De zachte krachten zullen zeker winnen in ’t eind –

Henriëtte Roland Holst

Advertenties

Kunst in de Troost 2018

DSCN0141.JPGDSCN0171.JPGKunst in de troost = troost in de kunst.

Voor de 19de editie zet het klooster Onze-Lieve-Vrouw van Troost opnieuw de poort open. In de schitterende besloten tuin en de verstilde kamers van het klooster is kunst geland van Marie Biesmans, Véronique Bogaert, Cil Buscher, Gijs Coenen, Patrick Crombé, Ghislain De Wilde, Renild Fonteyn, Ann Geirnaerdt, Jos Jacobs, Katrien Jonkers, Jan Kettelerij, Francis Méan, Hubert Minnebo, Leonie Moerkamp, Stef Rymenants, Joris Silverans, Christ’l Sprengers, Marjan Smit, Patrick Steen, Annick Timmermans, Luc Van Cauter, Stefanie Van Raes, Marian Van Roy, Annie Vanlerberghe en Marleen Vansteenvoort.

Naar goede gewoonte brengt Kunst in de Troost alle disciplines, van glas over keramiek tot brons, van fotografie tot olieverf. De kunstwerken gaan de dialoog aan met de stille, besloten tuin van Onze-Lieve-Vrouw van Troost.

Op zaterdag 14, zondag 15, zaterdag 21 en zondag 22 april 2018 van 14 tot 18u. Op maandag 23 april (Jaarmarkt) van 11 tot 18u. Vernissage op zaterdag 14 april om 14u, met burgemeester Hans Bonte, Mark Delrue en Lucas Vanclooster. Toegang gratis.

De opbrengst van de kunstverkoop is bestemd voor de restauratie van de Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van Troost.

Meer info: www.facebook.com/kunstindetroost of www.kunstindetroost.be

 DSCN0194DSCN0205.JPG

DSCN0121.JPGDSCN0105.JPG

DSCN0189.JPG

Het eeuwig jonge meisje van Egtved

d1cc77f6-37fe-11e8-ac85-6cb82dfe780cZe werd in 1921 door een Deense boer gevonden in een uitgeholde eikenstam, een boom die geveld werd in 1370 voor onze tijdrekening. Een meisje van een jaar of zestien uit de bronstijd. Haar geraamte was er niet meer, wel veel lang haar met een froufrou, tanden, vinger­nagels en een wonderlijke uitdossing: een wollen blotebuiktrui met korte mouwen, een bronzen buikplaat versierd met spiralen, een doorkijkrokje van touwfranje. De resten liggen nu in het Nationaal Museum in Kopenhagen.

Het meisje van Egtved komt ter sprake in het boek Over oude wegen van Mathijs Deen. Archeologen zijn verrukt over wat ze ons vertelt over haar tijd, cultuur en handelsroutes. Ze is geen individu meer, ze is deel van een groter geheel. Ze is van de aarde en de aarde is van haar. Letterlijk.

DNA is niet aangetroffen, maar wel iets anders. Strontiumisotopen van de plekken waar ze verbleven en gegeten heeft, zijn als gps-coördinaten opgeslagen in haar resten. Met de nieuwste technologie is ontdekt dat ze helemaal niet van Denemarken was, dit nationaal symboolmeisje. Ze heeft gereisd, en hoe! Via die isotopen in haar tanden weten we dat ze wellicht opgroeide in het Zwarte Woud, en de chemie in haar haren vertelt centimeter per centimeter dat ze de laatste twee jaar van haar korte leven over grote afstanden heen en weer reisde. Ze was een vreemdeling, een trekvogel, een transmigrant. Net zo beweeglijk en traceerbaar als een wolf met een chip.

Ze kon niet telefoneren, maar wel reizen. Ze dronk geen latte macchiato, maar keek naar dezelfde maan.

Had ze iets te maken met de handel in koper, tin, barnsteen? Trouwde ze als ‘Duitse’ met een ‘Deen’? Was ze een zonnepriesteres, een danseres? Waarom werd ze met zoveel egards begraven in haar eik? Ze had een koperen armband om. Er lagen een kam en een vaatje bier bij haar, voor in het hiernamaals.

Wie was het meisje van Egtved? Haar naam, karakter, stem, gedachten, dromen, pijn, vreugde, littekens, positie in de groep: fascinerend hoe die individuele kenmerken zijn weggedreven in de rivier van de tijd, 3.500 jaar ver. En toch is er een draad gespannen. Wij zijn van dezelfde soort. We geven onze voormoeders en -vaders namen: Lucy of Ötzi. We boetseren een replica van de man van Spy.

Het meisje van Egtved spreekt tot de verbeelding: google eens en je vindt talrijke meiden uitgedost in haar sexy kleren. Nu ik erover nadenk, drakenkoningin Daenerys in Game of Thrones frequenteert blijkbaar dezelfde boetiek. Arte zond vorig jaar een documentaire uit met een levend meisje van Egtved, dat als een dappere Katniss Everdeen in The Hunger Games door woeste landschappen loopt. Om zich schoon te stomen kruipt ze in een zweethut. Iets wat ik ook weleens heb gedaan. Wat trekt me aan? Gelijkenis of verschil? Ze kon niet telefoneren, maar wel reizen. Ze dronk geen latte ­macchiato, maar keek naar dezelfde maan.

Er is geen tekst, alleen de materie vertelt ons iets. Dingen zijn belangrijk. ‘Ze getuigen eerder van hele gemeenschappen en gecompliceerde processen dan van afzonderlijke gebeurtenissen’, zei Neil MacGregor van het British Museum, toen hij de geschiedenis vertelde in honderd voorwerpen. Wetenschappelijk onderzoek is cruciaal, maar je moet ook je verbeelding gebruiken en, waarom niet, je emoties beluisteren. Ik vind het verhaal van het meisje troostend en relativerend tegelijk.

Rond mijn nek draag ik een stukje barnsteen, het goud van het noorden uit de streek waar het meisje van Egtved begraven werd, de kostbaarste handelswaar van haar streek. Straks wordt het zomer en bloeit het duizendblad. Een takje van die bloem zat in haar eiken kist. Ze hoeft niet te verrijzen, laat haar maar tot me spreken in symbolen en mysteries, het meisje van Egtved, zo oud als mijn dochter. Ze hoeft niet te verrijzen, want ze is er nog, opgegaan in Moeder Aarde.

Kristien Bonneure is VRT-journalist. In de rubriek De verrijzenis zoeken we elke dag van de paasvakantie een goede reden om iemand uit de dood te laten opstaan.

Lees ook op De Standaard.

Liefde, lijden en lachen: Félicien Rops en Thomas Lerooy in het kasteel van Gaasbeek

65914e49-3721-11e8-abcc-02b7b76bf47f

(foto studio Thomas Lerooy)

Vergankelijkheid staat centraal in “Vanity Fair” in het kasteel van Gaasbeek, met grafisch werk van Félicien Rops en bronzen beelden en tekeningen van de jonge kunstenaar Thomas Lerooy.

“Vanitas” is het thema dat het kasteel van Gaasbeek exploreert in 2018: ijdelheid der ijdelheden, het vluchtige karakter van het materiële, aardse bestaan. De expo “Vanity Fair” brengt je kamer na kamer van het labyrintische kasteel in contact met het spannende grafische werk van 19e-eeuwer Félicien Rops, in combinatie met de soms speelse, soms dramatische hedendaagse beelden van Thomas Lerooy.

“Pornocrates”

Aan Rops zou bijna-tijdgenoot Freud een hele kluif hebben: hij walst met de thema’s dood en leven, seks en religie. Zijn tekeningen zijn symbolische, allegorische en vaak scherpe karikaturen, die een eeuw later nog altijd rode oortjes veroorzaken. Zijn meest bekende werk “Pornocrates” toont een geblinddoekte bijna naakte vrouw, die zich laat leiden door een varken aan een leiband. Onder haar voeten liggen oude kunsten als “sculpture” en “poésie”, die ze vertrapt.

Het Ropsmuseum in Namen wijdt er een aparte tentoonstelling aan (zie onderaan) en Gaasbeek toont het samen met een nog scandaleuzer kunstwerk: een “Chimère” waarbij de bronzen buste van een vrouw overgaat in een walgelijk wrattenzwijn. Het werk dateert van rond 1900; de niet bepaald vrouwvriendelijke kunstenaar bleef anoniem.

76cffa8a-3721-11e8-abcc-02b7b76bf47f

Religieuze beeldentaal

Thomas Lerooy (°1981, Roeselare) stelde eerder tentoon in Museum Dhondt-Dhaenens in Deurle, in het Petit Palais in Parijs en volgend jaar in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel. Zijn werk echoot dat van Rops.

“Mother and Child” is een doormidden gespleten bronzen vrouwenfiguur, waaruit de armen van een jongere figuur steken, een kind, of een Christus aan het kruis. Ze houden speels een rode en een blauwe ballon vast. In “Falling Apart Together” wordt Sint Sebastiaan verhakkeld door een pijl, in “Speaking in Tongues” is een lijf brutaal doorboord met vele flessen, die allemaal een tong bevatten.

Danse macabre

Lerooy maakt ook kleine engeltjes van brons, allemaal met een doodshoofd in hoogglans. Ze hebben elkaar soms letterlijk bij hun pietje, en ze zijn genoemd naar beroemde Belgische kunstenaars: “James” (Ensor) of René (Magritte). Morbide en geestig tegelijk.

 

60c3e7b7-3721-11e8-abcc-02b7b76bf47f © Studio Thomas Lerooy

 

De kunstenaar verwijst ook naar het beroemde urinoir van Marcel Duchamp; hij hangt het weer aan de wand en zet er een blote vrouwentorso in carraramarmer in. Uit een verzameling flessen laat hij bronzen asperges opschieten. Dubbelebodemalarm! Net als Rops hekelt Lerooy ook de machtigen der aarde: hij stapelt 14 koppen van Romeinse generaals, filosofen en kunstenaars letterlijk als een totem op elkaar en bekroont het geheel … met een toefje slagroom.

Lerooy werkt altijd in brons. Samen met de kleine formaten van Rops versmelten zijn beelden met de meubelen en andere kunstwerken in het kasteel, van ridderzaal tot badkamer. Het is een bizarre ontdekkingstocht, die doet stilstaan bij leven en dood. Maar ook geregeld doet lachen met de onoplosbare strijd tussen het hemelse en het aardse. Bijvoorbeeld met Rops’ “Sint Antonius” in innige omhelzing met een gezellig varken.

 

“Vanity Fair” is tot en met 10 juni te zien in het kasteel van Gaasbeek. “Pornocratès dans tous ses états” tot 13 mei in het Musée Félicien Rops in Namen.

Beaufort 18: beeldenstorm aan de Belgische kust

Beaufort, het driejaarlijkse hedendaagse kunstparcours langs de Belgische kust, stelt oude monumenten in vraag en vindt er nieuwe uit.

nieuwpoort_nina_beier_02-jk_0

foto Westtoer -Jimmy Kets – “Men” – Nina Beier

Negentien monumentale kunstwerken van achttien binnen- en buitenlandse kunstenaars in negen kustgemeenten: dat is de zesde editie van Beaufort. Enkel Blankenberge doet niet mee. Bij de vorige editie stelden enkele burgemeesters openlijk vragen bij sommige kunstwerken, die ze te onbegrijpelijk vonden. Nu mochten ze meebeslissen.

Curator Heidi Ballet gaf elke kustgemeente de keuze tussen drie kunstwerken. Ze kozen er elk een, en de curator deed er haar selectie bovenop. Die participatieve aanpak heeft gewerkt: zeven van de negen gekozen kunstwerken zijn intussen al aangekocht door de gemeenten, en blijven dus staan. Maar wat is er te zien op Beaufort 2018? Een kleine selectie.

Mannen te paard

Monumenten mogen dan in brons gegoten zijn, ze zijn vergankelijk en tijds- en cultuurgebonden. Op ten minste vier plekken wordt er aan monumenten getornd in deze editie van Beaufort, zij het niet zo drastisch als toen indertijd de hand van Leopold II werd afgehakt in Oostende…

De Deense Nina Beier kocht afgedankte standbeelden van paarden en ruiters bij de antiquair en smeedde er vier aaneen tot “Men”. Ze zijn vastgeschroefd op een golfbreker in Nieuwpoort. Bij hoogwater staan de paarden tot hun knieën in het water; ze steigeren omhoog uit de branding. “Macht komt en gaat, als eb en vloed,” verduidelijkt Nina Beier. “Het viel me ook op dat het altijd en immer mannen zijn die op bronzen paarden zitten.”

Even verderop in Nieuwpoort staat inderdaad sinds jaar en dag koning Albert, de held van de Eerste Wereldoorlog, op zijn paard in het ronde Westfront-monument. Edith Dekyndt maakt met “The Ninth Wave” een subtiele interventie. Ze schuift  een soort vliegtuigtrap tot bij Albert; langs die weg klimt een vrouw omhoog en begint oneindig langzaam en zachtaardig het paard te boenen.

“Ik wilde iets vrouwelijks toevoegen aan dit viriele, glorieuze monument,” zegt Edith Dekyndt. Na WO I moesten de vrouwen thuis de brokken lijmen. En tegelijk emancipeerden ze zich. Niet toevallig is haar “poetsvrouw” gekleed in vloeiend wit in de vrije stijl van de twenties. Dekyndt groeide zelf op in Ieper; het is haar niet om provocatie te doen, maar om respect.

In Oostende zet Guillaume Bijl een bronzen hond op een sokkel in het park. “Sorry” heet het werk, nu al erg geliefd bij de hondenuitlaters uit de buurt. Ook dit werk nodigt uit om stil te staan bij de geldigheid van monumenten.

In De Haan vertrok de Chinese kunstenaar Xu Zhen van een oud Grieks godenbeeld (Zeus of Poseidon, daar bestaat twijfel over). Op de gestrekte armen en het hoofd laat de kunstenaar vogels neerdalen. Nee, geen meeuwen, wel karkassen van Pekingeenden. East meets west op de zeedijk.

De Wullok: een nieuw monument

wullok

(foto Westtoer – Jimmy Kets – “Monument for a Wullok” – Stief Desmet

Tegelijk voegt Beaufort nieuwe monumenten toe. Als je de lange Westelijke Strekdam in Oostende afwandelt staat op het puntje “Monument for a Wullok” van Stief Desmet, het slakkenhuis van een wulk, 20 ton brons, zo groot dat je er in kunt kruipen. Desmet laat het buitenoppervlak ruw ten prooi aan de elementen; binnenin is een begin van gepolijste schittering te zien.

Dit is het verste punt in zee. Een tempeltje om een offer te brengen aan de zee, waarvan we al zoveel genomen hebben.

Best mogelijk dat deze Wullok hét iconische en meest gefotografeerde beeld van deze Beaufort-editie wordt. De stad Oostende heeft het aangekocht en het blijft dus staan.  “Waar spreken we af? Aan de Wullok.”

Gotische grafspiegels

Bij vorige edities van Beaufort lieten kunstenaars al hun verdriet of verontwaardiging zien over de vluchtelingencrisis. Nu is er “Holy Land” van de Fransman Kader Attia op het strand van Middelkerke. Ingegraven in het zand zie je islamitische grafzerken of zijn het gotische ramen? De zeekant is een spiegel, een illusie. Een monument, jawel, voor de Noord-Afrikanen die in WO I in Europese velden het leven lieten én voor de daaropvolgende generaties, die enkel via de zee tot hier kunnen raken, en dat soms niet halen.

Eet meer wolhandkrab

Curator van Beaufort is de Limburgse Heidi Ballet, die de voorbije jaren vooral in het buitenland werkte. “Beaufort is een beetje thuiskomen voor mij,” zegt ze. Er is niets mis met de esthetische ervaring an sich, zegt ze, maar liefst voegt kunst natuurlijk nog een diepere laag toe. Ze geeft het voorbeeld van de Belgische groep Rotor met een project in Zeebrugge. Het thema is ecologisch: wat doen we met invasieve exoten als de Chinese wolhandkrab? In Zeebrugge kun je die de hele zomer beter leren kennen én proeven, in verschillende “gerechjes”.

Kunst zonder drempel

Beaufort is gratis, en dat is van groot belang, zegt gedeputeerde Franky de Block: “De rode draad is laagdrempeligheid; het is leuk dat mensen tijdens hun “congé” van kunst en cultuur kunnen genieten, ook mensen die nooit een museum zouden binnenstappen.” Beaufort 18 is ook voor het toerisme van groot belang; provincie, kustgemeenten, horeca en fietsverhuurders hopen op veel dagjes- en weekendbezoekers.

Beaufort 2018: een gratis parcours langs 9 kustgemeenten van 30 maart tot 30 september. Bij  de diensten voor toerisme kunt u een kaart krijgen. De route is ook beschreven via wandel- en fietsknooppunten. Nog eentje om af te sluiten: “Beach Castle” van de Fransman Jean-François Fourtou: een totempaal van aan elkaar gewaaide strandcabines, symbool voor de chaotische, rommelige, volgebouwde Belgische kust? Het staat in Knokke.

“Werkpaard en player”

3321be34-2864-11e8-abcc-02b7b76bf47fTien jaar na de dood van schrijver Hugo Claus stelt het Letterenhuis in Antwerpen voor de allereerste keer zijn archief tentoon. Actrice Hilde Van Mieghem maakte een intuïtieve keuze voor een bijzondere tentoonstelling.

Begin jaren 70 leest Hilde Van Mieghem op internaat stiekem – onder de lakens, met een zaklamp – Claus’ dichtbundel “Een huis dat tussen nacht en morgen staat”. Ze wordt betrapt en een week geschorst.  Op het einde van hetzelfde decennium speelt ze haar eerste filmrol als Christiane in de film “Vrijdag”. Waarbij regisseur Hugo Claus haar uitkiest op de toneelschool Studio Herman Teirlinck, terwijl ze achter de lichtbak staat.

“Map nummer 1”

Twee jaar geleden werd Hilde Van Mieghem door het Letterenhuis gevraagd om deze expo samen te stellen. “Van de meer dan 400 archiefmappen ben ik gewoon bij nummer 1 begonnen.” Ze doorploegde alle materiaal en herlas ook Claus’ boeken. “Het is een overdonderende hoeveelheid.”

Die man heeft geleefd voor honderd.

Het omvangrijke literaire archief van Hugo Claus kwam in 2015 via de Koning Boudewijnstichting bij het Letterenhuis terecht: acht strekkende meter kostbaar papier. Het wordt nu voor de eerste keer aan het publiek getoond.

Oorlog en liefde

“Ik heb puur emotioneel gekozen,” zegt Van Mieghem, “voor wat mij beroert en raakt.” Ze was vooral gefascineerd hoe Claus zijn eigen leven gebruikte in zijn werk, en de expo maakt die link duidelijk zichtbaar: wat hij in dagboeken, kladschriften of brieven schrijft komt soms letterlijk terecht in romans, verzen en theaterteksten. “Ook daarover heeft hij ons belogen,” grinnikt Van Mieghem, “alsof hij nooit van zijn eigen leven uitging. Dat is niet waar.”

Wat ze gaandeweg merkte was dat oorlog en liefde de twee grote thema’s van Claus zijn, die in nagenoeg alle teksten opduiken, soms verhuld, soms openlijk.

Geef ons heden ons nucleair wapen
En vergeef ons onze voorlopige vrede

Hugo Claus

“Claus was een leugenaar, een player, hij speelde met de wereld, hij leidde mensen bij de neus waar hij ze wilde hebben, en hij wilde daar vooral zijn eigen kwetsbaarheid mee verstoppen,” stelt Hilde Van Mieghem. Naar de buitenwereld speelde hij een rol, “op de sofa liggend en pralines etend”, maar in werkelijkheid werkte hij keihard, elke dag, urenlang, “hij was een zeer ijverig schrijver”, stelt curator Van Mieghem vast.

Choucroute en brie

Dat valt af te lezen aan de veelheid die deze tentoonstelling biedt, scenografisch vormgegeven door Niek Kortekaas. In vier chronologische cirkelkamers zijn teksten in het groot te zien; in glazen kasten vind je de wonderbaarlijke originele handschriften van Claus en vroege versies, schetsen en schema’s van zijn werken, vol doorhalingen, correcties en vaak ook versierd met leuke tekeningen.

Archivaris Johan Vanhecke wijst op een dagboekje uit 1961, waarin Claus nauwgezet bijhoudt wat hij leest (“Paris Match”), welke boodschappen hij doet (“Choucroute en brie – 48 fr”) of waar hij mee bezig is: “Tv-kijken en eten. Ik ondertussen verstrooid aan hoofdstuk 1B”. Het desbetreffende handgeschreven hoofdstuk uit “De verwondering” ligt er mooi naast.

Claus schreef met een kroontjespen, en “de tijd tussen het dopen in de inkt en het schrijven was precies de tijd om een gedachte juist te kunnen formuleren”, citeert Van Mieghem de meester.

“Hij kijkt ons aan”

Ook te zien: fragmenten uit de films die Claus regisseerde en veel interviews met hem, uit het VRT-archief. Net buiten de exporuimte hangen reusachtige portretten.  “Hij is dood, maar hij is er wel degelijk, en hij kijkt ons aan door het raam,” besluit Hilde Van Mieghem.

“Hugo Claus. Achter vele maskers” loopt van 17 maart tot en met 1 juli. Het Letterenhuis biedt ook een uitgebreid literair nevenprogramma aan.

 

Cees Nooteboom: “Ik bewonderde Claus, ik had geen talent voor jaloezie”

e0ef7ca5-29de-11e8-abcc-02b7b76bf47f

(foto Eddy Posthuma de Boer)

Tien jaar na de dood van Hugo Claus is in Kortrijk een audiowandeling voorgesteld, met archiefopnames van Hugo Claus en Cees Nooteboom. Ze nemen u mee langs de plekken die van belang zijn in Claus’ magnum opus “Het verdriet van België”.  Cees Nooteboom lanceerde de wandeling mee in Kortrijk.

In 1983 maakte radiomaker Bob De Groof een reportage met Hugo Claus en zijn Nederlandse vriend Cees Nooteboom. Ze gaven commentaar op verschillende locaties in Kortrijk, ofwel “Walle” in “Het verdriet van België”.  De tijd heeft nauwelijks vat gehad op de spitse gesprekken.

Die historische opnames uit het VRT-archief heeft radiomaakster Eva Moeraert, in opdracht van De Buren, omgezet in een bijzondere geluidswandeling. De stemmen van Claus en Nooteboom worden aangevuld met passende zinnen uit de roman, voorgelezen door acteur Wim Opbrouck. Jessie Decaluwé is de stadsgids. Zij presenteerde in de jaren 80 “Het vertoon” op Radio 2, waar Bob De Groofs reportage werd uitgezonden.

U kunt de wandeling hier beluisteren en downloaden en ook fysiek beleven langs meer dan 20 plekken in Kortrijk. Het college waar Claus school liep, de plek waar zijn vaders drukkerij was: werkelijkheid en fictie lopen door elkaar heen, want de plaatsen en personen komen ook voor in “Het verdriet van België”, onder andere namen.

Aan Hugo Claus was alles altijd dubbel.

Cees Nooteboom

In Kortrijk is het project feestelijk voorgesteld, in aanwezigheid van Cees Nooteboom, die intussen bijna 85 is. Claus wilde nooit horen van een plein of een rotonde met zijn naam. “Ik laat bij de notaris vastleggen dat er nooit van zijn leven een Clausroute komt,” maakte hij zich 35 jaar geleden sterk. Nu is die wandeling er wel. “Een meesterstuk van Claus,” vindt Cees Nooteboom, “aan hem was immers alles altijd dubbel”. Nooteboom haalde volop herinneringen op aan zijn levenslange vriendschap met Claus.

Overigens is er sprake van een haat-liefdeverhouding met Kortrijk, door Claus ooit een “intellectuele woestijn” en een “triomf van pretentieuze middenstand” genoemd.

Cees Nooteboom bracht ook in herinnering hoe onbevangen en onbeschaamd Claus destijds praatte en schreef over de collaboratie van zijn familie. “Helemaal anders dan in Nederland,” volgens Nooteboom, waar het SS-verleden van dichter Lucebert onlangs groot nieuws was.  “Dat wist ik al lang,” zei Nooteboom, “maar ik wou er geen commentaar op geven, omdat er een schandaaltje van werd gemaakt door mensen van nu die de tijd van toen niet kennen.”

Lees Claus!

Dichter en kunstenaar Jan Vanriet, een andere vriend van Claus, zei te hopen dat de Kortrijkse wandeling “niet louter een toeristisch uitje wordt, maar een aansporing om naar de boekhandel of de bibliotheek te gaan en Claus’ boeken te lezen.” Zelfs herlas Vanriet “Het verdriet van België” voor de zoveelste keer: “een ongelooflijk geestig boek”.

 

 

of hoe een Brugse Vilvoordse iets bijzonders Vilvoords in Brugge vindt

Knipsel

In het Groeningemuseum in Brugge is begin maart de tentoonstelling Haute Lecture by Colard Mansion geopend. Colard Mansion was een 15de-eeuwse boekenondernemer of librariër in Brugge. Hij zat op de wip tussen de middeleeuwen en de nieuwe tijd: hij produceerde zowel fraai verluchte handschriften als de eerste gedrukte boeken, wiegendrukken of incunabels genoemd. Of zelfs een combinatie van beide: tussen blokken gedrukte tekst liet hij witte ruimte, opdat de vermogende klant kon kiezen wat er met de illustraties moest gebeuren: met de hand tekenen, drukken (etsen of houtsneden), inkleuren of niet. Op de tentoonstelling zijn daarvan verschillende voorbeelden te zien van religieuze of wereldlijke aard.

Het was een huzarenstukje om de tientallen boeken van onschatbare waarde uit alle hoeken van Europa en ook de Verenigde Staten weer in Brugge te krijgen, meer dan vijf eeuwen nadat ze daar waren geproduceerd.

Gebedenboek van stichtster O. L. Vrouw van Troost Vilvoorde

In de collectie die Haute Lecture tentoonstelt ligt ook een klein, merkwaardig boekje: een gebedenboek van zuster Gabriel dele Hele van het klooster Onze-Lieve-Vrouw van Troost. Het is een voorbeeld van zo’n hybride boek, waar gravures worden afgewisseld met geschreven tekst. In dit geval teksten over het leven van Christus, maar ook de tekst van een professiebelofte. Onderzoekers hebben kunnen nagaan dat dit het handschrift van Gabriel dele Hele is, die in 1461 werd geprofest en die een van de stichtsters was van het karmelietessenklooster in Vilvoorde, acht jaar later, in 1469, nadat de zusters waren gevlucht uit Luik. Het is heel wel mogelijk dat zuster Gabriel ook de etsen heeft ingekleurd, schrijft onderzoekster Ursula Weekes in de catalogus. Weekes kwam 10 jaar geleden ook op bezoek in de Troost.

Het gebedenboek bevindt zich in de Koninklijke Bibliotheek in Brussel, en het is nu voor drie maanden uitgeleend aan het Groeningemuseum. Daarna gaat het weer de duisternis in, want papier, perkament en kleurstof zijn erg lichtgevoelig. Niet te missen, deze tentoonstelling. Tot 3 juni in het Groeningemuseum in Brugge.

Het karmelietessenklooster Onze Lieve Vrouw van Troost viert dit en volgend jaar zijn 550-jarige aanwezigheid in Vilvoorde, eerst in Steenvoort, in het toenmalige begijnhof, en later in het voormalige hospitaal in de Leuvensestraat. Het is de oudste karmelgemeenschap ter wereld, nu nog bestaand uit 12 zusters. Ook zij zijn blij met de aandacht van de tentoonstelling in Brugge voor hun erfgoed. En ondergetekende Brugse Vilvoordse was blij iets bijzonders Vilvoords ontdekt te hebben in Brugge, haar geboortestad.

Op 14, 15, 21, 22 en 23 april vindt Kunst in de Troost plaats in de binnentuin van het klooster, met werk van 25 kunstenaars.