Tag Archives: eric min

Rik Wouters

Op 10 maart 2017 gaat een grote retrospectieve tentoonstelling met het werk van Rik Wouters open in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel. Enkele jaren geleden verscheen al een boeiende biografie van de schilder, door Eric Min. Lucas Vanclooster schreef de recensie voor Cobra.be.
e7240483df22105b6faf6fc7de859a6c.jpg
Kunstcriticus Eric Min heeft het definitieve boek over Rik Wouters geschreven. Het is ondenkbaar dat iemand nog meer en andere bronnen bij elkaar krijgt, over de euvele moed beschikt om al die documenten te doorploegen, laat staan er een even boeiend verhaal over te vertellen.

Tragisch kort, bezeten leven

Jarenlang hing in mijn flat een poster voorstellende “De strijkster” van Rik Wouters. Het heldere, vriendelijke tafereel hielp mij bij de uitvoering van die huiselijke taak. Ik streek met zicht op Nel, vrouw en muze van Wouters tijdens zijn tragische leven.

Wouters is geen 34 jaar geworden, heeft meer dan zijn deel van armoede, pijn en noodlot gekend, werkte als een bezetene, en liet 200 schilderijen, meer dan 1000 tekeningen en zoals Eric Min het noemt, een “leger van sculpturen” na.

De verklaring van een en ander start in de lastige jeugd van de energieke Wouters. Hij is de zoon van een meubelmaker-houtsculpteur, zijn eerste eigen creativiteit viert hij bot met beitel en schaaf in het atelier van zijn vader, met wie hij tot na zijn huwelijk een erg problematische verhouding heeft.

Nel

De achttienjarige Wouters gaat kunst studeren in Brussel en stort zich in het bohémienleven van de vroege twintigste eeuw. Met zijn gezonde provinciale uitstraling, blond haar, blauwe ogen, blozende wangen, fors figuur en spontane karakter valt hij op tussen zijn artistiekerige soortgenoten.

Hij leert de eigenzinnige, half gedomesticeerde en overtuigend sensuele Hélène “Nel” Duerinckx (1886-1971) kennen. Ze is dan zestien, Franstalig, uit Schaarbeek, en ze wordt zijn passionele liefde, muze, bondgenoot, sister in crime en enig model. Ze leren Frans en Nederlands van elkaar op het hoofdkussen. Na Riks dood trouwt Nel nog twee keer, ze blijft kinderloos.

Het hartstochtelijk maar ook problematisch verliefde koppel gaat samenwonen, trouwt in 1905, en betrekt verschillende povere adressen in Brussel, Mechelen, en uiteindelijk in de armoedige Bezemhoek in Bosvoorde, met zicht op het Zoniënwoud. De kleine vertrekken en het minuscule zolderatelier dwingen Wouters tot originele vogelperspectieven en boeiende lichtinvallen, zijn neo-impressionistisch-luministisch handelsmerk.

Broeierig Brussel

De strijd voor erkenning is bikkelhard. Maar Wouters leeft in een boeiende tijd. De pointillisten en James Ensor hebben hun revolutionaire werk gedaan, tientallen nieuwe kunstenaars staan klaar om te beeldenstormen. Het is de tijd van Les XX en La Libre Esthétique, Lenin zwerft doorheen Brussel.

Eric Min schetst weergaloos het bruisende Brusselse leven. Nagenoeg alle Belgische en een pak Franse kunstenaars die toen iets betekenden passeren de revue en krijgen een geloofwaardig portet. De dagelijkse armoede, de knagende honger, de kou, en tegelijk de levensvreugde halen virtuoos de bladzijden.

Al snel krijgt Wouters gezondheidsproblemen, een verontrustende hoofdpijn plaagt hem. Vermoedelijk liep hij die op door te lang in enge ruimtes te werken met terpentijn, goedkope chemicaliën en giftige verfverdunners. De arme artiest kan zich geen kwaliteit veroorloven.

WO I

Net als het beter gaat met Wouters, die zijn eerste grote tentoonstellingen met doenbare verkoop krijgt, en ook met de relatie tussen Rik en Nel, breekt de Eerste Wereldoorlog los. Wouters moet onder de wapens. Hij neemt deel aan een paar burleske en hopeloze veldslagen, deserteert tijdelijk maar niemand heeft het gemerkt, zo chaotisch gaat er het in het Belgische leger aan toe. Opnieuw chapeau voor Eric Min die visueel sterk de ellende van de oorlog oproept. De verschrikkelijke taferelen spelen zich overigens erg ver van de loopgraven in de Westhoek af.

Heelder pelotons Belgische soldaten komen in Nederland terecht, en worden daar gehuisvest in Zeist in een concentratiekamp van tochtige barakken, zonder enig comfort. Voor Rik is het moeilijkste dat zijn artistieke temperament geen uitweg vindt, en dat hij Nel maar sporadisch ziet. Frederik Van Eeden komt hem bezoeken, Cyriel Buysse neemt contact op.

Rik wordt opnieuw erg ziek. Uiteindelijk blijkt dat een voordeel want hij kan nu in de humanere omgeving van een ziekenhuis en in een Amsterdams appartement van de familie Nicolaas Beets verblijven.

Ziek en blind

Wouters heeft tumoren in zijn kaakholte, die bijna niet te behandelen blijken. Het is cynisch dat op dat moment zijn werk een definitieve doorbraak kent, met tentoonstellingen in de grote Nederlandse steden, in Edinburgh, Glasgow, Birmingham, Liverpool, Parijs, Madrid, Venetië. Vreemd genoeg blijft er weinig werk in de buurlanden hangen.

Eric Min evoceert Wouters’ laatste dagen in 1916 als een noodlotstragedie. Verdoving heeft geen vat op de patiënt, hij doorstaat de volle pijn van het kerven en snijden in zijn hoofd, het weghalen van een oog en van een deel van zijn gehemelte, de behandeling met radium. Uit het ziekenhuis sleept hij zich naar zijn expositie, waar hij uitgeput neerzijgt. Absoluut dieptepunt: Wouters verliest ook het zicht in zijn goede oog en krijgt zijn penseel niet meer juist op het karton. Eric Min zet het aangrijpend, ontroerend, emotioneel en toch beheerst op papier.

Parallel aan het beklijvende levensverhaal volgt Min de artistieke evolutie van Wouters, die altijd zichzelve blijft, een authentiek anti-snobistisch natuurtalent, een eerlijke kunstenaar, die totaal vernieuwend omgaat met licht en compositie, die zijn eigen impressionistisch constructivistisch fauvisme uitvindt. Hij is ook een perfectionist: drie jaar werkt hij aan zijn Zotte Geweld, het uitbundige bronzen beeld van Nel, dat u verwelkomt in het Middelheim-beeldenpark.

Gedetailleerd

Eric Min gaat weinig details uit de weg, geen ontmoeting, brief of kritiek blijft onbesproken. Hij put ook uit het indrukwekkende archief van Nel, die zelfs de kranten waaraan ze het palet van haar man afveegde spaart, en ook een roman schreef en een dagboek bijhield. In de soms wat plechtige stijl van Eric Min, die wel erg geschikt is voor de periode die hij behandelt, wordt de lectuur wel eens vermoeiend. Het is erg veel, maar het resultaat staat er: een exemplarisch krachtige, literair sterke, belangrijke kunstenaarsbiografie. Met bovendien prachtige foto’s. Ze zou eigenlijk snel in andere talen moeten verschijnen.

Lucas Vanclooster

[“Rik Wouters. Een biografie”  van Eric Min is uitgegeven bij De Bezige Bij Antwerpen, 2011