“Werkpaard en player”

3321be34-2864-11e8-abcc-02b7b76bf47fTien jaar na de dood van schrijver Hugo Claus stelt het Letterenhuis in Antwerpen voor de allereerste keer zijn archief tentoon. Actrice Hilde Van Mieghem maakte een intuïtieve keuze voor een bijzondere tentoonstelling.

Begin jaren 70 leest Hilde Van Mieghem op internaat stiekem – onder de lakens, met een zaklamp – Claus’ dichtbundel “Een huis dat tussen nacht en morgen staat”. Ze wordt betrapt en een week geschorst.  Op het einde van hetzelfde decennium speelt ze haar eerste filmrol als Christiane in de film “Vrijdag”. Waarbij regisseur Hugo Claus haar uitkiest op de toneelschool Studio Herman Teirlinck, terwijl ze achter de lichtbak staat.

“Map nummer 1”

Twee jaar geleden werd Hilde Van Mieghem door het Letterenhuis gevraagd om deze expo samen te stellen. “Van de meer dan 400 archiefmappen ben ik gewoon bij nummer 1 begonnen.” Ze doorploegde alle materiaal en herlas ook Claus’ boeken. “Het is een overdonderende hoeveelheid.”

Die man heeft geleefd voor honderd.

Het omvangrijke literaire archief van Hugo Claus kwam in 2015 via de Koning Boudewijnstichting bij het Letterenhuis terecht: acht strekkende meter kostbaar papier. Het wordt nu voor de eerste keer aan het publiek getoond.

Oorlog en liefde

“Ik heb puur emotioneel gekozen,” zegt Van Mieghem, “voor wat mij beroert en raakt.” Ze was vooral gefascineerd hoe Claus zijn eigen leven gebruikte in zijn werk, en de expo maakt die link duidelijk zichtbaar: wat hij in dagboeken, kladschriften of brieven schrijft komt soms letterlijk terecht in romans, verzen en theaterteksten. “Ook daarover heeft hij ons belogen,” grinnikt Van Mieghem, “alsof hij nooit van zijn eigen leven uitging. Dat is niet waar.”

Wat ze gaandeweg merkte was dat oorlog en liefde de twee grote thema’s van Claus zijn, die in nagenoeg alle teksten opduiken, soms verhuld, soms openlijk.

Geef ons heden ons nucleair wapen
En vergeef ons onze voorlopige vrede

Hugo Claus

“Claus was een leugenaar, een player, hij speelde met de wereld, hij leidde mensen bij de neus waar hij ze wilde hebben, en hij wilde daar vooral zijn eigen kwetsbaarheid mee verstoppen,” stelt Hilde Van Mieghem. Naar de buitenwereld speelde hij een rol, “op de sofa liggend en pralines etend”, maar in werkelijkheid werkte hij keihard, elke dag, urenlang, “hij was een zeer ijverig schrijver”, stelt curator Van Mieghem vast.

Choucroute en brie

Dat valt af te lezen aan de veelheid die deze tentoonstelling biedt, scenografisch vormgegeven door Niek Kortekaas. In vier chronologische cirkelkamers zijn teksten in het groot te zien; in glazen kasten vind je de wonderbaarlijke originele handschriften van Claus en vroege versies, schetsen en schema’s van zijn werken, vol doorhalingen, correcties en vaak ook versierd met leuke tekeningen.

Archivaris Johan Vanhecke wijst op een dagboekje uit 1961, waarin Claus nauwgezet bijhoudt wat hij leest (“Paris Match”), welke boodschappen hij doet (“Choucroute en brie – 48 fr”) of waar hij mee bezig is: “Tv-kijken en eten. Ik ondertussen verstrooid aan hoofdstuk 1B”. Het desbetreffende handgeschreven hoofdstuk uit “De verwondering” ligt er mooi naast.

Claus schreef met een kroontjespen, en “de tijd tussen het dopen in de inkt en het schrijven was precies de tijd om een gedachte juist te kunnen formuleren”, citeert Van Mieghem de meester.

“Hij kijkt ons aan”

Ook te zien: fragmenten uit de films die Claus regisseerde en veel interviews met hem, uit het VRT-archief. Net buiten de exporuimte hangen reusachtige portretten.  “Hij is dood, maar hij is er wel degelijk, en hij kijkt ons aan door het raam,” besluit Hilde Van Mieghem.

“Hugo Claus. Achter vele maskers” loopt van 17 maart tot en met 1 juli. Het Letterenhuis biedt ook een uitgebreid literair nevenprogramma aan.

 

Advertenties

Cees Nooteboom: “Ik bewonderde Claus, ik had geen talent voor jaloezie”

e0ef7ca5-29de-11e8-abcc-02b7b76bf47f

(foto Eddy Posthuma de Boer)

Tien jaar na de dood van Hugo Claus is in Kortrijk een audiowandeling voorgesteld, met archiefopnames van Hugo Claus en Cees Nooteboom. Ze nemen u mee langs de plekken die van belang zijn in Claus’ magnum opus “Het verdriet van België”.  Cees Nooteboom lanceerde de wandeling mee in Kortrijk.

In 1983 maakte radiomaker Bob De Groof een reportage met Hugo Claus en zijn Nederlandse vriend Cees Nooteboom. Ze gaven commentaar op verschillende locaties in Kortrijk, ofwel “Walle” in “Het verdriet van België”.  De tijd heeft nauwelijks vat gehad op de spitse gesprekken.

Die historische opnames uit het VRT-archief heeft radiomaakster Eva Moeraert, in opdracht van De Buren, omgezet in een bijzondere geluidswandeling. De stemmen van Claus en Nooteboom worden aangevuld met passende zinnen uit de roman, voorgelezen door acteur Wim Opbrouck. Jessie Decaluwé is de stadsgids. Zij presenteerde in de jaren 80 “Het vertoon” op Radio 2, waar Bob De Groofs reportage werd uitgezonden.

U kunt de wandeling hier beluisteren en downloaden en ook fysiek beleven langs meer dan 20 plekken in Kortrijk. Het college waar Claus school liep, de plek waar zijn vaders drukkerij was: werkelijkheid en fictie lopen door elkaar heen, want de plaatsen en personen komen ook voor in “Het verdriet van België”, onder andere namen.

Aan Hugo Claus was alles altijd dubbel.

Cees Nooteboom

In Kortrijk is het project feestelijk voorgesteld, in aanwezigheid van Cees Nooteboom, die intussen bijna 85 is. Claus wilde nooit horen van een plein of een rotonde met zijn naam. “Ik laat bij de notaris vastleggen dat er nooit van zijn leven een Clausroute komt,” maakte hij zich 35 jaar geleden sterk. Nu is die wandeling er wel. “Een meesterstuk van Claus,” vindt Cees Nooteboom, “aan hem was immers alles altijd dubbel”. Nooteboom haalde volop herinneringen op aan zijn levenslange vriendschap met Claus.

Overigens is er sprake van een haat-liefdeverhouding met Kortrijk, door Claus ooit een “intellectuele woestijn” en een “triomf van pretentieuze middenstand” genoemd.

Cees Nooteboom bracht ook in herinnering hoe onbevangen en onbeschaamd Claus destijds praatte en schreef over de collaboratie van zijn familie. “Helemaal anders dan in Nederland,” volgens Nooteboom, waar het SS-verleden van dichter Lucebert onlangs groot nieuws was.  “Dat wist ik al lang,” zei Nooteboom, “maar ik wou er geen commentaar op geven, omdat er een schandaaltje van werd gemaakt door mensen van nu die de tijd van toen niet kennen.”

Lees Claus!

Dichter en kunstenaar Jan Vanriet, een andere vriend van Claus, zei te hopen dat de Kortrijkse wandeling “niet louter een toeristisch uitje wordt, maar een aansporing om naar de boekhandel of de bibliotheek te gaan en Claus’ boeken te lezen.” Zelfs herlas Vanriet “Het verdriet van België” voor de zoveelste keer: “een ongelooflijk geestig boek”.

 

 

of hoe een Brugse Vilvoordse iets bijzonders Vilvoords in Brugge vindt

Knipsel

In het Groeningemuseum in Brugge is begin maart de tentoonstelling Haute Lecture by Colard Mansion geopend. Colard Mansion was een 15de-eeuwse boekenondernemer of librariër in Brugge. Hij zat op de wip tussen de middeleeuwen en de nieuwe tijd: hij produceerde zowel fraai verluchte handschriften als de eerste gedrukte boeken, wiegendrukken of incunabels genoemd. Of zelfs een combinatie van beide: tussen blokken gedrukte tekst liet hij witte ruimte, opdat de vermogende klant kon kiezen wat er met de illustraties moest gebeuren: met de hand tekenen, drukken (etsen of houtsneden), inkleuren of niet. Op de tentoonstelling zijn daarvan verschillende voorbeelden te zien van religieuze of wereldlijke aard.

Het was een huzarenstukje om de tientallen boeken van onschatbare waarde uit alle hoeken van Europa en ook de Verenigde Staten weer in Brugge te krijgen, meer dan vijf eeuwen nadat ze daar waren geproduceerd.

Gebedenboek van stichtster O. L. Vrouw van Troost Vilvoorde

In de collectie die Haute Lecture tentoonstelt ligt ook een klein, merkwaardig boekje: een gebedenboek van zuster Gabriel dele Hele van het klooster Onze-Lieve-Vrouw van Troost. Het is een voorbeeld van zo’n hybride boek, waar gravures worden afgewisseld met geschreven tekst. In dit geval teksten over het leven van Christus, maar ook de tekst van een professiebelofte. Onderzoekers hebben kunnen nagaan dat dit het handschrift van Gabriel dele Hele is, die in 1461 werd geprofest en die een van de stichtsters was van het karmelietessenklooster in Vilvoorde, acht jaar later, in 1469, nadat de zusters waren gevlucht uit Luik. Het is heel wel mogelijk dat zuster Gabriel ook de etsen heeft ingekleurd, schrijft onderzoekster Ursula Weekes in de catalogus. Weekes kwam 10 jaar geleden ook op bezoek in de Troost.

Het gebedenboek bevindt zich in de Koninklijke Bibliotheek in Brussel, en het is nu voor drie maanden uitgeleend aan het Groeningemuseum. Daarna gaat het weer de duisternis in, want papier, perkament en kleurstof zijn erg lichtgevoelig. Niet te missen, deze tentoonstelling. Tot 3 juni in het Groeningemuseum in Brugge.

Het karmelietessenklooster Onze Lieve Vrouw van Troost viert dit en volgend jaar zijn 550-jarige aanwezigheid in Vilvoorde, eerst in Steenvoort, in het toenmalige begijnhof, en later in het voormalige hospitaal in de Leuvensestraat. Het is de oudste karmelgemeenschap ter wereld, nu nog bestaand uit 12 zusters. Ook zij zijn blij met de aandacht van de tentoonstelling in Brugge voor hun erfgoed. En ondergetekende Brugse Vilvoordse was blij iets bijzonders Vilvoords ontdekt te hebben in Brugge, haar geboortestad.

Op 14, 15, 21, 22 en 23 april vindt Kunst in de Troost plaats in de binnentuin van het klooster, met werk van 25 kunstenaars.

“Haute lecture”: een schat aan vroege boeken

Brugge pakt uit met 15de-eeuwse boeken van Colard Mansion. Uit de hele wereld zijn handschriften en wiegendrukken bijeengebracht in het Groeningemuseum.

pagina-met-houtsnede-in-publius-ovidius-naso-mtamorphose_38567015450_o.jpg

De verduisterde zalen van het Groeninge hebben wel wat van een schatkamer. Boeken van meer dan vijf eeuwen oud en van onpeilbare waarde liggen open op een bijzondere pagina, zacht verlicht.

drukkersmerk-brugge-colard-mansion-1484_39480635195_o.jpg

Drukkersmerk van Colard Mansion – Brugge, Openbare Bibliotheek

Een schimmige librariër

Alles wat “Haute lecture” toont, heeft te maken met Colard Mansion, een personage dat in nevelen is gehuld. Hij heeft een straatnaam in Brugge, maar wie was hij? “Zo belangrijk als Dirk Martens of Christoffel Plantijn,” vinden ze in Brugge. Mansion was een zogenoemde librariër, een man uit het boekenvak, die zelf schreef, drukte en uitgaf. Uit zijn atelier vertrokken boeken van uitzonderlijk hoge kwaliteit.

Er zijn nauwelijks privégegevens van Mansion bekend. Zijn eerste spoor in Brugge dateert van 1457. In 1484 wordt hij voor het laatst vermeld, namelijk dat hij de stad “ontvlucht was”. Ging hij failliet, of had het te maken met de politieke instabiliteit? Het mysterie Mansion draagt bij tot de aantrekkingskracht van deze tentoonstelling.

Handschrift of drukwerk? Of allebei?

Mansion zat te paard op twee tijdperken, de middeleeuwen en de nieuwe tijd; hij liet zowel met miniaturen verluchte handschriften maken als gedrukte boeken, zogenoemde wiegendrukken. De boekdrukkunst met losse letters was net uitgevonden. De grens tussen beide “media” was niet altijd zo duidelijk. Het zijn vaak hoogst gepersonaliseerde boeken, die gedrukte tekst combineren met etsen, houtsneden, miniaturen of geschilderde bloemenranden. Indrukwekkend zijn de verschillende edities van de “Metamorfosen” van Ovidius.

Brugge in de 15de eeuw, een kosmopolitische handelsstad, was de perfecte plek voor zijn boeken. Mansion was thuis in de hoogste Boergondische kringen. Bijzonder is ook dat hij de volkstaal van toen gebruikte, het Frans. Soms kun je als bezoeker een blik op de lezer werpen. Een pastoor die zijn naam achterin het boek schrijft, en de mededeling dat “wie het boek vindt, wijn zal krijgen.”

 

valerius-maximus-faits-et-dits-mmorables_38567018770_o.jpg

Valerius Maximus – manuscript van Colard Mansion – foto Lukas-Art in Flanders – Dominique Provost

Internationale samenwerking

Colard Mansion liet twee eigen lettertypes ontwerpen. Een half millennium later doet Jo De Baerdemaeker het hem na met een nieuwe letter, de Mansion Sans, die voor deze tentoonstelling wordt gebruikt. Er loopt een mooie lijn van handschriften over loden drukletters tot digitale typografie.

De tentoonstelling is een huzarenstukje met 150 bruiklenen uit 55 archieven, bibliotheken en musea, van Brugge tot New York.  Van alle 26 bekende uitgaven van Mansion is tenminste een exemplaar te zien: boeken die na meer dan 500 jaar weer bijeen zijn op de plek waar ze zijn vervaardigd.

“Haute lecture by Colard Mansion. Vernieuwing van tekst en beeld in het middeleeuwse Brugge” loopt tot 3 juni in het Groeningemuseum in Brugge. Daarna gaan de precieuze boeken weer een poos de donkere bibliotheken in waar ze vandaan komen.

Lees ook op VRT NWS.

 

Claus con amore

In Bozar in Brussel opent Hugo Claus, con amore, een tentoonstelling over de Vlaamse auteur die 10 jaar geleden overleed. Publicist en filmregisseur Marc Didden stelde de expo samen. “Het is een tentoonstelling voor Claus, geïnspireerd door liefde”, zegt hij.

De tentoonstelling focust op nagenoeg alle aspecten van Claus. De dichter, romanschrijver, filmregisseur en plastisch kunstenaar, maar ook het personage, de figuur Claus. Zo toont Didden nogal wat trivia, kleine souvenirs aan alles en nog wat die Claus een leven lang bijhield. En er zijn enkele prachtige werken van oude en jonge kunstenaars die hun visie op Claus of op een aspect van zijn kunstenaarschap geven. Lucas Vanclooster koos er vijf werken uit.

1. “Herbarium”, 1949

claus1Maurice Verhaert Art Center AntwerpenMaurice Verhaert Art Center Antwerpen

 

In 1949 was Hugo Claus dolverliefd op Elly Overzier. Begrijpelijk, ze was een uitzonderlijke vrouw, een knappe actrice, en ze werd de moeder van Claus’ oudste zoon. In zijn liefdesverklaringen was het voor Claus alles of niets. Voor Elly schreef hij in één nacht tijd een hele dichtbundel liefdeslyriek, en hij maakte er mooie door Cobra geïnspireerde tekeningen bij. Marc Didden wilde deze collectie ook hebben omdat hij in 1949 geboren is. Hugo Claus was toen 20.  Didden is vooral onder de indruk van de kracht die toen al van Claus uitging.

2. “Keizer Hugo Claus”, Ever Meulen, 1984

claus2 Eddy Vermeulen

 

Deze prachtige tekening van illustrator, cartoonist en ontwerper Ever Meulen verscheen oorspronkelijk in 1984 in Vrij Nederland. Het is een van zijn beste werken. Hij combineert de klare lijn van Hergé met de bedrieglijke architectuur van M.C. Escher en de humor van Joost Swarte. De prent bulkt van de verwijzingen naar Claus. Het lijkt wel een zoekplaatje naar romantitels en details uit zijn verhalen, films en toneelstukken. Ever combineert een fijn hommage met een verbijsterende technische perfectie.

3. “Hugo Claus”, Sam Dillemans, 2013

claus3 Sam Dillemans

 

Hoe anders is dit portret door Sam Dillemans, veel recenter ook, vijf jaar na het overlijden van Claus. Hoewel het er uitziet als een houtskooltekening, gaat het welk degelijk om olie op doek. Sam Dillemans is bekend van zijn portretten, van beroemdheden, maar ook van anonieme boksers. Het aardige bij dit werk is dat het lijkt op rudimentaire zwart-wittekeningen van Claus zelf uit 1955, in de nadagen van kunstbeweging Cobra. Ondanks de ruwe penseelvoering is Claus meteen herkenbaar.  Op de tentoonstelling zijn voorts schilderijen te zien van Karel Appel, Roger Raveel, Luc Tuymans, Thierry de Cordier en anderen.

4. “Dag jij”, 1971

claus4 Quattuor

 

Ruim twintig jaar na “Herbarium” maakte Claus opnieuw een originele liefdesverklaring, nu voor actrice Kitty Courbois, die mee speelde in de film “Vrijdag” en in verscheidene toneelstukken van Claus. Over zijn relatie met haar had Claus het ook in zijn roman “Het jaar van de kreeft”. Courbois overleed vorig jaar. Met het paarse fluwelen doosje met sleutel, gevuld met erotische gedichten, gaat Claus wel een forse stap verder in de richting van een expliciete retoriek. “De gedichten komen rechtstreeks van tussen de lakens”, vermoedt Didden. De seksuele revolutie had zich intussen voltrokken. Claus vond lichamelijke liefde en erotiek van het allermooiste in een mensenleven, en dat verkondigde hij graag en met passie. “Je mag om het even welke symboliek vermoeden in het zachte paarse fluwelen doosje”, zegt Marc Didden.

“Vier generaties”, Suzanne Holtzer, 2017

claus5 Suzanne Holtzer

 

“Vier generaties” is het meest ontroerende werk van Con amore. Suzanne Holtzer was twintig jaar lang de redacteur van Claus bij uitgeverij De Bezige Bij. Zij was een van de weinige aanwezigen aan het sterfbed van Claus. Veel later maakte ze er deze verstilde houtsnede over. Marc Didden is erg blij dat dit werk op de tentoonstelling te zien is. Aan de muur zien we de beroemde foto van het mannelijke viergeslacht Claus, met de kleine Hugo als kleuter. De voorouders kijken als het ware, drie kwart eeuw later, naar de stervende Hugo. Wat een boeiend leven zit er tussen de foto en de tekening! Maar Marc Didden stond er op dat na dit sombere doodsbed van Holtzer de bezoeker de expositie verlaat met toch nog een paar beelden van de voluit levende en levendige Hugo Claus.

 

Hugo Claus, con Amore, tot 27 mei 2018 in Bozar in Brussel. Lees ook op VRT NWS.

Leve het stilleven

spanish-still-life

Wat gebeurt er weinig in een stilleven. Wat gebeurt er veel. In de expo Spanish Still Life hangt een schilderij met rafelige boeken en een zandloper. Het zand zit in de bovenste helft. De schilder, die grapjurk, heeft de tijd stilgezet. Ik ben blijven staan tot het zand was doorgelopen.

Citroenen, een peer en een wat verlepte kool, aan een touwtje opgehangen. Groenten en fruit als een eetbare mobile in een kaal decor, als hemellichamen in de ruimte.

Vaak is een Spaanse bodegon (letterlijk: cafétafereel) een weelderige hoorn des overvloeds met openbarstende granaatappels, vette vijgen, kweeperen met menselijke rondingen. Vergeten groenten en fruit: mispels, paarse penen, dahlia’s. Eros.

En Thanatos. Schedels, ook van onderuit geschilderd met een akelig gat. En daarrond geschikt alles wat een mens nooit meeneemt naar gene zijde: geld, dobbelstenen, kaarten, juwelen, wapens, eten en drinken, kleren, ego. Ijdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid.

Hoe langer ik kijk, hoe meer ik opmerk. Ik hoor het getinkel van een fijn glas. Bestek dat klettert. Ik vergelijk de doffe glans van pruimen met het zachte nooit reflecterende dons van perziken. Hoe meer ik fantaseer. De perzik van Toon Hermans. Of die van Call me by your name! In het boek explicieter uitgewerkt dan in de film, maar ook daar al mijlenver van tevoren aangekondigd: aan de boom, in sap, op tafel…

Afhangende takken vol donker glinsterende bramen.  Alles is rijp. Wat een verschil met de keiharde industriële groente in de supermarkt, veel kraak, weinig smaak. Op de schilderijen is alles bijna overrijp, nodig g’heten zoals mijn West-Vlaamse familie zegt. Een mes gaat door een meloen als boter. De uien lopen uit. De moot zalm ruikt sterk. Tussen de stukken spek, de dode hazen, zwaluwen en zelfs een gevangen hop sluipen al katten rond, die er hun tanden in zetten. Stilleven is in het Frans nature morte. Ik moet aan A zed and two noughts denken, de film van Peter Greenaway over vergankelijkheid en verval.

In het museum zie ik bloemen in alle stadia van verwelking. Een bos bloeiende tulpen is een heerlijk warrige wildernis met warme kleuren. In de winkel staan de bosjes groene tulpen als preien stijf en koud tegen elkaar. In de reclame is een opengesneden appel altijd wit en glanzend. Daar gebruiken ze haarlak voor, want al na een halve minuut wordt een appel bruin. Een schilder laat de tijd de tijd. Bederf hoort daarbij.

“Een stilleven mist elk narratief en elke intrige,” lees ik in mijn gidsje. Echt? Wiens hand heeft dit ensemble samengezet? In welke kamer staat die mand? Wat zit er in? Wat is de symboliek? Een stilleven is voor mensen met verbeelding. Bill Bryson schreef in At home. A short history of private life over de dingen die we dagelijks gebruiken. De echte geschiedenis is af te lezen aan wat en hoe je eet, denk ik. Die koperen ketel op het doek: wat is daar in klaargemaakt? Voor wie en door wie? En wie lapte de ketel?

Dit zijn dure schilderijen in een museum. Maar ik zie ook stillevens op straat. Gevallen snoep, ontsnapt uit een kinderhand, daar word ik altijd melancholisch van. Onlangs opgemerkt: een prachtig platgereden peer, een boodschappenlijstje in een lege winkelkar, een dappere paardenbloem in een scheur in het asfalt. De postuurkes in een vensterbank. Of gewoon thuis: fruit in de mand. Wachten tot het rijp wordt. Tot het zand doorgelopen is. Of kijken naar wat Jeroen Meus uitstalt op zijn plank, voor hij er het mes in zet. Stillevens, je moet er wel geduld voor hebben.

 

Spanish Still Life met werk van Pereda, Zurbaran, Goya, Picasso, Dali… tot 27 mei in Bozar, Brussel

Vijf keer Jean Brusselmans, een Belg in Den Haag

Het Gemeentemuseum Den Haag is een van de meest invloedrijke en populaire musea van Nederland. Wie had ooit gedacht dat Jean Brusselmans hier de zalen zou vullen? Nederlanders houden van onze kunst uit de overgangsfase tussen 1920 en 1950, de evolutie van impressionisme naar abstractie. Het zijn de gloriejaren van Brusselmans. Vijf sleutelwerken.

De regenboog, 1932

Dit naïeve schilderij is een vroeg werk van Brusselmans. Grote reizen heeft de artiest, die meestal maar net boven de armoedegrens leefde, niet gemaakt, maar hij verbleef vaak aan zee. De regenboog staat ietwat uit het lood op het doek, en ziet eruit zoals kinderen ze zouden kleuren. Maar er zit ook dreiging in het werk, er is duidelijk storm op komst. De zee kolkt, regen geselt het linkse deel van de compositie. Vier jaar later schildert Brusselmans het vervolg…

1

Collectie Ernst van Zuylen

De Storm, 1936

De keerzijde van “De regenboog”. De zonnestralen, die na de storm doorheen goud-omrande zwarte wolken breken, trekken alle aandacht. Twee vissersbootjes zwoegen tegen de laatste kolkende golven, maar de lichtere wolken kondigen rust aan. In “De storm” vat Brusselmans het zonlicht net voor het ogenblik dat het hele zeeschap in lichterlaaie zal staan.

2

Herbert Foundation

De vuurtoren van Oostende, 1936

Bijna altijd start Brusselmans vanuit een centraal element. Dat kan klein zijn, of groot. Hier bouwt hij zijn compositie op vanuit de nog bestaande vuurtoren aan de vaargeul van Oostende. De toren, pal in het midden, leidt het oog van de toeschouwer. Boven, naast en onder de toren schikt hij allerlei zaken die bij de haven horen, de wolken, de vismijn, een zeilbootje. Het bouwsel onder de vuurtoren is zuiver constructivistisch, en verklaart wat we bedoelen als we Brusselmans een volkse kubist noemen.

 

3Stedelijk Museum, Amsterdam

Winter in Dilbeek, 1945

Dit onwaarschijnlijk mooie schilderij, uit de latere en al met al minder interessante periode van Brusselmans, is de revelatie van de tentoonstelling. Het werk is ook voor het eerst sinds mensenheugnis te zien. Centraal staat de kleine kerk van Dilbeek, maar de blik gaat meteen naar de weergaloos geborstelde lichtschakeringen die de rode zon werpt op de wolken en, erg typisch voor Brusselmans, op de zogenoemde blinde wachtgevels van de woningen.  Het rafelige karakter van het landschap, met ook nog een kluitje moedeloze bomen, is typisch Belgisch, maar de opbouw en het spel met vlakken en kleuren spreken een universele taal.

4

privécollectie

Het bad van de vagebonden, 1936

5 Van Abbemuseum, Eindhoven

Het meest dynamische en complexe werk van Jean Brusselmans en daarom atypisch. Het dateert uit de periode toen hij met Rik Wouters een mansarde deelde. Het is wellicht de enige Brusselmans die beweegt. De duikers, zwemmers en baders zitten vol leven, maar ook de toevallige voorbijgangers op de trap en de brug, en zelfs het paard van de bierhandelaar, zijn op weg. Brusselmans experimenteert hier met een ruimere centrale as. In het midden staat de toren van het stadhuis, maar meteen valt op dat die geprangd zit tussen de kathedraal en een fel rokende schoorsteen. De drie torens gaan onder de brug als het ware verder in de gestrekte duiker die al het water (van de Zenne?) doet opspatten. Ook de wachtgevel is er weer, en zelfs het justitiepaleis. De naakte lichamen zijn een alibi om te schuiven met vlakken, vormen, strepen en volumes.

 

Lucas Vanclooster. Lees het artikel ook op vrt nws. Tot 10 juni in Het Gemeentemuseum, Stadshouderslaan 41, Den Haag. Voor informatie, kijk hier