sesshin

IMG_5194.jpg

het waait van
windboom tot
zwaaizwaluw
het beweegt
weegt weinig
ruist en ritselt
koert en tsjilpt
het leeft
vlerkt en zoemt

het barst uit
de bodem
ontploft uit
de knop

het stroomt traag
in het kaarsrechte kanaal
gracht sloot beek poel
de waterhoek
staat droog
het is stoffig en heiig
er is al gehooid

het druppelt
genadig
eindelijk water
de haas kiest het pad
de kikker een bij
en daarboven hangt al de reiger
toverframbozen
wolk van vlinders
kies maar uit
zonnebloem of zonnehoed
goudsbloem of kamille

met mijn polderkont op
voormoederlijke grond
zit ik in het hart van
het universum
moerkerke
arcadië

vouw me open
tot een wijde kom
waar alles in past
kom
gekuifde kippen kom
korenbloemen klaver
zelfs de vogelschrik
zeker de vogelschrik
muggen gelieve zich te onthouden

gene zever
de werkloze bullshitsensor
het verlangen naar niets
tenzij een braaf lijf
zitten is lijden
lijden is zitten
stappen is schaatsen
in een oeroud ritueel

de stille
kracht van elf
beweegt
weegt weinig
is veel
is wat het is
deel van het geheel
het bladje is het water
het water is het bladje

in het raam
een bewegend schilderij
als bij harry potter
haha de merel zingt
een ringtone
in de stiltehoeve
’s avonds een langoor
langdurig lankmoedig

ik vlecht van biezen
bloemenkransen
we zitten als herders op
een brugje

ik slaap
bij franciscus
de dieren komen naar
me toe
kikkers katten kapucijntjes
in de paartijd
de verre hondenblaf
de ronk van de tractor
alles in overvloed
ruimte
stille
vredige
tijd

 

 

kristien bonneure
sesshin 10-15 juli, stiltehoeve metanoia, damme
foto lieve juchtmans

 

 

Advertenties

Hoe de Praagse lente de nek werd omgewrongen – in beeld

koudelka

Josef Koudelka, de legendarische fotograaf van de onderdrukking van de Praagse lente in 1968, stelt zijn historische foto’s voor in Brussel. Dramatiek in zwart-wit die aan “De ondraaglijke lichtheid van het bestaan” doet denken. Koudelka portretteert de echte “children of the revolution”. De foto’s grijpen na vijftig jaar nog altijd naar de keel.

 

In de nacht van 20 op 21 augustus 1968 maken Sovjettanks in de straten van Praag korte metten met het communisme-met-een-menselijk-gelaat van de Praagse lente. Josef Koudelka is dan 30 jaar. Hij is net terug van een fotoreportage over de Roma-zigeuners in Roemenië. Midden in de nacht wordt op zijn deur geklopt: “De Russen zijn daar!” Koudelka trekt de straat op met zijn camera. Tevoren heeft hij nooit nieuwsfoto’s gemaakt. Gedurende enkele dagen schiet hij beelden die zonder meer historisch, krachtig, menselijk zijn. Het worden universele symbolen van verzet tegen onderdrukking.

De foto’s worden Tsjechoslovakije uitgesmokkeld en komen terecht bij het Magnum-fotoagentschap in Londen. Ze worden anoniem afgedrukt, onder de initialen P.P. (Prague Photographer), om het leven van Koudelka en zijn familie niet in gevaar te brengen. Pas in de jaren 80 raakt zijn naam bekend en na de Fluwelen Revolutie van 1989 en het einde van het communisme worden zijn foto’s in Tsjechoslovakije zelf gepubliceerd.

Koudelka zelf vlucht naar Groot-Brittannië in 1970. Hij wordt lid van het beroemde Magnum en reist de wereld rond. Hij maakt vaak reportages over Roma, nomaden, vluchtelingen en ook vele keren over Israël en Palestina. Zijn werk is internationaal bekroond en tentoongesteld in de grootste musea, zoals het MoMa in New York. Onlangs is Koudelka 80 geworden. In zijn recentste werk is de mens nagenoeg verdwenen in het landschap.

Het jaar 8

50 jaar na de Praagse lente en de onderdrukking lopen er retrospectieve fototentoonstellingen in Praag en nu ook in de Botanique in Brussel. Jitka Pánek Jurková, directeur van het Tsjechische Cultuurcentrum in Brussel, wijst erop dat jaartallen met een 8 erg belangrijk zijn voor haar land. In 1918 werd de staat Tsjechoslovakije gesticht, in 1938 lijfden de nazi’s die in, in ’48 namen de communisten de macht, in ’58 won het land de prijs voor het mooiste paviljoen op de Expo in Brussel en in 1968 kwam er brutaal een eind aan de Praagse lente. Josef Koudelka is verweven met die hele geschiedenis, hij is een stuk Tsjechisch erfgoed, zegt Jurkova.

De lente van ’68  in Praag was een seizoen van vrijheidsdrang, net als in Parijs. Het verschil was dat de Praagse lente in bloed werd gesmoord.

Praag is deel van het grote verhaal van protest in het jaar 1968

Het uur U

De zwart-witfoto’s in de Botanique zijn zonder meer een uitzonderlijk tijdsdocument, dicht op het vel van het straatprotest. Je ziet vertwijfelde oudjes, woedende jongeren, tanks die zich vastrijden in de straten van Praag, angstige Sovjetsoldaten, kranten en vlugschriften, affiches en vlaggen. Misschien wel het pakkendste beeld is dat van een arm met een polshorloge, en in de achtergrond het lege Wenceslasplein. Het uur van de geschiedenis had geslagen, op 21 augustus 1968.

 

Invasion Prague 68” van Josef Koudelka in de Botanique in Brussel, nog tot 12 augustus. De expo past in de Summer of Photography van Brussel, die in het teken staat van protest. Eind juni opent ook “Resist”, een grote expo in Bozar.

Stilte is van niemand en voor iedereen

De twee minuten stilte op de Dodenherdenking begin mei zijn “heilig” voor de Nederlanders. Maar actievoerders dreigden met groot lawijt, om aandacht te vragen voor de slachtoffers van de Nederlandse kolonisatie.

Er kwam in Nederland een rechter aan te pas om de twee stille minuten tijdens de Dodenherdenking op 4 mei te vrijwaren. De avond van 4 mei is bijzonder; dan worden de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en andere conflicten herdacht. Dat gebeurt al 73 jaar volgens een strak scenario, in aanwezigheid van het koningspaar. Nadat de klok van de Nieuwe Kerk acht keer heeft geslagen volgen twee volle minuten indrukwekkende stilte op de volgepakte Dam in Amsterdam.

Het actiecomité “Geen 4 mei voor mij” heeft daar bezwaren tegen; de tegenstanders noemen de plechtigheid hypocriet en racistisch. De slachtoffers van het Nederlandse leger na de bevrijding in Nederlands-Indië (toen nog een Nederlandse kolonie) worden namelijk niet herdacht.

“Geen 4 mei voor mij” wilde tijdens de stilte van de Dodenherdenking letterlijk kabaal maken. Of als het moest zelfs een luchtalarm laten afgaan, om in oorlogssfeer te blijven. Nou moe! De rechter verbood de actie; de tegenstanders zagen er uiteindelijk van af. Ze zijn wel tevreden dat “de beerput is geopend” en het onderwerp nu op de kaart staat.

Er vallen gewichtige woorden over twee minuten stilte. De burgemeester van Amsterdam beschouwt de Dodenherdenking als een “heilig moment” en het organisatiecomité wilde niet praten met de actievoerders “omdat die zich buiten het maatschappelijk debat plaatsen”. Opnieuw: nou moe!

De Dodenherdenking lijkt het volgende heilige huisje waarvan onverlaten de ruiten ingooien. Links en rechts vliegen elkaar weer eens een keer naar de strot met termen als politiek correct, lange tenen, geschiedvervalsing, traditie, cultuur, identiteit, koloniale erfenis, witte kramp … Ik hoor het koor aanzwellen als in een opera van Wagner. Of is dat de Koningin Elisabethwedstrijd voor zang?

Stilte, ruimte en tijd delen heeft grote verbindende betekenis.

Mij treft vooral hoe stilte en lawaai opgeëist kunnen worden. Een minuut stilte kennen we als een gedeeld moment van respect. Op een openbare plek samen stil zijn en stil staan betekent wel wat. Na de aanslagen van 22 maart in Brussel en Zaventem, na àlle aanslagen, zie je mensen geschokt en bouche bée samentroepen op de plaats des onheils, om een bloem neer te leggen, een kaars te branden.

Helaas moet er nog al te vaak eerst iets heel ergs gebeuren. Een mooi voorbeeld van positieve stilte zijn de publieke sit-ins van “Silence for Peace” in Brussel, Antwerpen en andere steden. Zonder aanleiding, maar met des te meer betekenis: samen stilvallen in de wereld, verbinding zoeken en hopelijk ook uitstralen.

Het is goed als ook de overheid daar gelegenheid toe biedt. Zo’n “officiële” stilte lijkt neutraal, als een soort seculier gebed. Maar het is een dubbeltje op zijn kant. Als ik onder de Menenpoort in Ieper de stilte hoor waarin de Last Post verdwijnt, dan beneemt me dat nog altijd de adem. Maar als ik mijn ogen opendoe en de vele militaire uniformen zie, dan snap ik ook waarom Unesco dit (nog) niet als (neutraal) Werelderfgoed erkent. Om de balans te herstellen ga ik steevast ook naar het Duitse Soldatenfriedhof in Vladslo, om stil te zijn in het gezelschap van de gebroken vader en moeder van Käthe Kollwitz.

Als de stilte politiek geclaimd wordt of zelfs heilig verklaard, dan is er weinig ruimte voor gefluister in de marge.

De stilte van de Dodenherdenking in Amsterdam is wel erg geregisseerd, geritualiseerd en misschien ook gebetonneerd. Als het machthebbers zijn die beslissen wie, waar, wanneer en waarom stil moet zijn, dan komt er vroeg of laat een ogenblik waarop die stilte ter discussie staat.

Ik ben fan van stilte. In een (soort van) ideale definitie: stilte als vrijplaats om open te staan voor de buitenwereld en ruimte te scheppen om te reflecteren. Als ik dat samen met anderen kan beleven, des te beter. Hoe meer zielen, hoe meer stilte.

Maar ik ben me ook bewust van de problematische kant. Van Dale geeft bijvoorbeeld vooral negatieve definities van stilte: eigenschap van zonder beweging te zijn; toestand dat het niet of weinig waait, dat niemand geluid maakt, dat er niet gesproken wordt, afwezigheid van verkeer, vertier… Voor veel slachtoffers mag het net wat meer waaien, zeker als de stilte van bovenaf wordt opgelegd.

“Silence encourages the tormentor, never the tormented,” zei de nazi-jager Elie Wiesel, toen hij de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Je leest het in de woordenschat: slachtoffers worden monddood gemaakt, wandaden doodgezwegen, potjes gedekt. Als stilte onderdrukt, dan is spreken – of schreeuwen – natuurlijk bevrijdend: inspraak krijgen, gehoord worden, een stem hebben. Eindelijk! MeToo! In die zin zijn stilte en lawaai politiek. “Who gets to make a noise and who doesn’t, who gets their voice heard and who doesn’t, who gets to listen and who doesn’t is of crucial importance,” schrijft David Hendy in zijn boek “Noise”.

In Nederland wilde “Geen 4 mei voor mij” lawaai maken tijdens een stille minuut, maar het kan ook omgekeerd. Tijdens de demonstraties in Turkije tegen de ontruiming van een centraal plein bleef eerst één choreograaf stil staan, en later vele anderen met hem. Een jaar nadat een storm over Pukkelpop raasde, vroeg zangeres Skunk Anansie om allemaal samen 20 seconden veel kabaal te maken, uit eerbied voor de slachtoffers.

Respect kan stil of luid zijn. Wat telt is de intentie en de aandacht. En dat is zeldzaam in de swipende wereld.

Hoe los je dat nu op in Nederland? Tja, tegelijk stil zijn en lawaai maken kan natuurlijk niet. Maar de lawaaimakers hebben wel een punt dat zelfs officiële stille minuten niet in stenen tafelen gebeiteld zijn. Discussie is goed, “de herrie brengt ons verder”, zegt Ilse Raaijmakers, die een boek publiceerde over de Dodenherdenking met de veelzeggende titel “De stilte en de storm”.

Wellicht is het tijd om herdenkingen te her-denken met nieuwe vormen en gedachten. Ik zou het fijn vinden als dat in stilte blijft gebeuren. Ik denk aan de vierdaagse tocht Ijzer 2018 waarbij ik vorige maand een stukje meefietste. Dichters hielden letterlijk halt in de berm. Ze lazen eigen gedichten en verzen van 100 jaar geleden voor, zowel van Vlaamse frontsoldaten, Britse war poets als van “den Duits” of van een Indiase dichter. We vielen daar met z’n allen voortdurend stil in de Westhoek. En dat zal me nog lang heugen.

In mijn ideale wereld is stilte een vrijplaats, politiek niet te claimen, inclusief, een ruimte die de tegenstellingen overstijgt, niet verkaveld, van niemand en voor iedereen. You may say I’m a dreamer, but I’m not the only one.

Ester Naomi Perquin, Dichter des Vaderlands in Nederland schreef er volgend gedicht over:

Wet

Nu men over stilte niets meer heeft te zeggen, het onderzoek
is afgerond, wereldwijd filosofen, psychologen, geologen
en de gewone man twijfelen aan het bestaan ervan

nu alles klinkt en piept, raast en knaagt, men naar buitenlandse
bergen moet of nachtelijke hei, naar binnenmeren,
buitenwijken, we nooit meer raken uitgepraat,
nooit meer tot bedaren komen –

Nu wat ons rest te klein wordt om onze doden in te passen,
kan men hooguit géén antwoord geven. Komma’s sparen.
Witregels verzamelen. Stillevens. Pauzes. Hapering.

Eén wet blijft altijd ongeschonden. Ter bescherming.
Vóór de stilte valt kan men iets zeggen. Of er na.
Maar nooit er midden in.

© Ester Naomi Perquin, 4 mei 2018
Dodenherdenking 2018

LEES OOK

Kunst in de Troost 2018

DSCN0141.JPGDSCN0171.JPGKunst in de troost = troost in de kunst.

Voor de 19de editie zet het klooster Onze-Lieve-Vrouw van Troost opnieuw de poort open. In de schitterende besloten tuin en de verstilde kamers van het klooster is kunst geland van Marie Biesmans, Véronique Bogaert, Cil Buscher, Gijs Coenen, Patrick Crombé, Ghislain De Wilde, Renild Fonteyn, Ann Geirnaerdt, Jos Jacobs, Katrien Jonkers, Jan Kettelerij, Francis Méan, Hubert Minnebo, Leonie Moerkamp, Stef Rymenants, Joris Silverans, Christ’l Sprengers, Marjan Smit, Patrick Steen, Annick Timmermans, Luc Van Cauter, Stefanie Van Raes, Marian Van Roy, Annie Vanlerberghe en Marleen Vansteenvoort.

Naar goede gewoonte brengt Kunst in de Troost alle disciplines, van glas over keramiek tot brons, van fotografie tot olieverf. De kunstwerken gaan de dialoog aan met de stille, besloten tuin van Onze-Lieve-Vrouw van Troost.

Op zaterdag 14, zondag 15, zaterdag 21 en zondag 22 april 2018 van 14 tot 18u. Op maandag 23 april (Jaarmarkt) van 11 tot 18u. Vernissage op zaterdag 14 april om 14u, met burgemeester Hans Bonte, Mark Delrue en Lucas Vanclooster. Toegang gratis.

De opbrengst van de kunstverkoop is bestemd voor de restauratie van de Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van Troost.

Meer info: www.facebook.com/kunstindetroost of www.kunstindetroost.be

 DSCN0194DSCN0205.JPG

DSCN0121.JPGDSCN0105.JPG

DSCN0189.JPG

Het eeuwig jonge meisje van Egtved

d1cc77f6-37fe-11e8-ac85-6cb82dfe780cZe werd in 1921 door een Deense boer gevonden in een uitgeholde eikenstam, een boom die geveld werd in 1370 voor onze tijdrekening. Een meisje van een jaar of zestien uit de bronstijd. Haar geraamte was er niet meer, wel veel lang haar met een froufrou, tanden, vinger­nagels en een wonderlijke uitdossing: een wollen blotebuiktrui met korte mouwen, een bronzen buikplaat versierd met spiralen, een doorkijkrokje van touwfranje. De resten liggen nu in het Nationaal Museum in Kopenhagen.

Het meisje van Egtved komt ter sprake in het boek Over oude wegen van Mathijs Deen. Archeologen zijn verrukt over wat ze ons vertelt over haar tijd, cultuur en handelsroutes. Ze is geen individu meer, ze is deel van een groter geheel. Ze is van de aarde en de aarde is van haar. Letterlijk.

DNA is niet aangetroffen, maar wel iets anders. Strontiumisotopen van de plekken waar ze verbleven en gegeten heeft, zijn als gps-coördinaten opgeslagen in haar resten. Met de nieuwste technologie is ontdekt dat ze helemaal niet van Denemarken was, dit nationaal symboolmeisje. Ze heeft gereisd, en hoe! Via die isotopen in haar tanden weten we dat ze wellicht opgroeide in het Zwarte Woud, en de chemie in haar haren vertelt centimeter per centimeter dat ze de laatste twee jaar van haar korte leven over grote afstanden heen en weer reisde. Ze was een vreemdeling, een trekvogel, een transmigrant. Net zo beweeglijk en traceerbaar als een wolf met een chip.

Had ze iets te maken met de handel in koper, tin, barnsteen? Trouwde ze als ‘Duitse’ met een ‘Deen’? Was ze een zonnepriesteres, een danseres? Waarom werd ze met zoveel egards begraven in haar eik? Ze had een koperen armband om. Er lagen een kam en een vaatje bier bij haar, voor in het hiernamaals.

Wie was het meisje van Egtved? Haar naam, karakter, stem, gedachten, dromen, pijn, vreugde, littekens, positie in de groep: fascinerend hoe die individuele kenmerken zijn weggedreven in de rivier van de tijd, 3.500 jaar ver. En toch is er een draad gespannen. Wij zijn van dezelfde soort. We geven onze voormoeders en -vaders namen: Lucy of Ötzi. We boetseren een replica van de man van Spy.

Het meisje van Egtved spreekt tot de verbeelding: google eens en je vindt talrijke meiden uitgedost in haar sexy kleren. Nu ik erover nadenk, drakenkoningin Daenerys in Game of Thrones frequenteert blijkbaar dezelfde boetiek. Arte zond vorig jaar een documentaire uit met een levend meisje van Egtved, dat als een dappere Katniss Everdeen in The Hunger Games door woeste landschappen loopt. Om zich schoon te stomen kruipt ze in een zweethut. Iets wat ik ook weleens heb gedaan. Wat trekt me aan? Gelijkenis of verschil?

Ze kon niet telefoneren, maar wel reizen. Ze dronk geen latte ­macchiato, maar keek naar dezelfde maan.

Er is geen tekst, alleen de materie vertelt ons iets. Dingen zijn belangrijk. ‘Ze getuigen eerder van hele gemeenschappen en gecompliceerde processen dan van afzonderlijke gebeurtenissen’, zei Neil MacGregor van het British Museum, toen hij de geschiedenis vertelde in honderd voorwerpen. Wetenschappelijk onderzoek is cruciaal, maar je moet ook je verbeelding gebruiken en, waarom niet, je emoties beluisteren. Ik vind het verhaal van het meisje troostend en relativerend tegelijk.

Rond mijn nek draag ik een stukje barnsteen, het goud van het noorden uit de streek waar het meisje van Egtved begraven werd, de kostbaarste handelswaar van haar streek. Straks wordt het zomer en bloeit het duizendblad. Een takje van die bloem zat in haar eiken kist. Ze hoeft niet te verrijzen, laat haar maar tot me spreken in symbolen en mysteries, het meisje van Egtved, zo oud als mijn dochter. Ze hoeft niet te verrijzen, want ze is er nog, opgegaan in Moeder Aarde.

Kristien Bonneure is VRT-journalist. In de rubriek De verrijzenis zoeken we elke dag van de paasvakantie een goede reden om iemand uit de dood te laten opstaan.

Lees ook op De Standaard.

Liefde, lijden en lachen: Félicien Rops en Thomas Lerooy in het kasteel van Gaasbeek

65914e49-3721-11e8-abcc-02b7b76bf47f

(foto studio Thomas Lerooy)

Vergankelijkheid staat centraal in “Vanity Fair” in het kasteel van Gaasbeek, met grafisch werk van Félicien Rops en bronzen beelden en tekeningen van de jonge kunstenaar Thomas Lerooy.

“Vanitas” is het thema dat het kasteel van Gaasbeek exploreert in 2018: ijdelheid der ijdelheden, het vluchtige karakter van het materiële, aardse bestaan. De expo “Vanity Fair” brengt je kamer na kamer van het labyrintische kasteel in contact met het spannende grafische werk van 19e-eeuwer Félicien Rops, in combinatie met de soms speelse, soms dramatische hedendaagse beelden van Thomas Lerooy.

“Pornocrates”

Aan Rops zou bijna-tijdgenoot Freud een hele kluif hebben: hij walst met de thema’s dood en leven, seks en religie. Zijn tekeningen zijn symbolische, allegorische en vaak scherpe karikaturen, die een eeuw later nog altijd rode oortjes veroorzaken. Zijn meest bekende werk “Pornocrates” toont een geblinddoekte bijna naakte vrouw, die zich laat leiden door een varken aan een leiband. Onder haar voeten liggen oude kunsten als “sculpture” en “poésie”, die ze vertrapt.

Het Ropsmuseum in Namen wijdt er een aparte tentoonstelling aan (zie onderaan) en Gaasbeek toont het samen met een nog scandaleuzer kunstwerk: een “Chimère” waarbij de bronzen buste van een vrouw overgaat in een walgelijk wrattenzwijn. Het werk dateert van rond 1900; de niet bepaald vrouwvriendelijke kunstenaar bleef anoniem.

76cffa8a-3721-11e8-abcc-02b7b76bf47f

Religieuze beeldentaal

Thomas Lerooy (°1981, Roeselare) stelde eerder tentoon in Museum Dhondt-Dhaenens in Deurle, in het Petit Palais in Parijs en volgend jaar in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel. Zijn werk echoot dat van Rops.

“Mother and Child” is een doormidden gespleten bronzen vrouwenfiguur, waaruit de armen van een jongere figuur steken, een kind, of een Christus aan het kruis. Ze houden speels een rode en een blauwe ballon vast. In “Falling Apart Together” wordt Sint Sebastiaan verhakkeld door een pijl, in “Speaking in Tongues” is een lijf brutaal doorboord met vele flessen, die allemaal een tong bevatten.

Danse macabre

Lerooy maakt ook kleine engeltjes van brons, allemaal met een doodshoofd in hoogglans. Ze hebben elkaar soms letterlijk bij hun pietje, en ze zijn genoemd naar beroemde Belgische kunstenaars: “James” (Ensor) of René (Magritte). Morbide en geestig tegelijk.

 

60c3e7b7-3721-11e8-abcc-02b7b76bf47f © Studio Thomas Lerooy

 

De kunstenaar verwijst ook naar het beroemde urinoir van Marcel Duchamp; hij hangt het weer aan de wand en zet er een blote vrouwentorso in carraramarmer in. Uit een verzameling flessen laat hij bronzen asperges opschieten. Dubbelebodemalarm! Net als Rops hekelt Lerooy ook de machtigen der aarde: hij stapelt 14 koppen van Romeinse generaals, filosofen en kunstenaars letterlijk als een totem op elkaar en bekroont het geheel … met een toefje slagroom.

Lerooy werkt altijd in brons. Samen met de kleine formaten van Rops versmelten zijn beelden met de meubelen en andere kunstwerken in het kasteel, van ridderzaal tot badkamer. Het is een bizarre ontdekkingstocht, die doet stilstaan bij leven en dood. Maar ook geregeld doet lachen met de onoplosbare strijd tussen het hemelse en het aardse. Bijvoorbeeld met Rops’ “Sint Antonius” in innige omhelzing met een gezellig varken.

 

“Vanity Fair” is tot en met 10 juni te zien in het kasteel van Gaasbeek. “Pornocratès dans tous ses états” tot 13 mei in het Musée Félicien Rops in Namen.

Beaufort 18: beeldenstorm aan de Belgische kust

Beaufort, het driejaarlijkse hedendaagse kunstparcours langs de Belgische kust, stelt oude monumenten in vraag en vindt er nieuwe uit.

nieuwpoort_nina_beier_02-jk_0

foto Westtoer -Jimmy Kets – “Men” – Nina Beier

Negentien monumentale kunstwerken van achttien binnen- en buitenlandse kunstenaars in negen kustgemeenten: dat is de zesde editie van Beaufort. Enkel Blankenberge doet niet mee. Bij de vorige editie stelden enkele burgemeesters openlijk vragen bij sommige kunstwerken, die ze te onbegrijpelijk vonden. Nu mochten ze meebeslissen.

Curator Heidi Ballet gaf elke kustgemeente de keuze tussen drie kunstwerken. Ze kozen er elk een, en de curator deed er haar selectie bovenop. Die participatieve aanpak heeft gewerkt: zeven van de negen gekozen kunstwerken zijn intussen al aangekocht door de gemeenten, en blijven dus staan. Maar wat is er te zien op Beaufort 2018? Een kleine selectie.

Mannen te paard

Monumenten mogen dan in brons gegoten zijn, ze zijn vergankelijk en tijds- en cultuurgebonden. Op ten minste vier plekken wordt er aan monumenten getornd in deze editie van Beaufort, zij het niet zo drastisch als toen indertijd de hand van Leopold II werd afgehakt in Oostende…

De Deense Nina Beier kocht afgedankte standbeelden van paarden en ruiters bij de antiquair en smeedde er vier aaneen tot “Men”. Ze zijn vastgeschroefd op een golfbreker in Nieuwpoort. Bij hoogwater staan de paarden tot hun knieën in het water; ze steigeren omhoog uit de branding. “Macht komt en gaat, als eb en vloed,” verduidelijkt Nina Beier. “Het viel me ook op dat het altijd en immer mannen zijn die op bronzen paarden zitten.”

Even verderop in Nieuwpoort staat inderdaad sinds jaar en dag koning Albert, de held van de Eerste Wereldoorlog, op zijn paard in het ronde Westfront-monument. Edith Dekyndt maakt met “The Ninth Wave” een subtiele interventie. Ze schuift  een soort vliegtuigtrap tot bij Albert; langs die weg klimt een vrouw omhoog en begint oneindig langzaam en zachtaardig het paard te boenen.

“Ik wilde iets vrouwelijks toevoegen aan dit viriele, glorieuze monument,” zegt Edith Dekyndt. Na WO I moesten de vrouwen thuis de brokken lijmen. En tegelijk emancipeerden ze zich. Niet toevallig is haar “poetsvrouw” gekleed in vloeiend wit in de vrije stijl van de twenties. Dekyndt groeide zelf op in Ieper; het is haar niet om provocatie te doen, maar om respect.

In Oostende zet Guillaume Bijl een bronzen hond op een sokkel in het park. “Sorry” heet het werk, nu al erg geliefd bij de hondenuitlaters uit de buurt. Ook dit werk nodigt uit om stil te staan bij de geldigheid van monumenten.

In De Haan vertrok de Chinese kunstenaar Xu Zhen van een oud Grieks godenbeeld (Zeus of Poseidon, daar bestaat twijfel over). Op de gestrekte armen en het hoofd laat de kunstenaar vogels neerdalen. Nee, geen meeuwen, wel karkassen van Pekingeenden. East meets west op de zeedijk.

De Wullok: een nieuw monument

wullok

(foto Westtoer – Jimmy Kets – “Monument for a Wullok” – Stief Desmet

Tegelijk voegt Beaufort nieuwe monumenten toe. Als je de lange Westelijke Strekdam in Oostende afwandelt staat op het puntje “Monument for a Wullok” van Stief Desmet, het slakkenhuis van een wulk, 20 ton brons, zo groot dat je er in kunt kruipen. Desmet laat het buitenoppervlak ruw ten prooi aan de elementen; binnenin is een begin van gepolijste schittering te zien.

Dit is het verste punt in zee. Een tempeltje om een offer te brengen aan de zee, waarvan we al zoveel genomen hebben.

Best mogelijk dat deze Wullok hét iconische en meest gefotografeerde beeld van deze Beaufort-editie wordt. De stad Oostende heeft het aangekocht en het blijft dus staan.  “Waar spreken we af? Aan de Wullok.”

Gotische grafspiegels

Bij vorige edities van Beaufort lieten kunstenaars al hun verdriet of verontwaardiging zien over de vluchtelingencrisis. Nu is er “Holy Land” van de Fransman Kader Attia op het strand van Middelkerke. Ingegraven in het zand zie je islamitische grafzerken of zijn het gotische ramen? De zeekant is een spiegel, een illusie. Een monument, jawel, voor de Noord-Afrikanen die in WO I in Europese velden het leven lieten én voor de daaropvolgende generaties, die enkel via de zee tot hier kunnen raken, en dat soms niet halen.

Eet meer wolhandkrab

Curator van Beaufort is de Limburgse Heidi Ballet, die de voorbije jaren vooral in het buitenland werkte. “Beaufort is een beetje thuiskomen voor mij,” zegt ze. Er is niets mis met de esthetische ervaring an sich, zegt ze, maar liefst voegt kunst natuurlijk nog een diepere laag toe. Ze geeft het voorbeeld van de Belgische groep Rotor met een project in Zeebrugge. Het thema is ecologisch: wat doen we met invasieve exoten als de Chinese wolhandkrab? In Zeebrugge kun je die de hele zomer beter leren kennen én proeven, in verschillende “gerechjes”.

Kunst zonder drempel

Beaufort is gratis, en dat is van groot belang, zegt gedeputeerde Franky de Block: “De rode draad is laagdrempeligheid; het is leuk dat mensen tijdens hun “congé” van kunst en cultuur kunnen genieten, ook mensen die nooit een museum zouden binnenstappen.” Beaufort 18 is ook voor het toerisme van groot belang; provincie, kustgemeenten, horeca en fietsverhuurders hopen op veel dagjes- en weekendbezoekers.

Beaufort 2018: een gratis parcours langs 9 kustgemeenten van 30 maart tot 30 september. Bij  de diensten voor toerisme kunt u een kaart krijgen. De route is ook beschreven via wandel- en fietsknooppunten. Nog eentje om af te sluiten: “Beach Castle” van de Fransman Jean-François Fourtou: een totempaal van aan elkaar gewaaide strandcabines, symbool voor de chaotische, rommelige, volgebouwde Belgische kust? Het staat in Knokke.