Stilte is van niemand en voor iedereen

De twee minuten stilte op de Dodenherdenking begin mei zijn “heilig” voor de Nederlanders. Maar actievoerders dreigden met groot lawijt, om aandacht te vragen voor de slachtoffers van de Nederlandse kolonisatie.

Er kwam in Nederland een rechter aan te pas om de twee stille minuten tijdens de Dodenherdenking op 4 mei te vrijwaren. De avond van 4 mei is bijzonder; dan worden de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en andere conflicten herdacht. Dat gebeurt al 73 jaar volgens een strak scenario, in aanwezigheid van het koningspaar. Nadat de klok van de Nieuwe Kerk acht keer heeft geslagen volgen twee volle minuten indrukwekkende stilte op de volgepakte Dam in Amsterdam.

Het actiecomité “Geen 4 mei voor mij” heeft daar bezwaren tegen; de tegenstanders noemen de plechtigheid hypocriet en racistisch. De slachtoffers van het Nederlandse leger na de bevrijding in Nederlands-Indië (toen nog een Nederlandse kolonie) worden namelijk niet herdacht.

“Geen 4 mei voor mij” wilde tijdens de stilte van de Dodenherdenking letterlijk kabaal maken. Of als het moest zelfs een luchtalarm laten afgaan, om in oorlogssfeer te blijven. Nou moe! De rechter verbood de actie; de tegenstanders zagen er uiteindelijk van af. Ze zijn wel tevreden dat “de beerput is geopend” en het onderwerp nu op de kaart staat.

Er vallen gewichtige woorden over twee minuten stilte. De burgemeester van Amsterdam beschouwt de Dodenherdenking als een “heilig moment” en het organisatiecomité wilde niet praten met de actievoerders “omdat die zich buiten het maatschappelijk debat plaatsen”. Opnieuw: nou moe!

De Dodenherdenking lijkt het volgende heilige huisje waarvan onverlaten de ruiten ingooien. Links en rechts vliegen elkaar weer eens een keer naar de strot met termen als politiek correct, lange tenen, geschiedvervalsing, traditie, cultuur, identiteit, koloniale erfenis, witte kramp … Ik hoor het koor aanzwellen als in een opera van Wagner. Of is dat de Koningin Elisabethwedstrijd voor zang?

Stilte, ruimte en tijd delen heeft grote verbindende betekenis.

Mij treft vooral hoe stilte en lawaai opgeëist kunnen worden. Een minuut stilte kennen we als een gedeeld moment van respect. Op een openbare plek samen stil zijn en stil staan betekent wel wat. Na de aanslagen van 22 maart in Brussel en Zaventem, na àlle aanslagen, zie je mensen geschokt en bouche bée samentroepen op de plaats des onheils, om een bloem neer te leggen, een kaars te branden.

Helaas moet er nog al te vaak eerst iets heel ergs gebeuren. Een mooi voorbeeld van positieve stilte zijn de publieke sit-ins van “Silence for Peace” in Brussel, Antwerpen en andere steden. Zonder aanleiding, maar met des te meer betekenis: samen stilvallen in de wereld, verbinding zoeken en hopelijk ook uitstralen.

Het is goed als ook de overheid daar gelegenheid toe biedt. Zo’n “officiële” stilte lijkt neutraal, als een soort seculier gebed. Maar het is een dubbeltje op zijn kant. Als ik onder de Menenpoort in Ieper de stilte hoor waarin de Last Post verdwijnt, dan beneemt me dat nog altijd de adem. Maar als ik mijn ogen opendoe en de vele militaire uniformen zie, dan snap ik ook waarom Unesco dit (nog) niet als (neutraal) Werelderfgoed erkent. Om de balans te herstellen ga ik steevast ook naar het Duitse Soldatenfriedhof in Vladslo, om stil te zijn in het gezelschap van de gebroken vader en moeder van Käthe Kollwitz.

Als de stilte politiek geclaimd wordt of zelfs heilig verklaard, dan is er weinig ruimte voor gefluister in de marge.

De stilte van de Dodenherdenking in Amsterdam is wel erg geregisseerd, geritualiseerd en misschien ook gebetonneerd. Als het machthebbers zijn die beslissen wie, waar, wanneer en waarom stil moet zijn, dan komt er vroeg of laat een ogenblik waarop die stilte ter discussie staat.

Ik ben fan van stilte. In een (soort van) ideale definitie: stilte als vrijplaats om open te staan voor de buitenwereld en ruimte te scheppen om te reflecteren. Als ik dat samen met anderen kan beleven, des te beter. Hoe meer zielen, hoe meer stilte.

Maar ik ben me ook bewust van de problematische kant. Van Dale geeft bijvoorbeeld vooral negatieve definities van stilte: eigenschap van zonder beweging te zijn; toestand dat het niet of weinig waait, dat niemand geluid maakt, dat er niet gesproken wordt, afwezigheid van verkeer, vertier… Voor veel slachtoffers mag het net wat meer waaien, zeker als de stilte van bovenaf wordt opgelegd.

“Silence encourages the tormentor, never the tormented,” zei de nazi-jager Elie Wiesel, toen hij de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Je leest het in de woordenschat: slachtoffers worden monddood gemaakt, wandaden doodgezwegen, potjes gedekt. Als stilte onderdrukt, dan is spreken – of schreeuwen – natuurlijk bevrijdend: inspraak krijgen, gehoord worden, een stem hebben. Eindelijk! MeToo! In die zin zijn stilte en lawaai politiek. “Who gets to make a noise and who doesn’t, who gets their voice heard and who doesn’t, who gets to listen and who doesn’t is of crucial importance,” schrijft David Hendy in zijn boek “Noise”.

In Nederland wilde “Geen 4 mei voor mij” lawaai maken tijdens een stille minuut, maar het kan ook omgekeerd. Tijdens de demonstraties in Turkije tegen de ontruiming van een centraal plein bleef eerst één choreograaf stil staan, en later vele anderen met hem. Een jaar nadat een storm over Pukkelpop raasde, vroeg zangeres Skunk Anansie om allemaal samen 20 seconden veel kabaal te maken, uit eerbied voor de slachtoffers.

Respect kan stil of luid zijn. Wat telt is de intentie en de aandacht. En dat is zeldzaam in de swipende wereld.

Hoe los je dat nu op in Nederland? Tja, tegelijk stil zijn en lawaai maken kan natuurlijk niet. Maar de lawaaimakers hebben wel een punt dat zelfs officiële stille minuten niet in stenen tafelen gebeiteld zijn. Discussie is goed, “de herrie brengt ons verder”, zegt Ilse Raaijmakers, die een boek publiceerde over de Dodenherdenking met de veelzeggende titel “De stilte en de storm”.

Wellicht is het tijd om herdenkingen te her-denken met nieuwe vormen en gedachten. Ik zou het fijn vinden als dat in stilte blijft gebeuren. Ik denk aan de vierdaagse tocht Ijzer 2018 waarbij ik vorige maand een stukje meefietste. Dichters hielden letterlijk halt in de berm. Ze lazen eigen gedichten en verzen van 100 jaar geleden voor, zowel van Vlaamse frontsoldaten, Britse war poets als van “den Duits” of van een Indiase dichter. We vielen daar met z’n allen voortdurend stil in de Westhoek. En dat zal me nog lang heugen.

In mijn ideale wereld is stilte een vrijplaats, politiek niet te claimen, inclusief, een ruimte die de tegenstellingen overstijgt, niet verkaveld, van niemand en voor iedereen. You may say I’m a dreamer, but I’m not the only one.

 

LEES OOK

Advertenties

Leve het stilleven

spanish-still-life

Wat gebeurt er weinig in een stilleven. Wat gebeurt er veel. In de expo Spanish Still Life hangt een schilderij met rafelige boeken en een zandloper. Het zand zit in de bovenste helft. De schilder, die grapjurk, heeft de tijd stilgezet. Ik ben blijven staan tot het zand was doorgelopen.

Citroenen, een peer en een wat verlepte kool, aan een touwtje opgehangen. Groenten en fruit als een eetbare mobile in een kaal decor, als hemellichamen in de ruimte.

Vaak is een Spaanse bodegon (letterlijk: cafétafereel) een weelderige hoorn des overvloeds met openbarstende granaatappels, vette vijgen, kweeperen met menselijke rondingen. Vergeten groenten en fruit: mispels, paarse penen, dahlia’s. Eros.

En Thanatos. Schedels, ook van onderuit geschilderd met een akelig gat. En daarrond geschikt alles wat een mens nooit meeneemt naar gene zijde: geld, dobbelstenen, kaarten, juwelen, wapens, eten en drinken, kleren, ego. Ijdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid.

Hoe langer ik kijk, hoe meer ik opmerk. Ik hoor het getinkel van een fijn glas. Bestek dat klettert. Ik vergelijk de doffe glans van pruimen met het zachte nooit reflecterende dons van perziken. Hoe meer ik fantaseer. De perzik van Toon Hermans. Of die van Call me by your name! In het boek explicieter uitgewerkt dan in de film, maar ook daar al mijlenver van tevoren aangekondigd: aan de boom, in sap, op tafel…

Afhangende takken vol donker glinsterende bramen.  Alles is rijp. Wat een verschil met de keiharde industriële groente in de supermarkt, veel kraak, weinig smaak. Op de schilderijen is alles bijna overrijp, nodig g’heten zoals mijn West-Vlaamse familie zegt. Een mes gaat door een meloen als boter. De uien lopen uit. De moot zalm ruikt sterk. Tussen de stukken spek, de dode hazen, zwaluwen en zelfs een gevangen hop sluipen al katten rond, die er hun tanden in zetten. Stilleven is in het Frans nature morte. Ik moet aan A zed and two noughts denken, de film van Peter Greenaway over vergankelijkheid en verval.

In het museum zie ik bloemen in alle stadia van verwelking. Een bos bloeiende tulpen is een heerlijk warrige wildernis met warme kleuren. In de winkel staan de bosjes groene tulpen als preien stijf en koud tegen elkaar. In de reclame is een opengesneden appel altijd wit en glanzend. Daar gebruiken ze haarlak voor, want al na een halve minuut wordt een appel bruin. Een schilder laat de tijd de tijd. Bederf hoort daarbij.

“Een stilleven mist elk narratief en elke intrige,” lees ik in mijn gidsje. Echt? Wiens hand heeft dit ensemble samengezet? In welke kamer staat die mand? Wat zit er in? Wat is de symboliek? Een stilleven is voor mensen met verbeelding. Bill Bryson schreef in At home. A short history of private life over de dingen die we dagelijks gebruiken. De echte geschiedenis is af te lezen aan wat en hoe je eet, denk ik. Die koperen ketel op het doek: wat is daar in klaargemaakt? Voor wie en door wie? En wie lapte de ketel?

Dit zijn dure schilderijen in een museum. Maar ik zie ook stillevens op straat. Gevallen snoep, ontsnapt uit een kinderhand, daar word ik altijd melancholisch van. Onlangs opgemerkt: een prachtig platgereden peer, een boodschappenlijstje in een lege winkelkar, een dappere paardenbloem in een scheur in het asfalt. De postuurkes in een vensterbank. Of gewoon thuis: fruit in de mand. Wachten tot het rijp wordt. Tot het zand doorgelopen is. Of kijken naar wat Jeroen Meus uitstalt op zijn plank, voor hij er het mes in zet. Stillevens, je moet er wel geduld voor hebben.

 

Spanish Still Life met werk van Pereda, Zurbaran, Goya, Picasso, Dali… tot 27 mei in Bozar, Brussel

De kracht van de herhaling

DON3360.jpg

In Antwerpen is binnenkort Canto Ostinato van Simeon ten Holt op vier piano’s te horen, of beter: te ervaren. Repetitief, bezwerend en melodieus. De aantrekkingskracht ervan heeft alles te maken met herhaling.

Spiraal

De kracht van vooruitgang, van verandering, van vernieuwing? Neen, bedankt. Ik ben meer te vinden voor de cirkel dan voor de pijl. Voor cyclische in plaats van lineaire evolutie. Misschien is een spiraal een beter beeld dan een cirkel: die draait rond maar komt nooit terug op hetzelfde punt. Op de winter volgt de lente volgt de zomer volgt de herfst volgt een àndere winter, een àndere lente et cetera…

Tot de trance er op volgt

Ik heb wel eens 108 keer dezelfde mantra gezongen (een kortje: so ham, “ik ben”) met vele anderen in een zaal. Ik kan me instant naar de middeleeuwen verplaatsen en meezingen met pelgrimsliederen op weg naar Montserrat, opgetekend in het beroemde rode boekje of libre vermelh. Cuncti simus concanentes Ave Maria. Eindeloos herhaald, een staplied. Un kilomètre à pied, ça use, ça use, ça use les souliers.

Luister eens naar West-Afrikaanse muziek, de cirkelzangen van de griots, de woestijnblues. De herhaling brengt je in een trance, wat natuurlijk de bedoeling is: los van tijd en ruimte, wegzakken in een diepere laag van het leven, of opstijgen in een ijler universum. Dat herhaling helend werkt, weten de sjamanen ook.

“Und so weiter”

In de klassieke muziek is er natuurlijk de Bolero van Ravel, of canonzingen, of het zotte Perpetuum Mobile van Johann Strauss. Af en toe te horen op het Nieuwjaarsconcert in Wenen, waar de dirigent na verloop van tijd de onsterfelijke woorden spreekt: “und so weiter”. Enkele jaren geleden lag ik languit te luisteren naar Vexations van Erik Satie, 840 keer hetzelfde motiefje op piano, niet na te fluiten zo complex in zijn eenvoud.

“State of grace”

En dan zijn er echte repetitieve muziekmakers als Philip Glass, Steve Reich, Terry Riley, Michael Nyman, Wim Mertens. Of in de popmuziek: Tubular bells van Mike Oldfield. Of Happy van Pharell Williams. Over Giorgio Moroders wervelende, bezwerende herhalingen in I feel love, gezongen door Donna Summer, schrijft Jon Savage: “Within its modulations and pulses, it achieves the perfect state of grace that is the ambition of every dance record: it obliterates the tyranny of the clock – the everyday world of work, responsibility, money – and creates its own time, a moment of pleasure, ecstasy and motion that seems infinitely expandable, if not eternal.”

We gaan nergens heen, we blijven hier, maar er gebeurt iets met ons tijdsbesef. We stappen “er” even uit.

Ostinato. Van het Latijn. Betekent “koppig”. Een herhaald motief.

De Nederlandse journalist Paul Witteman noemt Canto Ostinato “hypnotiserende muziek, onthaastende klanken met de elegantie van Chopin en de ijzeren discipline van Steve Reich.” Filosofe Joke Hermsen heeft vaak over de Canto geschreven, over “de talloze herhalingen, die als de af en aan stromende golven op het strand op me inwerkten om me ten slotte in de muziek kopje-onder te laten gaan.”

Sommige muziekliefhebbers vinden de melodie te mooi, te ouderwets, te gemakkelijk. Net als Arvo Pärt begon Simeon ten Holt zijn carrière met koele, atonale composities. Canto Ostinato is anders, vloeiend, intuïtief, emotioneel.

Simeon ten Holt overleed in 2012, maar zijn beroemde muziekwerk –misschien wel het bekendste uit de Nederlandse muziekgeschiedenis intussen- wordt vaak uitgevoerd, meestal met twee of vier piano’s, maar ook in andere bezettingen. Een versie op orgel met een dansende, draaiende derwisj, bijvoorbeeld. Hoe frappant, repetitieve muziek en soefisme, twee werelden die in elkaar opgaan.

Filmmaker Ramon Gieling maakte een documentaire over hoe de Canto de levens van 9 mensen veranderde. Een museumdirectrice beviel van een zoon, terwijl de muziek speelde; een dj liet een stukje partituur op zijn arm tatoeëren, een wetenschapper vond een gelijkenis met zijn onderzoek, voor een vrouw was de Canto aanleiding tot haar scheiding.

Ook in de taal: herhaling

Incantaties, litanieën. Bid voor ons, ontferm u over ons, verhoor ons, spaar ons, heb genade. Waar anders dan in een gedicht zit de herhaling zo dicht bij de muziek?

Zoals dit eiland van de meeuwen
is en de meeuwen van hun krijsen
en hun krijsen van de wind
en de wind van niemand,

zo is dit eiland van de meeuwen
en de meeuwen van hun krijsen
en hun krijsen van de wind
en de wind van niemand.

Meeuwen van Herman de Coninck. Ogenschijnlijk is dit surplacen. Maar dat is buiten de waar(hei)d van Heraclitus gerekend: alles stroomt, en je kunt geen twee keer in dezelfde rivier stappen.

Joke Hermsen ziet een “geheim verbond met de tijd” in de muziek van Ten Holt, die de luisteraar ontvankelijk maakt voor “die andere tijdervaring dan de kloktijd.” Ontvankelijk zijn. Je hersens even uitzetten en de muziek, de taal ervaren, niet analyseren, niet volgen, maar wel ondergaan. Een luikje openen naar iets diep, breed en hoog.

::

Canto Ostinato van Simeon ten Holt met Alexander Melnikov & Alexej Lubimov & Alexej Zuev & Slava Poprugin in De Singel, 10 februari 2018.

Joke Hermsen, “Een geheim verbond met de tijd. De muziek van Simeon ten Holt” in “Stil de tijd”, 2009.

cano-ostinato

 

 

 

 

 

 

 

 

“Laten we een stille revolutie ontketenen”

“Ma cure de silence” van de Franse Kankyo Tannier is net vertaald in het Nederlands met als titel “De kracht van de stilte”. Kristien Bonneure had een gesprek met haar.

Tannier Auteursfoto

“Mijn leven? Ik loop, ik eet, ik slaap, ik kijk naar de lucht, ik adem, ik aai mijn katten, ik mediteer, ik zing…” Het antwoord typeert Kankyo Tannier, een zonnige verschijning met heldere blik, een klaterende lach, kaalgeschoren hoofd en lange pij. Ze is zenboeddhistische non, zangtherapeute, paardenverzorgster. Ze studeerde af in de rechten, werkte als journaliste en na enkele bezoeken aan zenkloosters streek ze uiteindelijk neer in de Elzas, in het klooster Ryumonji bij meester Olivier Reigen Wang-Genh, waar ze 16 jaar verbleef. Nu woont ze in een cabane in het bos, vlakbij het klooster. Daar heeft ze tijd om zich aan het schrijven te wijden.

Tannier noemt zichzelf een non 2.0 want ze deelt haar ideeën via sociale media. www.dailyzen.fr vat goed samen waar ze mee bezig is: een dagelijkse ervaring delen, geworteld in huiselijkheid, maar met de blik op verte. Haar eerste boek “De kracht van de stilte” is een diepzinnig maar tegelijk lichtvoetig boek, met Franse schwung, humor en zelfrelativering geschreven. Veel inzichten en suggesties zijn ook al elders geopperd, maar Kankyo Tannier pakt het verfrissend aan.

Die mensen die de radio uitzetten als ze in de auto stappen… ze zijn vermoedelijk de heiligen van de eenentwintigste eeuw!

Eén van de belangrijkste adviezen die Kankyo Tannier geeft is die van de digitale retraite: voor kortere of langere tijd alle schermen uit, geen radio, geen tv, geen telefoon, geen computer. Over de weldadige effecten daarvan is ook een ander recent boekje uiterst interessant: “Kleine filosofie van de digitale onthouding” van de Nederlandse filosoof Hans Schnitzler. Het is de (zeer wijsgerige) evaluatie van een experiment met zijn studenten om een week lang te “ontkoppelen”. Afgezien van die ene studente die een feestje liet schieten, omdat ze niet wist wie er zouden zijn en wanneer het begon, waren alle digitale geheelonthouders lovend. “Ik heb het gevoel dat ik meer leef, ik bepaal nu echt zelf wat ik wil doen”.  Een andere kreeg meer overzicht over de structuur van de dag en zijn eigen verantwoordelijkheid daarin. “Ik voelde mezelf slimmer, kon beter nadenken”.

“In het hart van de vulkaan gaan staan”

Terug naar Kankyo Tannier. De leegte boezemt angst in, geeft ze toe; mensen vullen dat gapende gat het liefst op. Terwijl het zo belangrijk is om alleen te leren zijn.

Een zelfgekozen eenzaamheid, een comfortabele halve draai naar binnen, waaraan je je kunt laven voordat je de wereld weer ingaat.

Wat Tannier over meditatie schrijft, doet sterk denken aan “Leer ons stil te zitten” van Tim Parks. Parks oefende veel geduld; Tannier reikt manieren aan om actief in te grijpen in de menselijke geest. Niet eenvoudig…

In het hart van de vulkaan gaan staan en daar onze angsten te laten smelten. Dat is de weg van de ridder die moed en vastberadenheid vereist. Maar het is ook de weg van de verzoening, van de wapenstilstand, van de acceptatie van alles wat ons vormt, zowel het ‘goede’ als het ‘kwade’.

En wat kan ze fraai formuleren:

Tussen woorden, tussen bekende beelden, tussen vertrouwde gevoelens bestaat een parallel universum, een absolute en weldadige kalmte, waarvan de toegang angstvallig wordt bewaakt door de schildwachten van de concentratie en het volle bewustzijn.

“De stilte hervinden, dat is proeven van verveling”

En toen ontmoetten we elkaar, tussen de duizenden boeken in de Franstalige Brusselse boekhandel Filigranes. We spraken over Silence for Peace en over onze overleden vaders. Een neerslag van het gesprek:

Ik zal de vraag nog maar eens stellen, mevrouw Tannier: wat doet u in het leven?

Ha! Die vraag stellen mensen me vaak, en ik geef er graag een “geometrisch-variabel” antwoord op! Ik doe verschillende dingen. In de eerste plaats verspreid en promoot ik de zenboeddhistische meditatietechniek – en veel stilte-  maar ik ben ook zanglerares en hypnotherapeute. Maar wat ik écht doe in het leven? Ik wandel, ‘je goûte l’air du temps’, ik streel mijn katten, ik luister naar de geluiden van het bos.

Maar u houdt wel van praten?

Ja, ik ben een babbelaar. Als ik in gezelschap ben, hou ik van praten – ook van luisteren- maar ik ben ook vaak alleen, in de stad of in de natuur. Ik wandel graag in m’n eentje. Ik hou van het alleen zijn.

Laten we maar de koe bij de horens vatten en de moeilijkste vraag stellen. Wat is stilte? Er zijn zoveel definities, wat is de uwe?

Ok, dit is de mijne: de stilte is die stille, poëtische, magische ruimte die we allemaal in onszelf hebben, die we kunnen bereiken als we stilstaan en als we leren om de gedachten te laten voorbijgaan. Achter dat lawaai van de gedachten, van de wereld, is er …  die waarlijk heerlijke ruimte.

Het heeft dus niets te maken met het lawaai rond ons, met de decibels van de stad?

Nee, want de stilte zit achter het geluid, ze komt voort uit liefhebben. We hebben het vaak over meditatie, die een waarheid zoekt voordat er woorden zijn; precies zo kun je de stilte zoeken voor er geluiden zijn. Het kan best luid zijn rond ons, maar daarachter, of liever ervoor is er iets anders.

Dus hebt u geen fysieke stilte nodig?

Nee, het idee is om je innerlijke stilte te herontdekken. Dat is de sleutel.

Het woordenboek zegt: stilte is de afwezigheid van geluid. Dat vindt u te beperkt?

Ja, en bovendien: als je de uiterlijke stilte zoekt als voorwaarde voor je welbevinden, dan zoek je de heilige graal! Natuurlijk is het prettiger om ergens te zijn waar je de wind in de bomen hoort en de vogels, maar zelfs in de stad zijn er plaatsen die relatief stil zijn. Als je echt leert luisteren, dan hoor je dat er tussen de geluiden ruimte zit, die ons toelaat om ons te verbinden met een ‘andere’ stilte.

Mensen schrikken terug voor stilte, hoe verklaart u dat?

Een groot probleem en een belangrijke kwestie! Ik denk dat we onze kinderen niet aanleren om zichzelf te leren kennen op emotioneel vlak. Als je dan plotseling de stilte ingaat, is het eerste wat je tegenkomt jezelf! Met alle “geslaagde” emoties, maar ook met allerlei moeilijkheden. Wat de westerse maatschappij ons leert, is dan meteen weg te vluchten van onszelf, weg te vluchten in activiteit en lawaai. De omgekeerde beweging maken vergt een zekere emotionele opvoeding.

Hoe vullen we de leegte dan op?

Consumeren en verstrooien: in dat soort samenleving leven we nu, denk ik. Alsof mensen kinderen zijn, die je altijd maar moet verstrooien, met nieuwe spelletjes en bezigheden. Opdat ze zich zeker niet zouden vervelen. De stilte hervinden, dat is net proeven van verveling! Laat de tijd rustig voorbijglijden. Daar leeft een mens langer van (lacht).

De stille vreugde van uit het raam kijken, zoals u schrijft in uw boek.

Dat heb ik ervaren in India, tijdens een lange, spirituele retraite, wekenlang, met enkel dat raam om naar buiten te kijken. Maar het kan ook veel korter. Gewoon stoppen. De tijd nemen om te stoppen en te proeven van de stilte.

Uw boek heet in het Frans “Ma cure de silence”, letterlijk “Mijn stiltekuur”. Curer, dat is genezen. Van welke ziekte moet de stilte ons genezen?

Met “kuur” wilde ik gewoon een zekere duur suggereren. De ziekte, dat is de verstrooiing, de afleiding waar ik het net over had. De energie die ons altijd weer uit onszelf haalt. Met een stiltekuur van een weekend, of zelfs een dag kunnen we opnieuw leren om … de telefoon uit te schakelen. Grote ‘challenge’, hé?

Die digitale detox, alle schermen uitschakelen, dat lijkt me steeds moeilijker te worden?

Ik vind het vreemd. De voorbije dagen was ik in Spanje en Catalonië en praatte ik met veel journalisten. Tien jaar geleden bestonden de sociale media niet. Twintig jaar geleden was er geen internet. En nu zijn we verslaafd aan zaken die de macht hebben om onze aandacht vast te houden! Het is een echte uitdaging om daar niet van afhankelijk te worden; om er gebruik van te maken als we ze nodig hebben – of zin-  maar ook om ze te kunnen uitschakelen. Dat kan geleidelijk gebeuren. In de spiritualiteit zijn die inspanningen lonend die we lang kunnen volhouden. Jezelf forceren is jezelf geweld aandoen. Ik raad iedereen aan om je digitale toestellen een paar keer per dag uit te zetten. Om te kunnen ademen. Om niet met allerlei draadjes aan andere plekken vast te hangen.

En dat dan op te drijven, van minuten naar uren, naar dagen, naar een week?

Ja, of er slim mee omgaan. Mijn telefoon staat aan, maar ik kijk niet alle vijf minuten. We moeten  al die toestellen anders gebruiken. Op een bewuste manier. Sociale media en internet maken deel uit van ons leven, dat is allemaal interessant, maar we moeten een nieuwe manier vinden om er mee om te gaan.

Maar u schrijft toch blogs op het internet?

Jawel, ik gebruik het internet, ik zit op Facebook en euh … zelfs een beetje op Twitter (lacht). Maar als ik iets post, dan ga ik niet de hele dag zitten kijken hoeveel likes en commentaren er zijn. Ik gebruik de nieuwe media als kanalen om informatie te verspreiden. En als ik vrede heb met mijn emoties, heb ik geen behoefte aan het zoeken naar antwoorden. Ik blijf bij mezelf, in mijn lichaam.

Rustig bij jezelf blijven, dat is moeilijk. U schrijft vele bladzijden over die innerlijke monoloog, dat inwendige stemmetje dat niet ophoudt met praten…

Dàt is de grote vraag. Het kan een stemmetje zijn, of beelden, of gedachten, fysieke gewaarwordingen, emoties. De belangrijkste techniek is om je ervan bewust te worden. Helaas leven de meeste mensen meestal als robots, gehypnotiseerd door de wereld en de dingen. De gedachten komen op, mensen volgen gewoon wat er opkomt in hun hoofd. Dat is toch eigenlijk verrassend en verontrustend!  Alle oefeningen in meditatie en spiritualiteit zeggen hetzelfde: wees je opnieuw bewust van je gedachten, en beslis daarna of je die wil volgen of niet. Dat vergt veel oefening. Complex is het niet, maar het vergt training, geregelde inspanning. Inspanning… Een woord dat uit de mode is…

Oefenen, herhalen, je concentreren, rituelen uitvoeren, helpt dat?

Het idee is dat je echt anders wil gaan leven, niet meer als een robot zoals ik zei. En om de oude denkpatronen te veranderen heb je inderdaad rituelen nodig, veel nieuwe rituelen. Dat is trouwens gemakkelijker in groep. Ik geef mensen vaak de raad aan om aan te sluiten bij een meditatiegroep, om te oefenen.

U legt vaak de nadruk op het lichaam, het fysieke, de oren, de ogen ook. Waarom is dat belangrijk als we over stilte praten?

Het lichaam, dat is het huidige moment. Daar staat een gelijkheidsteken tussen. Maar meestal zijn we met ons lichaam ergens op een plek, terwijl onze geest elders is: aan het voorspellen wat er gaat komen, aan het herinneren, aan het verzinnen. Onze geest zit buiten het lichaam, en het is belangrijk om te leren die geest weer naar binnen te krijgen. En meteen in het moment te stappen.

Dat is ook iets wat dieren u leren? U schrijft liefdevol over paarden, over katten.

Ja, ik heb grote spirituele meesters vlakbij me. Ik heb het geluk naast het klooster en vlak bij een bos te wonen. Met paarden, katten, kraaien, en al die kleine insectjes. Ik houd ervan om doodstil te zitten en hen te observeren. En van hen op te steken hoe je spontaan en instinctief kunt zijn. Verbonden te zijn met het weer, de wind, de maan. Dieren zijn grote leermeesters.

Is uw zoektocht naar stilte iets puur persoonlijks, of zit daar ook een maatschappelijke kant aan?

Voor mij gaat het veel verder dan persoonlijk welbevinden! Als je innerlijke stilte vindt, en die daarna meeneemt naar andere plaatsen, dan maak je de wereld vredevoller, dan verbind je je met alles, met de bomen en alle andere dingen en mensen. Het doel is echt een innerlijke revolutie, een revolutie van de stilte.

Is er zo’n stille beweging aan de gang, met veel mensen samen?

Dat denk ik wel. Ik voel het, ik heb de indruk – zeker met het internet, als ik dat allemaal observeer- dat er een soort bewustwording aan de gang is, dat er iets moet veranderen aan de manier van leven zoals we die kennen sinds pakweg ’45. Het hyperconsumentisme, al die afleidingen… Mensen verlangen naar iets anders. Iets eenvoudigers. Terug naar de natuur. Dat zal nog toenemen. Ik ben daar nogal optimistisch over.

We zitten hier tussen de vele boeken over persoonlijke ontwikkeling, geestelijk welbevinden, noem maar op… Dreigt het gevaar niet dat stilte ook commercie wordt? Dure retraites voor de rijken enzo?

Ja en nee. Als de commercie er op springt, dan zal ze er wel brood in zien, zeker. Maar het stoort me niet echt, als de goede boodschap maar verspreid raakt… Kijk naar het veganisme. Ik ben veganist, en dat is blijkbaar in de mode. Dat maakt me blij, want het is goed voor de dieren.  Waarom niet?

Uw boek wordt vertaald in twaalf talen, Spaans, Italiaans, Engels, Duits, Nederlands, Portugees… u hebt een gevoelige snaar geraakt?

Ja, ik was echt verwonderd. En heel tevreden. Ik denk dat het grote publiek zin heeft om de spiritualiteit te ontdekken. En mijn boek is nogal humoristisch en vreugdevol geschreven. Het is  spiritualiteit voor het dagelijks leven, niet streng of zwaarwichtig. Ik denk dat dat de lezer aanspreekt.

Het is ook erg toepasbaar in het dagelijks leven. Wat zijn uw belangrijkste tips?

Ik heb veel praktische oefeningen in het boek opgenomen. Neem nu je oren. Je kunt naar de stilte luisteren. (….) Misschien is dit niet erg radiofonisch, maar je kunt je verbinden met de geluiden die er nu zijn (…) verre geluiden, dichte geluiden (…), diepe geluiden, hoge geluiden, (… gsm rinkelt… ), een beltoon (lacht). Dat allemaal beluisteren is een manier om je opnieuw te ‘centeren’ in je lichaam. Voilà, een snelle methode die je doorheen de dag kunt toepassen.

U schrijft ook over een andere manier van kijken. Wat hebben ogen te maken met stilte?

De ogen werken vaak instinctief, een restant van toen we dieren waren. Ogen zijn naar buiten gericht, bespieden wat er rondom gebeurt. Maar de beweging van de ogen creëert gedachten, en dat resulteert soms in een hyperactief brein. Wat je kunt doen als je af en toe door de stad loopt, is je ogen en je geest kalmeren door een paar minuten als stappend naar beneden, naar de grond  te kijken. Een bel creëren rond jezelf, jezelf ‘centeren’ alweer. Op die manier kun je je weer aanwezig voelen, in het moment, in je lichaam.

En proberen niet te vallen!

Welnee, er ontwikkelt zich een ander gevoel, je zal niet zo snel tegen anderen aanlopen (lacht)!

 

Kankyo Tannier, “De kracht van stilte” is uitgegeven bij Xander, 2017, 222 p.

Hans Schnitzler, “Kleine filosofie van de digitale onthouding” is uitgegeven bij De Bezige Bij, 2017, 128 p.

 

Lees deze tekst ook op www.waerbeke.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wouter Torfs: “Stilte is de taal van de liefde”

De ondernemer roept op om deel te nemen aan “Silence for Peace” in Antwerpen, een sit-in voor meer verbondenheid.

Vorig jaar streek Silence for Peace drie dagen en drie nachten neer op het Muntplein in Brussel, waar mensen van allerlei rangen en standen samen zaten in stilte. Een vredesinitiatief om tot meer samenhorigheid te komen in tijden van conflict. Na Brussel en ook Leuven is nu Antwerpen aan de beurt, een dag en een nacht, van vrijdag 17 uur tot zaterdag 17 uur op de Handschoenmarkt, vlak bij de kathedraal.

Wouter Torfs doet mee en roept anderen op om zijn voorbeeld te volgen. “Stilte is de taal van de liefde”, zegt de ondernemer. “Samen in stilte zitten brengt verbinding, terwijl woorden toch vooral dienen om te overtuigen en te scheiden.”

Walk with me

Tegelijk is op veel plaatsen in Vlaanderen “Walk with me” te zien, een rustgevende documentaire over de Vietnamese boeddhistische monnik Thich Nhat Hanh en zijn beweging voor mindfulness en wereldvrede.

 

Thich Nhat Hanh is wereldberoemd door zijn boeken. Er zijn miljoenen exemplaren van verkocht in tientallen talen. De bescheiden boeddhist leeft al sinds de jaren 60 in Frankrijk. In Frankrijk stichtte hij een kloostergemeenschap, “Plum Village”. Daar wonen monniken en zusters, maar er komen ook veel leken op retraite.

Regisseurs Marc J. Francis en Max Pugh werkten drie jaar aan de documentaire.

De film zelf is een meditatie, en zo wordt de bioscoop een meditatiezaal

Het is een intuïtieve film, waarin de camera registreert wat er in het klooster gebeurt, en ook op verplaatsing. De boeddhistische monniken reisden ook naar New York, om er te werken in de gevangenis. Ontroerend is ook het weerzien met familieleden.

“Walk with me” is geen portret van Thich Nhat Hanh zelf; dat wilde hij niet. De man is intussen 90 en na de film kreeg hij een beroerte.

Thich Nhat Hanh, genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede, wordt gezien als de grondlegger van de mindfulness in het westen, de psychische training om rustiger en stabieler in het leven te staan, gebaseerd op boeddhistische meditatie en ademhalingstechniek.

De film krijgt extra diepgang door wondermooie natuurbeelden en door de stem van Benedict Cumberbatch. De Britse steracteur leest fragmenten uit het dagboek van Thich Nhat Hanh.

 

Op woensdag 27 september komt “Walk with me” in de zalen. Dit weekend zijn er speciale vertoningen in Brugge (Lumière), Brussel (Cinema Aventure en Vendôme), Gent (Sphinx) en Antwerpen (Cartoon’s).

Genezen doe je toch in alle rust?

Wat is een ziekenhuis toch een nerveus zoemende bijenkorf. Ik heb er helaas wel wat ervaring mee, en het valt me telkens op hoe schaars de rust er is, terwijl een mens toch net beter wordt van peis en vree en niet van een bad van lawaai en drukte?

Hallo, ik ben Sofie, en ik ga vannacht voor u zorgen, klonk het in mijn pas ontwaakte oren. Een zachte stem. Ter contrast met alles wat ik me herinner van de nacht op intensieve zorg: teringherrie, een pandemonium van zoemen, bliepen, klikken, suizen, kraken, praten, kreunen, roepen. Een man in een naburige box schreeuwt het in het Arabisch uit, tot hij plotseling stilvalt, na wellicht een spuit van het een of het ander. Elders heeft iemand alle infusen losgetrokken en ontstaat er stennis. Ik vraag en krijg oordopjes. Maar het blijft zoemen en bliepen, dwars erdoorheen. Karel Goeyvaerts componeerde ooit met de geluidjes in z’n ziekenhuiskamer. Maar geluidsdeskundige Julian Treasure stelde aan z’n TED-talkpubliek de retorische vraag How does anyone get well with sounds like this?!  nadat hij de heksenhetel van een afdeling intensieve zorg had laten horen.

Karrenvracht

En dan lig je op een gewone kamer, naast een rustige andere zieke. Tot de karren komen. Zoveel karren! Met eten, met verband, met pillen, met een bloeddrukmeter, met poetsgerief. Ze suizen door de gang en je hoort  – kedeng kedeng – elk richeltje in de vloerbekleding onder de wieltjes verdwijnen.  De verpleging moet tegenwoordig zelfs navigeren met een rijdende laptop – ieieieiep – tot net naast je bed om daarna  – piep – je identificatiearmbandje in te scannen. Alle respect hoor; die mensen doen wonderen tegen de klok…

Ik hoef geen gewijde stilte in een dure eenpersoonskamer; ik kan best wel wat gebabbel hebben, met medepatiënten of hulpverleners. En toen enkele kamers verder een bejaarde man met krachtige stem Tweeeeeee oooooogen zo blauauauauauauw zong, voor de hele gang, schoot ik net als iedereen in de lach.

Positief is ook het teeveebeleid. Waar er vroeger één scherm was in een kamer, en de kwiekste zieke de afstandsbediening monopoliseerde om daarna keiluid naar Thuis te kijken, zijn er tegenwoordig twee schermen, of zelfs een soort computerscherm vlak aan je bed. Ieder zijn meug. Bij mij bleef het stil; in het holst van de nacht klonk er Hildegard von Bingen in m’n oortjes.

Voor het bijenkorf- of luchthavengevoel van een ziekenhuis heb ik eigenlijk bewondering. Alle raderen die draaiend in elkaar grijpen; het bloed geanalyseerd, de patiënt ontwaakt, de instrumenten steriel gemaakt, de soep opgelepeld.

Stille ruimte

Maar als je zelf moet herstellen maakt die drukte -want dat is het- je onrustig. Des te blijer ben ik dus om in het ziekenhuis van Vilvoorde, AZ Jan Portaels, een nieuwe stille ruimte te ontdekken. Van zodra ik op de been ben, zoef ik – ping – naar beneden om de deur, met in grote letters: ‘bezinnen-stilte-licht-welkom-gesprek-troost’, even achter me dicht te trekken.

Er staan blankhouten zitbanken en een genereuze tafel om aan te schrijven of te tekenen; papier, pennen en kleurtjes liggen klaar. In het tafelblad is een kompas gegraveerd. Hier ben ik, hier zit ik, hier sta ik. Ik loop misschien verloren in mijn zorgen en mijn leed, maar hier kan ik even voor anker gaan.

Ik denk aan een passage uit de recente roman ‘Oksana’ van Donald Niedekker:

Je bestaat, je bestaat zonder poespas, zonder opsmuk, zonder tierelantijn, gewoon zo, met het bij de sluiting jeukende bh-bandje, met het uitzicht op een dal, je bestaat zonder dat je je hoofd hoeft te breken over de volgende stap, je bestaat met de ochtend, met de bomen, het zand, een vennetje, een dorpsstation, de roep van een koekoek, malse voorjaarsregen, het bestaat, elke regendruppel bestaat, en jij bestaat precies zo.

In een speels ingedeelde wandkast staan de Koran en de Bijbel zusterlijk naast elkaar; ik zie opgerolde gebedsmatjes, een meditatiebankje en kleine kruisjes van brooddeeg. Er heerst hier godsvrede: in het hout zijn katholieke, orthodoxe, evangelische kruisen gebeiteld, net als een islamitische maansikkel-en-ster en een davidsster. En een humanistische happy human.

Een warm, sober interieur, open en pluralistisch. Ik vind de stille ruimte van AZ Jan Portaels een voorbeeld. Ik weet dat er hier en daar nog inspanningen worden geleverd; ik zou eens een inventaris moeten vinden – of maken. In AZ Groeninge in Kortrijk konden ze niet kiezen: er is een kapel én een stille ruimte, bijna identiek zachtgeel ingericht naar een ontwerp van kunstenaar Richard Venlet. Maar er is nog een lange weg te gaan. In Gasthuisberg in Leuven moet ik altijd  even naar adem happen voor ik de kapel/gebedsruimte binnenga: een donkerbruine kist zonder licht of lucht, volgestouwd met stoelen en dingen die in de weg staan. Maar er woont ook een prachtige, trotse  middeleeuwse madonna met kind; zowel moeder als zoon mankeren een hand. Er komt hier veel volk. Mensen ontsteken een lichtje, of schrijven een intentie neer in een dik boek. Ik denk aan wat Alain de Botton zegt in ‘Religie voor atheïsten’ over de aantrekkingskracht van een moederbeeld in een kerk, voor al wie even wil nadenken, verpozen, zitten of huilen.

In Nederland heeft Jorien Holsappel-Brons enkele jaren geleden haar doctoraat geschreven over stille ruimtes; ze telde er toen al niet minder dan 250. Die in de zorgsector –zieken- en verzorgingstehuizen, psychiatrische instellingen- noemt ze ‘cocons’. Dan zou ze de Kapel van het Niets in de tuin van het psychiatrisch ziekenhuis van Duffel moeten bezoeken: de hardste, meest confronterende stilteplek die ik ken, ontworpen door kunstenaar Thierry De Cordier.

Blik op bomen

Groene ruimte kan ook rust en stilte herbergen. In Leuven is het met een vergrootglas zoeken naar blad of bloem. Ziekenhuisstad is van beton, en wordt trouwens met de maand groter, hoger en versteender. In Vilvoorde kijk ik uit op een ferme linde, die veel houtduiven verwelkomt als de zon ondergaat. Op het terras van de cafetaria zit ik omringd door groen, naast het kanaal. Binnen enkele jaren verhuist deze hele ziekenhuissite, ik mag hopen dat er minstens evenveel groen op de plannen staat. Wat lees ik in de krant? Amerikaans onderzoek heeft uitgewezen dat wie uitkijkt op groen vanuit bed, een dag vroeger dan gepland het ziekenhuis mag verlaten. Het klopt, in mijn geval! Dank je, linde, dank je, stille ruimte.

Kristien Bonneure

Stilte is een kunst

https://www.randkrant.be/artikel/kristien-bonneure-kunst-in-de-troost

De poort achter het stilste plekje van Vilvoorde gaat voor enkele dagen open. Twee weekends kan je achter de dikke muren van het slotklooster van Onze-Lieve-Vrouw van Troost een reeks kunstwerken gaan bekijken. Kristien Bonneure en haar partner Lucas Vanclooster maakten de selectie.
Kunst in de Troost is een unieke gelegenheid om de troostende kracht van een stille plek te ervaren. De werken van maar liefst 25 kunstenaars staan tentoongesteld in de mooie kloostertuin en enkele ruimten binnen in het klooster. Het werd een stil ensemble van creaties van schilders, grafici, beeldhouwers en keramisten. Elk op hun manier en via hun artistiek medium nodigen ze je uit om stil te staan en dieper in te gaan op een gedachte of een gevoelen. Dat je op één plek zoveel creatief talent kan vinden, is uniek.’

‘Net zoals de plek waar de tentoonstelling plaatsvindt. Ik herinner me nog hoe ik vele jaren geleden – toen ik nog niet zo lang in Vilvoorde woonde – aan mijn echtgenoot vertelde dat die wereld achter de groene poort van het karmelietenklooster me fascineerde. Dat zich daar een leven in alle stilte afspeelde, sprak toen al tot mijn verbeelding’, zegt Bonneure.

‘Stilte helpt om aandachtiger te luisteren.’

Aan de ingangspoort van de kloostertuin hangt een gedicht. Het is een ode aan de stilte. Bonneure schreef er drie jaar geleden een boek over: Stil leven, een stem voor rust en ruimte in drukke tijden. ‘In onze hectische wereld zijn stille plekken even levensnoodzakelijk als oases in de woestijn. Ook ik verdwijn af en toe graag een paar dagen in de stilte. Nog belangrijker vind ik het om stilte in mijn dagelijkse leven in te weven. Stilte brengt evenwicht en diepte. En hoe gek het ook mag klinken, stilte werkt verbindend. Het helpt je om aandachtiger te luisteren. Naar de wereld, de andere en naar je eigen innerlijke stem.’
Helpt kunst ons ook om die innerlijke stem te vinden? ‘Het valt me op dat de stilte van deze exporuimte vele kunstenaars aanspreekt. Het doet hun werken ook tot hun recht komen. Hun creaties komen trouwens vaak in grote stilte tot stand.’ Of zoals het gedicht aan de ingangspoort van de kloostertuin zo treffend samenvat: In de tuin bloeit stilte. In stilte bloeit kunst.

29 EN 30 APR • 6, 7 EN 8 MEI
Kunst in de Troost
Vilvoorde, www.kunstindetroost.be

infoDe toegang is gratis. De opbrengst van de verkoop van de kunstwerken gaat naar de restauratie van de Troostbasiliek.

Nathalie Dirix, verschenen in RandKrant mei 2017