Category Archives: en de rest is stilte

Genezen doe je toch in alle rust?

Wat is een ziekenhuis toch een nerveus zoemende bijenkorf. Ik heb er helaas wel wat ervaring mee, en het valt me telkens op hoe schaars de rust er is, terwijl een mens toch net beter wordt van peis en vree en niet van een bad van lawaai en drukte?

Hallo, ik ben Sofie, en ik ga vannacht voor u zorgen, klonk het in mijn pas ontwaakte oren. Een zachte stem. Ter contrast met alles wat ik me herinner van de nacht op intensieve zorg: teringherrie, een pandemonium van zoemen, bliepen, klikken, suizen, kraken, praten, kreunen, roepen. Een man in een naburige box schreeuwt het in het Arabisch uit, tot hij plotseling stilvalt, na wellicht een spuit van het een of het ander. Elders heeft iemand alle infusen losgetrokken en ontstaat er stennis. Ik vraag en krijg oordopjes. Maar het blijft zoemen en bliepen, dwars erdoorheen. Karel Goeyvaerts componeerde ooit met de geluidjes in z’n ziekenhuiskamer. Maar geluidsdeskundige Julian Treasure stelde aan z’n TED-talkpubliek de retorische vraag How does anyone get well with sounds like this?!  nadat hij de heksenhetel van een afdeling intensieve zorg had laten horen.

Karrenvracht

En dan lig je op een gewone kamer, naast een rustige andere zieke. Tot de karren komen. Zoveel karren! Met eten, met verband, met pillen, met een bloeddrukmeter, met poetsgerief. Ze suizen door de gang en je hoort  – kedeng kedeng – elk richeltje in de vloerbekleding onder de wieltjes verdwijnen.  De verpleging moet tegenwoordig zelfs navigeren met een rijdende laptop – ieieieiep – tot net naast je bed om daarna  – piep – je identificatiearmbandje in te scannen. Alle respect hoor; die mensen doen wonderen tegen de klok…

Ik hoef geen gewijde stilte in een dure eenpersoonskamer; ik kan best wel wat gebabbel hebben, met medepatiënten of hulpverleners. En toen enkele kamers verder een bejaarde man met krachtige stem Tweeeeeee oooooogen zo blauauauauauauw zong, voor de hele gang, schoot ik net als iedereen in de lach.

Positief is ook het teeveebeleid. Waar er vroeger één scherm was in een kamer, en de kwiekste zieke de afstandsbediening monopoliseerde om daarna keiluid naar Thuis te kijken, zijn er tegenwoordig twee schermen, of zelfs een soort computerscherm vlak aan je bed. Ieder zijn meug. Bij mij bleef het stil; in het holst van de nacht klonk er Hildegard von Bingen in m’n oortjes.

Voor het bijenkorf- of luchthavengevoel van een ziekenhuis heb ik eigenlijk bewondering. Alle raderen die draaiend in elkaar grijpen; het bloed geanalyseerd, de patiënt ontwaakt, de instrumenten steriel gemaakt, de soep opgelepeld.

Stille ruimte

Maar als je zelf moet herstellen maakt die drukte -want dat is het- je onrustig. Des te blijer ben ik dus om in het ziekenhuis van Vilvoorde, AZ Jan Portaels, een nieuwe stille ruimte te ontdekken. Van zodra ik op de been ben, zoef ik – ping – naar beneden om de deur, met in grote letters: ‘bezinnen-stilte-licht-welkom-gesprek-troost’, even achter me dicht te trekken.

Er staan blankhouten zitbanken en een genereuze tafel om aan te schrijven of te tekenen; papier, pennen en kleurtjes liggen klaar. In het tafelblad is een kompas gegraveerd. Hier ben ik, hier zit ik, hier sta ik. Ik loop misschien verloren in mijn zorgen en mijn leed, maar hier kan ik even voor anker gaan.

Ik denk aan een passage uit de recente roman ‘Oksana’ van Donald Niedekker:

Je bestaat, je bestaat zonder poespas, zonder opsmuk, zonder tierelantijn, gewoon zo, met het bij de sluiting jeukende bh-bandje, met het uitzicht op een dal, je bestaat zonder dat je je hoofd hoeft te breken over de volgende stap, je bestaat met de ochtend, met de bomen, het zand, een vennetje, een dorpsstation, de roep van een koekoek, malse voorjaarsregen, het bestaat, elke regendruppel bestaat, en jij bestaat precies zo.

In een speels ingedeelde wandkast staan de Koran en de Bijbel zusterlijk naast elkaar; ik zie opgerolde gebedsmatjes, een meditatiebankje en kleine kruisjes van brooddeeg. Er heerst hier godsvrede: in het hout zijn katholieke, orthodoxe, evangelische kruisen gebeiteld, net als een islamitische maansikkel-en-ster en een davidsster. En een humanistische happy human.

Een warm, sober interieur, open en pluralistisch. Ik vind de stille ruimte van AZ Jan Portaels een voorbeeld. Ik weet dat er hier en daar nog inspanningen worden geleverd; ik zou eens een inventaris moeten vinden – of maken. In AZ Groeninge in Kortrijk konden ze niet kiezen: er is een kapel én een stille ruimte, bijna identiek zachtgeel ingericht naar een ontwerp van kunstenaar Richard Venlet. Maar er is nog een lange weg te gaan. In Gasthuisberg in Leuven moet ik altijd  even naar adem happen voor ik de kapel/gebedsruimte binnenga: een donkerbruine kist zonder licht of lucht, volgestouwd met stoelen en dingen die in de weg staan. Maar er woont ook een prachtige, trotse  middeleeuwse madonna met kind; zowel moeder als zoon mankeren een hand. Er komt hier veel volk. Mensen ontsteken een lichtje, of schrijven een intentie neer in een dik boek. Ik denk aan wat Alain de Botton zegt in ‘Religie voor atheïsten’ over de aantrekkingskracht van een moederbeeld in een kerk, voor al wie even wil nadenken, verpozen, zitten of huilen.

In Nederland heeft Jorien Holsappel-Brons enkele jaren geleden haar doctoraat geschreven over stille ruimtes; ze telde er toen al niet minder dan 250. Die in de zorgsector –zieken- en verzorgingstehuizen, psychiatrische instellingen- noemt ze ‘cocons’. Dan zou ze de Kapel van het Niets in de tuin van het psychiatrisch ziekenhuis van Duffel moeten bezoeken: de hardste, meest confronterende stilteplek die ik ken, ontworpen door kunstenaar Thierry De Cordier.

Blik op bomen

Groene ruimte kan ook rust en stilte herbergen. In Leuven is het met een vergrootglas zoeken naar blad of bloem. Ziekenhuisstad is van beton, en wordt trouwens met de maand groter, hoger en versteender. In Vilvoorde kijk ik uit op een ferme linde, die veel houtduiven verwelkomt als de zon ondergaat. Op het terras van de cafetaria zit ik omringd door groen, naast het kanaal. Binnen enkele jaren verhuist deze hele ziekenhuissite, ik mag hopen dat er minstens evenveel groen op de plannen staat. Wat lees ik in de krant? Amerikaans onderzoek heeft uitgewezen dat wie uitkijkt op groen vanuit bed, een dag vroeger dan gepland het ziekenhuis mag verlaten. Het klopt, in mijn geval! Dank je, linde, dank je, stille ruimte.

Kristien Bonneure

Stilte is een kunst

https://www.randkrant.be/artikel/kristien-bonneure-kunst-in-de-troost

De poort achter het stilste plekje van Vilvoorde gaat voor enkele dagen open. Twee weekends kan je achter de dikke muren van het slotklooster van Onze-Lieve-Vrouw van Troost een reeks kunstwerken gaan bekijken. Kristien Bonneure en haar partner Lucas Vanclooster maakten de selectie.
Kunst in de Troost is een unieke gelegenheid om de troostende kracht van een stille plek te ervaren. De werken van maar liefst 25 kunstenaars staan tentoongesteld in de mooie kloostertuin en enkele ruimten binnen in het klooster. Het werd een stil ensemble van creaties van schilders, grafici, beeldhouwers en keramisten. Elk op hun manier en via hun artistiek medium nodigen ze je uit om stil te staan en dieper in te gaan op een gedachte of een gevoelen. Dat je op één plek zoveel creatief talent kan vinden, is uniek.’

‘Net zoals de plek waar de tentoonstelling plaatsvindt. Ik herinner me nog hoe ik vele jaren geleden – toen ik nog niet zo lang in Vilvoorde woonde – aan mijn echtgenoot vertelde dat die wereld achter de groene poort van het karmelietenklooster me fascineerde. Dat zich daar een leven in alle stilte afspeelde, sprak toen al tot mijn verbeelding’, zegt Bonneure.

‘Stilte helpt om aandachtiger te luisteren.’

Aan de ingangspoort van de kloostertuin hangt een gedicht. Het is een ode aan de stilte. Bonneure schreef er drie jaar geleden een boek over: Stil leven, een stem voor rust en ruimte in drukke tijden. ‘In onze hectische wereld zijn stille plekken even levensnoodzakelijk als oases in de woestijn. Ook ik verdwijn af en toe graag een paar dagen in de stilte. Nog belangrijker vind ik het om stilte in mijn dagelijkse leven in te weven. Stilte brengt evenwicht en diepte. En hoe gek het ook mag klinken, stilte werkt verbindend. Het helpt je om aandachtiger te luisteren. Naar de wereld, de andere en naar je eigen innerlijke stem.’
Helpt kunst ons ook om die innerlijke stem te vinden? ‘Het valt me op dat de stilte van deze exporuimte vele kunstenaars aanspreekt. Het doet hun werken ook tot hun recht komen. Hun creaties komen trouwens vaak in grote stilte tot stand.’ Of zoals het gedicht aan de ingangspoort van de kloostertuin zo treffend samenvat: In de tuin bloeit stilte. In stilte bloeit kunst.

29 EN 30 APR • 6, 7 EN 8 MEI
Kunst in de Troost
Vilvoorde, www.kunstindetroost.be

infoDe toegang is gratis. De opbrengst van de verkoop van de kunstwerken gaat naar de restauratie van de Troostbasiliek.

Nathalie Dirix, verschenen in RandKrant mei 2017

Luwteplekken in de stad

dscn8149Waar is het rustig in de stad? En wat zijn de kenmerken van de plekken waar we kunnen schuilen voor het lawaai en de drukte? Architect Geert Peymen en interieurarchitecte Pleuntje Jellema voerden twee jaar lang onderzoek, samen met studenten en wandelaars.

“Stil is het nergens in de stad,” steekt Geert Peymen van wal in Bonus (Radio 1). Enkel akoestiek als criterium nemen voor een rustige plaats heeft dus weinig zin. Hij spreekt daarom niet over stilte-, maar over luwteplek.

Luwte als de plek in de rivier achter een steen, waar de stroming geen vat op heeft.

Samen met studenten en wandelaars ging hij op pad in Gent en wist een aantal van die luwteplekken te vinden. Daarvoor gebruikten ze zes parameters: omsloten, poreus, betekenisvol, contrastrijk, relationeel en niet-toegeëigend.

Een belangrijk aspect om tot rust te komen is de mogelijkheid om afstand te kunnen nemen. Een omsloten plek, zoals het Drongenhofje in het Patershol, biedt bescherming, met gevels, muren, hagen of bomen. Terwijl we met Peymen staan te praten komt de plaatselijke kat tegen onze benen strijken. Tegelijk is zo’n plek niet helemaal afgesloten, maar poreus: de stad en haar geluiden dringen er in door. Vaak moet je als wandelaar door een poort of een andere doorgang, als een overgang van de drukke stad naar de luwteplek.

(Al dan niet religieuze) symbolen, natuurelementen of erfgoed brengen betekenis bij, blijkt uit een andere luwteplek, ‘Het rustpunt’, de schitterende binnentuin van de karmelieten in Gent. Ook contrast is van belang, bijvoorbeeld in de gebruikte materialen. In een park stap je over zandpaden, dat geeft een andere beleving dan kasseien of stoepstenen. Daarnaast kun je van een luwteplek in je eentje genieten, maar soms ook collectief. En liefst is zo’n plek ook neutraal, zonder al te nadrukkelijke aanwezigheid van religie, commercie of privé-inkijk.

Ga eens op je rug liggen

“Op onze wandelingen namen we een caféstoel mee op onze rug, om uit te vissen waar we zouden gaan zitten in de ruimte,” lacht Geert Peymen. Die het ook belangrijk vindt om af en toe eens te gaan liggen in de stad. “Dat geeft pas een ander perspectief!”

Het onderzoek en gelijknamige boek ‘De Luwteplek’ is een handig instrument voor beleidsmakers, organisaties maar ook burgers. Nu de stedelijke verdichting ons voor nieuwe uitdagingen stelt, vinden de onderzoekers, is het nog belangrijker om een stad op mensenmaat te ontwikkelen waar ruimte blijft voor stilte, rust en verstilling. Idealiter komt er zelfs een netwerk van verstillende plekken in de stad, verbonden door trage wegen en paden. “Vergelijk het met de fit-o-meter, indertijd,” zegt Geert Peymen.

Lees deze tekst ook op de redactie.be en beluister de reportage op Radio 1.

1116336370.jpg

Het stille westen

1
2 3
4 5 6
7 8 9 10
11

In 2016 schrijf ik 366 elfjes. Elke dag elf woorden in bovenstaand schema. Het is een alternatief, spaarzaam dagboek. Meestal een observatie. Vaak komt er een dier in voor. Na de aanslagen in Brussel groeiden er ineens drie elfjes, 33 woorden rond een groot stil gat van verdriet. Elfjes schrijven is stil staan. Het is een vrouw uit Brugge die me inspireerde . Intussen hebben we al eens met meer dan honderd mensen tegelijk geëlfd. In stilte.
Nu ben ik alleen in de Stiltehoeve Metanoia in Moerkerke. Ik sta achter een reusachtig raam en mijn blik omarmt de polders, de scheefgewaaide bomen, de lage lucht van Jacques Brel, het grote houten ei van kunstenaar Koen Van Mechelen, Coming World. Ssst, daar is een elfje.

Als
ik lang
genoeg kijk wordt
het bruine gras een
konijn.

2 april 2016. Geluiden. Een boer ploegt de grond in vette plakken om. Zijn tractor dreunt diep. Een lawaaierige maaier (een lamaaier?) kortwiekt het gras. Daarna daalt de stilte neer over de stiltehoeve. Het gaat niet enkel over decibels. Het gaat over aandachtig zijn. Waakzaam. Gewarig.

Ik ben alleen en gelukkig. The cure for loneliness is solitude, schrijft de Amerikaanse dichteres Marianne Moore. In een massa mensen kan ik intens ambetant en vervreemd zijn. Dan is het goed om even alleen te zijn. Kunnen we dat nog, in een wereld waar ‘ik share, dus ik besta’ de norm is? Nog nooit zijn individualiteit, autonomie, individuele rechten zo belangrijk geweest in de wereld als nu, en toch zijn er steeds minder mensen die het kunnen uithouden met zichzelf. Woorden van Sara Maitland.

Ik ga vroeg slapen. Er is hier geen afleiding, geen tv, geen radio, geen telefoon, geen internet. Ik lees een pagina of twee en knip het licht uit in mijn Franciscus van Assisikamer.

Zondagochtend. Dezelfde winterkoning van gisteravond zingt hetzelfde riedeltje. Intussen zijn meer mensen aangekomen. We klimmen naar de zendo. Met vijf mannen en acht vrouwen zitten we in een vierkant. Een klankschaal trilt; de geluidsgolven ebben hoorbaar weg. Niemand spreekt, niemand preekt. Ik hoor het vogeltje. Voel mijn pijnlijke gewrichten. Mijn kop zit vol gedachten, plannen, herinneringen, restafval en zwerfvuil. Het zinkt langzaam naar de bodem. De zendo, een stille kamer naar het model van een Japanse meditatiehal, was vroeger een hooizolder. Wat zou de Moerkerkse boer van toen zeggen? Na een half uur stil zitten is het tijd voor wat beweging. Traag stappen we in wijzerzin het vierkant rond. De ene stemt z’n tred af op de voorganger.

Na een tweede half uur stilte is het tijd voor ontbijt, beneden. Ik ben ontgoocheld, iedereen gaat zo ver mogelijk uit elkaar zitten. Zoals in de cinema of de kerk! Daarnet waren we een verbonden stille groep, nu is die weer verknipt tot allerindividueelste individuen. In het verleden heb ik wel vaker in stilte gegeten en daar wél een warm en sociaal, zij het niet-verbaal gebeuren van gemaakt. Ik laat de lawaaierige espressomachine links liggen en tank uit een thermos waar ‘stille koffie’ op staat. Hoezo, stiltezoekers hebben geen gevoel voor humor? Ik snij een snee bruin brood, hap van een stuk Damse Mokke. Schil traag een peer. Met krant noch conversatie is alle aandacht voor de peer, de kaas, het brood, de koffie.

En dan hup, naar buiten, de lentedag in. Ik zie op de dijken in de verte slierten wielertoeristen. In de tuin van Metanoia lopen schapen, kippen en katten. Dag hommel. Alles staat in bot en knop, op barsten. Langs de oprijlaan wiegen narcissen. Met gras en klinkers is een kopie van het spirituele labyrint van Chartres gemaakt, dertiende-eeuws, een alternatief voor arme drommels die toch een soort pelgrimage naar Jeruzalem wilden ervaren. Ik stap traag op de paadjes, en kom uit in het hart van de cirkel. Een labyrint brengt je altijd waar je zijn moet. Niet te verwarren met een doolhof. De kieviten lachen me uit, in een veld spot ik een haas. ‘Liever is een haas en hij loopt rap’, zei mijn schoonvader zaliger. Ik wandel op het ritme van mijn adem, vier stappen in- en vier uitademen. Moeder natuur biedt me een belachelijk special effect aan: de zon scheurt de wolken open en schijnt recht in mijn gezicht. Brede glimlach.

Zittend mediteren, zwijgen, een labyrint afstappen, polderwandelen in cirkelvorm: laten we zeggen dat dit heerlijk nutteloze activiteiten zijn. Wu wei, niet-doen. Dat is pas vloeken in de West-Vlaamse kerk, de provincie van de noeste werkers, van zwieg’n en voartdoen. Stilstaan is toch achteruit gaan? In mijn dialect is ‘leven’ synoniem voor ‘geluid’. Is ‘stilte’ dan gelijk aan ‘dood’? Bruges la Morte, Brugge-die-stille? West-Vlaanderen, de provincie met het hoogste zelfmoordcijfer van het land. Vergis je niet, zwijgen is niet altijd bevrijdend.

De meeste gasten van de Stiltehoeve komen uit West- en Oost-Vlaanderen. Blijkbaar is er wel behoefte aan stilstaan en reflecteren. Straks vertrek ik naar huis, maar komen er achttien verse stiltezoekers vijf dagen lang leven in stilte. ‘In een volgehouden stilte kantelt vroeg of laat het perspectief’ lees ik op één van de merkstenen, langs een pad door het veld. Mensen hebben heimwee naar iets, dat ze hier kunnen ervaren, zegt Patrick Hanjoul, de bezieler van Metanoia, een initiatief van Bond zonder Naam. Ik was hier ooit de eerste gast, in januari 2014. Sindsdien zijn velen gevolgd, lees ik in het gastenboek. ‘Ik kwam, ik zweeg, ik overwon’, da’s een goeie. Veel dankbaarheid, veel begin van inzicht. De stilte kan weer heel maken. Iets om over na te denken in deze farmaceutische tijden. Slaapmiddelen en antidepressiva helpen de gestresseerde mens de dag door; de stilte zoekt de wortels van de problemen in plaats van de symptomen, zegt Hanjoul. Wanneer betaalt de ziekteverzekering de stilte terug?

In mijn zoektocht naar stille mensen, praktijken, initiatieven kom ik vaak in West-Vlaanderen, mijn geboortegrond. De doorwaaide polderstilte. De verkavelde stilte van de kust. De stilte van de schreve in Watou (wordt deze stille vrijplaats straks –zonder subsidies voor het kunstenfestival- weer deel van de lawaaiwereld?) De verwarde, verstomde, opstandige en tegelijk respectvolle stilte van de vele begraafplaatsen in de Westhoek. Waar ik me altijd het contrast inbeeld met de oorverdovende geluiden van honderd jaar geleden, van bommen, mijnen, artillerie. Gedreun dat meer in de botten gevoeld dan met de oren gehoord werd. David Hendy schrijft erover in zijn boek over de geschiedenis van het lawaai . ‘If you were at the front, you didn’t so much hear the noise as feel it. It went right through you, shaking you to the bones’.

In september 2015 overleed de West-Vlaamse Bieke Vandekerckhove, aan de gevolgen van ALS. Ik heb veel geleerd uit haar boek ‘De smaak van stilte’ . Ze verbond het westen en het oosten, de benedictijnse spiritualiteit en het zenboeddhisme. Ze inspireert. Hé, ik schrijf woorden die teruggaan op ‘spiritus’, ademtocht, de geest in en uit de fles, iets onstoffelijks en stils, een ziel? ’Er is een besef van de dingen, niet zonder sterven geboren uit de stilte, dat voor deze wereld en dit leven van het allergrootste belang is. Het is levend en onuitsprekelijk. Een niets dat alles openbaart…’, schreef Bieke diepzinnig over stilte. Ze verbleef bij Willem Vermandere, toen daar ook zijn dochter Els kwam beeldhouwen. Bieke schreef later haiku’s bij tekeningen van Els. Els Vermandere woont en werkt dan weer in Lampernisse, bij Diksmuide, waar ze elk najaar een stil evenement organiseert, Herfsttijloos, met kunst, literatuur en wat muziek. Lampernisse is naar eigen zeggen het stilste dorp van Vlaanderen. Is dat geen goed teken, dat tegenwoordig meerdere dorpen en plekken per se de stilste willen zijn? Waarbeke, een gehucht van Geraardsbergen voorop, dat z’n naam aan de stiltebeweging Waerbeke gaf.

De Brugse interieurarchitect Tom Callebaut bedenkt sacrale ruimtes: YOT/Magda in de Magdalenakerk in Brugge, de gedurfde transformatie van een kapel in Groot-Bijgaarden, een stille ruimte in het Onze-Lieve-Vrouwecollege in Assebroek. Landschapsarchitect Andy Malengier ontwierp nieuwe begraafplaatsen in Wervik of Vleteren, parken waar de ars moriendi en de ars vivendi samenkomen. Hij heeft het over de stille beleving van de buitenruimte, over het belang van contemplatie. In het AZ Groeninge in Kortrijk is er een nieuwe kapel, maar ook een neutrale stille ruimte, van kunstenaar Richard Venlet. Ook in het Jan Ypermanziekenhuis in Ieper kan de stiltezoeker terecht. Aan de KULAK is er ’t VerDIEP, een stille ruimte met werk van wijlen Roger Raveel. In Mariënstede in Dadizele, een instelling voor mensen met een beperking, staat een houten ‘stille hut’ in de tuin. Vormingplus Midden-en Zuid-West-Vlaanderen is al een hele poos bezig met een interessant stiltetraject.

Brugge-die-stille, mijn geboortestad. Met mijn oma en tantes ging ik eendjes voeren in ’t Stil Ende. Anno 2016 lijkt elke kubieke meter voorbestemd om te consumeren, en visueel of auditief te delen met vele anderen. En toch. Vlak nadat mijn moeder overleed was ik vaak te vinden op een bank aan de rustige Groenerei, met uitzicht op een vaak gefotografeerde hond, die intussen ook is gestorven, panta rhei…. Ik ben graag aan de molens op de vesten, in de tuin van het Gezellemuseum, ja zelfs in het Begijnhof. Op een rustig moment.

500 jaar geleden werd ‘Utopia’ van Thomas More gedrukt in Leuven. De KU Leuven organiseert dit jaar een essaywedstrijd voor studenten om een nieuw utopia te schrijven. Ik mocht de inzendingen mee beoordelen en vond er een bijzonder mooie, met als wensdroom dat de utopische mens ook een ‘vita contemplativa’ moge leiden en niet bang weze voor stilte en leegte, integendeel, dat hij of zij een ‘amor vacui’ moge koesteren.

Loop de Stiltehoeve uit en je komt langs een veldkapelletje voor Onze-Lieve-Vrouw van de Waterhoek, ‘beschermster tegen de moderne kwalen’. Wandelend in Moerkerke weiger ik te geloven dat stilte een utopie is.

Twee
vossen begroeten
me om vijf
uur. Moer, rekel, jong?
Goedemorgen.

9 juli 2016
Kristien Bonneure
tekst voor het jaarboek van VWS, Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers

Vredige stilte

Drie dagen en twee nachten lang zitten mensen samen in stilte op het Muntplein in Brussel. Een sit-in om verbondenheid te accentueren. Silence for peace heeft geen ideologische kleur.

Stilte heb je in soorten.

“Ik heb altijd een hekel gehad aan stilte, aan dingen die niet gezegd worden. (…) De stilte is voor mij het begin van het einde, een voorbode van de dood, het tegenovergestelde van het leven.”

Carine Russo publiceerde deze zomer, twintig jaar na de moord -door Marc Dutroux- op haar dochtertje Mélissa, haar dagboek van toen. Alle begrip voor de gevoelens van een moeder die haar kind verloor. Ze ervaart negatieve, onvrijwillige stilte. Er is ook een positieve variant. Zelfgekozen, mild, open en verbindend. Daarover gaan Silence for Peace en deze bijdrage.

Stille media

Er is grote nood aan stilstaan en temporiseren in deze op scherp gestelde tijden. De animo voor stilteretraites of  -wandelingen groeit. Zelfs in de (audiovisuele) mediazee kun je eilandjes van contemplatie ontwaren. In Wanderlust op Canvas luistert filosofe Alicja Gescinska naar interessante denkers. Luisteren naar iemand, dat was lang geleden. In de eerste aflevering met Roger Scruton liet ze zelfs een lange stilte vallen, zo lang dat Scruton vroeg waar het volgende gespreksthema bleef… In het programma waar ik zelf voor werk, Bonus op Radio 1 (‘s zaterdags tussen 7 en 9), treedt elke week een dichter de actualiteit in verzen tegemoet.  Poëzie is de stilste vorm van literatuur. De witruimte tussen de woorden is minstens even belangrijk. Klara is gestart met het zondagse Walden, trage radio met weinig beats per minute.

Hoeveel minuten stilte?

De rituele variant van stilte hebben we het afgelopen jaar vaak kunnen (moeten?) ervaren. De dag na de aanslagen in Brussel stonden we gekringd rond kaarsen en bloemen voor de Beurs. Hoeveel keer zal dat nog nodig zijn? Vroeg ik me af. Ik was naïef. De voorbije maanden stegen op teveel plekken  ‘Schweigeminuten’ als gebeden ten hemel. Ze boden wat troost, maar altijd met een parfum van verstomming, bouche bée.

Tegelijk is het lawaai enkel toegenomen. Luisteren is er niet meer bij. Ik leg m’n handen over m’n oren en blijf de verwijten en (voor)oordelen horen. Angst doet de ene mens schreeuwen en de andere ineenkrimpen, in het echte en het virtuele leven van de sociale media.

’t Is hoog tijd voor iets anders.

Anders reageren

Stilte is de ontbrekende stem in conflict en debat, vinden de organisatoren van Silence for Peace. Het is het proberen waard. Stilte is een middenveld, waarop mensen, groepen, belangen elkaar kunnen vinden. Om het negatief te formuleren: stilte is niet verkaveld, geclaimd of gekoloniseerd, noch ideologisch, religieus, commercieel of politiek ingevuld. Positief gezegd: stilte is vrij en open, stilte is van en voor iedereen, een vrijplaats waar meer velerzijds begrip kan groeien.

Zoals zo vaak begint het van binnen, individueel. Maar wat een kracht kan er uitgaan van een groep stille mensen. Ik bekijk het als een ‘cairn’, een hoop stenen die als baken dient in het landschap. Ik leg er graag een stil steentje bij.

Telkens weer die bloemen, kaarsen en stille wakes als er iets ergs is gebeurd. ‘t is tijd om eens positief en samen stil te zijn, zonder directe negatieve aanleiding. Om niet met taal of actie te reageren, maar met iets van een geheel andere orde. Iets dieps en essentieels en menselijks. Kom erbij zitten, kort of lang. Kom u verwonderen. Of vervelen. Want spannend is het wel.

Silence for peace op het Muntplein in Brussel, van donderdag 15 september 2016 om 8u tot zaterdag 17 september om 20u. Lees deze tekst ook op deredactie.be

 

 

 

silence for peace

silenceforpeace

telkens weer die bloemen, kaarsen en stille wakes als er iets ergs is gebeurd. ‘t is tijd om eens positief en samen stil te zijn, zonder directe negatieve aanleiding. op 15, 16 en 17 september 2016 op het muntplein in brussel. ik kijk er naar uit. http://www.silenceforpeace.org/nl/home/

 

Stil Brussel

Doorgaans hou ik van de geluidsluwe plekjes van de stad, de parken, de kerken. Maar na 22 maart wrongen de twee kanten van de stilte. De pijnlijke en de zalvende. De gedwongen en de vrijwillige stilte.

Meteen na de aanslagen was de stad stilgevallen, de adem afgesneden, de mond gesnoerd.  Metro’s, treinen en vliegtuigen tot staan gebracht. Levens gebroken. Lockdown. Iedereen had de aanvechting om zich in te bunkeren tussen zwijgende militairen, de handen over de oren. Media stroomden over van woorden, beelden, meningen. Zelf was ik sprakeloos. De radio zond een minuut stilte uit. De eerste van vele.

De volgende dag stapte ik onwennig van het centraal station naar het Beursplein, intussen vol krijttekeningen, kaarsen, bloemen in bierflesjes, vlaggen, kleurrijke mensen. Doorheen de stilte werd bedaard geroezemoes geweven. Iemand riep ‘salaam’. Er klonk applaus toen een moslim en een jood elkaar de hand schudden.

Wie er was, deelde dezelfde tijd en ruimte. De stille verbondenheid was goed te voelen, de mix van moed en verslagenheid. Het hoefde niet stil te zijn. De dagen daarna was er een hoopgevende Ode an die Freude van Beethoven te horen, een indroevig Adagio for Strings van Samuel Barber, een uitdagend gezongen ‘Ik hou van u’. En toch had ik bij al die bloemen en lichtjes de ongemakkelijke gedachte: hoeveel keer is dit nog nodig? Of is het altijd nodig?

Op vele pleinen en in parlementen, in voetbalstadions en bedrijven is intussen een minuut stilte in acht genomen. Alweer? Hoe vaak nog? Kan hier ooit sprake zijn van een déjà-vu? De traditie van de respectvolle stilte dateert van een eeuw geleden, en diende vooral om gesneuvelde soldaten te herdenken. Intussen is de Schweigeminute, zoals het zo mooi klinkt in het Duits, geëvolueerd tot een seculier gebed.

Mensen houden wakes. Een bijzonder woord. We trekken de wacht op bij wie of wat ons dierbaar is, we blijven wakker en waakzaam. We dragen zorg en zijn tegelijk op onze hoede. Zonder angst, want dat is altijd een slechte raadgever. Wel in stilte, want woorden hoeven niet per se.

Tenslotte is Brussel de stad waar je tot voor enkele jaren een tram kon nemen met als eindbestemming Stilte/Silence. De stad waar een heuse stiltebeweging actief is, Bessst, die traagheid wil injecteren in Brussel, om meer ruimte te creëren. Die trage ontmoetingen en bedachtzame acties organiseert, wandelingen in een stad op mensenmaat.

De twee kanten van stilte. De stolp of de woordeloze omarming. Op Paasdag klonk er eerst zalige vogelzang in onze stadstuin. Daarna het roterende geloei van een laagvliegende helikopter. Toen het ding weg was en de vogels weer begonnen te zingen, klonk de stilte anders. Niet voorwaardelijk, wel waakzaam.

Kristien Bonneure
Column in Raak, blad van de KWB