keiluid naar Thuis te kijken, zijn er tegenwoordig twee schermen, of zelfs een soort computerscherm vlak aan je bed. Ieder zijn meug. Bij mij bleef het stil; in het holst van de nacht klonk er Hildegard von Bingen in m’n oortjes.

Voor het bijenkorf- of luchthavengevoel van een ziekenhuis heb ik eigenlijk bewondering. Alle raderen die draaiend in elkaar grijpen; het bloed geanalyseerd, de patiënt ontwaakt, de instrumenten steriel gemaakt, de soep opgelepeld.

Stille ruimte

Maar als je zelf moet herstellen maakt die drukte -want dat is het- je onrustig. Des te blijer ben ik dus om in het ziekenhuis van Vilvoorde, AZ Jan Portaels, een nieuwe stille ruimte te ontdekken. Van zodra ik op de been ben, zoef ik – ping – naar beneden om de deur, met in grote letters: ‘bezinnen-stilte-licht-welkom-gesprek-troost’, even achter me dicht te trekken.

Er staan blankhouten zitbanken en een genereuze tafel om aan te schrijven of te tekenen; papier, pennen en kleurtjes liggen klaar. In het tafelblad is een kompas gegraveerd. Hier ben ik, hier zit ik, hier sta ik. Ik loop misschien verloren in mijn zorgen en mijn leed, maar hier kan ik even voor anker gaan.

Ik denk aan een passage uit de recente roman ‘Oksana’ van Donald Niedekker:

Je bestaat, je bestaat zonder poespas, zonder opsmuk, zonder tierelantijn, gewoon zo, met het bij de sluiting jeukende bh-bandje, met het uitzicht op een dal, je bestaat zonder dat je je hoofd hoeft te breken over de volgende stap, je bestaat met de ochtend, met de bomen, het zand, een vennetje, een dorpsstation, de roep van een koekoek, malse voorjaarsregen, het bestaat, elke regendruppel bestaat, en jij bestaat precies zo.

In een speels ingedeelde wandkast staan de Koran en de Bijbel zusterlijk naast elkaar; ik zie opgerolde gebedsmatjes, een meditatiebankje en kleine kruisjes van brooddeeg. Er heerst hier godsvrede: in het hout zijn katholieke, orthodoxe, evangelische kruisen gebeiteld, net als een islamitische maansikkel-en-ster en een davidsster. En een humanistische happy human.

Een warm, sober interieur, open en pluralistisch. Ik vind de stille ruimte van AZ Jan Portaels een voorbeeld. Ik weet dat er hier en daar nog inspanningen worden geleverd; ik zou eens een inventaris moeten vinden – of maken. In AZ Groeninge in Kortrijk konden ze niet kiezen: er is een kapel én een stille ruimte, bijna identiek zachtgeel ingericht naar een ontwerp van kunstenaar Richard Venlet. Maar er is nog een lange weg te gaan. In Gasthuisberg in Leuven moet ik altijd  even naar adem happen voor ik de kapel/gebedsruimte binnenga: een donkerbruine kist zonder licht of lucht, volgestouwd met stoelen en dingen die in de weg staan. Maar er woont ook een prachtige, trotse  middeleeuwse madonna met kind; zowel moeder als zoon mankeren een hand. Er komt hier veel volk. Mensen ontsteken een lichtje, of schrijven een intentie neer in een dik boek. Ik denk aan wat Alain de Botton zegt in ‘Religie voor atheïsten’ over de aantrekkingskracht van een moederbeeld in een kerk, voor al wie even wil nadenken, verpozen, zitten of huilen.

In Nederland heeft Jorien Holsappel-Brons enkele jaren geleden haar doctoraat geschreven over stille ruimtes; ze telde er toen al niet minder dan 250. Die in de zorgsector –zieken- en verzorgingstehuizen, psychiatrische instellingen- noemt ze ‘cocons’. Dan zou ze de Kapel van het Niets in de tuin van het psychiatrisch ziekenhuis van Duffel moeten bezoeken: de hardste, meest confronterende stilteplek die ik ken, ontworpen door kunstenaar Thierry De Cordier.

Blik op bomen

Groene ruimte kan ook rust en stilte herbergen. In Leuven is het met een vergrootglas zoeken naar blad of bloem. Ziekenhuisstad is van beton, en wordt trouwens met de maand groter, hoger en versteender. In Vilvoorde kijk ik uit op een ferme linde, die veel houtduiven verwelkomt als de zon ondergaat. Op het terras van de cafetaria zit ik omringd door groen, naast het kanaal. Binnen enkele jaren verhuist deze hele ziekenhuissite, ik mag hopen dat er minstens evenveel groen op de plannen staat. Wat lees ik in de krant? Amerikaans onderzoek heeft uitgewezen dat wie uitkijkt op groen vanuit bed, een dag vroeger dan gepland het ziekenhuis mag verlaten. Het klopt, in mijn geval! Dank je, linde, dank je, stille ruimte.

Kristien Bonneure

Stilte is een kunst

https://www.randkrant.be/artikel/kristien-bonneure-kunst-in-de-troost

De poort achter het stilste plekje van Vilvoorde gaat voor enkele dagen open. Twee weekends kan je achter de dikke muren van het slotklooster van Onze-Lieve-Vrouw van Troost een reeks kunstwerken gaan bekijken. Kristien Bonneure en haar partner Lucas Vanclooster maakten de selectie.
Kunst in de Troost is een unieke gelegenheid om de troostende kracht van een stille plek te ervaren. De werken van maar liefst 25 kunstenaars staan tentoongesteld in de mooie kloostertuin en enkele ruimten binnen in het klooster. Het werd een stil ensemble van creaties van schilders, grafici, beeldhouwers en keramisten. Elk op hun manier en via hun artistiek medium nodigen ze je uit om stil te staan en dieper in te gaan op een gedachte of een gevoelen. Dat je op één plek zoveel creatief talent kan vinden, is uniek.’

‘Net zoals de plek waar de tentoonstelling plaatsvindt. Ik herinner me nog hoe ik vele jaren geleden – toen ik nog niet zo lang in Vilvoorde woonde – aan mijn echtgenoot vertelde dat die wereld achter de groene poort van het karmelietenklooster me fascineerde. Dat zich daar een leven in alle stilte afspeelde, sprak toen al tot mijn verbeelding’, zegt Bonneure.

‘Stilte helpt om aandachtiger te luisteren.’

Aan de ingangspoort van de kloostertuin hangt een gedicht. Het is een ode aan de stilte. Bonneure schreef er drie jaar geleden een boek over: Stil leven, een stem voor rust en ruimte in drukke tijden. ‘In onze hectische wereld zijn stille plekken even levensnoodzakelijk als oases in de woestijn. Ook ik verdwijn af en toe graag een paar dagen in de stilte. Nog belangrijker vind ik het om stilte in mijn dagelijkse leven in te weven. Stilte brengt evenwicht en diepte. En hoe gek het ook mag klinken, stilte werkt verbindend. Het helpt je om aandachtiger te luisteren. Naar de wereld, de andere en naar je eigen innerlijke stem.’
Helpt kunst ons ook om die innerlijke stem te vinden? ‘Het valt me op dat de stilte van deze exporuimte vele kunstenaars aanspreekt. Het doet hun werken ook tot hun recht komen. Hun creaties komen trouwens vaak in grote stilte tot stand.’ Of zoals het gedicht aan de ingangspoort van de kloostertuin zo treffend samenvat: In de tuin bloeit stilte. In stilte bloeit kunst.

29 EN 30 APR • 6, 7 EN 8 MEI
Kunst in de Troost
Vilvoorde, www.kunstindetroost.be

infoDe toegang is gratis. De opbrengst van de verkoop van de kunstwerken gaat naar de restauratie van de Troostbasiliek.

Nathalie Dirix, verschenen in RandKrant mei 2017

Luwteplekken in de stad

dscn8149Waar is het rustig in de stad? En wat zijn de kenmerken van de plekken waar we kunnen schuilen voor het lawaai en de drukte? Architect Geert Peymen en interieurarchitecte Pleuntje Jellema voerden twee jaar lang onderzoek, samen met studenten en wandelaars.

“Stil is het nergens in de stad,” steekt Geert Peymen van wal in Bonus (Radio 1). Enkel akoestiek als criterium nemen voor een rustige plaats heeft dus weinig zin. Hij spreekt daarom niet over stilte-, maar over luwteplek.

Luwte als de plek in de rivier achter een steen, waar de stroming geen vat op heeft.

Samen met studenten en wandelaars ging hij op pad in Gent en wist een aantal van die luwteplekken te vinden. Daarvoor gebruikten ze zes parameters: omsloten, poreus, betekenisvol, contrastrijk, relationeel en niet-toegeëigend.

Een belangrijk aspect om tot rust te komen is de mogelijkheid om afstand te kunnen nemen. Een omsloten plek, zoals het Drongenhofje in het Patershol, biedt bescherming, met gevels, muren, hagen of bomen. Terwijl we met Peymen staan te praten komt de plaatselijke kat tegen onze benen strijken. Tegelijk is zo’n plek niet helemaal afgesloten, maar poreus: de stad en haar geluiden dringen er in door. Vaak moet je als wandelaar door een poort of een andere doorgang, als een overgang van de drukke stad naar de luwteplek.

(Al dan niet religieuze) symbolen, natuurelementen of erfgoed brengen betekenis bij, blijkt uit een andere luwteplek, ‘Het rustpunt’, de schitterende binnentuin van de karmelieten in Gent. Ook contrast is van belang, bijvoorbeeld in de gebruikte materialen. In een park stap je over zandpaden, dat geeft een andere beleving dan kasseien of stoepstenen. Daarnaast kun je van een luwteplek in je eentje genieten, maar soms ook collectief. En liefst is zo’n plek ook neutraal, zonder al te nadrukkelijke aanwezigheid van religie, commercie of privé-inkijk.

Ga eens op je rug liggen

“Op onze wandelingen namen we een caféstoel mee op onze rug, om uit te vissen waar we zouden gaan zitten in de ruimte,” lacht Geert Peymen. Die het ook belangrijk vindt om af en toe eens te gaan liggen in de stad. “Dat geeft pas een ander perspectief!”

Het onderzoek en gelijknamige boek ‘De Luwteplek’ is een handig instrument voor beleidsmakers, organisaties maar ook burgers. Nu de stedelijke verdichting ons voor nieuwe uitdagingen stelt, vinden de onderzoekers, is het nog belangrijker om een stad op mensenmaat te ontwikkelen waar ruimte blijft voor stilte, rust en verstilling. Idealiter komt er zelfs een netwerk van verstillende plekken in de stad, verbonden door trage wegen en paden. “Vergelijk het met de fit-o-meter, indertijd,” zegt Geert Peymen.

Lees deze tekst ook op de redactie.be en beluister de reportage op Radio 1.

1116336370.jpg

Het stille westen

1
2 3
4 5 6
7 8 9 10
11

In 2016 schrijf ik 366 elfjes. Elke dag elf woorden in bovenstaand schema. Het is een alternatief, spaarzaam dagboek. Meestal een observatie. Vaak komt er een dier in voor. Na de aanslagen in Brussel groeiden er ineens drie elfjes, 33 woorden rond een groot stil gat van verdriet. Elfjes schrijven is stil staan. Het is een vrouw uit Brugge die me inspireerde . Intussen hebben we al eens met meer dan honderd mensen tegelijk geëlfd. In stilte.
Nu ben ik alleen in de Stiltehoeve Metanoia in Moerkerke. Ik sta achter een reusachtig raam en mijn blik omarmt de polders, de scheefgewaaide bomen, de lage lucht van Jacques Brel, het grote houten ei van kunstenaar Koen Van Mechelen, Coming World. Ssst, daar is een elfje.

Als
ik lang
genoeg kijk wordt
het bruine gras een
konijn.

2 april 2016. Geluiden. Een boer ploegt de grond in vette plakken om. Zijn tractor dreunt diep. Een lawaaierige maaier (een lamaaier?) kortwiekt het gras. Daarna daalt de stilte neer over de stiltehoeve. Het gaat niet enkel over decibels. Het gaat over aandachtig zijn. Waakzaam. Gewarig.

Ik ben alleen en gelukkig. The cure for loneliness is solitude, schrijft de Amerikaanse dichteres Marianne Moore. In een massa mensen kan ik intens ambetant en vervreemd zijn. Dan is het goed om even alleen te zijn. Kunnen we dat nog, in een wereld waar ‘ik share, dus ik besta’ de norm is? Nog nooit zijn individualiteit, autonomie, individuele rechten zo belangrijk geweest in de wereld als nu, en toch zijn er steeds minder mensen die het kunnen uithouden met zichzelf. Woorden van Sara Maitland.

Ik ga vroeg slapen. Er is hier geen afleiding, geen tv, geen radio, geen telefoon, geen internet. Ik lees een pagina of twee en knip het licht uit in mijn Franciscus van Assisikamer.

Zondagochtend. Dezelfde winterkoning van gisteravond zingt hetzelfde riedeltje. Intussen zijn meer mensen aangekomen. We klimmen naar de zendo. Met vijf mannen en acht vrouwen zitten we in een vierkant. Een klankschaal trilt; de geluidsgolven ebben hoorbaar weg. Niemand spreekt, niemand preekt. Ik hoor het vogeltje. Voel mijn pijnlijke gewrichten. Mijn kop zit vol gedachten, plannen, herinneringen, restafval en zwerfvuil. Het zinkt langzaam naar de bodem. De zendo, een stille kamer naar het model van een Japanse meditatiehal, was vroeger een hooizolder. Wat zou de Moerkerkse boer van toen zeggen? Na een half uur stil zitten is het tijd voor wat beweging. Traag stappen we in wijzerzin het vierkant rond. De ene stemt z’n tred af op de voorganger.

Na een tweede half uur stilte is het tijd voor ontbijt, beneden. Ik ben ontgoocheld, iedereen gaat zo ver mogelijk uit elkaar zitten. Zoals in de cinema of de kerk! Daarnet waren we een verbonden stille groep, nu is die weer verknipt tot allerindividueelste individuen. In het verleden heb ik wel vaker in stilte gegeten en daar wél een warm en sociaal, zij het niet-verbaal gebeuren van gemaakt. Ik laat de lawaaierige espressomachine links liggen en tank uit een thermos waar ‘stille koffie’ op staat. Hoezo, stiltezoekers hebben geen gevoel voor humor? Ik snij een snee bruin brood, hap van een stuk Damse Mokke. Schil traag een peer. Met krant noch conversatie is alle aandacht voor de peer, de kaas, het brood, de koffie.

En dan hup, naar buiten, de lentedag in. Ik zie op de dijken in de verte slierten wielertoeristen. In de tuin van Metanoia lopen schapen, kippen en katten. Dag hommel. Alles staat in bot en knop, op barsten. Langs de oprijlaan wiegen narcissen. Met gras en klinkers is een kopie van het spirituele labyrint van Chartres gemaakt, dertiende-eeuws, een alternatief voor arme drommels die toch een soort pelgrimage naar Jeruzalem wilden ervaren. Ik stap traag op de paadjes, en kom uit in het hart van de cirkel. Een labyrint brengt je altijd waar je zijn moet. Niet te verwarren met een doolhof. De kieviten lachen me uit, in een veld spot ik een haas. ‘Liever is een haas en hij loopt rap’, zei mijn schoonvader zaliger. Ik wandel op het ritme van mijn adem, vier stappen in- en vier uitademen. Moeder natuur biedt me een belachelijk special effect aan: de zon scheurt de wolken open en schijnt recht in mijn gezicht. Brede glimlach.

Zittend mediteren, zwijgen, een labyrint afstappen, polderwandelen in cirkelvorm: laten we zeggen dat dit heerlijk nutteloze activiteiten zijn. Wu wei, niet-doen. Dat is pas vloeken in de West-Vlaamse kerk, de provincie van de noeste werkers, van zwieg’n en voartdoen. Stilstaan is toch achteruit gaan? In mijn dialect is ‘leven’ synoniem voor ‘geluid’. Is ‘stilte’ dan gelijk aan ‘dood’? Bruges la Morte, Brugge-die-stille? West-Vlaanderen, de provincie met het hoogste zelfmoordcijfer van het land. Vergis je niet, zwijgen is niet altijd bevrijdend.

De meeste gasten van de Stiltehoeve komen uit West- en Oost-Vlaanderen. Blijkbaar is er wel behoefte aan stilstaan en reflecteren. Straks vertrek ik naar huis, maar komen er achttien verse stiltezoekers vijf dagen lang leven in stilte. ‘In een volgehouden stilte kantelt vroeg of laat het perspectief’ lees ik op één van de merkstenen, langs een pad door het veld. Mensen hebben heimwee naar iets, dat ze hier kunnen ervaren, zegt Patrick Hanjoul, de bezieler van Metanoia, een initiatief van Bond zonder Naam. Ik was hier ooit de eerste gast, in januari 2014. Sindsdien zijn velen gevolgd, lees ik in het gastenboek. ‘Ik kwam, ik zweeg, ik overwon’, da’s een goeie. Veel dankbaarheid, veel begin van inzicht. De stilte kan weer heel maken. Iets om over na te denken in deze farmaceutische tijden. Slaapmiddelen en antidepressiva helpen de gestresseerde mens de dag door; de stilte zoekt de wortels van de problemen in plaats van de symptomen, zegt Hanjoul. Wanneer betaalt de ziekteverzekering de stilte terug?

In mijn zoektocht naar stille mensen, praktijken, initiatieven kom ik vaak in West-Vlaanderen, mijn geboortegrond. De doorwaaide polderstilte. De verkavelde stilte van de kust. De stilte van de schreve in Watou (wordt deze stille vrijplaats straks –zonder subsidies voor het kunstenfestival- weer deel van de lawaaiwereld?) De verwarde, verstomde, opstandige en tegelijk respectvolle stilte van de vele begraafplaatsen in de Westhoek. Waar ik me altijd het contrast inbeeld met de oorverdovende geluiden van honderd jaar geleden, van bommen, mijnen, artillerie. Gedreun dat meer in de botten gevoeld dan met de oren gehoord werd. David Hendy schrijft erover in zijn boek over de geschiedenis van het lawaai . ‘If you were at the front, you didn’t so much hear the noise as feel it. It went right through you, shaking you to the bones’.

In september 2015 overleed de West-Vlaamse Bieke Vandekerckhove, aan de gevolgen van ALS. Ik heb veel geleerd uit haar boek ‘De smaak van stilte’ . Ze verbond het westen en het oosten, de benedictijnse spiritualiteit en het zenboeddhisme. Ze inspireert. Hé, ik schrijf woorden die teruggaan op ‘spiritus’, ademtocht, de geest in en uit de fles, iets onstoffelijks en stils, een ziel? ’Er is een besef van de dingen, niet zonder sterven geboren uit de stilte, dat voor deze wereld en dit leven van het allergrootste belang is. Het is levend en onuitsprekelijk. Een niets dat alles openbaart…’, schreef Bieke diepzinnig over stilte. Ze verbleef bij Willem Vermandere, toen daar ook zijn dochter Els kwam beeldhouwen. Bieke schreef later haiku’s bij tekeningen van Els. Els Vermandere woont en werkt dan weer in Lampernisse, bij Diksmuide, waar ze elk najaar een stil evenement organiseert, Herfsttijloos, met kunst, literatuur en wat muziek. Lampernisse is naar eigen zeggen het stilste dorp van Vlaanderen. Is dat geen goed teken, dat tegenwoordig meerdere dorpen en plekken per se de stilste willen zijn? Waarbeke, een gehucht van Geraardsbergen voorop, dat z’n naam aan de stiltebeweging Waerbeke gaf.

De Brugse interieurarchitect Tom Callebaut bedenkt sacrale ruimtes: YOT/Magda in de Magdalenakerk in Brugge, de gedurfde transformatie van een kapel in Groot-Bijgaarden, een stille ruimte in het Onze-Lieve-Vrouwecollege in Assebroek. Landschapsarchitect Andy Malengier ontwierp nieuwe begraafplaatsen in Wervik of Vleteren, parken waar de ars moriendi en de ars vivendi samenkomen. Hij heeft het over de stille beleving van de buitenruimte, over het belang van contemplatie. In het AZ Groeninge in Kortrijk is er een nieuwe kapel, maar ook een neutrale stille ruimte, van kunstenaar Richard Venlet. Ook in het Jan Ypermanziekenhuis in Ieper kan de stiltezoeker terecht. Aan de KULAK is er ’t VerDIEP, een stille ruimte met werk van wijlen Roger Raveel. In Mariënstede in Dadizele, een instelling voor mensen met een beperking, staat een houten ‘stille hut’ in de tuin. Vormingplus Midden-en Zuid-West-Vlaanderen is al een hele poos bezig met een interessant stiltetraject.

Brugge-die-stille, mijn geboortestad. Met mijn oma en tantes ging ik eendjes voeren in ’t Stil Ende. Anno 2016 lijkt elke kubieke meter voorbestemd om te consumeren, en visueel of auditief te delen met vele anderen. En toch. Vlak nadat mijn moeder overleed was ik vaak te vinden op een bank aan de rustige Groenerei, met uitzicht op een vaak gefotografeerde hond, die intussen ook is gestorven, panta rhei…. Ik ben graag aan de molens op de vesten, in de tuin van het Gezellemuseum, ja zelfs in het Begijnhof. Op een rustig moment.

500 jaar geleden werd ‘Utopia’ van Thomas More gedrukt in Leuven. De KU Leuven organiseert dit jaar een essaywedstrijd voor studenten om een nieuw utopia te schrijven. Ik mocht de inzendingen mee beoordelen en vond er een bijzonder mooie, met als wensdroom dat de utopische mens ook een ‘vita contemplativa’ moge leiden en niet bang weze voor stilte en leegte, integendeel, dat hij of zij een ‘amor vacui’ moge koesteren.

Loop de Stiltehoeve uit en je komt langs een veldkapelletje voor Onze-Lieve-Vrouw van de Waterhoek, ‘beschermster tegen de moderne kwalen’. Wandelend in Moerkerke weiger ik te geloven dat stilte een utopie is.

Twee
vossen begroeten
me om vijf
uur. Moer, rekel, jong?
Goedemorgen.

9 juli 2016
Kristien Bonneure
tekst voor het jaarboek van VWS, Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers

Vredige stilte

Drie dagen en twee nachten lang zitten mensen samen in stilte op het Muntplein in Brussel. Een sit-in om verbondenheid te accentueren. Silence for peace heeft geen ideologische kleur.

Stilte heb je in soorten.

“Ik heb altijd een hekel gehad aan stilte, aan dingen die niet gezegd worden. (…) De stilte is voor mij het begin van het einde, een voorbode van de dood, het tegenovergestelde van het leven.”

Carine Russo publiceerde deze zomer, twintig jaar na de moord -door Marc Dutroux- op haar dochtertje Mélissa, haar dagboek van toen. Alle begrip voor de gevoelens van een moeder die haar kind verloor. Ze ervaart negatieve, onvrijwillige stilte. Er is ook een positieve variant. Zelfgekozen, mild, open en verbindend. Daarover gaan Silence for Peace en deze bijdrage.

Stille media

Er is grote nood aan stilstaan en temporiseren in deze op scherp gestelde tijden. De animo voor stilteretraites of  -wandelingen groeit. Zelfs in de (audiovisuele) mediazee kun je eilandjes van contemplatie ontwaren. In Wanderlust op Canvas luistert filosofe Alicja Gescinska naar interessante denkers. Luisteren naar iemand, dat was lang geleden. In de eerste aflevering met Roger Scruton liet ze zelfs een lange stilte vallen, zo lang dat Scruton vroeg waar het volgende gespreksthema bleef… In het programma waar ik zelf voor werk, Bonus op Radio 1 (‘s zaterdags tussen 7 en 9), treedt elke week een dichter de actualiteit in verzen tegemoet.  Poëzie is de stilste vorm van literatuur. De witruimte tussen de woorden is minstens even belangrijk. Klara is gestart met het zondagse Walden, trage radio met weinig beats per minute.

Hoeveel minuten stilte?

De rituele variant van stilte hebben we het afgelopen jaar vaak kunnen (moeten?) ervaren. De dag na de aanslagen in Brussel stonden we gekringd rond kaarsen en bloemen voor de Beurs. Hoeveel keer zal dat nog nodig zijn? Vroeg ik me af. Ik was naïef. De voorbije maanden stegen op teveel plekken  ‘Schweigeminuten’ als gebeden ten hemel. Ze boden wat troost, maar altijd met een parfum van verstomming, bouche bée.

Tegelijk is het lawaai enkel toegenomen. Luisteren is er niet meer bij. Ik leg m’n handen over m’n oren en blijf de verwijten en (voor)oordelen horen. Angst doet de ene mens schreeuwen en de andere ineenkrimpen, in het echte en het virtuele leven van de sociale media.

’t Is hoog tijd voor iets anders.

Anders reageren

Stilte is de ontbrekende stem in conflict en debat, vinden de organisatoren van Silence for Peace. Het is het proberen waard. Stilte is een middenveld, waarop mensen, groepen, belangen elkaar kunnen vinden. Om het negatief te formuleren: stilte is niet verkaveld, geclaimd of gekoloniseerd, noch ideologisch, religieus, commercieel of politiek ingevuld. Positief gezegd: stilte is vrij en open, stilte is van en voor iedereen, een vrijplaats waar meer velerzijds begrip kan groeien.

Zoals zo vaak begint het van binnen, individueel. Maar wat een kracht kan er uitgaan van een groep stille mensen. Ik bekijk het als een ‘cairn’, een hoop stenen die als baken dient in het landschap. Ik leg er graag een stil steentje bij.

Telkens weer die bloemen, kaarsen en stille wakes als er iets ergs is gebeurd. ‘t is tijd om eens positief en samen stil te zijn, zonder directe negatieve aanleiding. Om niet met taal of actie te reageren, maar met iets van een geheel andere orde. Iets dieps en essentieels en menselijks. Kom erbij zitten, kort of lang. Kom u verwonderen. Of vervelen. Want spannend is het wel.

Silence for peace op het Muntplein in Brussel, van donderdag 15 september 2016 om 8u tot zaterdag 17 september om 20u. Lees deze tekst ook op deredactie.be