Wanneer het stil is in het ziekenhuis

In een ziekenhuis kruisen mensenlevens op bijzondere momenten. Wie ziek is, heeft rust nodig, maar daar ontbreekt het vaak aan. Kathleen Verhelst is moreel consulente in AZ Jan Portaels in Vilvoorde, therapeute en docente. Zij is de bezieler van de stille ruimte in dit ziekenhuis. Samen met haar partner neemt zij de stilte ook mee op verre reizen. Intiem gesprek over grote levensvragen in het Waerbekehuis.
interview: Kristien Bonneure • muziek: Steven Vrancken • productie: Milan T’Hooft

Advertenties

Een zacht “Hoera!” voor de Dag van de stilte

DSCN7619.JPGStilte valt ook collectief te beleven en is veel meer dan een individuele nooduitgang uit lawaai en stress. Een getuigenis.

 

Eindelijk wintertijd. Wisselvalliger, interessanter weer.  Straks begint “Winteruur” weer op Canvas, televisie voor mistige avonden. Op het kerkhof maken de doden zich klaar om bezoek te ontvangen. De eerste pompoen is geslacht voor de soep. De Boekenbeurs verleidt om in iets van papier te duiken en pas uren later weer naar adem te happen. Na die veel te lange zomer van oeverloos terrasjesweer en ad nauseam barbecueën is de herfst een stemmig seizoen om de binnenkant weer eens te verkennen.

Winteruur

De stiltebeweging in Vlaanderen begon niet toevallig in een nacht waarin zomer- en winteruur van plaats wisselden. Er was een zacht pianoconcert van 2 tot exact 3 uur, waarna de klok een uur terug werd gedraaid. Was dat concert wel echt geweest? Voor alle aanwezigen was het intense tijd, en de klok had die niet geregistreerd. Het is intussen jaren geleden, maar ik vond het een ijkpunt. Als we de tijd (symbolisch) stilzetten, dan kan er wat gebeuren.

Stil heeft meerdere betekenissen: geen beweging en geen geluid. De Dag van de stilte, sinds enkele jaren een begrip in Vlaanderen en Nederland op de laatste zondag van oktober, gaat over beide definities, maar dan in positieve zin. Wat kan er verschijnen als beweging en/of geluid verdwijnen? Antwoord: rust, ruimte, reflectie en verbondenheid.

Lawaai is ongezond

De Wereldgezondheidsorganisatie legde recent nog eens de vinger op het trommelvlies: het voortdurende achtergrondgeluid van auto’s, treinen, vliegtuigen en zelfs windmolens kan chronische stress, hart- en vaatziekten, diabetes en psychische aandoeningen veroorzaken.

Dit voorjaar hing er een “curieuzeneus” aan onze voorgevel; ik wacht op de dag dat er een “curieuzenoor” volgt. Niet om van de stad een “dode kamer” van 0 decibel te maken, maar een plek met een interessant geluidsreliëf, waar drukte- maar ook luwteliefhebbers gedijen.

Om een universeel thema uit de gemeenteraadsverkiezingen aan te halen: een autoluwe stad is niet enkel gezonder voor onze longen maar ook voor onze oren. Een geruststelling: er zijn intussen negen stiltegebieden in Vlaanderen. Allen daarheen (maar niet allemaal samen)!

Kantoorhelm

Zelfs al passen de decibels binnen de normen, dan nog kunnen akoestische prikkels geweldig storen. Iedereen die in een landschapskantoor werkt – iedereen dus, stilaan – weet waarover ik het heb. De telefoon- en andere gesprekken die niet voor jou bestemd zijn, de vergadering naast je, het heen- en weergeloop, de constante afleiding. De kantoorhelm die koptelefoon heet.

De werkomgeving en -organisatie dragen niet bepaald bij tot psychisch welbevinden. Toegegeven, zélf zijn we ook niet slim bezig, met 17 openstaande programma’s of applicaties op schermen allerhande. Ping, zei de mailbox net, terwijl ik deze tekst tik. Ik beken: ik heb gekeken.  Alsof ik dertig keer per dag naar buiten zou lopen om te kijken of de postbode al geweest is.

Mentale prikkels en afleiding zijn lawaai in je hoofd. En de cijfers zijn hallucinant: tot 50 keer per dag je smartphone checken kan niet gezond zijn.

In het Museum Dr. Guislain in Gent is nu de tentoonstelling “Prikkels” te zien, een onderzoek in dat hoogst urgente spanningsveld “hoe we onze dorst naar prikkels koortsachtig trachten te lessen, of net krampachtig proberen buiten te sluiten”.

Mediteren voor jezelf …

De drastische remedie tegen fysiek en mentaal kabaal is de knop omdraaien. In het bos, in een klooster, op een yogamat. Stilte opzoeken om weer in balans te komen.

In een interview over rituelen (De Standaard, 20 oktober 2018) wimpelden Herman De Dijn en Neil Mc Gregor mediteren weg als een “private, individuele praktijk, die je niet met de gemeenschap verbindt”, “niet enkel individualistisch, maar ook nog eens instrumenteel”, om de stress de baas te kunnen. Dat is maar het halve verhaal, vind ik.

… of voor een betere wereld?

Terug naar september 2016. Brussel is nog aan het bekomen van de aanslagen. Op het Muntplein zit ik met vele anderen stil, op de grond of op een krukje. Voor kortere of langere tijd houden we ogen en mond gesloten. Ik hoor de stad wakker worden, het gedruis van machines, klaterende fonteintjes, verre stemmen. Soms word ik gewaar dat iemand opstaat, of dat een andere mens zich installeert.

De sit-in “Silence for Peace” is een ongebruikelijke manifestatie, zonder woorden en uitermate kwetsbaar – je ogen dicht doen in de grootstad, ben je gek, straks is iemand er met je tas vandoor! Ik heb het ervaren als een verbindend, vredevol, artistiek statement en als iets wat ik sindsdien meedraag als een mogelijkheid: kijk eens wat er ook kan gebeuren in het openbaar, in de hectiek van de stad.

Sindsdien zijn er nog sit-ins geweest. Op 27 oktober, zit Silence for Peace onder de stadshal in Gent. Joost Callens, bedrijfsleider van  Durabrik, deed al vaker mee. Voor hem “hoeft er niet iets ergs te gebeuren om samen stil te staan”. Ook ondernemer Wouter Torfs is het initiatief genegen.

Tijd en ruimte delen met anderen, in stilte, met een positieve intentie. Op zo’n moment ervaar je dat stilte “collectief immaterieel erfgoed is”. Dat idee staat centraal dit weekend. Op 27 oktober in Gent en op 28 oktober de Dag van de stilte in Heule bij Kortrijk, met allerlei stille activiteiten. In zowat alle Vlaamse stiltegebieden en ook in Brussel zijn er stiltewandelingen. Een idee voor al die worstelende lokale politici?

Paul Demets schreef ter gelegenheid van de Dag van de Stilte 2018 een gedicht.

 

Bladstilte

Hand van mij, laat mij niet los.
Blad dat afhangt van zijn tak
en meebuigt met de wind. Nerven

vol pigment. De tijd morst op het oppervlak.
Veeg de nog natte haren uit het gezicht
van het licht en bedek mij met schaamte.

Je bent zo vaak beschreven. Schaduw
mijn voorhoofd als ik in de zon kijk
en mijn donkerte zich langzaam oplost

als je naar haar reikt. Vorm die afhangt
van een vorm. Niets zijn, hand van mij,
dan bladstilte in een bos. De ingehouden

schreeuw van de boom voor hij ontworteld
wordt. Nauwelijks geluid van het wuiven.
Hand van mij, laat mij niet los.

Paul Demets

Plattelandsgedicht XXXII
voor Waerbeke vzw in Waarbeke
voor de Dag van de stilte
en vooral voor de stilte zelf.

Lees deze tekst ook op vrtnws.be

 

 

sesshin

IMG_5194.jpg

het waait van
windboom tot
zwaaizwaluw
het beweegt
weegt weinig
ruist en ritselt
koert en tsjilpt
het leeft
vlerkt en zoemt

het barst uit
de bodem
ontploft uit
de knop

het stroomt traag
in het kaarsrechte kanaal
gracht sloot beek poel
de waterhoek
staat droog
het is stoffig en heiig
er is al gehooid

het druppelt
genadig
eindelijk water
de haas kiest het pad
de kikker een bij
en daarboven hangt al de reiger
toverframbozen
wolk van vlinders
kies maar uit
zonnebloem of zonnehoed
goudsbloem of kamille

met mijn polderkont op
voormoederlijke grond
zit ik in het hart van
het universum
moerkerke
arcadië

vouw me open
tot een wijde kom
waar alles in past
kom
gekuifde kippen kom
korenbloemen klaver
zelfs de vogelschrik
zeker de vogelschrik
muggen gelieve zich te onthouden

gene zever
de werkloze bullshitsensor
het verlangen naar niets
tenzij een braaf lijf
zitten is lijden
lijden is zitten
stappen is schaatsen
in een oeroud ritueel

de stille
kracht van elf
beweegt
weegt weinig
is veel
is wat het is
deel van het geheel
het bladje is het water
het water is het bladje

in het raam
een bewegend schilderij
als bij harry potter
haha de merel zingt
een ringtone
in de stiltehoeve
’s avonds een langoor
langdurig lankmoedig

ik vlecht van biezen
bloemenkransen
we zitten als herders op
een brugje

ik slaap
bij franciscus
de dieren komen naar
me toe
kikkers katten kapucijntjes
in de paartijd
de verre hondenblaf
de ronk van de tractor
alles in overvloed
ruimte
stille
vredige
tijd

 

 

kristien bonneure
sesshin 10-15 juli, stiltehoeve metanoia, damme
foto lieve juchtmans

 

 

Stilte is van niemand en voor iedereen

De twee minuten stilte op de Dodenherdenking begin mei zijn “heilig” voor de Nederlanders. Maar actievoerders dreigden met groot lawijt, om aandacht te vragen voor de slachtoffers van de Nederlandse kolonisatie.

Er kwam in Nederland een rechter aan te pas om de twee stille minuten tijdens de Dodenherdenking op 4 mei te vrijwaren. De avond van 4 mei is bijzonder; dan worden de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en andere conflicten herdacht. Dat gebeurt al 73 jaar volgens een strak scenario, in aanwezigheid van het koningspaar. Nadat de klok van de Nieuwe Kerk acht keer heeft geslagen volgen twee volle minuten indrukwekkende stilte op de volgepakte Dam in Amsterdam.

Het actiecomité “Geen 4 mei voor mij” heeft daar bezwaren tegen; de tegenstanders noemen de plechtigheid hypocriet en racistisch. De slachtoffers van het Nederlandse leger na de bevrijding in Nederlands-Indië (toen nog een Nederlandse kolonie) worden namelijk niet herdacht.

“Geen 4 mei voor mij” wilde tijdens de stilte van de Dodenherdenking letterlijk kabaal maken. Of als het moest zelfs een luchtalarm laten afgaan, om in oorlogssfeer te blijven. Nou moe! De rechter verbood de actie; de tegenstanders zagen er uiteindelijk van af. Ze zijn wel tevreden dat “de beerput is geopend” en het onderwerp nu op de kaart staat.

Er vallen gewichtige woorden over twee minuten stilte. De burgemeester van Amsterdam beschouwt de Dodenherdenking als een “heilig moment” en het organisatiecomité wilde niet praten met de actievoerders “omdat die zich buiten het maatschappelijk debat plaatsen”. Opnieuw: nou moe!

De Dodenherdenking lijkt het volgende heilige huisje waarvan onverlaten de ruiten ingooien. Links en rechts vliegen elkaar weer eens een keer naar de strot met termen als politiek correct, lange tenen, geschiedvervalsing, traditie, cultuur, identiteit, koloniale erfenis, witte kramp … Ik hoor het koor aanzwellen als in een opera van Wagner. Of is dat de Koningin Elisabethwedstrijd voor zang?

Stilte, ruimte en tijd delen heeft grote verbindende betekenis.

Mij treft vooral hoe stilte en lawaai opgeëist kunnen worden. Een minuut stilte kennen we als een gedeeld moment van respect. Op een openbare plek samen stil zijn en stil staan betekent wel wat. Na de aanslagen van 22 maart in Brussel en Zaventem, na àlle aanslagen, zie je mensen geschokt en bouche bée samentroepen op de plaats des onheils, om een bloem neer te leggen, een kaars te branden.

Helaas moet er nog al te vaak eerst iets heel ergs gebeuren. Een mooi voorbeeld van positieve stilte zijn de publieke sit-ins van “Silence for Peace” in Brussel, Antwerpen en andere steden. Zonder aanleiding, maar met des te meer betekenis: samen stilvallen in de wereld, verbinding zoeken en hopelijk ook uitstralen.

Het is goed als ook de overheid daar gelegenheid toe biedt. Zo’n “officiële” stilte lijkt neutraal, als een soort seculier gebed. Maar het is een dubbeltje op zijn kant. Als ik onder de Menenpoort in Ieper de stilte hoor waarin de Last Post verdwijnt, dan beneemt me dat nog altijd de adem. Maar als ik mijn ogen opendoe en de vele militaire uniformen zie, dan snap ik ook waarom Unesco dit (nog) niet als (neutraal) Werelderfgoed erkent. Om de balans te herstellen ga ik steevast ook naar het Duitse Soldatenfriedhof in Vladslo, om stil te zijn in het gezelschap van de gebroken vader en moeder van Käthe Kollwitz.

Als de stilte politiek geclaimd wordt of zelfs heilig verklaard, dan is er weinig ruimte voor gefluister in de marge.

De stilte van de Dodenherdenking in Amsterdam is wel erg geregisseerd, geritualiseerd en misschien ook gebetonneerd. Als het machthebbers zijn die beslissen wie, waar, wanneer en waarom stil moet zijn, dan komt er vroeg of laat een ogenblik waarop die stilte ter discussie staat.

Ik ben fan van stilte. In een (soort van) ideale definitie: stilte als vrijplaats om open te staan voor de buitenwereld en ruimte te scheppen om te reflecteren. Als ik dat samen met anderen kan beleven, des te beter. Hoe meer zielen, hoe meer stilte.

Maar ik ben me ook bewust van de problematische kant. Van Dale geeft bijvoorbeeld vooral negatieve definities van stilte: eigenschap van zonder beweging te zijn; toestand dat het niet of weinig waait, dat niemand geluid maakt, dat er niet gesproken wordt, afwezigheid van verkeer, vertier… Voor veel slachtoffers mag het net wat meer waaien, zeker als de stilte van bovenaf wordt opgelegd.

“Silence encourages the tormentor, never the tormented,” zei de nazi-jager Elie Wiesel, toen hij de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Je leest het in de woordenschat: slachtoffers worden monddood gemaakt, wandaden doodgezwegen, potjes gedekt. Als stilte onderdrukt, dan is spreken – of schreeuwen – natuurlijk bevrijdend: inspraak krijgen, gehoord worden, een stem hebben. Eindelijk! MeToo! In die zin zijn stilte en lawaai politiek. “Who gets to make a noise and who doesn’t, who gets their voice heard and who doesn’t, who gets to listen and who doesn’t is of crucial importance,” schrijft David Hendy in zijn boek “Noise”.

In Nederland wilde “Geen 4 mei voor mij” lawaai maken tijdens een stille minuut, maar het kan ook omgekeerd. Tijdens de demonstraties in Turkije tegen de ontruiming van een centraal plein bleef eerst één choreograaf stil staan, en later vele anderen met hem. Een jaar nadat een storm over Pukkelpop raasde, vroeg zangeres Skunk Anansie om allemaal samen 20 seconden veel kabaal te maken, uit eerbied voor de slachtoffers.

Respect kan stil of luid zijn. Wat telt is de intentie en de aandacht. En dat is zeldzaam in de swipende wereld.

Hoe los je dat nu op in Nederland? Tja, tegelijk stil zijn en lawaai maken kan natuurlijk niet. Maar de lawaaimakers hebben wel een punt dat zelfs officiële stille minuten niet in stenen tafelen gebeiteld zijn. Discussie is goed, “de herrie brengt ons verder”, zegt Ilse Raaijmakers, die een boek publiceerde over de Dodenherdenking met de veelzeggende titel “De stilte en de storm”.

Wellicht is het tijd om herdenkingen te her-denken met nieuwe vormen en gedachten. Ik zou het fijn vinden als dat in stilte blijft gebeuren. Ik denk aan de vierdaagse tocht Ijzer 2018 waarbij ik vorige maand een stukje meefietste. Dichters hielden letterlijk halt in de berm. Ze lazen eigen gedichten en verzen van 100 jaar geleden voor, zowel van Vlaamse frontsoldaten, Britse war poets als van “den Duits” of van een Indiase dichter. We vielen daar met z’n allen voortdurend stil in de Westhoek. En dat zal me nog lang heugen.

In mijn ideale wereld is stilte een vrijplaats, politiek niet te claimen, inclusief, een ruimte die de tegenstellingen overstijgt, niet verkaveld, van niemand en voor iedereen. You may say I’m a dreamer, but I’m not the only one.

Ester Naomi Perquin, Dichter des Vaderlands in Nederland schreef er volgend gedicht over:

Wet

Nu men over stilte niets meer heeft te zeggen, het onderzoek
is afgerond, wereldwijd filosofen, psychologen, geologen
en de gewone man twijfelen aan het bestaan ervan

nu alles klinkt en piept, raast en knaagt, men naar buitenlandse
bergen moet of nachtelijke hei, naar binnenmeren,
buitenwijken, we nooit meer raken uitgepraat,
nooit meer tot bedaren komen –

Nu wat ons rest te klein wordt om onze doden in te passen,
kan men hooguit géén antwoord geven. Komma’s sparen.
Witregels verzamelen. Stillevens. Pauzes. Hapering.

Eén wet blijft altijd ongeschonden. Ter bescherming.
Vóór de stilte valt kan men iets zeggen. Of er na.
Maar nooit er midden in.

© Ester Naomi Perquin, 4 mei 2018
Dodenherdenking 2018

LEES OOK

Leve het stilleven

spanish-still-life

Wat gebeurt er weinig in een stilleven. Wat gebeurt er veel. In de expo Spanish Still Life hangt een schilderij met rafelige boeken en een zandloper. Het zand zit in de bovenste helft. De schilder, die grapjurk, heeft de tijd stilgezet. Ik ben blijven staan tot het zand was doorgelopen.

Citroenen, een peer en een wat verlepte kool, aan een touwtje opgehangen. Groenten en fruit als een eetbare mobile in een kaal decor, als hemellichamen in de ruimte.

Vaak is een Spaanse bodegon (letterlijk: cafétafereel) een weelderige hoorn des overvloeds met openbarstende granaatappels, vette vijgen, kweeperen met menselijke rondingen. Vergeten groenten en fruit: mispels, paarse penen, dahlia’s. Eros.

En Thanatos. Schedels, ook van onderuit geschilderd met een akelig gat. En daarrond geschikt alles wat een mens nooit meeneemt naar gene zijde: geld, dobbelstenen, kaarten, juwelen, wapens, eten en drinken, kleren, ego. Ijdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid.

Hoe langer ik kijk, hoe meer ik opmerk. Ik hoor het getinkel van een fijn glas. Bestek dat klettert. Ik vergelijk de doffe glans van pruimen met het zachte nooit reflecterende dons van perziken. Hoe meer ik fantaseer. De perzik van Toon Hermans. Of die van Call me by your name! In het boek explicieter uitgewerkt dan in de film, maar ook daar al mijlenver van tevoren aangekondigd: aan de boom, in sap, op tafel…

Afhangende takken vol donker glinsterende bramen.  Alles is rijp. Wat een verschil met de keiharde industriële groente in de supermarkt, veel kraak, weinig smaak. Op de schilderijen is alles bijna overrijp, nodig g’heten zoals mijn West-Vlaamse familie zegt. Een mes gaat door een meloen als boter. De uien lopen uit. De moot zalm ruikt sterk. Tussen de stukken spek, de dode hazen, zwaluwen en zelfs een gevangen hop sluipen al katten rond, die er hun tanden in zetten. Stilleven is in het Frans nature morte. Ik moet aan A zed and two noughts denken, de film van Peter Greenaway over vergankelijkheid en verval.

In het museum zie ik bloemen in alle stadia van verwelking. Een bos bloeiende tulpen is een heerlijk warrige wildernis met warme kleuren. In de winkel staan de bosjes groene tulpen als preien stijf en koud tegen elkaar. In de reclame is een opengesneden appel altijd wit en glanzend. Daar gebruiken ze haarlak voor, want al na een halve minuut wordt een appel bruin. Een schilder laat de tijd de tijd. Bederf hoort daarbij.

“Een stilleven mist elk narratief en elke intrige,” lees ik in mijn gidsje. Echt? Wiens hand heeft dit ensemble samengezet? In welke kamer staat die mand? Wat zit er in? Wat is de symboliek? Een stilleven is voor mensen met verbeelding. Bill Bryson schreef in At home. A short history of private life over de dingen die we dagelijks gebruiken. De echte geschiedenis is af te lezen aan wat en hoe je eet, denk ik. Die koperen ketel op het doek: wat is daar in klaargemaakt? Voor wie en door wie? En wie lapte de ketel?

Dit zijn dure schilderijen in een museum. Maar ik zie ook stillevens op straat. Gevallen snoep, ontsnapt uit een kinderhand, daar word ik altijd melancholisch van. Onlangs opgemerkt: een prachtig platgereden peer, een boodschappenlijstje in een lege winkelkar, een dappere paardenbloem in een scheur in het asfalt. De postuurkes in een vensterbank. Of gewoon thuis: fruit in de mand. Wachten tot het rijp wordt. Tot het zand doorgelopen is. Of kijken naar wat Jeroen Meus uitstalt op zijn plank, voor hij er het mes in zet. Stillevens, je moet er wel geduld voor hebben.

 

Spanish Still Life met werk van Pereda, Zurbaran, Goya, Picasso, Dali… tot 27 mei in Bozar, Brussel

De kracht van de herhaling

DON3360.jpg

In Antwerpen is binnenkort Canto Ostinato van Simeon ten Holt op vier piano’s te horen, of beter: te ervaren. Repetitief, bezwerend en melodieus. De aantrekkingskracht ervan heeft alles te maken met herhaling.

Spiraal

De kracht van vooruitgang, van verandering, van vernieuwing? Neen, bedankt. Ik ben meer te vinden voor de cirkel dan voor de pijl. Voor cyclische in plaats van lineaire evolutie. Misschien is een spiraal een beter beeld dan een cirkel: die draait rond maar komt nooit terug op hetzelfde punt. Op de winter volgt de lente volgt de zomer volgt de herfst volgt een àndere winter, een àndere lente et cetera…

Tot de trance er op volgt

Ik heb wel eens 108 keer dezelfde mantra gezongen (een kortje: so ham, “ik ben”) met vele anderen in een zaal. Ik kan me instant naar de middeleeuwen verplaatsen en meezingen met pelgrimsliederen op weg naar Montserrat, opgetekend in het beroemde rode boekje of libre vermelh. Cuncti simus concanentes Ave Maria. Eindeloos herhaald, een staplied. Un kilomètre à pied, ça use, ça use, ça use les souliers.

Luister eens naar West-Afrikaanse muziek, de cirkelzangen van de griots, de woestijnblues. De herhaling brengt je in een trance, wat natuurlijk de bedoeling is: los van tijd en ruimte, wegzakken in een diepere laag van het leven, of opstijgen in een ijler universum. Dat herhaling helend werkt, weten de sjamanen ook.

“Und so weiter”

In de klassieke muziek is er natuurlijk de Bolero van Ravel, of canonzingen, of het zotte Perpetuum Mobile van Johann Strauss. Af en toe te horen op het Nieuwjaarsconcert in Wenen, waar de dirigent na verloop van tijd de onsterfelijke woorden spreekt: “und so weiter”. Enkele jaren geleden lag ik languit te luisteren naar Vexations van Erik Satie, 840 keer hetzelfde motiefje op piano, niet na te fluiten zo complex in zijn eenvoud.

“State of grace”

En dan zijn er echte repetitieve muziekmakers als Philip Glass, Steve Reich, Terry Riley, Michael Nyman, Wim Mertens. Of in de popmuziek: Tubular bells van Mike Oldfield. Of Happy van Pharell Williams. Over Giorgio Moroders wervelende, bezwerende herhalingen in I feel love, gezongen door Donna Summer, schrijft Jon Savage: “Within its modulations and pulses, it achieves the perfect state of grace that is the ambition of every dance record: it obliterates the tyranny of the clock – the everyday world of work, responsibility, money – and creates its own time, a moment of pleasure, ecstasy and motion that seems infinitely expandable, if not eternal.”

We gaan nergens heen, we blijven hier, maar er gebeurt iets met ons tijdsbesef. We stappen “er” even uit.

Ostinato. Van het Latijn. Betekent “koppig”. Een herhaald motief.

De Nederlandse journalist Paul Witteman noemt Canto Ostinato “hypnotiserende muziek, onthaastende klanken met de elegantie van Chopin en de ijzeren discipline van Steve Reich.” Filosofe Joke Hermsen heeft vaak over de Canto geschreven, over “de talloze herhalingen, die als de af en aan stromende golven op het strand op me inwerkten om me ten slotte in de muziek kopje-onder te laten gaan.”

Sommige muziekliefhebbers vinden de melodie te mooi, te ouderwets, te gemakkelijk. Net als Arvo Pärt begon Simeon ten Holt zijn carrière met koele, atonale composities. Canto Ostinato is anders, vloeiend, intuïtief, emotioneel.

Simeon ten Holt overleed in 2012, maar zijn beroemde muziekwerk –misschien wel het bekendste uit de Nederlandse muziekgeschiedenis intussen- wordt vaak uitgevoerd, meestal met twee of vier piano’s, maar ook in andere bezettingen. Een versie op orgel met een dansende, draaiende derwisj, bijvoorbeeld. Hoe frappant, repetitieve muziek en soefisme, twee werelden die in elkaar opgaan.

Filmmaker Ramon Gieling maakte een documentaire over hoe de Canto de levens van 9 mensen veranderde. Een museumdirectrice beviel van een zoon, terwijl de muziek speelde; een dj liet een stukje partituur op zijn arm tatoeëren, een wetenschapper vond een gelijkenis met zijn onderzoek, voor een vrouw was de Canto aanleiding tot haar scheiding.

Ook in de taal: herhaling

Incantaties, litanieën. Bid voor ons, ontferm u over ons, verhoor ons, spaar ons, heb genade. Waar anders dan in een gedicht zit de herhaling zo dicht bij de muziek?

Zoals dit eiland van de meeuwen
is en de meeuwen van hun krijsen
en hun krijsen van de wind
en de wind van niemand,

zo is dit eiland van de meeuwen
en de meeuwen van hun krijsen
en hun krijsen van de wind
en de wind van niemand.

Meeuwen van Herman de Coninck. Ogenschijnlijk is dit surplacen. Maar dat is buiten de waar(hei)d van Heraclitus gerekend: alles stroomt, en je kunt geen twee keer in dezelfde rivier stappen.

Joke Hermsen ziet een “geheim verbond met de tijd” in de muziek van Ten Holt, die de luisteraar ontvankelijk maakt voor “die andere tijdervaring dan de kloktijd.” Ontvankelijk zijn. Je hersens even uitzetten en de muziek, de taal ervaren, niet analyseren, niet volgen, maar wel ondergaan. Een luikje openen naar iets diep, breed en hoog.

::

Canto Ostinato van Simeon ten Holt met Alexander Melnikov & Alexej Lubimov & Alexej Zuev & Slava Poprugin in De Singel, 10 februari 2018.

Joke Hermsen, “Een geheim verbond met de tijd. De muziek van Simeon ten Holt” in “Stil de tijd”, 2009.

cano-ostinato