Author Archives: kristien bonneure

Wouter Torfs: “Stilte is de taal van de liefde”

De ondernemer roept op om deel te nemen aan “Silence for Peace” in Antwerpen, een sit-in voor meer verbondenheid.

Vorig jaar streek Silence for Peace drie dagen en drie nachten neer op het Muntplein in Brussel, waar mensen van allerlei rangen en standen samen zaten in stilte. Een vredesinitiatief om tot meer samenhorigheid te komen in tijden van conflict. Na Brussel en ook Leuven is nu Antwerpen aan de beurt, een dag en een nacht, van vrijdag 17 uur tot zaterdag 17 uur op de Handschoenmarkt, vlak bij de kathedraal.

Wouter Torfs doet mee en roept anderen op om zijn voorbeeld te volgen. “Stilte is de taal van de liefde”, zegt de ondernemer. “Samen in stilte zitten brengt verbinding, terwijl woorden toch vooral dienen om te overtuigen en te scheiden.”

Walk with me

Tegelijk is op veel plaatsen in Vlaanderen “Walk with me” te zien, een rustgevende documentaire over de Vietnamese boeddhistische monnik Thich Nhat Hanh en zijn beweging voor mindfulness en wereldvrede.

 

Thich Nhat Hanh is wereldberoemd door zijn boeken. Er zijn miljoenen exemplaren van verkocht in tientallen talen. De bescheiden boeddhist leeft al sinds de jaren 60 in Frankrijk. In Frankrijk stichtte hij een kloostergemeenschap, “Plum Village”. Daar wonen monniken en zusters, maar er komen ook veel leken op retraite.

Regisseurs Marc J. Francis en Max Pugh werkten drie jaar aan de documentaire.

De film zelf is een meditatie, en zo wordt de bioscoop een meditatiezaal

Het is een intuïtieve film, waarin de camera registreert wat er in het klooster gebeurt, en ook op verplaatsing. De boeddhistische monniken reisden ook naar New York, om er te werken in de gevangenis. Ontroerend is ook het weerzien met familieleden.

“Walk with me” is geen portret van Thich Nhat Hanh zelf; dat wilde hij niet. De man is intussen 90 en na de film kreeg hij een beroerte.

Thich Nhat Hanh, genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede, wordt gezien als de grondlegger van de mindfulness in het westen, de psychische training om rustiger en stabieler in het leven te staan, gebaseerd op boeddhistische meditatie en ademhalingstechniek.

De film krijgt extra diepgang door wondermooie natuurbeelden en door de stem van Benedict Cumberbatch. De Britse steracteur leest fragmenten uit het dagboek van Thich Nhat Hanh.

 

Op woensdag 27 september komt “Walk with me” in de zalen. Dit weekend zijn er speciale vertoningen in Brugge (Lumière), Brussel (Cinema Aventure en Vendôme), Gent (Sphinx) en Antwerpen (Cartoon’s).

Advertisements

Stephen King 70: de horror van het alledaagse

day-29-stephen-kingStephen King is een van de allerpopulairste schrijvers ooit. Op zijn zeventigste denkt hij niet aan stoppen. 

Al zowat 45 jaar bestookt Stephen King de wereld met vaak dikke boeken. En die verkopen als gek, overal. Het moet zijn dat zijn unieke combinatie van traditionele vertelkunst, realisme, geloofwaardige psychologie, no-nonsensetaal en talent voor het oproepen van dreiging wereldwijd aanslaat. Veel van zijn werk leidde tot klassieke films van de allergrootste regisseurs.

 

Kings verhalen spelen zich vaak af in de Amerikaanse staat Maine, waar hij exact 70 jaar geleden het levenslicht zag in een niet evident gezin. Zijn vader ging er vandoor toen Stephen twee was, het traditionele “ik ga eens om sigaretten”-verhaal. Vaak was die vader sowieso niet thuis, want hij werkte in de koopvaardij. Een en ander betekende een kindertijd en jeugd in betrekkelijke armoede, en af en toe verhuizen.  Stephen King kreeg een religieuze opvoeding.

De erfenis van vader

Vader Pollock-King liet het eerste deel van zijn naam vallen, en vergat iets kostbaars in zijn huis toen hij vertrok: een krat boeken, vooral SF, thrillers en horror. Stephen verslond alles. Door enkele dramatische ongelukken met vriendjes en familieleden legde hij de link van werkelijkheid naar fictieve gruwel.

 

King studeerde Engels aan de universiteit van Maine,  deed een heel gamma van bescheiden baantjes en was kortstondig ook leraar, in Hamden. Intussen schreef hij al, en af en toe verscheen een verhaal in een lokaal blad of in een studententijdschrift dat hij zelf had gesticht. Een aantal van die eerste probeersels verscheen veel later in de bundel “Night Shift”. Hij trouwde met Tabitha; het koppel woonde lang in een camper. Tabitha schreef zelf negen boeken. Twee van hun drie kinderen schrijven ook.

Verslaving

De moeilijke leef- en werkomstandigheden dreven Stephen naar alcohol, cocaïne, geneesmiddelen en andere ongezonde dingen. In 1989 gooiden familieleden een collectie van alles waar hij verslaafd aan was op het tapijt. Stephen kickte af … van dan af hield hij het bij drie sigaretten per dag.

 

King schreef vaak in compleet bezopen toestand, of stoned als een garnaal. “Carrie” kwam deels zo tot stand. In nuchtere toestand gooide hij het resultaat van dat geïntoxiceerde geschrijf weg. Maar zijn vrouw redde een omvangrijk manuscript uit de vuilnisbak en ze kon haar man overhalen om er verder aan te werken. Dat werd “Carrie”, Kings eerste succesroman in 1974. Kort daarop werd het verhaal over een wraakzuchtig, miskend, gepest meisje met paranormale krachten verfilmd.

“Ik ben altijd bang geweest om zelf gek te worden”. Dat zei Stephen King aan Martin Coenen, toen hij de schrijver in 1989 bij hem thuis in Maine opzocht voor een lang interview in “Wie schrijft die blijft“.

The shining

Aangemoedigd door het succes stortte King zich helemaal op schrijven. Het ging zo snel dat zijn uitgever niet kon volgen, en de marketingafdeling van het literaire bedrijf nog minder. Onder de schuilnamen Richard Bachman en John Swithen pende hij ook nog tien weliswaar kortere romans en verhalen bij elkaar.  In 1977 verscheen “The Shining“, vooral bekend van de verfilming door Stanley Kubrick, met Jack Nicholson in de hoofdrol. King was er niet zo voor dat Nicholson de rol van psychopatische sneeuwhotelbewaker op zich nam.

 

Intussen zitten we aan 54 titels en 350 miljoen verkochte exemplaren, in een breed gamma van genres – fantasy, SF, thrillers en horror- die nooit omslaan in gruwelijke bloederigheid. Een geloofwaardige psychologisering staat centraal. Veel van zijn (anti-) helden zijn gewone, onvoorbereide enkelingen die geleidelijk geconfronteerd worden met een groeiende onomkoombare dreiging. Dàt is de horror van het alledaagse, in die typische Amerikaanse voorsteden. Omgekeerd verglijden andere personages na frustrerende ervaringen in misdaad en meedogenloze wreedheid.

Cars delivered by Plymouth

Twee keer speelt een auto van het nu verdwenen merk Plymouth een prominente rol in een (verfilmde) roman. In “Duel“, het debuut van Spielberg, wordt een argeloze man die met zijn bescheiden Plymouth Valiant een trucker hinderde, kilometerslang achtervolgd door diezelfde woeste tankvrachtwagen.

In “Christine” (1983) vindt een onbegrepen geïsoleerde jongen een bondgenoot in een kwaadaardige Plymouth Fury. Helaas moesten voor die film 35 exemplaren van die klassieker voor de bijl.

In “Mr. Mercedes” is het uiteraard een zware Duitse bak die belangrijk is in de plot. In die recente roman plant een extreemrechtse zielepoot een aanslag op een concertzaal tijdens het optreden van een tienerband.  King schreef dit enkele jaren voor de aanslag in Manchester…

Lee Harvey Oswald ontwapend

22-11-1963” (2012) gaat natuurlijk over de moord op John Kennedy. In dit meeslepende boek raakt de hoofdpersoon via een magische deur in het verleden, dat hij kan beïnvloeden. Hij besluit om de moord op Kennedy te verhinderen. Het trucje van de deur tussen twee werkelijkheden gebruikte King eerder in “The Dark Tower 2: The Drawing of the Three”. Ook Murakami gebruikte dat procedé van de parallelle universa in “1Q84”.  In “22-11-1963” krijgen we een Kennedy die twee termijnen volmaakt, maar dat brengt een vredevollere wereld niet dichterbij.

Het boek is beter

De populairste roman van King is “It” uit 1986, met de griezelige horrorclown. Een miljoen exemplaren ging over de toonbanken.  In de jaren 90 werd er een miniserie voor tv van gemaakt. De nieuwe verfilming door Andy Muschietti is op dit ogenblik te zien in de bioscoop.

 

Een bijzonder knappe verfilming die King sterk ontroerde is “Stand by me“, van Rob Reiner, naar “The body“. Daarin gaat een groepje puberjongens op zoek naar het lichaam van een vermoorde man. Die queeste groet uit tot een bedevaart van initiatie en zelfontdekking.  Met de jonge River Phoenix, John Cusack en Kiefer Sutherland.

Ook “Misery” is een knappe verfilming. In die claustrofobe thriller houdt een fan haar lievelingsauteur, die net voor haar huis een auto-ongeval had en daardoor immobiel is, op nogal drastische wijze gegijzeld, tot hij belooft ‘n vervolg te breien aan de succesreeks “Misery”. Voorts vermeld ik de topfilm”The Shawshank Redemption“.

Het is wachten of ook Kings laatste titel, “Sleeping Beauties” uit 2017, een film wordt. Het zou best kunnen, want dit verhaal in een vrouwengevangenis is erg verfilmbaar.

Salami en Big Mac

In 1999 was King betrokken in een ongeval dat enigszins leek op wat hij in “Misery” bleek te hebben voorspeld. Een bestelwagen reed hem langs achter aan toen hij met zijn hond wandelde. Zwaar toegetakeld kwam King in het ziekenhuis terecht. Hij verwerkte de ervaring in “De Donkere Toren” en “Kingdom Hospital”. Na de milleniumwissel deed King het wat rustiger.  Maar hij schrijft nog altijd zes pagina’s of meer per dag.

Volgens King moet een auteur vier tot zes uur per dag met schrijven en lezen bezig zijn. Zelf hanteert hij een Waterman-vulpen en hij noemt die de beste wordprocessor ter wereld. Meestal begint hij met de gouden vraag “wat als…?”. Hij bekent dat hij beïnvloed werd door Bram Stoker van Dracula.

Zijn stijl is ontspannen, zijn dialogen grandioos en hij kan domheid, angst en wreedheid genadeloos ontleden. Zijn horrorstories tonen een strijd tussen het normale en abnormale. Bij dat alles blijft King bescheiden, hij noemt zichzelf een salami- en Big Mac-auteur. Salami en Big Mac stellen niet veel voor – ze vallen buiten de nieuwe voedseldriehoek –  maar er is toch vakmanschap en talent nodig om er goeie te maken.

Rock-‘n-roll en politiek

Stephen King speelde gitaar in de Rock Bottom Remainders. Hij is een onvoorwaardelijke fan van The Ramones, die hij enkele keren vermeldt in een roman. Hij houdt voorts van AC/DC, Metallica en andere heavymetalbands. Hij deed enkele kleine cameorolletjes in films en series. En hij is dol op Harry Potter en de televisie-serie “Lost.”

Hoewel King een overtuigd democraat is, staat hij niet achter het gematigde abortusstandpunt van de partij. Barack Obama kon altijd op zijn steun rekenen. Hij behoorde tot de groep welstellenden die opriep om meer belastingen te betalen, en zelf het voorbeeld gaf. Hij sprak zich vaak uit voor strengere wapenwetten.

Een schone mens

Samen met zijn vrouw beheert King de STK-liefdadigheidsorganisatie, voluit “Stephen and Tabitha King-foundation”. Die charity helpt de armen in Maine op allerlei vlakken, met gezondheidszorg, huur en onderwijs onder meer. Hun ideeën verspreiden ze via drie eigen radiostations.

Van grote mediabelangstelling en openbare massa-optredens houdt Stephen King allerminst. Handtekeningen deelt hij niet uit. Uiteraard moet zo’n man weinig hebben van The Donald. In 2016 noemde hij Trump een racistische bleekscheet met het temperament van een driejarige. Trump blokkeerde prompt zijn Twitteraccount. En King strafte Trump meteen door hem te verbieden naar nieuwe verfilmingen van “It” en “Mr. Mercedes” te gaan kijken, twee films waarin criminele clowns een beslissende rol spelen … Happy birthday and thanks a lot, Stephen King!

“Heb jij dat beeld gemaakt? Nee, het komt uit het niets”

6b406022-994a-11e7-bbe7-02b7b76bf47f

(foto Mirjam Devriendt)

In heel Vlaanderen vraagt de Alzheimer Code aandacht voor dementie, met een uitgebreid sociaal én cultureel programma, van lezingen en wandelingen tot concerten en tentoonstellingen. Een heel bijzondere expo is ‘Uit het niets’.

Twee dementerende vrouwen bekijken een beeld in geboetseerde en gebakken klei.

– Heb jij dat gemaakt?
– Nee.
– Waar komt dat dan vandaan?
– Uit het niets.
– A ja, alles komt uit het niets.

Alexandra Cool vertelt de anekdote te midden van beelden en foto’s van bijzondere workshops die zij organiseerde.  In de lente van dit jaar trok ze naar vier woonzorgcentra en verzamelde daar kleine groepen mensen met dementie rond een tafel met plastic, houten statiefjes en veel klei. Meer instructies waren er niet.

“Sommige dementerenden praten niet meer, of ze worden agressief. Maar tijdens de boetseersessies keerde de rust en de focus terug. In het begin twijfelde ik of dat wel zou lukken, maar het was een ongelooflijke ervaring, die magnifieke beelden heeft opgeleverd,” vertelt Alexandra Cool, die zelf beeldhouwster is en enkele jaren geleden al ontroerende portretten van dementerenden maakte.

6dcd4c93-994a-11e7-bbe7-02b7b76bf47f.jpg

(foto Mirjam Devriendt)

Beelden als totems

In CC De Zandloper in Wemmel lopen we tussen de menselijke figuren, al dan niet alleen. Er staat ook een boom met vogels op de takken, een koe, en veel abstracte, totemachtige vormen, die wel wat op ruggenwervels lijken. Mysterieus werk.

“Veel deelnemers zongen voor hun beeld, of ze praatten ertegen, of aaiden het. Er was echt sprake van een relatie. Een vrouw plakte negen grote hompen klei aan haar beeld; ze bleef maar tellen en hertellen, en toen het klaar was, vertelde de verpleging dat ze negen kinderen had.”

Wat er overblijft

“Ik wilde echt zien wat er ontstond uit het eigene van die mensen. Als het verstand gaten begint te vertonen, als het intellectuele vervaagt, is er dan nog een kern waar de mens op kan terugvallen, rust in kan vinden en misschien zelfs dingen creëren?” Het antwoord is blijkbaar ja.

‘Uit het niets’ is te zien in CC De Zandloper in Wemmel van 15 september tot 9 oktober; tegelijk in CC Strombeek van 16 tot 29 september en in Heusden-Zolder van 29 oktober tot 30 november 2017.

De Alzheimer Code wil dementie bespreekbaarder maken, pleit voor een genuanceerde, respectvolle beeldvorming en steekt een hart onder de riem van mensen met dementie én van diegenen die hen bijstaan.  Initiatiefnemers zijn het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen, de Alzheimer Liga Vlaanderen en Hellebosch vzw.

 

De Zuiderburen van de Hollanders in Den Haag

Dertig portretten uit de periode 1450 tot bijna 1700, meer hangen er vanaf donderdag 7 september 2017 niet in het Mauritshuis. Maar wat een verrukkelijke en gevarieerde wereld gaat er open! Karaktervolle koppen van machtige heersers en vrome burgers, de tronie van een sjofele loser, de facies van wereldwijze kinderen… En allen in hun erg verschillende biotoop.

Portretten van 500 jaar geleden, kunnen die de bewoner van de 21ste eeuw nog boeien? En of. Het Mauritshuis, pal in het politieke en culturele centrum van Den Haag, vlakbij het Binnenhof en het Torentje, bewijst het met verve. Vooral de snelle evolutie en de verregaande verscheidenheid van het genre laten de toeschouwer versteld staan.

Emilie Gordenker van het Mauritshuis en Manfred Sellink van het al jaren wegens verbouwing gesloten KMSK in Antwerpen hebben gekozen voor een intieme en overzichtelijke aanpak. Als je iets kan bewijzen met een zorgvuldige selectie van 30 werken, hoef je er geen 300 op te hangen. Het KMSKA zet dus zijn gelukkige politiek van maximale uitleningen verder. Werken die we al acht jaar of langer niet meer konden zien, krijgen in een andere constellatie een verrassend nieuw leven.

“Wat een enorme evolutie ook in de kunst van die 250 jaar”, zegt Emilie Gordenker.  Het oudste werk dateert uit 1460, een veelzeggend maar toch sober portret van de ambitieuze, opportunistische, vrome politicus en diplomaat Phillippe de Croy door Rogier van der Weyden. De parafernalia blijven beperkt tot wapenschild en paternoster. Hans Memling kiest voor zijn portret van Bernardo Bembo niet voor religieuze maar voor wereldlijke symbolen. Hij voegt een aardig en gedetailleerd landschap toe in de achtergrond.

 
Trukendoos
Het jongste werk is “Zelfportret in een spiegel” van de minder bekende Antonie van Steenwinckel. Hij toont zichzelf in een spiegel, vastgehouden door een jongere versie van hemzelf, met op de voorgrond een al gevorderde zandloper, en een schedel. Helemaal onderaan het werk is een open, lege lade te zien. Die geeft een enorme dieptedimensie aan het werk.
Hetzelfde trucje bij het aandoenlijk gelukkige koppel in “Zelfportet met echtgenoot” van de anonieme Meester van Frankfurt. Brood, wijn en kersen, lekker… Een meesmullende vlieg is te groot maar een vergeten korst die onderaan op de rand van het tafelblad balanceert, creëert een trompe l’oeilachtig driedimensioneel perspectief.

5096

Bizarre borst

 

Het meest primitieve en wat onbeholpen werk is ook anoniem. Het is een diptiek. Links zie je een Maria die een nogal rare borst in de richting van haar kind Jezus wringt. Je vraagt je af waar die borst vandaan komt. Het kindje zelf is een blote minivolwassene. Maar het rechtse luik is veel mooier: daar bekijkt een koppel – mogelijk de onbekende artiest met zijn vrouw- eerbiedig het tafereel.

Andere boezems zijn er niet. Uit onderzoek is gebleken dat Clara Fourment oorspronkelijk een voluptueus décolleté had, maar helaas – Rubens overschilderde dat, op verzoek van het onderwerp.  Nu ja, haar man, Peter Van Hecke, hangt naast haar. Dat portret is zo actueel en fris dat het vorig jaar geschilderd lijkt.

Rubens en Van Dijck

 

De topwerken zijn onvermijdelijk van het absolute specialistenduo Rubens en Van Dijck. Van sir Anthony hangen er drie sublieme portretten, die de sterke karakters van het onderwerp moeiteloos onthullen. Heel interessant is een sober maar indrukwekkend bijbels tafereel van Rubens, voorstellende drie apostelen die verbaasd naar de verrezen en blijkbaar kerngezonde Jezus kijken, elk met andere emoties. De  buitenste luiken van de triptiek zijn portetten van de machtige Nicolaas Rockox en zijn vrouw Adriana Perez. Lichtinval en compositie zijn weergaloos.

“Kijk naar mij…”

In de tijd van Van Eyck kregen de opdrachtgevers van grote taferelen ergens een bescheiden plaats op het doek. Dat was zo op het Lam Gods.  Maar belangrijke en leidende figuren wilden  snel meer, portretten met een heel programma. Pieter Bourbus schildert Olivier Nieulant kort voor hij gaat trouwen. Een fors litteken boven zijn neus en zijn dolk zijn prominent zichtbaar. Met die kerel valt niet te spotten.

 

“… en naar mijn kinderen”

 

Jan Fijt portretteert een jongen van vijf die klaar staat voor de jacht, twee jachthonden en een valk op zijn hand inbegrepen. Het kikvorsperspectief en de contouren van Antwerpen in de verte maken de hoge verwachtingen van de ouders duidelijk.

De enige vrouwelijke kunstenaar, de wonderlijke Michaelina Wautier, borstelt haar vermoedelijke nichtjes op verzoek van de vrome ouders als timide heiligen. Er is ook een heel gezin van een kunsthandelaar te zien in hun zogenoemde kunstkamer, een typisch Vlaams of beter Antwerps verschijnsel. Een combinatie van rijkdom, goede smaak en kindervreugd.

Om te lachen

Tegenover zoveel ernst is er gelukkig ook genoeg vrijblijvende humor. Cornelius de Vos heeft allicht plezier beleefd aan zijn speciaal voor deze expositie piekfijn gerestaureerd portret van het heerlijk lelijke mombakkes van Abraham Grapheus, een gerateerde schilder die dan maar cateraar van een kunstenaarsgilde werd.
Gonzales Coques heeft kleine charmante originele uitbeeldingen van de vijf zintuigen. De geur komt uit een tabaksblad, het gevoel van een messnede in de hand, de smaak van een al bijna lege grote beker wijn, het gehoor van luitmuziek. En het zicht? Dat is deze tentoonstelling: een feest voor de ogen. Tot begin volgend jaar in het Mauritshuis in het zo dichtbije Den Haag.

Mooi, ‘t leven is mooi

DSCN8465

Snel op een poort gespoten, snel gefotografeerd, maar wat een provocerende zin, daar in Praag. Is het ironisch bedoeld in de stad van defenestraties, dictatuur en bevrijding, jodenvervolging en corruptie, met te veel toeristen en dronken zwervers? Het zou een zin van Havel kunnen zijn, iets sarcastisch uit een toneelstuk.

Wie poneert er zoveel in drie woorden? Wie heeft er zoveel culot en aplomb en krampachtig optimisme, als was het een lugubere morele plicht, verscholen achter dat vrolijk mottootje voor een damesblad. Life is beautiful.

‘Life is’ lijkt me feit genoeg. Beautiful?  De ene mens torst een zwaar juk en de andere dartelt vederlicht door de jaren. Vera heeft nooit genoeg; Juliette is met weinig content.  Zelfs als een of andere Kafka-instantie, om bij een Pragenaar te blijven, op basis van ‘objectieve criteria’ (gezondheid, inkomen, sociale relaties) zou kunnen zeggen: ‘mevrouw, uw leven IS mooi, stop met zagen’, dan kan ik het daar grondig mee oneens zijn, in een subjectieve perceptie die redelijk wezenlijk is. Wie anders dan ikzelf leeft mijn leven en kan het dus uit de eerste hand evalueren? Er zijn ongelukkige rijken en gelukkige armen – wellicht meer van de eerste soort dan de tweede. Er zijn beklagenswaardige patiënten met veel levenslust en ingebeelde zieken met een doodswens.

Count your blessings

Wil die ‘Life is beautiful’-spuiter mij iets duidelijk maken? Gaat het misschien om een aansporing? Zoals op mijn kalender in de wc ‘Elke dag is een goede dag’ staat, van een of andere boeddhist. Ook al zo’n provocatieve zin. Onnozelaar, vandaag is een vriendin gestorven, wat is daar nu goed aan? Daarna begin ik na te denken over de kleinigheden die zo’n rotdag toch nog draaglijk maken. Een kopje koffie. Of het feit dat de rotdag uiteindelijk om is. Dat de klok zijn werk doet.

Tel je zegeningen, misschien is dat wat de sloganspuiter van Praag bedoelde. De mentale oefening om ’s avonds in je bed vijf dingen te noemen die fijn waren die dag. En als het moeilijk is om er vijf voor je geest te halen, hopla, streven naar tien dingen. Dan kom je in de rayon van ‘er vloog een vlinder voorbij’ of ‘de caissière glimlachte mooi’. Het ware leven!

Gisteren leek zo’n egale dag zonder eigenschappen. Edoch. ’s Ochtends al zat er een handgeschreven, poëtische brief van een vriendin in de bus. Op kantoor was er ook één aangekomen van een luisteraar, met een uiteenzetting over sterrenhemels! Onderweg naar het werk kruiste ik een postbode die me aankeek en ‘Goedemorgen!’ riep, echt riep, opdat ik het zeker zou horen en de wens zou retourneren. Gaarne, postbode! En via digitale weg stuurde iemand me nog een reeks foto’s  van zijn tuin, bloemen, fruitbomen, groentenperken, in volle zomerpracht. Nou!

Ik weet wel. Het klimaat. De oorlog in Syrië. De vergeten conflicten, de honger, de onrechtvaardigheid, de menselijke wreedheid, domheid, lafheid, ijdelheid. De geschiedenis die zich herhaalt als een tragedie, de wereld die om zeep is. Geen inkt in de printer, een mug in de slaapkamer.

We hebben er inderdaad niet om gevraagd, om het leven. Zeer zeker hebben mensen recht en reden om er niet blij mee te zijn. Camus had gelijk, zelfmoord is inderdaad de meest fundamentele filosofische vraag.

Life is beautiful. Ik mag er graag over nadenken. Af en toe ben ik het er zelfs mee eens.

 

You know nothing

wallpaper-stark-sigil-1600

Het zevende, voorlaatste seizoen van Game of Thrones komt eraan. Wereldwijd houden miljoenen kijkers de adem in. Zal drakenmoeder Daenerys Targaryen haar sublieme derrière op de Ijzeren Troon vlijen? Game of Thrones is behalve spannend, bloederig en mooi ook een superieur patchwork van geschiedenis en mythologie.

Offer eens je kind

Vijfde seizoen, aflevering negen. De intelligente prinses Shireen, tienerdochter van Stannis Baratheon, komt op een ijzingwekkende manier op de brandstapel aan haar vroegtijdige einde. Ze wordt geofferd door haar eigenste vader en moeder, in de hoop de krijgskansen te keren. De kwade genius die hen dit had ingefluisterd was een priesteres van een nieuw geloof in een ‘Heer van het Licht’.

Een leider die zijn dochter vermoordt om de goden gunstig te stemmen? Waar ligt mijn boek met Griekse mythen? Koning Agamemnon wou zijn dochter Iphigenia slachten. Hij had een gunstige wind nodig om zijn oorlogsvloot naar Troje te blazen. Iphigenia werd op het nippertje gered door de godin Artemis. Shireen helaas niet. Dat nieuwe geloof in de Heer van het Licht uit Game of Thrones lijkt trouwens verdacht veel op de leer van Zarathustra, met zoroastrische vuurtempels om de zon als scheppende energie te aanbidden. Of is die ene Heer van het Licht misschien Jezus Christus?

Religie in Game of Thrones: er is voor elk wat wils. Sommigen geloven in oude goden, in bomen. Anderen in één God met zeven archetypische verschijningsvormen (moeder, vader, meisje, oud besje, krijger, smid, vreemdeling). Er lopen extremisten rond die ‘een god met vele gezichten’ als excuus gebruiken om op bestelling mensen uit de weg te ruimen. De ‘Mussen’ kun je vergelijken met fanatieke Taliban of IS’ers.

En er zijn vrolijke vrijdenkers. Dwerg Tyrion Lannister, de briljantste vuilgebekte van de bende, verzucht op zeker moment:  ‘The Lord of Light wants his enemies burned. The Drowned God wants them drowned. Why are all the gods such vicious cunts? Where is the god of tits and wine?’

Shakespeare revisited

Eén aflevering Game of Thrones maken kost bijna tien miljoen euro, en moet dus opbrengen. Met miljoenen kijkers in meer dan honderd landen zal dat wel lukken. Acteur Peter De Graef uitte de vrees dat GoT Shakespeare zou vervangen in deze commerciële tijden. Vervangen niet, aanvullen zeker wel, heruitvinden zelfs! Kijk door alle zwaardgekletter en van het scherm druppend bloed heen en je vindt à volonté verwijzingen naar echte geschiedenis en mythologie.

Game of Thrones is gebaseerd op de boeken van George R. R. Martin (‘A Song of Ice and Fire’). Net als Shakespeare haalt hij tonnen mosterd bij de Rozenoorlogen. Lannisters en Starks: dat zijn natuurlijk de Lancasters en Yorks die om de Engelse troon vochten in de tweede helft van de 15de eeuw. De Lancasters voerden een rode roos in het vaandel, de Yorks een witte. In Game of Thrones duikt de gouden roos op als zegel van het onfortuinlijke huis Tyrell.  Veel personages worden gelinkt aan Shakespearehelden. Koning Robert Baratheon is een soort wining and dining Falstaff uit Hendrik IV en de Merry Wives of Windsor. De lepe opportunistische intrigant Petyr Bailish zien sommigen als een nieuwe Iago, de überslechterik uit Othello.

Beroemde bitches

Nog meer geschiedenis?  Harde tante Cersei Lannister lijkt gemodelleerd naar andere machtige historische vrouwen: de complotterende en wellicht ook incest bedrijvende Lucrezia Borgia, de ambitieuze Anne Boleyn, de slimme politica Catherine de Medici. De optelsom macht +  geen al te vriendelijk karakter spreekt tot de verbeelding: zulke vrouwen raken met het stempel ‘beroemde bitch’ in de geschiedenisboeken. En mannen? Joffrey Lannister en Ramsay Bolton zijn sadistische wreedzakken van het type Vlad de Spietser of Caligula.  Nog meer portrettering: Tywin Lannister zou Edward I zijn, Sansa Stark Elisabeth van York, de moeder van Hendrik VIII. Massa’s historische vergelijkingen, educated guesses eigenlijk, vind je op het internet.

De ‘Red Wedding’, waarbij meerdere Stark-protagonisten in de valstrik van een feestelijk huwelijk lopen, om vervolgens brutaal de keel te worden overgesneden – terwijl een strijkje op het balkon een omineus lied over wraak ten gehore brengt –  is volgens auteur Martin zelf geïnspireerd op twee vergelijkbare slachtpartijen tussen Schotse clans, de ‘Black Dinner’ uit 1440 en de ‘Massacre of Glencoe’ uit 1692. Het leek gastvrijheid, maar het was verraad, zo rot als een wormstekige mispel.

De Muur

De monumentale muur van ijs, die de zeven koninkrijken beschermt tegen Wildlings en White Walkers in het noorden, is te vergelijken met andere historische muren, ooit opgetrokken tegen ‘barbaren’. De Muur van Hadrianus markeerde de grens van het Romeinse rijk in huidig Schotland. Er waren trouwens burchten op gebouwd, net als die van de Night’s Watch. De Chinese Muur moest aanvallen van nomadische volkeren tegenhouden. Ik moet bij The Wall ook altijd aan de Israëlische muur op de westelijke Jordaanoever denken. Of aan die waar Trump van droomt.

De Ironborn kun je bekijken als Vikings; de Dothraki als nomadische Mongolen of Hunnen, de Wildlings als native Americans, gepakt op hun eigen grond. De tempels van Meereen lijken piramides uit Egypte; de arenagevechten met slaven en dieren komen recht uit het Romeinse rijk.

Bachelor in Games of Thrones

Aan verschillende Amerikaanse universiteiten wordt al geschiedenisles gegeven over de tv-reeks en de boeken. De prestige-unief Harvard biedt de cursus ‘The Real Game of Thrones: From Modern Myths to Medieval Models’ aan, een ‘onderzoek hoe de reeks de Euraziatische middeleeuwse geschiedenis tussen 400 en 1500 echoot en aanpast, maar ook vervormt.’ Gedoceerd door proffen middeleeuwse en religieuze geschiedenis en oud-Duits. Als ik leraar was in ’t middelbaar: ik zou het wel weten! Uit elke historische periode vallen er parallellen te trekken met gebeurtenissen uit de reeks.

De Roze Ridder

Fascinatie voor ridders is daarenboven van alle tijden. Ontelbaar zijn de culturele variaties op het thema van Koning Arthur en de Ridders van de Ronde Tafel, van Wagner tot Monty Python’s ‘Knights who say Ni’. Tolkien, Braveheart, Blackadder, de Elegast, Lego Nexo Knights, wijlen het Land van Ooit waar de Zwarte Ridder-stuntman écht aan zijn einde kwam bij een steekspel … In stripvorm: de Koene Ridder, Ridder Bauknecht of de Rode Ridder die aan het vervellen is tot Red Rider, met een motor tussen zijn dijen in plaats van een paard.

In ‘Buiten de Zone’ speelde de piepjonge Mathias Sercu een charmante Roze Ridder, die de belagers van een edeldame over de kling joeg met de onsterfelijke woorden: ‘wat zijn dat nu voor manieren!’ Fijn om te zien dat er ook in Game of Thrones enkele homoseksuele ridders rondlopen. Helaas boeten ze danig voor hun geaardheid.  Ook in de hedendaagse kunst is het ridderthema present. Jan Fabre is er dol op. Hij is één van de kunstenaars in de expo The Artist/Knight die deze zomer te zien is in het kasteel van Gaasbeek.

Winter is coming

Maar terug naar Game of Thrones. ‘You know nothing’, herhaalt Ygritte steeds weer tegen haar geliefde Jon Snow – dat koppel bood overigens een pakkend Romeo en Juliaverhaal-in-het-verhaal, ook al weer Shakespeare!

‘You know nothing.’ Laat dat een aansporing zijn om wat meer te lezen over de historische, culturele en mythologische verwijzingen in GoT. Maar vooral ook om te genieten van verhaallijnen als krankzinnige schaakpartijen, zalige acteurs, glasscherpe dialogen,  somptueuze decors en kostuums,  majestueuze landschappen in Noord-Ierland of Kroatië, ontroerend mooie muziek. Dit is geschiedenis én theater én opera én cinema. ’t Is putje zomer, maar … winter is coming.

 

Kristien Bonneure. Lees deze tekst ook op deredactie.be.

Pierre Henry +

In Parijs is componist Pierre Henry overleden, de man die niet aarzelde om een forse elektrische zaagmachine of een heus klokkenspel doorheen zijn muziek te jagen.

Henry was een bruggenbouwer tussen moderne klassieke muziek en progrock, en een van de vaders van het gebruik van computers en synthesizers, een voorloper van Pink Floyd, Mike Oldfield en Air of Daft Punk. Zijn werk doet mij ook aan de Brusselaar André Brasseur denken, die net als Henry van een simpel instrumentaal thema een swingend en muzikaal vol nummer kon maken.

Als gevolg van die gedurfde open aanpak was Henry’s muziek erg toegankelijk, eenvoudig en vaak ronduit leuk, geschikt voor Klara en Studio Brussel, maar ook voor radio 1 en 2 en MNM. Zijn meeste composities zijn trouwens qua lengte ideaal voor een jukebox. Korte composities jawel, maar ze horen wel tot een groter geheel, een concept als het ware, wat de Beatles met Sergeant Pepper’s en The Who met Tommy en Quadrophenia ook toepasten, een paar jaar later.

Concrete muziek

Bij ons raakte Pierre Henry vooral bekend dankzij de balletten van choreograaf Maurice Béjart in de Muntschouwburg in Brussel. Na zijn grensverleggende interpretaties van Stravinsky, snakte de nog jonge Béjart naar iets nieuws, en hij vond dat bij zijn landgenoot Henry, die toen al naam had gemaakt als pionier van de concrete muziek, een onderdeel van de elektro-akoestische toondichterij.

“Messe pour le temps present”, gecreëerd in 1967 in Avignon, gaf de dansers van Béjart de kans om eens goed uit te freaken. Duizenden enthousiaste toeschouwers, ook veel niet-ballet-liefhebbers, namen de ervaring mee naar huis, en begonnen vrije expressie te beoefenen op het aanstekelijke Psyche Rock, zowat het meest bekende thema van Henry. Ook George Balanchine en Merce Cunningham werkten met Pierre Henry.

Composities

Jean-Michel Jarre en Stockhausen bewonderden hem. Hij was een student van Olivier Messiaen, de reus van de Franse klassieke muziek van de 20ste eeuw. In 1950 debuteerde hij met “Symphonie pour un homme seul”. De geprepareerde piano stond daarbij centraal, dat wil zeggen dat er allerlei geluidmakende objecten tussen de snaren staken. Hij was nog maar 15 toen hij het lawaai en kabaal van alledaagse voorwerpen en toestellen gebruikte in zijn allereerste primitieve compositietjes. Hij deed dat eigenlijk levenslang.

Fragmenten van Henry zijn vaak gebruikt en gesampeld in reclameclips en als kenwijsje, voor films…Fatboy Slim, Daft Punk, Air en Saint-Germain remixten enkele flarden van hem. Kortom, als Pierre Henry al niet allerlei grenzen overschreed en muren sloopte, dan deden zijn jongere fans het wel. De grootvader van de techno was 89.

Lucas Vanclooster. Lees deze tekst ook op deredactie.be