“Laten we een stille revolutie ontketenen”

“Ma cure de silence” van de Franse Kankyo Tannier is net vertaald in het Nederlands met als titel “De kracht van de stilte”. Kristien Bonneure had een gesprek met haar.

Tannier Auteursfoto

“Mijn leven? Ik loop, ik eet, ik slaap, ik kijk naar de lucht, ik adem, ik aai mijn katten, ik mediteer, ik zing…” Het antwoord typeert Kankyo Tannier, een zonnige verschijning met heldere blik, een klaterende lach, kaalgeschoren hoofd en lange pij. Ze is zenboeddhistische non, zangtherapeute, paardenverzorgster. Ze studeerde af in de rechten, werkte als journaliste en na enkele bezoeken aan zenkloosters streek ze uiteindelijk neer in de Elzas, in het klooster Ryumonji bij meester Olivier Reigen Wang-Genh, waar ze 16 jaar verbleef. Nu woont ze in een cabane in het bos, vlakbij het klooster. Daar heeft ze tijd om zich aan het schrijven te wijden.

Tannier noemt zichzelf een non 2.0 want ze deelt haar ideeën via sociale media. www.dailyzen.fr vat goed samen waar ze mee bezig is: een dagelijkse ervaring delen, geworteld in huiselijkheid, maar met de blik op verte. Haar eerste boek “De kracht van de stilte” is een diepzinnig maar tegelijk lichtvoetig boek, met Franse schwung, humor en zelfrelativering geschreven. Veel inzichten en suggesties zijn ook al elders geopperd, maar Kankyo Tannier pakt het verfrissend aan.

Die mensen die de radio uitzetten als ze in de auto stappen… ze zijn vermoedelijk de heiligen van de eenentwintigste eeuw!

Eén van de belangrijkste adviezen die Kankyo Tannier geeft is die van de digitale retraite: voor kortere of langere tijd alle schermen uit, geen radio, geen tv, geen telefoon, geen computer. Over de weldadige effecten daarvan is ook een ander recent boekje uiterst interessant: “Kleine filosofie van de digitale onthouding” van de Nederlandse filosoof Hans Schnitzler. Het is de (zeer wijsgerige) evaluatie van een experiment met zijn studenten om een week lang te “ontkoppelen”. Afgezien van die ene studente die een feestje liet schieten, omdat ze niet wist wie er zouden zijn en wanneer het begon, waren alle digitale geheelonthouders lovend. “Ik heb het gevoel dat ik meer leef, ik bepaal nu echt zelf wat ik wil doen”.  Een andere kreeg meer overzicht over de structuur van de dag en zijn eigen verantwoordelijkheid daarin. “Ik voelde mezelf slimmer, kon beter nadenken”.

“In het hart van de vulkaan gaan staan”

Terug naar Kankyo Tannier. De leegte boezemt angst in, geeft ze toe; mensen vullen dat gapende gat het liefst op. Terwijl het zo belangrijk is om alleen te leren zijn.

Een zelfgekozen eenzaamheid, een comfortabele halve draai naar binnen, waaraan je je kunt laven voordat je de wereld weer ingaat.

Wat Tannier over meditatie schrijft, doet sterk denken aan “Leer ons stil te zitten” van Tim Parks. Parks oefende veel geduld; Tannier reikt manieren aan om actief in te grijpen in de menselijke geest. Niet eenvoudig…

In het hart van de vulkaan gaan staan en daar onze angsten te laten smelten. Dat is de weg van de ridder die moed en vastberadenheid vereist. Maar het is ook de weg van de verzoening, van de wapenstilstand, van de acceptatie van alles wat ons vormt, zowel het ‘goede’ als het ‘kwade’.

En wat kan ze fraai formuleren:

Tussen woorden, tussen bekende beelden, tussen vertrouwde gevoelens bestaat een parallel universum, een absolute en weldadige kalmte, waarvan de toegang angstvallig wordt bewaakt door de schildwachten van de concentratie en het volle bewustzijn.

“De stilte hervinden, dat is proeven van verveling”

En toen ontmoetten we elkaar, tussen de duizenden boeken in de Franstalige Brusselse boekhandel Filigranes. We spraken over Silence for Peace en over onze overleden vaders. Een neerslag van het gesprek:

Ik zal de vraag nog maar eens stellen, mevrouw Tannier: wat doet u in het leven?

Ha! Die vraag stellen mensen me vaak, en ik geef er graag een “geometrisch-variabel” antwoord op! Ik doe verschillende dingen. In de eerste plaats verspreid en promoot ik de zenboeddhistische meditatietechniek – en veel stilte-  maar ik ben ook zanglerares en hypnotherapeute. Maar wat ik écht doe in het leven? Ik wandel, ‘je goûte l’air du temps’, ik streel mijn katten, ik luister naar de geluiden van het bos.

Maar u houdt wel van praten?

Ja, ik ben een babbelaar. Als ik in gezelschap ben, hou ik van praten – ook van luisteren- maar ik ben ook vaak alleen, in de stad of in de natuur. Ik wandel graag in m’n eentje. Ik hou van het alleen zijn.

Laten we maar de koe bij de horens vatten en de moeilijkste vraag stellen. Wat is stilte? Er zijn zoveel definities, wat is de uwe?

Ok, dit is de mijne: de stilte is die stille, poëtische, magische ruimte die we allemaal in onszelf hebben, die we kunnen bereiken als we stilstaan en als we leren om de gedachten te laten voorbijgaan. Achter dat lawaai van de gedachten, van de wereld, is er …  die waarlijk heerlijke ruimte.

Het heeft dus niets te maken met het lawaai rond ons, met de decibels van de stad?

Nee, want de stilte zit achter het geluid, ze komt voort uit liefhebben. We hebben het vaak over meditatie, die een waarheid zoekt voordat er woorden zijn; precies zo kun je de stilte zoeken voor er geluiden zijn. Het kan best luid zijn rond ons, maar daarachter, of liever ervoor is er iets anders.

Dus hebt u geen fysieke stilte nodig?

Nee, het idee is om je innerlijke stilte te herontdekken. Dat is de sleutel.

Het woordenboek zegt: stilte is de afwezigheid van geluid. Dat vindt u te beperkt?

Ja, en bovendien: als je de uiterlijke stilte zoekt als voorwaarde voor je welbevinden, dan zoek je de heilige graal! Natuurlijk is het prettiger om ergens te zijn waar je de wind in de bomen hoort en de vogels, maar zelfs in de stad zijn er plaatsen die relatief stil zijn. Als je echt leert luisteren, dan hoor je dat er tussen de geluiden ruimte zit, die ons toelaat om ons te verbinden met een ‘andere’ stilte.

Mensen schrikken terug voor stilte, hoe verklaart u dat?

Een groot probleem en een belangrijke kwestie! Ik denk dat we onze kinderen niet aanleren om zichzelf te leren kennen op emotioneel vlak. Als je dan plotseling de stilte ingaat, is het eerste wat je tegenkomt jezelf! Met alle “geslaagde” emoties, maar ook met allerlei moeilijkheden. Wat de westerse maatschappij ons leert, is dan meteen weg te vluchten van onszelf, weg te vluchten in activiteit en lawaai. De omgekeerde beweging maken vergt een zekere emotionele opvoeding.

Hoe vullen we de leegte dan op?

Consumeren en verstrooien: in dat soort samenleving leven we nu, denk ik. Alsof mensen kinderen zijn, die je altijd maar moet verstrooien, met nieuwe spelletjes en bezigheden. Opdat ze zich zeker niet zouden vervelen. De stilte hervinden, dat is net proeven van verveling! Laat de tijd rustig voorbijglijden. Daar leeft een mens langer van (lacht).

De stille vreugde van uit het raam kijken, zoals u schrijft in uw boek.

Dat heb ik ervaren in India, tijdens een lange, spirituele retraite, wekenlang, met enkel dat raam om naar buiten te kijken. Maar het kan ook veel korter. Gewoon stoppen. De tijd nemen om te stoppen en te proeven van de stilte.

Uw boek heet in het Frans “Ma cure de silence”, letterlijk “Mijn stiltekuur”. Curer, dat is genezen. Van welke ziekte moet de stilte ons genezen?

Met “kuur” wilde ik gewoon een zekere duur suggereren. De ziekte, dat is de verstrooiing, de afleiding waar ik het net over had. De energie die ons altijd weer uit onszelf haalt. Met een stiltekuur van een weekend, of zelfs een dag kunnen we opnieuw leren om … de telefoon uit te schakelen. Grote ‘challenge’, hé?

Die digitale detox, alle schermen uitschakelen, dat lijkt me steeds moeilijker te worden?

Ik vind het vreemd. De voorbije dagen was ik in Spanje en Catalonië en praatte ik met veel journalisten. Tien jaar geleden bestonden de sociale media niet. Twintig jaar geleden was er geen internet. En nu zijn we verslaafd aan zaken die de macht hebben om onze aandacht vast te houden! Het is een echte uitdaging om daar niet van afhankelijk te worden; om er gebruik van te maken als we ze nodig hebben – of zin-  maar ook om ze te kunnen uitschakelen. Dat kan geleidelijk gebeuren. In de spiritualiteit zijn die inspanningen lonend die we lang kunnen volhouden. Jezelf forceren is jezelf geweld aandoen. Ik raad iedereen aan om je digitale toestellen een paar keer per dag uit te zetten. Om te kunnen ademen. Om niet met allerlei draadjes aan andere plekken vast te hangen.

En dat dan op te drijven, van minuten naar uren, naar dagen, naar een week?

Ja, of er slim mee omgaan. Mijn telefoon staat aan, maar ik kijk niet alle vijf minuten. We moeten  al die toestellen anders gebruiken. Op een bewuste manier. Sociale media en internet maken deel uit van ons leven, dat is allemaal interessant, maar we moeten een nieuwe manier vinden om er mee om te gaan.

Maar u schrijft toch blogs op het internet?

Jawel, ik gebruik het internet, ik zit op Facebook en euh … zelfs een beetje op Twitter (lacht). Maar als ik iets post, dan ga ik niet de hele dag zitten kijken hoeveel likes en commentaren er zijn. Ik gebruik de nieuwe media als kanalen om informatie te verspreiden. En als ik vrede heb met mijn emoties, heb ik geen behoefte aan het zoeken naar antwoorden. Ik blijf bij mezelf, in mijn lichaam.

Rustig bij jezelf blijven, dat is moeilijk. U schrijft vele bladzijden over die innerlijke monoloog, dat inwendige stemmetje dat niet ophoudt met praten…

Dàt is de grote vraag. Het kan een stemmetje zijn, of beelden, of gedachten, fysieke gewaarwordingen, emoties. De belangrijkste techniek is om je ervan bewust te worden. Helaas leven de meeste mensen meestal als robots, gehypnotiseerd door de wereld en de dingen. De gedachten komen op, mensen volgen gewoon wat er opkomt in hun hoofd. Dat is toch eigenlijk verrassend en verontrustend!  Alle oefeningen in meditatie en spiritualiteit zeggen hetzelfde: wees je opnieuw bewust van je gedachten, en beslis daarna of je die wil volgen of niet. Dat vergt veel oefening. Complex is het niet, maar het vergt training, geregelde inspanning. Inspanning… Een woord dat uit de mode is…

Oefenen, herhalen, je concentreren, rituelen uitvoeren, helpt dat?

Het idee is dat je echt anders wil gaan leven, niet meer als een robot zoals ik zei. En om de oude denkpatronen te veranderen heb je inderdaad rituelen nodig, veel nieuwe rituelen. Dat is trouwens gemakkelijker in groep. Ik geef mensen vaak de raad aan om aan te sluiten bij een meditatiegroep, om te oefenen.

U legt vaak de nadruk op het lichaam, het fysieke, de oren, de ogen ook. Waarom is dat belangrijk als we over stilte praten?

Het lichaam, dat is het huidige moment. Daar staat een gelijkheidsteken tussen. Maar meestal zijn we met ons lichaam ergens op een plek, terwijl onze geest elders is: aan het voorspellen wat er gaat komen, aan het herinneren, aan het verzinnen. Onze geest zit buiten het lichaam, en het is belangrijk om te leren die geest weer naar binnen te krijgen. En meteen in het moment te stappen.

Dat is ook iets wat dieren u leren? U schrijft liefdevol over paarden, over katten.

Ja, ik heb grote spirituele meesters vlakbij me. Ik heb het geluk naast het klooster en vlak bij een bos te wonen. Met paarden, katten, kraaien, en al die kleine insectjes. Ik houd ervan om doodstil te zitten en hen te observeren. En van hen op te steken hoe je spontaan en instinctief kunt zijn. Verbonden te zijn met het weer, de wind, de maan. Dieren zijn grote leermeesters.

Is uw zoektocht naar stilte iets puur persoonlijks, of zit daar ook een maatschappelijke kant aan?

Voor mij gaat het veel verder dan persoonlijk welbevinden! Als je innerlijke stilte vindt, en die daarna meeneemt naar andere plaatsen, dan maak je de wereld vredevoller, dan verbind je je met alles, met de bomen en alle andere dingen en mensen. Het doel is echt een innerlijke revolutie, een revolutie van de stilte.

Is er zo’n stille beweging aan de gang, met veel mensen samen?

Dat denk ik wel. Ik voel het, ik heb de indruk – zeker met het internet, als ik dat allemaal observeer- dat er een soort bewustwording aan de gang is, dat er iets moet veranderen aan de manier van leven zoals we die kennen sinds pakweg ’45. Het hyperconsumentisme, al die afleidingen… Mensen verlangen naar iets anders. Iets eenvoudigers. Terug naar de natuur. Dat zal nog toenemen. Ik ben daar nogal optimistisch over.

We zitten hier tussen de vele boeken over persoonlijke ontwikkeling, geestelijk welbevinden, noem maar op… Dreigt het gevaar niet dat stilte ook commercie wordt? Dure retraites voor de rijken enzo?

Ja en nee. Als de commercie er op springt, dan zal ze er wel brood in zien, zeker. Maar het stoort me niet echt, als de goede boodschap maar verspreid raakt… Kijk naar het veganisme. Ik ben veganist, en dat is blijkbaar in de mode. Dat maakt me blij, want het is goed voor de dieren.  Waarom niet?

Uw boek wordt vertaald in twaalf talen, Spaans, Italiaans, Engels, Duits, Nederlands, Portugees… u hebt een gevoelige snaar geraakt?

Ja, ik was echt verwonderd. En heel tevreden. Ik denk dat het grote publiek zin heeft om de spiritualiteit te ontdekken. En mijn boek is nogal humoristisch en vreugdevol geschreven. Het is  spiritualiteit voor het dagelijks leven, niet streng of zwaarwichtig. Ik denk dat dat de lezer aanspreekt.

Het is ook erg toepasbaar in het dagelijks leven. Wat zijn uw belangrijkste tips?

Ik heb veel praktische oefeningen in het boek opgenomen. Neem nu je oren. Je kunt naar de stilte luisteren. (….) Misschien is dit niet erg radiofonisch, maar je kunt je verbinden met de geluiden die er nu zijn (…) verre geluiden, dichte geluiden (…), diepe geluiden, hoge geluiden, (… gsm rinkelt… ), een beltoon (lacht). Dat allemaal beluisteren is een manier om je opnieuw te ‘centeren’ in je lichaam. Voilà, een snelle methode die je doorheen de dag kunt toepassen.

U schrijft ook over een andere manier van kijken. Wat hebben ogen te maken met stilte?

De ogen werken vaak instinctief, een restant van toen we dieren waren. Ogen zijn naar buiten gericht, bespieden wat er rondom gebeurt. Maar de beweging van de ogen creëert gedachten, en dat resulteert soms in een hyperactief brein. Wat je kunt doen als je af en toe door de stad loopt, is je ogen en je geest kalmeren door een paar minuten als stappend naar beneden, naar de grond  te kijken. Een bel creëren rond jezelf, jezelf ‘centeren’ alweer. Op die manier kun je je weer aanwezig voelen, in het moment, in je lichaam.

En proberen niet te vallen!

Welnee, er ontwikkelt zich een ander gevoel, je zal niet zo snel tegen anderen aanlopen (lacht)!

 

Kankyo Tannier, “De kracht van stilte” is uitgegeven bij Xander, 2017, 222 p.

Hans Schnitzler, “Kleine filosofie van de digitale onthouding” is uitgegeven bij De Bezige Bij, 2017, 128 p.

 

Lees deze tekst ook op www.waerbeke.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Oorlogskunst die naar de keel grijpt

Verwundeter (Herbst 1916, Bapaume). Batt 6 aus: "Der Krieg"In Mechelen  is de tentoonstelling “The Art of War” geopend, met grafiek over de Eerste Wereldoorlog. Tegelijk legt de expo de link met nu.

Kazerne Dossin, het museum over de holocaust en de mensenrechten, verkent voor deze tentoonstelling de periode net voor de Tweede Wereldoorlog. In dat interbellum gingen veel kunstenaars aan de slag met de horror die ze vaak zelf hadden meegemaakt in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog.

De expo gaat van start met een fiere “Ridder met lans” van Max Beckmann uit 1915. De patriottische trots verwatert snel. Wat volgt is de totale ontmenselijking in de eerste oorlog op industriële schaal.

De expressionist Otto Dix had zichzelf gemeld voor actieve dienst; hij maakte de slag aan de Somme mee. Na 1918 ging hij op onderzoek in de hospitalen die vol gewonden lagen. Daaruit groeide zijn bloedstollende reeks van 50 etsen “Der Krieg”. Half weggeschoten gezichten, mislukte operaties, doodsangst in de ogen, tronies met gasmaskers, landschappen vol kraters en verhakkelde lijken. “Gewondentransport in de bossen van Houthulst” is zo’n aangrijpend beeld van een man in een geïmproviseerde brancard. De soldaten die hem dragen moeten zichzelf behelpen met wandelstokken. Laarzen, helmen, afgebroken boomstammen, modder en regen, veel regen. Dix is ook de man van de groezelige taferelen in bordelen, met dronken soldaten. Korte tijd later zouden de nazi’s hem catalogeren als een ontaarde kunstenaar.

b7455aa6-5cf7-4564-b727-6b9bc3d72859-2060x1632

Van George Grosz zijn sarcastische, bijna karikaturale etsen te zien van hoge piefen in het leger, altijd met snor en epauletten. Een veelzeggende titel: “Maul halten und weiter dienen”. Ook dikdoenerige oorlogsprofiteurs kan Grosz als geen ander portretteren.

81397_1_gallerydetail_maul-halten-und-weiter-dienen-hat-george-grosz-1893-1959-diese-zeichnung-betitelt-foto-kunstmuseum-solingen

Paul Joostens brengt op vernieuwende, versplinterende wijze de bommen op Antwerpen en Reims in beeld. Er zijn ook houtsneden van Frans Masereel in de tijdschriften  “La Feuille” en “Les tablettes” te zien. En “Bezette stad” van Paul Van Ostaijen.

Uit 1937 dateert “De droom en de leugen van Franco” van Pablo Picasso, waarin je heel wat elementen ziet die ook in zijn meesterwerk “Guernica” opduiken.  Even krachtig is de reeks “De verschrikkingen van de oorlog” van Francisco Goya, een eeuw vroeger.

Vrede is nooit vanzelfsprekend

 

Stuk voor stuk zijn het schreeuwende aanklachten tegen geweld. Kazerne Dossin koppelt daar gezaghebbende stemmen-van-nu aan. Opinionleaders die de link leggen met toen. Conflictjournalist Rudi Vranckx ziet in de “Heimatlose” van Ludwig Meidner vluchtelingen van àlle tijden en oorlogen. Vrouwenrechtenactiviste Darya Safai herkent in de “Wenende vrouw” van Max Beckmann haar eigen moeder in Iran.  Op de opening van “The Art of War” liet Luc De Vos, emeritus hoogleraar, een waarschuwing horen: “Vrede is nooit vanzelfsprekend; het kan verkeerd lopen als we elkaar gaan diaboliseren”. Hij verwees expliciet naar Catalonië en Spanje.

Zelf meer de dialoog aangaan, meer luisteren.

Conservator Veerle Vanden Daelen hoopt dat de expo de bezoeker aan het denken zet, dat die als het ware veranderd buiten komt, “niet met grootse idealen maar wel met een idee wat je zelf kan doen, opdat een conflict opgelost kan worden met woorden, en niet met geweld. ”

“The Art of War. Door de oorlog getekend” in Kazerne Dossin in Mechelen loopt tot 1 juli 2018.

Wouter Torfs: “Stilte is de taal van de liefde”

De ondernemer roept op om deel te nemen aan “Silence for Peace” in Antwerpen, een sit-in voor meer verbondenheid.

Vorig jaar streek Silence for Peace drie dagen en drie nachten neer op het Muntplein in Brussel, waar mensen van allerlei rangen en standen samen zaten in stilte. Een vredesinitiatief om tot meer samenhorigheid te komen in tijden van conflict. Na Brussel en ook Leuven is nu Antwerpen aan de beurt, een dag en een nacht, van vrijdag 17 uur tot zaterdag 17 uur op de Handschoenmarkt, vlak bij de kathedraal.

Wouter Torfs doet mee en roept anderen op om zijn voorbeeld te volgen. “Stilte is de taal van de liefde”, zegt de ondernemer. “Samen in stilte zitten brengt verbinding, terwijl woorden toch vooral dienen om te overtuigen en te scheiden.”

Walk with me

Tegelijk is op veel plaatsen in Vlaanderen “Walk with me” te zien, een rustgevende documentaire over de Vietnamese boeddhistische monnik Thich Nhat Hanh en zijn beweging voor mindfulness en wereldvrede.

 

Thich Nhat Hanh is wereldberoemd door zijn boeken. Er zijn miljoenen exemplaren van verkocht in tientallen talen. De bescheiden boeddhist leeft al sinds de jaren 60 in Frankrijk. In Frankrijk stichtte hij een kloostergemeenschap, “Plum Village”. Daar wonen monniken en zusters, maar er komen ook veel leken op retraite.

Regisseurs Marc J. Francis en Max Pugh werkten drie jaar aan de documentaire.

De film zelf is een meditatie, en zo wordt de bioscoop een meditatiezaal

Het is een intuïtieve film, waarin de camera registreert wat er in het klooster gebeurt, en ook op verplaatsing. De boeddhistische monniken reisden ook naar New York, om er te werken in de gevangenis. Ontroerend is ook het weerzien met familieleden.

“Walk with me” is geen portret van Thich Nhat Hanh zelf; dat wilde hij niet. De man is intussen 90 en na de film kreeg hij een beroerte.

Thich Nhat Hanh, genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede, wordt gezien als de grondlegger van de mindfulness in het westen, de psychische training om rustiger en stabieler in het leven te staan, gebaseerd op boeddhistische meditatie en ademhalingstechniek.

De film krijgt extra diepgang door wondermooie natuurbeelden en door de stem van Benedict Cumberbatch. De Britse steracteur leest fragmenten uit het dagboek van Thich Nhat Hanh.

 

Op woensdag 27 september komt “Walk with me” in de zalen. Dit weekend zijn er speciale vertoningen in Brugge (Lumière), Brussel (Cinema Aventure en Vendôme), Gent (Sphinx) en Antwerpen (Cartoon’s).

“Heb jij dat beeld gemaakt? Nee, het komt uit het niets”

6b406022-994a-11e7-bbe7-02b7b76bf47f

(foto Mirjam Devriendt)

In heel Vlaanderen vraagt de Alzheimer Code aandacht voor dementie, met een uitgebreid sociaal én cultureel programma, van lezingen en wandelingen tot concerten en tentoonstellingen. Een heel bijzondere expo is ‘Uit het niets’.

Twee dementerende vrouwen bekijken een beeld in geboetseerde en gebakken klei.

– Heb jij dat gemaakt?
– Nee.
– Waar komt dat dan vandaan?
– Uit het niets.
– A ja, alles komt uit het niets.

Alexandra Cool vertelt de anekdote te midden van beelden en foto’s van bijzondere workshops die zij organiseerde.  In de lente van dit jaar trok ze naar vier woonzorgcentra en verzamelde daar kleine groepen mensen met dementie rond een tafel met plastic, houten statiefjes en veel klei. Meer instructies waren er niet.

“Sommige dementerenden praten niet meer, of ze worden agressief. Maar tijdens de boetseersessies keerde de rust en de focus terug. In het begin twijfelde ik of dat wel zou lukken, maar het was een ongelooflijke ervaring, die magnifieke beelden heeft opgeleverd,” vertelt Alexandra Cool, die zelf beeldhouwster is en enkele jaren geleden al ontroerende portretten van dementerenden maakte.

6dcd4c93-994a-11e7-bbe7-02b7b76bf47f.jpg

(foto Mirjam Devriendt)

Beelden als totems

In CC De Zandloper in Wemmel lopen we tussen de menselijke figuren, al dan niet alleen. Er staat ook een boom met vogels op de takken, een koe, en veel abstracte, totemachtige vormen, die wel wat op ruggenwervels lijken. Mysterieus werk.

“Veel deelnemers zongen voor hun beeld, of ze praatten ertegen, of aaiden het. Er was echt sprake van een relatie. Een vrouw plakte negen grote hompen klei aan haar beeld; ze bleef maar tellen en hertellen, en toen het klaar was, vertelde de verpleging dat ze negen kinderen had.”

Wat er overblijft

“Ik wilde echt zien wat er ontstond uit het eigene van die mensen. Als het verstand gaten begint te vertonen, als het intellectuele vervaagt, is er dan nog een kern waar de mens op kan terugvallen, rust in kan vinden en misschien zelfs dingen creëren?” Het antwoord is blijkbaar ja.

‘Uit het niets’ is te zien in CC De Zandloper in Wemmel van 15 september tot 9 oktober; tegelijk in CC Strombeek van 16 tot 29 september en in Heusden-Zolder van 29 oktober tot 30 november 2017.

De Alzheimer Code wil dementie bespreekbaarder maken, pleit voor een genuanceerde, respectvolle beeldvorming en steekt een hart onder de riem van mensen met dementie én van diegenen die hen bijstaan.  Initiatiefnemers zijn het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen, de Alzheimer Liga Vlaanderen en Hellebosch vzw.

 

Mooi, ’t leven is mooi

DSCN8465

Snel op een poort gespoten, snel gefotografeerd, maar wat een provocerende zin, daar in Praag. Is het ironisch bedoeld in de stad van defenestraties, dictatuur en bevrijding, jodenvervolging en corruptie, met te veel toeristen en dronken zwervers? Het zou een zin van Havel kunnen zijn, iets sarcastisch uit een toneelstuk.

Wie poneert er zoveel in drie woorden? Wie heeft er zoveel culot en aplomb en krampachtig optimisme, als was het een lugubere morele plicht, verscholen achter dat vrolijk mottootje voor een damesblad. Life is beautiful.

‘Life is’ lijkt me feit genoeg. Beautiful?  De ene mens torst een zwaar juk en de andere dartelt vederlicht door de jaren. Vera heeft nooit genoeg; Juliette is met weinig content.  Zelfs als een of andere Kafka-instantie, om bij een Pragenaar te blijven, op basis van ‘objectieve criteria’ (gezondheid, inkomen, sociale relaties) zou kunnen zeggen: ‘mevrouw, uw leven IS mooi, stop met zagen’, dan kan ik het daar grondig mee oneens zijn, in een subjectieve perceptie die redelijk wezenlijk is. Wie anders dan ikzelf leeft mijn leven en kan het dus uit de eerste hand evalueren? Er zijn ongelukkige rijken en gelukkige armen – wellicht meer van de eerste soort dan de tweede. Er zijn beklagenswaardige patiënten met veel levenslust en ingebeelde zieken met een doodswens.

Count your blessings

Wil die ‘Life is beautiful’-spuiter mij iets duidelijk maken? Gaat het misschien om een aansporing? Zoals op mijn kalender in de wc ‘Elke dag is een goede dag’ staat, van een of andere boeddhist. Ook al zo’n provocatieve zin. Onnozelaar, vandaag is een vriendin gestorven, wat is daar nu goed aan? Daarna begin ik na te denken over de kleinigheden die zo’n rotdag toch nog draaglijk maken. Een kopje koffie. Of het feit dat de rotdag uiteindelijk om is. Dat de klok zijn werk doet.

Tel je zegeningen, misschien is dat wat de sloganspuiter van Praag bedoelde. De mentale oefening om ’s avonds in je bed vijf dingen te noemen die fijn waren die dag. En als het moeilijk is om er vijf voor je geest te halen, hopla, streven naar tien dingen. Dan kom je in de rayon van ‘er vloog een vlinder voorbij’ of ‘de caissière glimlachte mooi’. Het ware leven!

Gisteren leek zo’n egale dag zonder eigenschappen. Edoch. ’s Ochtends al zat er een handgeschreven, poëtische brief van een vriendin in de bus. Op kantoor was er ook één aangekomen van een luisteraar, met een uiteenzetting over sterrenhemels! Onderweg naar het werk kruiste ik een postbode die me aankeek en ‘Goedemorgen!’ riep, echt riep, opdat ik het zeker zou horen en de wens zou retourneren. Gaarne, postbode! En via digitale weg stuurde iemand me nog een reeks foto’s  van zijn tuin, bloemen, fruitbomen, groentenperken, in volle zomerpracht. Nou!

Ik weet wel. Het klimaat. De oorlog in Syrië. De vergeten conflicten, de honger, de onrechtvaardigheid, de menselijke wreedheid, domheid, lafheid, ijdelheid. De geschiedenis die zich herhaalt als een tragedie, de wereld die om zeep is. Geen inkt in de printer, een mug in de slaapkamer.

We hebben er inderdaad niet om gevraagd, om het leven. Zeer zeker hebben mensen recht en reden om er niet blij mee te zijn. Camus had gelijk, zelfmoord is inderdaad de meest fundamentele filosofische vraag.

Life is beautiful. Ik mag er graag over nadenken. Af en toe ben ik het er zelfs mee eens.

 

You know nothing

wallpaper-stark-sigil-1600

Het zevende, voorlaatste seizoen van Game of Thrones komt eraan. Wereldwijd houden miljoenen kijkers de adem in. Zal drakenmoeder Daenerys Targaryen haar sublieme derrière op de Ijzeren Troon vlijen? Game of Thrones is behalve spannend, bloederig en mooi ook een superieur patchwork van geschiedenis en mythologie.

Offer eens je kind

Vijfde seizoen, aflevering negen. De intelligente prinses Shireen, tienerdochter van Stannis Baratheon, komt op een ijzingwekkende manier op de brandstapel aan haar vroegtijdige einde. Ze wordt geofferd door haar eigenste vader en moeder, in de hoop de krijgskansen te keren. De kwade genius die hen dit had ingefluisterd was een priesteres van een nieuw geloof in een ‘Heer van het Licht’.

Een leider die zijn dochter vermoordt om de goden gunstig te stemmen? Waar ligt mijn boek met Griekse mythen? Koning Agamemnon wou zijn dochter Iphigenia slachten. Hij had een gunstige wind nodig om zijn oorlogsvloot naar Troje te blazen. Iphigenia werd op het nippertje gered door de godin Artemis. Shireen helaas niet. Dat nieuwe geloof in de Heer van het Licht uit Game of Thrones lijkt trouwens verdacht veel op de leer van Zarathustra, met zoroastrische vuurtempels om de zon als scheppende energie te aanbidden. Of is die ene Heer van het Licht misschien Jezus Christus?

Religie in Game of Thrones: er is voor elk wat wils. Sommigen geloven in oude goden, in bomen. Anderen in één God met zeven archetypische verschijningsvormen (moeder, vader, meisje, oud besje, krijger, smid, vreemdeling). Er lopen extremisten rond die ‘een god met vele gezichten’ als excuus gebruiken om op bestelling mensen uit de weg te ruimen. De ‘Mussen’ kun je vergelijken met fanatieke Taliban of IS’ers.

En er zijn vrolijke vrijdenkers. Dwerg Tyrion Lannister, de briljantste vuilgebekte van de bende, verzucht op zeker moment:  ‘The Lord of Light wants his enemies burned. The Drowned God wants them drowned. Why are all the gods such vicious cunts? Where is the god of tits and wine?’

Shakespeare revisited

Eén aflevering Game of Thrones maken kost bijna tien miljoen euro, en moet dus opbrengen. Met miljoenen kijkers in meer dan honderd landen zal dat wel lukken. Acteur Peter De Graef uitte de vrees dat GoT Shakespeare zou vervangen in deze commerciële tijden. Vervangen niet, aanvullen zeker wel, heruitvinden zelfs! Kijk door alle zwaardgekletter en van het scherm druppend bloed heen en je vindt à volonté verwijzingen naar echte geschiedenis en mythologie.

Game of Thrones is gebaseerd op de boeken van George R. R. Martin (‘A Song of Ice and Fire’). Net als Shakespeare haalt hij tonnen mosterd bij de Rozenoorlogen. Lannisters en Starks: dat zijn natuurlijk de Lancasters en Yorks die om de Engelse troon vochten in de tweede helft van de 15de eeuw. De Lancasters voerden een rode roos in het vaandel, de Yorks een witte. In Game of Thrones duikt de gouden roos op als zegel van het onfortuinlijke huis Tyrell.  Veel personages worden gelinkt aan Shakespearehelden. Koning Robert Baratheon is een soort wining and dining Falstaff uit Hendrik IV en de Merry Wives of Windsor. De lepe opportunistische intrigant Petyr Bailish zien sommigen als een nieuwe Iago, de überslechterik uit Othello.

Beroemde bitches

Nog meer geschiedenis?  Harde tante Cersei Lannister lijkt gemodelleerd naar andere machtige historische vrouwen: de complotterende en wellicht ook incest bedrijvende Lucrezia Borgia, de ambitieuze Anne Boleyn, de slimme politica Catherine de Medici. De optelsom macht +  geen al te vriendelijk karakter spreekt tot de verbeelding: zulke vrouwen raken met het stempel ‘beroemde bitch’ in de geschiedenisboeken. En mannen? Joffrey Lannister en Ramsay Bolton zijn sadistische wreedzakken van het type Vlad de Spietser of Caligula.  Nog meer portrettering: Tywin Lannister zou Edward I zijn, Sansa Stark Elisabeth van York, de moeder van Hendrik VIII. Massa’s historische vergelijkingen, educated guesses eigenlijk, vind je op het internet.

De ‘Red Wedding’, waarbij meerdere Stark-protagonisten in de valstrik van een feestelijk huwelijk lopen, om vervolgens brutaal de keel te worden overgesneden – terwijl een strijkje op het balkon een omineus lied over wraak ten gehore brengt –  is volgens auteur Martin zelf geïnspireerd op twee vergelijkbare slachtpartijen tussen Schotse clans, de ‘Black Dinner’ uit 1440 en de ‘Massacre of Glencoe’ uit 1692. Het leek gastvrijheid, maar het was verraad, zo rot als een wormstekige mispel.

De Muur

De monumentale muur van ijs, die de zeven koninkrijken beschermt tegen Wildlings en White Walkers in het noorden, is te vergelijken met andere historische muren, ooit opgetrokken tegen ‘barbaren’. De Muur van Hadrianus markeerde de grens van het Romeinse rijk in huidig Schotland. Er waren trouwens burchten op gebouwd, net als die van de Night’s Watch. De Chinese Muur moest aanvallen van nomadische volkeren tegenhouden. Ik moet bij The Wall ook altijd aan de Israëlische muur op de westelijke Jordaanoever denken. Of aan die waar Trump van droomt.

De Ironborn kun je bekijken als Vikings; de Dothraki als nomadische Mongolen of Hunnen, de Wildlings als native Americans, gepakt op hun eigen grond. De tempels van Meereen lijken piramides uit Egypte; de arenagevechten met slaven en dieren komen recht uit het Romeinse rijk.

Bachelor in Games of Thrones

Aan verschillende Amerikaanse universiteiten wordt al geschiedenisles gegeven over de tv-reeks en de boeken. De prestige-unief Harvard biedt de cursus ‘The Real Game of Thrones: From Modern Myths to Medieval Models’ aan, een ‘onderzoek hoe de reeks de Euraziatische middeleeuwse geschiedenis tussen 400 en 1500 echoot en aanpast, maar ook vervormt.’ Gedoceerd door proffen middeleeuwse en religieuze geschiedenis en oud-Duits. Als ik leraar was in ’t middelbaar: ik zou het wel weten! Uit elke historische periode vallen er parallellen te trekken met gebeurtenissen uit de reeks.

De Roze Ridder

Fascinatie voor ridders is daarenboven van alle tijden. Ontelbaar zijn de culturele variaties op het thema van Koning Arthur en de Ridders van de Ronde Tafel, van Wagner tot Monty Python’s ‘Knights who say Ni’. Tolkien, Braveheart, Blackadder, de Elegast, Lego Nexo Knights, wijlen het Land van Ooit waar de Zwarte Ridder-stuntman écht aan zijn einde kwam bij een steekspel … In stripvorm: de Koene Ridder, Ridder Bauknecht of de Rode Ridder die aan het vervellen is tot Red Rider, met een motor tussen zijn dijen in plaats van een paard.

In ‘Buiten de Zone’ speelde de piepjonge Mathias Sercu een charmante Roze Ridder, die de belagers van een edeldame over de kling joeg met de onsterfelijke woorden: ‘wat zijn dat nu voor manieren!’ Fijn om te zien dat er ook in Game of Thrones enkele homoseksuele ridders rondlopen. Helaas boeten ze danig voor hun geaardheid.  Ook in de hedendaagse kunst is het ridderthema present. Jan Fabre is er dol op. Hij is één van de kunstenaars in de expo The Artist/Knight die deze zomer te zien is in het kasteel van Gaasbeek.

Winter is coming

Maar terug naar Game of Thrones. ‘You know nothing’, herhaalt Ygritte steeds weer tegen haar geliefde Jon Snow – dat koppel bood overigens een pakkend Romeo en Juliaverhaal-in-het-verhaal, ook al weer Shakespeare!

‘You know nothing.’ Laat dat een aansporing zijn om wat meer te lezen over de historische, culturele en mythologische verwijzingen in GoT. Maar vooral ook om te genieten van verhaallijnen als krankzinnige schaakpartijen, zalige acteurs, glasscherpe dialogen,  somptueuze decors en kostuums,  majestueuze landschappen in Noord-Ierland of Kroatië, ontroerend mooie muziek. Dit is geschiedenis én theater én opera én cinema. ’t Is putje zomer, maar … winter is coming.

 

Kristien Bonneure. Lees deze tekst ook op deredactie.be.

Genezen doe je toch in alle rust?

Wat is een ziekenhuis toch een nerveus zoemende bijenkorf. Ik heb er helaas wel wat ervaring mee, en het valt me telkens op hoe schaars de rust er is, terwijl een mens toch net beter wordt van peis en vree en niet van een bad van lawaai en drukte?

Hallo, ik ben Sofie, en ik ga vannacht voor u zorgen, klonk het in mijn pas ontwaakte oren. Een zachte stem. Ter contrast met alles wat ik me herinner van de nacht op intensieve zorg: teringherrie, een pandemonium van zoemen, bliepen, klikken, suizen, kraken, praten, kreunen, roepen. Een man in een naburige box schreeuwt het in het Arabisch uit, tot hij plotseling stilvalt, na wellicht een spuit van het een of het ander. Elders heeft iemand alle infusen losgetrokken en ontstaat er stennis. Ik vraag en krijg oordopjes. Maar het blijft zoemen en bliepen, dwars erdoorheen. Karel Goeyvaerts componeerde ooit met de geluidjes in z’n ziekenhuiskamer. Maar geluidsdeskundige Julian Treasure stelde aan z’n TED-talkpubliek de retorische vraag How does anyone get well with sounds like this?!  nadat hij de heksenhetel van een afdeling intensieve zorg had laten horen.

Karrenvracht

En dan lig je op een gewone kamer, naast een rustige andere zieke. Tot de karren komen. Zoveel karren! Met eten, met verband, met pillen, met een bloeddrukmeter, met poetsgerief. Ze suizen door de gang en je hoort  – kedeng kedeng – elk richeltje in de vloerbekleding onder de wieltjes verdwijnen.  De verpleging moet tegenwoordig zelfs navigeren met een rijdende laptop – ieieieiep – tot net naast je bed om daarna  – piep – je identificatiearmbandje in te scannen. Alle respect hoor; die mensen doen wonderen tegen de klok…

Ik hoef geen gewijde stilte in een dure eenpersoonskamer; ik kan best wel wat gebabbel hebben, met medepatiënten of hulpverleners. En toen enkele kamers verder een bejaarde man met krachtige stem Tweeeeeee oooooogen zo blauauauauauauw zong, voor de hele gang, schoot ik net als iedereen in de lach.

Positief is ook het teeveebeleid. Waar er vroeger één scherm was in een kamer, en de kwiekste zieke de afstandsbediening monopoliseerde om daarna keiluid naar Thuis te kijken, zijn er tegenwoordig twee schermen, of zelfs een soort computerscherm vlak aan je bed. Ieder zijn meug. Bij mij bleef het stil; in het holst van de nacht klonk er Hildegard von Bingen in m’n oortjes.

Voor het bijenkorf- of luchthavengevoel van een ziekenhuis heb ik eigenlijk bewondering. Alle raderen die draaiend in elkaar grijpen; het bloed geanalyseerd, de patiënt ontwaakt, de instrumenten steriel gemaakt, de soep opgelepeld.

Stille ruimte

Maar als je zelf moet herstellen maakt die drukte -want dat is het- je onrustig. Des te blijer ben ik dus om in het ziekenhuis van Vilvoorde, AZ Jan Portaels, een nieuwe stille ruimte te ontdekken. Van zodra ik op de been ben, zoef ik – ping – naar beneden om de deur, met in grote letters: ‘bezinnen-stilte-licht-welkom-gesprek-troost’, even achter me dicht te trekken.

Er staan blankhouten zitbanken en een genereuze tafel om aan te schrijven of te tekenen; papier, pennen en kleurtjes liggen klaar. In het tafelblad is een kompas gegraveerd. Hier ben ik, hier zit ik, hier sta ik. Ik loop misschien verloren in mijn zorgen en mijn leed, maar hier kan ik even voor anker gaan.

Ik denk aan een passage uit de recente roman ‘Oksana’ van Donald Niedekker:

Je bestaat, je bestaat zonder poespas, zonder opsmuk, zonder tierelantijn, gewoon zo, met het bij de sluiting jeukende bh-bandje, met het uitzicht op een dal, je bestaat zonder dat je je hoofd hoeft te breken over de volgende stap, je bestaat met de ochtend, met de bomen, het zand, een vennetje, een dorpsstation, de roep van een koekoek, malse voorjaarsregen, het bestaat, elke regendruppel bestaat, en jij bestaat precies zo.

In een speels ingedeelde wandkast staan de Koran en de Bijbel zusterlijk naast elkaar; ik zie opgerolde gebedsmatjes, een meditatiebankje en kleine kruisjes van brooddeeg. Er heerst hier godsvrede: in het hout zijn katholieke, orthodoxe, evangelische kruisen gebeiteld, net als een islamitische maansikkel-en-ster en een davidsster. En een humanistische happy human.

Een warm, sober interieur, open en pluralistisch. Ik vind de stille ruimte van AZ Jan Portaels een voorbeeld. Ik weet dat er hier en daar nog inspanningen worden geleverd; ik zou eens een inventaris moeten vinden – of maken. In AZ Groeninge in Kortrijk konden ze niet kiezen: er is een kapel én een stille ruimte, bijna identiek zachtgeel ingericht naar een ontwerp van kunstenaar Richard Venlet. Maar er is nog een lange weg te gaan. In Gasthuisberg in Leuven moet ik altijd  even naar adem happen voor ik de kapel/gebedsruimte binnenga: een donkerbruine kist zonder licht of lucht, volgestouwd met stoelen en dingen die in de weg staan. Maar er woont ook een prachtige, trotse  middeleeuwse madonna met kind; zowel moeder als zoon mankeren een hand. Er komt hier veel volk. Mensen ontsteken een lichtje, of schrijven een intentie neer in een dik boek. Ik denk aan wat Alain de Botton zegt in ‘Religie voor atheïsten’ over de aantrekkingskracht van een moederbeeld in een kerk, voor al wie even wil nadenken, verpozen, zitten of huilen.

In Nederland heeft Jorien Holsappel-Brons enkele jaren geleden haar doctoraat geschreven over stille ruimtes; ze telde er toen al niet minder dan 250. Die in de zorgsector –zieken- en verzorgingstehuizen, psychiatrische instellingen- noemt ze ‘cocons’. Dan zou ze de Kapel van het Niets in de tuin van het psychiatrisch ziekenhuis van Duffel moeten bezoeken: de hardste, meest confronterende stilteplek die ik ken, ontworpen door kunstenaar Thierry De Cordier.

Blik op bomen

Groene ruimte kan ook rust en stilte herbergen. In Leuven is het met een vergrootglas zoeken naar blad of bloem. Ziekenhuisstad is van beton, en wordt trouwens met de maand groter, hoger en versteender. In Vilvoorde kijk ik uit op een ferme linde, die veel houtduiven verwelkomt als de zon ondergaat. Op het terras van de cafetaria zit ik omringd door groen, naast het kanaal. Binnen enkele jaren verhuist deze hele ziekenhuissite, ik mag hopen dat er minstens evenveel groen op de plannen staat. Wat lees ik in de krant? Amerikaans onderzoek heeft uitgewezen dat wie uitkijkt op groen vanuit bed, een dag vroeger dan gepland het ziekenhuis mag verlaten. Het klopt, in mijn geval! Dank je, linde, dank je, stille ruimte.

Kristien Bonneure