De zachte krachten zullen zeker winnen in ’t eind –

Henriëtte Roland Holst

Advertenties

sesshin

IMG_5194.jpg

het waait van
windboom tot
zwaaizwaluw
het beweegt
weegt weinig
ruist en ritselt
koert en tsjilpt
het leeft
vlerkt en zoemt

het barst uit
de bodem
ontploft uit
de knop

het stroomt traag
in het kaarsrechte kanaal
gracht sloot beek poel
de waterhoek
staat droog
het is stoffig en heiig
er is al gehooid

het druppelt
genadig
eindelijk water
de haas kiest het pad
de kikker een bij
en daarboven hangt al de reiger
toverframbozen
wolk van vlinders
kies maar uit
zonnebloem of zonnehoed
goudsbloem of kamille

met mijn polderkont op
voormoederlijke grond
zit ik in het hart van
het universum
moerkerke
arcadië

vouw me open
tot een wijde kom
waar alles in past
kom
gekuifde kippen kom
korenbloemen klaver
zelfs de vogelschrik
zeker de vogelschrik
muggen gelieve zich te onthouden

gene zever
de werkloze bullshitsensor
het verlangen naar niets
tenzij een braaf lijf
zitten is lijden
lijden is zitten
stappen is schaatsen
in een oeroud ritueel

de stille
kracht van elf
beweegt
weegt weinig
is veel
is wat het is
deel van het geheel
het bladje is het water
het water is het bladje

in het raam
een bewegend schilderij
als bij harry potter
haha de merel zingt
een ringtone
in de stiltehoeve
’s avonds een langoor
langdurig lankmoedig

ik vlecht van biezen
bloemenkransen
we zitten als herders op
een brugje

ik slaap
bij franciscus
de dieren komen naar
me toe
kikkers katten kapucijntjes
in de paartijd
de verre hondenblaf
de ronk van de tractor
alles in overvloed
ruimte
stille
vredige
tijd

 

 

kristien bonneure
sesshin 10-15 juli, stiltehoeve metanoia, damme
foto lieve juchtmans

 

 

Hoe de Praagse lente de nek werd omgewrongen – in beeld

koudelka

Josef Koudelka, de legendarische fotograaf van de onderdrukking van de Praagse lente in 1968, stelt zijn historische foto’s voor in Brussel. Dramatiek in zwart-wit die aan “De ondraaglijke lichtheid van het bestaan” doet denken. Koudelka portretteert de echte “children of the revolution”. De foto’s grijpen na vijftig jaar nog altijd naar de keel.

 

In de nacht van 20 op 21 augustus 1968 maken Sovjettanks in de straten van Praag korte metten met het communisme-met-een-menselijk-gelaat van de Praagse lente. Josef Koudelka is dan 30 jaar. Hij is net terug van een fotoreportage over de Roma-zigeuners in Roemenië. Midden in de nacht wordt op zijn deur geklopt: “De Russen zijn daar!” Koudelka trekt de straat op met zijn camera. Tevoren heeft hij nooit nieuwsfoto’s gemaakt. Gedurende enkele dagen schiet hij beelden die zonder meer historisch, krachtig, menselijk zijn. Het worden universele symbolen van verzet tegen onderdrukking.

De foto’s worden Tsjechoslovakije uitgesmokkeld en komen terecht bij het Magnum-fotoagentschap in Londen. Ze worden anoniem afgedrukt, onder de initialen P.P. (Prague Photographer), om het leven van Koudelka en zijn familie niet in gevaar te brengen. Pas in de jaren 80 raakt zijn naam bekend en na de Fluwelen Revolutie van 1989 en het einde van het communisme worden zijn foto’s in Tsjechoslovakije zelf gepubliceerd.

Koudelka zelf vlucht naar Groot-Brittannië in 1970. Hij wordt lid van het beroemde Magnum en reist de wereld rond. Hij maakt vaak reportages over Roma, nomaden, vluchtelingen en ook vele keren over Israël en Palestina. Zijn werk is internationaal bekroond en tentoongesteld in de grootste musea, zoals het MoMa in New York. Onlangs is Koudelka 80 geworden. In zijn recentste werk is de mens nagenoeg verdwenen in het landschap.

Het jaar 8

50 jaar na de Praagse lente en de onderdrukking lopen er retrospectieve fototentoonstellingen in Praag en nu ook in de Botanique in Brussel. Jitka Pánek Jurková, directeur van het Tsjechische Cultuurcentrum in Brussel, wijst erop dat jaartallen met een 8 erg belangrijk zijn voor haar land. In 1918 werd de staat Tsjechoslovakije gesticht, in 1938 lijfden de nazi’s die in, in ’48 namen de communisten de macht, in ’58 won het land de prijs voor het mooiste paviljoen op de Expo in Brussel en in 1968 kwam er brutaal een eind aan de Praagse lente. Josef Koudelka is verweven met die hele geschiedenis, hij is een stuk Tsjechisch erfgoed, zegt Jurkova.

De lente van ’68  in Praag was een seizoen van vrijheidsdrang, net als in Parijs. Het verschil was dat de Praagse lente in bloed werd gesmoord.

Praag is deel van het grote verhaal van protest in het jaar 1968

Het uur U

De zwart-witfoto’s in de Botanique zijn zonder meer een uitzonderlijk tijdsdocument, dicht op het vel van het straatprotest. Je ziet vertwijfelde oudjes, woedende jongeren, tanks die zich vastrijden in de straten van Praag, angstige Sovjetsoldaten, kranten en vlugschriften, affiches en vlaggen. Misschien wel het pakkendste beeld is dat van een arm met een polshorloge, en in de achtergrond het lege Wenceslasplein. Het uur van de geschiedenis had geslagen, op 21 augustus 1968.

 

Invasion Prague 68” van Josef Koudelka in de Botanique in Brussel, nog tot 12 augustus. De expo past in de Summer of Photography van Brussel, die in het teken staat van protest. Eind juni opent ook “Resist”, een grote expo in Bozar.

Barock ’n roll in Antwerpen

Met “Antwerpen Barok 2018 Rubens inspireert” speelt de havenstad haar culturele en toeristische troeven optimaal uit. 8 tentoonstellingen, 10 andere projecten met beeldende kunst, 22 muzikale initiatieven, 12 theaterproducties, wandelingen, lezingen, festivals, culinaire barokervaringen en een reuzenspringkasteel in Middelheim moeten Rubens, zijn tijd en invloed definitief verankeren in Antwerpen. Het aanbod is overweldigend.

rubens_andreas_martelaar_grt

De restauratie van het Rubenshuis, de woning en het atelier van de meester, is nog niet klaar. De aanpak van het portiek en het tuinpaviljoen is millimeterwerk. Maar de bezoeker mag wel, met een bouwvakkershelm op het hoofd, erg dicht naar de delicate werkzaamheden klimmen. En een simulatie-app toont de geschiedenis van het Rubenshuis van 1640 tot morgen.

Met enkele fantastische bruiklenen speelt het Rubenshuis een centrale rol in Barok 2018. Het gaat om werken van tijdgenoten van Rubens, maar vooral om zijn  eigen “De Marteldood van Sint-Andreas” uit Madrid. Zeer opmerkelijk bij dit schilderij is de zware indrukwekkende lijst, die erg duidelijk deel uitmaakt van de compositie. Een staaltje van ambachtelijk vakmanschap uit de 17e eeuw.

Het werk zelf stelt Sint-Andreas voor, enkele ogenblikken voor hij sterft en de engeltjes hem ten hemel geleiden. Onderaan is een aangrijpende  dialoog te zien tussen Andreas’ moeder en de consul die hem ter dood veroordeelde. Zij smeekt hem om haar zoon te sparen, hoewel de martelaar dat zelf intussen al niet meer wil. De consul blijft onverbiddellijk. Een late en prachtige Rubens die de titel van de expositie, “De meester leeft”, helemaal waarmaakt.

Weinig kunstenaars zijn zo veelzijdig, onuitputtelijk en gelaagd als Rubens.  Hij heeft het beeld van Antwerpen en de Nederlanden in de 17de eeuw bepaald, niemand was meer doordesemd van de Europese artistieke tradities.
Ben Van Beneden, directeur Rubenshuis

Sanguine/Bloedrood

Barok is meer dan Rubens. Voor Luc Tuymans gaat het vooral om de intense gevoelens, het grote emotionele gebaar, meer dan om de overladen weelderigheid. Dat toont Tuymans in M HKA met “Sanguine/Bloedrood”. Hij confronteert oude en nieuwe meesters, en daar is hijzelf niet bij, wel Caravaggio, twee maal, Francisco de Zurbaràn, Van Dyck, Adriaen Brouwer, Jacob Jordaens en aan de andere kant Michaël Borremans, Fred Bervoets, Thierry De Cordier en Berlinde De Bruyckere.

Aan de gedempte Zuiderdokken staat het aangrijpende environment “Five car stud” van Edward Kienholz, dat voor het eerst sinds lang weer te zien is. Het stelt de nachtelijke castratie van ’n zwarte man door enkele blanke racisten voor, midden een cirkel, een arena, van auto’s met de koplampen aan.

Michaelina Wautier, de ontdekking van de eeuw

Misschien wel de interessantste tentoonstelling van Barok 2018 is die over Michaelina en haar broer Charles Wautier in het MAS. Nog maar 30 jaar geleden ontdekte Katlijne Van der Stighelen het onbekende werk “Bacchusstoet in Wenen”. Toen ze vernam dat het van de hand van een vergeten vrouw was, begon ze een intense zoektocht die drie decennia later naar “Michaelina, leading lady van de barok” leidde.

Michaelina was te goed om door de kunstgeschiedenis te worden opgemerkt. Ze speelt met licht als Caravaggio. Ze maakt publiekslievelingen als Vermeer. Ze staat dicht bij de mensen, ze ontroert, overstijgt de barok

 

Katlijne Van der Stighelen, curator

Een kleine 40 werken geven een mooi overzicht van het uitzonderlijke talent van Michaelina (Bergen 1604- Brussel 1689). In tegenstelling tot de zeldzame andere vrouwen tijdens de barok, schilderde Michaelina geen stillevens en bloemstukken, maar sterke menselijke portretten en grote taferelen. Precies omdat ze zo goed was, verdween ze in de plooien van de geschiedenis, ze paste in geen enkel plaatje.

Michaelina was veelzijdig, virtuoos, origineel en stoutmoedig. Dat ze in een periode van contrareformatie zichzelf afbeeldde rechts boven op de ontuchtige doorzopen “Bacchusstoet”, half naakt, belaagd door een ouwe geilaard, getuigt van moed. Enkele werken zullen snel publiekslievelingen worden. Ze had de dochter van Rubens kunnen zijn. We zullen Michaelina nooit meer vergeten.

Barok und kein ende

Ook Middelheim laat oude en nieuwe beelden dialogeren, in de bewust verwarrende opstelling “Experience Traps”. In het park staat er ook een reusachtig barok springkasteel, een van de vele initiatieven voor kinderen. Voor AMUZ in de vroegere Sint-Augustinuskerk heeft Jan Fabre ingegrepen met drie altaarstukken.

Her en der in Antwerpen heeft Yvon Tordoir grote muurschilderingen en graffiti aangebracht die verwijzen naar een of ander aspect van de barok. Er zijn wandelingen en concerten, kerkbezoeken en theater- en dansproducties.

Koen Theys in de kathedraal

“Diasporalia” is een opvallende installatie in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, een van de hoogtepunten van gotiek en barok in de architectuur. Koen Theys heeft er een aantal bronzen bedden voor vluchtelingen neergezet, een verrassend actuele ingreep.  Wie dat wil, kan in de kathedraal een nacht doorbrengen op zo’n bed, in slaap gesust door passende muziek van Max Richter.

Lucas Vanclooster. Lees ook op vrt nws.be

 

– israël 70

vlag

Amos Oz, uit “Een verhaal van liefde en duisternis” (2004):
(de memoires van Amos Oz)

En tegen de ochtend, op een tijd waarop het een kind nog nooit toegestaan was geweest om niet allang diep in slaap te zijn, misschien om drie of vier uur, kroop ik met mijn kleren aan in het donker onder de deken. En even later tilde papa’s hand mijn deken op in het donker, niet om boos op me te worden dat ik met mijn gewone kleren aan in bed lag, maar om naast me te komen liggen, hij ook in zijn gewone kleren, die doordrenkt waren van het zweet van het gedrang van de menigte, net als mijn kleren (terwijl we een ijzeren wet hadden: je mocht nooit, maar dan ook nooit met je kleren aan tussen de lakens gaan liggen). Mijn vader lag zo een paar minuten naast me en zweeg, hoewel hij in het algemeen elke stilte haatte en die zo snel mogelijk verdreef. Maar ditmaal raakte hij de stilte die tussen ons heerste helemaal niet aan, hij nam er deel aan en alleen zijn hand streelde zachtjes mijn hoofd. Alsof mijn vader in het donker in mijn moeder veranderd was.

Daarna vertelde hij mij fluisterend, zonder me ook maar eenmaal zijne hoogheid of edelachtbare te noemen, wat straatjongens in Odessa hem en zijn broer David hadden aangedaan en wat niet-Joodse jongens op het Poolse gymnasium in Wilna hem hadden aangedaan, en ook de meisjes hadden meegedaan, en de volgende dag, toen zijn vader, opa Alexander, naar school was gekomen om zijn beklag te doen, hadden de pestkoppen niet alleen zijn gescheurde broek niet teruggegeven, maar hadden voor zijn ogen ook zijn vader aangevallen, opa, en hem hard op de tegels gegooid en zijn broek ook uitgetrokken, midden op het schoolplein, en de meisjes hadden gelachen en obscene dingen gezegd, dat de Joden allemaal zus en zo waren, en de leraren keken zwijgend toe of lachten misschien ook mee.

En nog steeds met een stem van duisternis, terwijl zijn hand nog steeds verdwaalde in mijn haar (want hij was niet gewend te strelen), zei mijn vader tegen me onder mijn deken tegen de ochtend, in de vroege uurtjes van 30 november 1947: ‘Jij zult vast ook nog weleens gepest worden op straat of op school. Misschien juist omdat je weleens een beetje op mij zou kunnen lijken. Maar van nu af, vanaf het moment dat we een staat hebben, van nu af zullen ze je nooit meer pesten alleen maar omdat je een Jood bent en omdat Joden zus en zo zijn. Dat niet. Nooit meer. Vanaf vannacht is dat hier afgelopen. Voorgoed afgelopen.’

Ik stak mijn slaperige hand uit om zijn gezicht aan te raken, iets onder zijn hoge voorhoofd, en plotseling kwamen mijn vingers in plaats van zijn bril tranen tegen. Nooit in mijn leven, niet voor die nacht en niet daarna, zelfs niet bij de dood van mijn moeder, heb ik mijn vader zien huilen. En zelfs die nacht heb ik het niet gezien: het was donker in de kamer. Alleen mijn linkerhand heeft het gezien.

S. Yizhar, uit “Het verhaal van Chirbet Chiz’a” (1949), in het Nederlands vertaald in 2013:
(het relaas van een soldaat uit een Israëlisch peloton dat bij de stichting van Israël de bewoners van een Arabisch dorp verjaagt)

Toen zagen we een vrouw voorbijlopen in een groepje van drie of vier andere vrouwen. Ze had een jongetje van een jaar of zeven aan haar hand. Er was iets bijzonders aan haar. Ze leek vastberaden en beheerst haar rug recht te houden in haar verdriet. Over haar wangen rolden tranen die niet de hare schenen. En ook het kind snikte met de lippen stijf op elkaar een soort ‘wat hebben jullie ons hier aangedaan?’ Plotseling leek zij de enige die wist wat hier precies gaande was. Zozeer dat ik me tegenover haar beschaamd voelde en mijn ogen neersloeg. Het was alsof uit hun manier van lopen een kreet sprak, een of andere van haat vervulde vervloeking. We zagen ook ook ze te trots was om ons met een blik te verwaardigen. We begrepen dat ze een leeuwin met jong was en we zagen dat haar gelaatstrekken werden verhard door rimpels van zelfbeheersing en de wil haar lot heldhaftig te te dragen, en hoe ze, nu haar wereld was vergaan, weigerde voor onze ogen in te storten. In hun pijn en verdriet verheven boven ons bestaan – ons kwaadaardige bestaan- gingen ze huns weegs, en we zagen nog hoe in het hart van het kind iets gebeurde wat in zijn volwassenheid niets anders kon worden dan een giftige slang, hetzelfde wat nu het gesnik van een machteloos jongetje was.

Ineens ging me een licht op, als een bliksemflits. Alles leek op slag een andere betekenis te krijgen, of beter gezegd: die van ballingschap. Dit was ballingschap. Zo dus was ballingschap. Zo zag ballingschap eruit. Wij zonden hen in ballingschap.

Vijf keer in het water vallen op de Triënnale van Brugge

“Vloeibare Stad” is de tweede Triënnale in Brugge in de 21e eeuw. De organisatoren willen de bewoners van de stad, en de vele honderdduizenden bezoekers deze zomer naar en in het water duwen. Brugge is een verstarde stenen museumstad maar ook een plek met overal water. Het “Venetië van het Noorden” heeft dat aspect verloren laten gaan.  En toch, water is de toekomst, de oplossing voor onze enorme ecologische uitdagingen. Als we tenminste eerbiedig met water omspringen. Vijf voorbeelden.

1. Acheron I van Renato Nicolodi

TR1

Iwan Baan

 

Op de Lange Rei drijft een schijnbaar betonnen structuur. Het gaat om piepschuim dat de textuur van beton perfect imiteert. “Acheron I” van de jonge Limburger Renato Nicolodi stelt een trap naar het “onderwaterse” voor. Inspiratie haalde Nicolodi bij de mythologische maar echt bestaande rivier Acheron in het noordwesten van Griekenland. Die vloeit voor een groot deel ondergronds wat voedsel gaf aan mythologische inspiratie. Zo werd Acheron de rivier van het leed, de brug tussen boven en onder, de oversteekplaats naar het hiernamaals. Het grote object van Nicolodi is een morbide haven, een ongrijpbare aanlegplaats voor reizigers tussen verleden en toekomst.

2. Minne Floating School van Nlé Kunlé Adeyemi

TR2Iwan Baan

 

In Afrika en Azië wonen miljoenen stadsmensen nu al op het water, in boten, op vlotten en in drijvende krotten. Wat een noodgreep lijkt, zou wel eens de oplossing kunnen zijn. Adeyemi is afkomstig uit de havenstad Lagos, Nigeria. Zijn “Minne Floating School” maakte 4 jaar geleden al veel indruk aan het Arsenale op de Biënnale van Venetië; nu ligt het aangemeerd aan de oever van het Minnewater, een van dé symbolen van Brugge. Het is een heuse school, in mei en juni zullen verschillende klassen hier les volgen. Of examens afleggen, die unieke plek kan alleen maar positief zijn voor de resultaten. Het is een mooie flexibele houten structuur van twee etages die stormen en overstromingen trotseert. De vorm doet wat denken aan een piramide of een berghut.

3. Infiniti23 van Peter Van Driessche

TR3

Iwan Baan

 

Verwant aan de Floating School is de woon- en werktoren van architect en stedenbouwkundige Peter van Driessche en Atelier 4. Zijn toren op schaal één derde niet ver van de Bakkersrei en Oud Sint-Jan beantwoordt een paar pertinente vragen. Wat als de zeespiegel door de opwarming van de aarde inderdaad 7 meter stijgt? Wat als de bevolkingsexplosie aanhoudt en miljarden mensen extra naar de steden trekken? De oplossing is utopisch, poëtisch en prikkelend: drijvende paalwoningtorens en kantoren, die kunnen blijven groeien naargelang de behoefte. De torens en woon- en werkeenheden zijn in duurzaam hout, voor Van Driessche de bouwstof van de toekomst. In drie ook drijvende paviljoenen tonen Van Driessche en zijn studenten maquettes van de interieurs van die woningen. Die zijn uiteraard klein en sober, met schattige bad- en slaapkamers, stapelkastjes en andere vindingrijke ecologische oplossingen.

Je kan de aandacht voor zorg in het laat middeleeuwse Brugge combineren met de toekomst. Wat denk je van een drijvend rusthuis? Brugge is geen West-Vlaams neogotisch Bokrijk!

  • Till-Holger Borchert, directeur Brugse musea

4. Selgascano-paviljoen

TR4Iwan Baan

 

Een van de meest kleurrijke en verrassende projecten drijft op de Coupure. De fel stralende oranje installatie van het Spaanse architectenbureau Selgascano is een doorzichtige organische bochtige constructie waar je doorheen kan wandelen en waar je in het weekend vanaf mag duiken in het water. De installatie kleurt de hele omgeving in een warme gloed.

Op de Lange Rei drijft een gelijkaardig project, niet om in het sop te duiken, maar om boven het water te rusten of te schommelen in een hangmat of tegen elastische witte touwen. Dat “Floating Island” is een ontwerp van het Koreaanse architectenbureau OBBA.

5. Lanchals, John Powers

TR5.jpgIwan Baan

 

De witte zwanen zijn zo typisch Brugs dat onverlaten de eieren roven. De aanwezigheid van de kitscherige watervogels zit geworteld in een dramatisch verleden, de legende van Pieter “what’s in a name” Lanchals, de vermoorde raadsheer van de Oostenrijkse aartshertog. Na een Oostenrijkse strafexpeditie moest de stad Brugge altijd 52 “langhalzen” op zijn wateren houden. De constructie van de Amerikaanse kunstenaar John Powers is een naar de hemel gestrekte zwanenhals, opgebouwd uit modules in Cortenstaal. Je mag er ook een ruggengraat of een tornado in zien. Het kunstwerk staat op het mooie en nauwelijks bekende Minnebopleintje aan de Sint-Annarei.

Vloeibare Stad nodigt uit tot nieuwe ontmoetingen, aan een kunstwerk, op een drijvend paviljoen.

  • Michel Dewilde stadscurator

Lucas Vanclooster. Alle informatie over “Liquid City-Vloeibare Stad” vindt u hier.

Stilte is van niemand en voor iedereen

De twee minuten stilte op de Dodenherdenking begin mei zijn “heilig” voor de Nederlanders. Maar actievoerders dreigden met groot lawijt, om aandacht te vragen voor de slachtoffers van de Nederlandse kolonisatie.

Er kwam in Nederland een rechter aan te pas om de twee stille minuten tijdens de Dodenherdenking op 4 mei te vrijwaren. De avond van 4 mei is bijzonder; dan worden de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en andere conflicten herdacht. Dat gebeurt al 73 jaar volgens een strak scenario, in aanwezigheid van het koningspaar. Nadat de klok van de Nieuwe Kerk acht keer heeft geslagen volgen twee volle minuten indrukwekkende stilte op de volgepakte Dam in Amsterdam.

Het actiecomité “Geen 4 mei voor mij” heeft daar bezwaren tegen; de tegenstanders noemen de plechtigheid hypocriet en racistisch. De slachtoffers van het Nederlandse leger na de bevrijding in Nederlands-Indië (toen nog een Nederlandse kolonie) worden namelijk niet herdacht.

“Geen 4 mei voor mij” wilde tijdens de stilte van de Dodenherdenking letterlijk kabaal maken. Of als het moest zelfs een luchtalarm laten afgaan, om in oorlogssfeer te blijven. Nou moe! De rechter verbood de actie; de tegenstanders zagen er uiteindelijk van af. Ze zijn wel tevreden dat “de beerput is geopend” en het onderwerp nu op de kaart staat.

Er vallen gewichtige woorden over twee minuten stilte. De burgemeester van Amsterdam beschouwt de Dodenherdenking als een “heilig moment” en het organisatiecomité wilde niet praten met de actievoerders “omdat die zich buiten het maatschappelijk debat plaatsen”. Opnieuw: nou moe!

De Dodenherdenking lijkt het volgende heilige huisje waarvan onverlaten de ruiten ingooien. Links en rechts vliegen elkaar weer eens een keer naar de strot met termen als politiek correct, lange tenen, geschiedvervalsing, traditie, cultuur, identiteit, koloniale erfenis, witte kramp … Ik hoor het koor aanzwellen als in een opera van Wagner. Of is dat de Koningin Elisabethwedstrijd voor zang?

Stilte, ruimte en tijd delen heeft grote verbindende betekenis.

Mij treft vooral hoe stilte en lawaai opgeëist kunnen worden. Een minuut stilte kennen we als een gedeeld moment van respect. Op een openbare plek samen stil zijn en stil staan betekent wel wat. Na de aanslagen van 22 maart in Brussel en Zaventem, na àlle aanslagen, zie je mensen geschokt en bouche bée samentroepen op de plaats des onheils, om een bloem neer te leggen, een kaars te branden.

Helaas moet er nog al te vaak eerst iets heel ergs gebeuren. Een mooi voorbeeld van positieve stilte zijn de publieke sit-ins van “Silence for Peace” in Brussel, Antwerpen en andere steden. Zonder aanleiding, maar met des te meer betekenis: samen stilvallen in de wereld, verbinding zoeken en hopelijk ook uitstralen.

Het is goed als ook de overheid daar gelegenheid toe biedt. Zo’n “officiële” stilte lijkt neutraal, als een soort seculier gebed. Maar het is een dubbeltje op zijn kant. Als ik onder de Menenpoort in Ieper de stilte hoor waarin de Last Post verdwijnt, dan beneemt me dat nog altijd de adem. Maar als ik mijn ogen opendoe en de vele militaire uniformen zie, dan snap ik ook waarom Unesco dit (nog) niet als (neutraal) Werelderfgoed erkent. Om de balans te herstellen ga ik steevast ook naar het Duitse Soldatenfriedhof in Vladslo, om stil te zijn in het gezelschap van de gebroken vader en moeder van Käthe Kollwitz.

Als de stilte politiek geclaimd wordt of zelfs heilig verklaard, dan is er weinig ruimte voor gefluister in de marge.

De stilte van de Dodenherdenking in Amsterdam is wel erg geregisseerd, geritualiseerd en misschien ook gebetonneerd. Als het machthebbers zijn die beslissen wie, waar, wanneer en waarom stil moet zijn, dan komt er vroeg of laat een ogenblik waarop die stilte ter discussie staat.

Ik ben fan van stilte. In een (soort van) ideale definitie: stilte als vrijplaats om open te staan voor de buitenwereld en ruimte te scheppen om te reflecteren. Als ik dat samen met anderen kan beleven, des te beter. Hoe meer zielen, hoe meer stilte.

Maar ik ben me ook bewust van de problematische kant. Van Dale geeft bijvoorbeeld vooral negatieve definities van stilte: eigenschap van zonder beweging te zijn; toestand dat het niet of weinig waait, dat niemand geluid maakt, dat er niet gesproken wordt, afwezigheid van verkeer, vertier… Voor veel slachtoffers mag het net wat meer waaien, zeker als de stilte van bovenaf wordt opgelegd.

“Silence encourages the tormentor, never the tormented,” zei de nazi-jager Elie Wiesel, toen hij de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Je leest het in de woordenschat: slachtoffers worden monddood gemaakt, wandaden doodgezwegen, potjes gedekt. Als stilte onderdrukt, dan is spreken – of schreeuwen – natuurlijk bevrijdend: inspraak krijgen, gehoord worden, een stem hebben. Eindelijk! MeToo! In die zin zijn stilte en lawaai politiek. “Who gets to make a noise and who doesn’t, who gets their voice heard and who doesn’t, who gets to listen and who doesn’t is of crucial importance,” schrijft David Hendy in zijn boek “Noise”.

In Nederland wilde “Geen 4 mei voor mij” lawaai maken tijdens een stille minuut, maar het kan ook omgekeerd. Tijdens de demonstraties in Turkije tegen de ontruiming van een centraal plein bleef eerst één choreograaf stil staan, en later vele anderen met hem. Een jaar nadat een storm over Pukkelpop raasde, vroeg zangeres Skunk Anansie om allemaal samen 20 seconden veel kabaal te maken, uit eerbied voor de slachtoffers.

Respect kan stil of luid zijn. Wat telt is de intentie en de aandacht. En dat is zeldzaam in de swipende wereld.

Hoe los je dat nu op in Nederland? Tja, tegelijk stil zijn en lawaai maken kan natuurlijk niet. Maar de lawaaimakers hebben wel een punt dat zelfs officiële stille minuten niet in stenen tafelen gebeiteld zijn. Discussie is goed, “de herrie brengt ons verder”, zegt Ilse Raaijmakers, die een boek publiceerde over de Dodenherdenking met de veelzeggende titel “De stilte en de storm”.

Wellicht is het tijd om herdenkingen te her-denken met nieuwe vormen en gedachten. Ik zou het fijn vinden als dat in stilte blijft gebeuren. Ik denk aan de vierdaagse tocht Ijzer 2018 waarbij ik vorige maand een stukje meefietste. Dichters hielden letterlijk halt in de berm. Ze lazen eigen gedichten en verzen van 100 jaar geleden voor, zowel van Vlaamse frontsoldaten, Britse war poets als van “den Duits” of van een Indiase dichter. We vielen daar met z’n allen voortdurend stil in de Westhoek. En dat zal me nog lang heugen.

In mijn ideale wereld is stilte een vrijplaats, politiek niet te claimen, inclusief, een ruimte die de tegenstellingen overstijgt, niet verkaveld, van niemand en voor iedereen. You may say I’m a dreamer, but I’m not the only one.

Ester Naomi Perquin, Dichter des Vaderlands in Nederland schreef er volgend gedicht over:

Wet

Nu men over stilte niets meer heeft te zeggen, het onderzoek
is afgerond, wereldwijd filosofen, psychologen, geologen
en de gewone man twijfelen aan het bestaan ervan

nu alles klinkt en piept, raast en knaagt, men naar buitenlandse
bergen moet of nachtelijke hei, naar binnenmeren,
buitenwijken, we nooit meer raken uitgepraat,
nooit meer tot bedaren komen –

Nu wat ons rest te klein wordt om onze doden in te passen,
kan men hooguit géén antwoord geven. Komma’s sparen.
Witregels verzamelen. Stillevens. Pauzes. Hapering.

Eén wet blijft altijd ongeschonden. Ter bescherming.
Vóór de stilte valt kan men iets zeggen. Of er na.
Maar nooit er midden in.

© Ester Naomi Perquin, 4 mei 2018
Dodenherdenking 2018

LEES OOK

Kunst in de Troost 2018

DSCN0141.JPGDSCN0171.JPGKunst in de troost = troost in de kunst.

Voor de 19de editie zet het klooster Onze-Lieve-Vrouw van Troost opnieuw de poort open. In de schitterende besloten tuin en de verstilde kamers van het klooster is kunst geland van Marie Biesmans, Véronique Bogaert, Cil Buscher, Gijs Coenen, Patrick Crombé, Ghislain De Wilde, Renild Fonteyn, Ann Geirnaerdt, Jos Jacobs, Katrien Jonkers, Jan Kettelerij, Francis Méan, Hubert Minnebo, Leonie Moerkamp, Stef Rymenants, Joris Silverans, Christ’l Sprengers, Marjan Smit, Patrick Steen, Annick Timmermans, Luc Van Cauter, Stefanie Van Raes, Marian Van Roy, Annie Vanlerberghe en Marleen Vansteenvoort.

Naar goede gewoonte brengt Kunst in de Troost alle disciplines, van glas over keramiek tot brons, van fotografie tot olieverf. De kunstwerken gaan de dialoog aan met de stille, besloten tuin van Onze-Lieve-Vrouw van Troost.

Op zaterdag 14, zondag 15, zaterdag 21 en zondag 22 april 2018 van 14 tot 18u. Op maandag 23 april (Jaarmarkt) van 11 tot 18u. Vernissage op zaterdag 14 april om 14u, met burgemeester Hans Bonte, Mark Delrue en Lucas Vanclooster. Toegang gratis.

De opbrengst van de kunstverkoop is bestemd voor de restauratie van de Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van Troost.

Meer info: www.facebook.com/kunstindetroost of www.kunstindetroost.be

 DSCN0194DSCN0205.JPG

DSCN0121.JPGDSCN0105.JPG

DSCN0189.JPG