600.000 beeldjes vertrekken naar alle windstreken

DSCN1181.JPG

De 600.000 beeldjes van klei, die ruim een half jaar in Ieper hebben gelegen als eerbetoon aan evenveel slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog, worden gratis weggegeven. Het kunstproject “Coming world remember me” van Koen Vanmechelen wordt daarmee officieel ontmanteld. VRT NWS-journaliste Kristien Bonneure was een van de vele duizenden makers. Ze ging ook op zoek naar het oorlogsslachtoffer waarmee ze via een beeldje gelinkt is.

Wat er de afgelopen vier jaar is gebeurd zou je “crowd-kleien” kunnen noemen. Alles samen hebben 180.000 mensen meegewerkt. Het resultaat: 600.000 mensjes van gebakken klei, evenveel als er Belgische slachtoffers waren van de Eerste Wereldoorlog: militairen en burgers. Nu kan iedereen een beeldje ophalen in het provinciaal domein De Palingbeek in Ieper, ook wie er zelf geen heeft gemaakt.

De voorbije dagen trokken al veel mensen gewapend met een lege zak naar de Palingbeek. “Iets gratis uitdelen, dat trekt altijd veel volk aan”, zegt een vrijwilliger. Maar respect is wel geboden: ten slotte staat elk figuurtje van klei symbool voor een dode. “Niet over de beeldjes lopen en ook niet doorverkopen”, waarschuwt gedeputeerde Myriam Vanlerberghe. Kunstenaar Koen Vanmechelen voegt eraan toe: “Vanaf nu is iedereen die een beeldje meeneemt een museum op  zich.” Hij koestert de stille hoop dat ooit, over 50 of 100 jaar, een curator de beeldjes weer eens bijeen zal brengen.

Herdenken, helpen, reflecteren, verbinden: dat was de bedoeling van “Coming world remember me” van Vanmechelen.  “Dat het project geleefd heeft, dat het mensen verbonden heeft, dat het mensen heeft doen nadenken over oorlog en vrede” vindt intendant Jan Moeyaert van blijvende waarde. Ik vond het een heel bijzondere, tastbare manier om stil te staan bij de Eerste Wereldoorlog en bij het vredespotentieel vandaag.

’t Poeierke

Het duurde een poos voor ik zelf de hand aan de ploeg kon slaan. In de vaste ateliers in Ieper en Nieuwpoort was ik niet geraakt en op het Kunstenfestival van Watou was er te veel kunst en te weinig tijd om een beeldje te maken. Maar net voor Wapenstilstand 2017 kwam “Coming world remember me” naar me toe met een mobiel atelier in Vilvoorde. Op een symbolische plek: de Kruitfabriek.

Na Wapenstilstand lieten de Duitse troepen 200 onbewaakte treinwagons met munitie achter in Vilvoorde. Het spul kwam onder meer terecht in buskruitfabriek ’ t Poeierke. Op 31 mei 1919 brak daar brand uit. Er vielen 13 doden, duizend huizen liepen schade op, 100 gezinnen hadden geen dak meer. De ontploffing werd als oorlogsramp erkend, omdat het om munitie uit WO I ging.

Bijna 100 jaar later krijg ik, uitgeweken West-Vlaming, in de Kruitfabriek in Vilvoorde een dikke cilinder zware klei van een vriendelijke medewerkster. Ik ga een beeldje maken van het type “New Generation”. Ik krijg een mooi boekje met een “certificaat van deelname” en een “dogtag”, zo’n ijzeren plaatje dat om de nek van de soldaten zat. Ik ben nu namelijk verbonden met een slachtoffer van de oorlog. Maar daarover straks meer. Een deel van mijn 5 euro is bestemd voor hulp aan kinderen in oorlogsgebied, met name in Oeganda en in Congo. 

 

cw2
het beeldje van els

Reusachtig wafelijzer

Met een vrachtwagen is het mobiele atelier aangevoerd en opgesteld. Goed gerief. Stevige werktafels en zware gietijzeren mallen om de figuurtjes in vorm te krijgen. Als een soort reusachtige wafelijzers. Met enkele vriendinnen ga ik aan de slag; we nemen onze tijd en hangen met ons volle gewicht aan de hengsels van de mallen. We draaien een holte in ons beeldje, zodat het niet barst als het straks gebakken wordt. Wat tevoorschijn komt zijn prachtige mensjes (m/v/x). Ineengedoken figuurtjes zonder geslacht maar met een duidelijk zichtbare ruggengraat, klaar om weer recht te veren.

De vorm van alle 600.000 beeldjes is dezelfde, maar de afwerking verschilt. Ik strooi wat wit zand over mijn beeldje en fluister het wat vredevols in; iemand anders maakt van de ruggengraat een rechtopstaande rij vinnen als van een dinosauriër. Er wordt gekerfd en versierd, gladgemaakt, gekarteld en geschubd. Tot we tevreden zijn. Als alles klaar is leggen we de beeldjes in kratten. Het lijken wel prehistorische schedels.

In Vilvoorde zijn veel schoolklassen beeldjes komen maken; ik zie dat leerlingen hun naam (“Ayoub”, “Hannah”) in de klei hebben vereeuwigd. Iemand heeft er een vredesteken in gezet.

Ouders en kinderen

Het mobiele atelier in Vilvoorde is een van de maar liefst 150 workshops, in binnen- en buitenland, tussen 2014 en 2018 georganiseerd. Alles samen 180.000 mensen werken eraan mee. Ik maak één beeldje, sommige verenigingen een heleboel. Veel ouders kleien samen met hun kinderen. 180.000 mensen, gedurende vier jaar. Van 1.230.000 kilo gemengde klei uit Ieper en Duitsland hebben we 600.000 beeldjes gemaakt. Cijfers om van te duizelen.

Al die loodzware houten kratten uit alle hoeken van het land zijn daarna naar het bouwbedrijf Wienerberger in Kortemark gebracht, waar doorgaans bakstenen en dakpannen in de oven gaan. Nu draaien de ovens artistieke overuren.

In februari en maart zijn 4000 vrijwilligers aan de slag in het provinciaal domein De Palingbeek in Ieper, het niemandsland van een eeuw geleden. Ik volg hen via sociale media; het is bitter koud en vochtig, maar het veld vol beeldjes groeit gestaag als een oranje plas. Met engelengeduld schikken ze de beeldjes van gebakken klei, de ruggengraten netjes in dezelfde richting. In het midden komt een verhoog met een reusachtig oer-ei van Koen Vanmechelen, waar nog eens 47.000 kleinere beeldjes uitstromen.

 

Om heel stil van te worden

Op 30 maart opent de landartinstallatie en in de zeven maanden die volgen komen maar liefst 250.000 mensen op bezoek. In mei ga ik erheen, op een zonnige weekdag, met een vriendin, ook meter en maker van een beeldje. We lopen langs een pad dat uitzicht biedt vanuit de hoogte. Adembenemend. De roestbruine zee valt bij het naderen uiteen in aparte beeldjes, als de facetten van een groot oog. Hele zones lijken op elkaar, als seriewerk, maar er zijn ook echte karakters bij.

Ik zoek niet naar “mijn” ventje of vrouwtje. Hoe zou ik het ook herkennen? Ik weet en voel dat het hier ergens zit, schouder aan schouder met alle anderen. Misschien staat het ergens aan de rand van het veld? Stel dat het plotseling het hoofd heft, dan kijkt het recht het bos in.

Het is stil aan de Palingbeek in Zillebeke, deelgemeente van Ieper. We denken aan leven en dood, aan massa en individu, aan de grond waarop we staan met die 600.000 doden, weer tot leven gebracht in een “New Generation”. Altijd al een fan van landart geweest, maar dit is het indrukwekkendste collectief gemaakte project dat ik ooit zag.

DSCN0259

 

De Caterpillar

In de directe omgeving van de beeldjes luisteren we naar oorlogspoëzie. Dan is het tijd om alles weg te laten waaien. De Palingbeek, het grootste provinciedomein van West-Vlaanderen, is een uitgestrekt wandelgebied van 350 hectare. Hoe idyllisch ook, een eeuw geleden was het een bloederig slagveld. We komen handdoekgrote begraafplaatsjes tegen en de fameuze Hill 60, zo vaak van kant gewisseld en ondermijnd. Een chaotische molshoop, nog altijd “geaccidenteerd terrein”.

We stoppen abrupt aan de rand van een enorme krater, de Caterpillar. Alsof er een meteoriet is neergekwakt. De put is het resultaat van een mega-mijnontploffing. Op 7 juni 1917 brengen de geallieerden 32 ton dynamiet in tunnels tot ontploffing, om de Duitsers te verdrijven. Op 16 mei 2018 zien we libellen boven het vijvertje op de bodem van het buitenaards diepe gat.

Leonard Blanchard

Enkele maanden later. Ik krijg bericht dat mijn naam, als maker van een beeldje, gekoppeld is aan die van een oorlogsslachtoffer. Leonard Blanchard, een Britse “private” van 19, gesneuveld op 12 april 1918. Zijn lichaam is nooit gevonden. Zijn naam staat op het Ploegsteert Memorial. Daar wil ik heen.

Ondanks de droge, hete zomer is het groen intussen stevig opgeschoten tussen de 600.000 beeldjes. Voor de ene bezoeker de natuurlijke gang van zaken, de andere vindt het respectloos. Wat ware het mooi geweest als deze hele menagerie weer aan de natuur werd gegeven. Dat de gebakken klei zich zou vermengen met de Ieperse grond. Maar het mag niet zijn. De kunstinstallatie wordt ontmanteld en het natuurgebied is straks weer van de kamsalamanders.

Eentje uit velen

Midden november nu. Iedereen mag een beeldje komen halen, zelfs wie er geen zelf heeft gemaakt. “Iedereen wordt nu zijn eigen museum”, zegt Koen Vanmechelen. De 600.000 beeldjes zijn in alle windstreken gemaakt en hebben hier betekenisvolle tijd samen doorgebracht. Nu zwermen ze weer uit naar alle windstreken. Dat is niet minder betekenisvol; ze nemen het verhaal met zich mee.

DSCN1177

 

Ik loop een Britse familie tegen het lijf, die stomverbaasd is over dit project. Ze zijn hier voor de grote herdenkingen en om een bezoek te brengen aan het graf van een gesneuvelde oudoom.  Overal zie ik al mensen beeldjes oppakken en in zakken steken. Iemand loopt eroverheen en krijgt meteen luide commentaar.

Ploegsteert

Op naar Ploegsteert nu, waar de naam van Leonard Blanchard te vinden moet zijn. Plug Street zeiden de Britten. Aan de andere kant van de taalgrens. De onfortuinlijke wielrenner Frank Vandenbroucke ligt er begraven, vereeuwigd in het bekendste lied van “Het Zesde Metaal”. Vandenbroucke ligt er niet alleen; het wemelt van de Britse begraafplaatsen in Ploegsteert. Ik vind “Hyde Park Corner Cemetery” (wat een naam) met 80 graven en aan de overkant van de straat het “Berks Cemetery Extension” met 800 graven en het open paviljoen “Ploegsteert Memorial”, ter nagedachtenis van meer dan 11.000 gesneuvelden zonder graf. Een kleinere versie van de Menenpoort in Ieper. Ik loop met m’n vinger langs de panelen met namen en vind … Leonard Blanchard. Ik zet het beeldje dat ik meebracht uit Ieper bij zijn naam.

DSCN1189

Veel informatie over Blanchard heb ik niet gevonden. Hij is vermoedelijk in 1899 geboren in Sutton-on-Hull. Was bij het elfde bataljon van het East Yorkshire Regiment. Stamnummer 29766. Rang: private. Gesneuveld, “killed in action” op 12 april 1918. Als zijn geboortejaar klopt dan was hij 19 jaar, zo jong als mijn zoon.

Zoals zo vaak in de Westhoek gaan gesprekken aan begraafplaatsen zelden  over het weer. Een Ierse man staat te kijken hoe ik m’n beeldje een plek geef in Ploegsteert. Wanneer ik hem over het project “Coming World Remember Me” vertel is hij zo ontroerd dat hij afscheid neemt met een kus.

DSCN1192.JPG

Niet enkel Leonard Blanchard, àlle 600.000 namen staan ook op ijzeren “dogtags” in een glazen container aan de Palingbeek. Koen Vanmechelen heeft ze bovendien op een usb-stick, verzegeld en wel, in een van zijn kunstwerken gestopt: een plexi ei dat in een nest van bronzen klauwen ligt. Dat werk blijft staan in Ieper. Het grote oranje ei tussen de 600.000 beeldjes krijgt elders in het domein een stekje.

Ik heb nog een tweede beeldje meegenomen; het staat intussen op de kast thuis. Het beeldje dat ik zelf maakte staat misschien al bij iemand anders. Dank je, Koen Vanmechelen, Jan Moeyaert, mede-kleiers, vrijwilligers, bezoekers.

De Palingbeek is straks weer leeg. “Als ik vanzeleven weer eens in de Westhoek passeer” ga ik nog eens naar die andere sterke beelden kijken: de gebroken vader en moeder van Käthe Kollwitz op de Duitse begraafplaats in Vladslo.

DSCN0211.JPG

Lees deze tekst ook op vrtnws.be.

Advertenties

To end all wars?

bbd56376-e67b-11e8-abcc-02b7b76bf47fNa 11 november 1918 tekenden zich nieuwe breuklijnen af, zowel op de landkaart als in het leven van mensen. Dat wil de tentoonstelling “To end all wars?” in Ieper belichten. Coördinator Piet Chielens van het In Flanders Fields Museum maakt meteen een balans op van vier jaar intense oorlogsherdenking.

Van de futuristische auteur H.G. Wells komt de uitdrukking “een oorlog die alle andere oorlogen zal beëindigen”. Politici namen de zin over, maar het bleek een grove leugen: de Eerste Wereldoorlog was geenszins de laatste.

To end all wars? Helemaal niet. WO I heeft veel andere conflicten in gang gezet of bespoedigd

“De Wapenstilstand vieren is kijken door een West-Europese bril,” zegt Piet Chielens, coördinator van het In Flanders Fields Museum. Centraal- en Oost-Europa, de Sovjet-Unie, het Midden-Oosten: daar waren de conflicten helemaal niet opgelost. Zo veel elementen in die “nieuwe wereldorde” zullen leiden tot de Tweede Wereldoorlog, de Joegoslavië-oorlogen en de problemen tot vandaag in het Midden-Oosten. “Veel van de staten die in 1919 “bedacht” waren, bestaan niet meer!”

 

In de tentoonstelling ligt een exemplaar van het vredesverdrag van Versailles, van 28 juni 1919. Met niet mis te verstane bewoordingen: Duitsland is schuldig, draagt alle verantwoordelijkheid en zal alle schade vergoeden.

Vrede of wraak?

“Er was zo veel gevraagd van de bevolking en het was een eerlijke drijfveer om dat te kunnen compenseren. Daardoor werd  Duitsland verplicht om alle schade te vergoeden. Maar het was uiteindelijk een soort wraakoefening, die leidde tot economische instabiliteit in Duitsland. Het was gewoon onmogelijk om alles eisen in te willigen. De Britten vroegen zelfs om de pensioenen van de soldaten te betalen,” verduidelijkt Piet Chielens. De scherpe eisen van Versailles leidden tot economische chaos en grote politieke spanningen in Duitsland, tot de opkomst van de nazi’s in de jaren 30 en uiteindelijk tot een nieuwe oorlog.

“Risk”

“Alles werd afgewenteld op de schuldigen: het Duitse Rijk, Oostenrijk-Hongarije, het Ottomaanse Rijk. Wat de schuld was van de geallieerden voor de wereld vòòr WOI en hoe alles in elkaar werd gestoken erna: daar is geen antwoord op gegeven. Dus leek het eerder op een wraakoefening, dan op een echt zoeken naar bestendige vrede.”  Met hertekende grenzen.

De maat van oorlog moet altijd de mens zijn

De expo “To end all wars?” maakt dat heel aanschouwelijk met kaarten en met onderhandelingstafels die eruit zien als speeltafels waaraan een spelletje Risk wordt gewonnen of verloren. Maar zoals altijd zoekt het In Flanders Fields Museum ook de mens in de grote geopolitiek.

Een gescheiden familie

Het verhaal van de familie Baccarne-De Schepper in Langemark is exemplarisch. In oktober 1914 valt het front tussen twee boerderijen. “Wat daarna gebeurt heeft gevolgen tot vandaag,” verduidelijkt Piet Chielens. De familie aan de Duitse kant beleeft de oorlog heel zwaar. Nakomelingen dragen daar nog de sporen van. Iemand schrijft boeken over de oorlog, of is schoenlapper geworden, net als zijn vader, omdat die niets anders kon doen met zijn oorlogshandicap.

De andere kant van de familie vluchtte naar Frankrijk en is daar gebleven, omdat er in de Westhoek niets meer te verdienen viel.  “De familie heet nu De Cheppère en boert goed in Normandië.”

“Dat ene moment, die ene dag, bepaalde het leven voor altijd. Net zoals een streep op een kaart vaak getrokken werd zonder rekening te houden met de enorme impact  op mensen.”

Slachtoffer van een grenshertekening

Nog een pakkend Belgisch voorbeeld uit de tentoonstelling: een brief van Antoinette Overbergh uit Heule, weduwe van Heinrich Lieutenant. De man woonde in de Oostkantons en had vòòr de Eerste Wereldoorlog de Duitse nationaliteit. Daarna werd het gebied van Duitsland afgescheurd en bij België gevoegd. Heinrich werd Belg. Tot de nazi’s het gebied weer inpikten en de man soldaat moest spelen in de Tweede Wereldoorlog, die hij niet overleefde. Zijn weduwe is er niet in geslaagd om van welke overheid ook enige compensatie te krijgen…

Het nooit gebouwde monument

In Flanders Fields Museum probeert burgerslachtoffers een naam en een gezicht te geven. Voor Ieper en omliggende gemeenten werden 2065 slachtoffers geteld, militairen en burgers. Op de monumenten op de vele pleinen staan er maar 430. Vanwaar dat grote verschil?

Piet Chielens: “Men heeft de burgerslachtoffers bijna nooit een plaats gegeven. We ontdekken nu pas dat we zoveel mensen vergeten zijn.”  Het museum in Ieper neemt zich voor om de namenlijst verder aan te vullen. Een titanenwerk. “Als we extrapoleren naar heel België denken we dat 35% van de (600.000) slachtoffers  burgers waren.”

“Het monument dat nooit werd gebouwd” noemt Chielens de namenlijst. De namen uit Ieper staan op tere zuilen van papier in het museum.

Fragiel geluk

Met de persoonlijke verhalen over slachtoffers, maar ook over vluchtelingen kun je mensen vandaag direct aanspreken, zegt Piet Chielens.  “Die verhalen zijn lange tijd niet doorverteld, omdat het over slechte tijden ging. Dat moeten we nu doen voor jongere generaties, opdat ze beseffen hoe fragiel geluk en goede tijden zijn. Er is nog onderzoekswerk voor vele jaren.”

Wat valt er nu nog te herdenken?

De voorbije vier jaar stonden in het teken van de herdenking – van dag tot dag – van de Grote Oorlog. Wat nu, Piet Chielens?

“We zullen de media-aandacht wat verliezen en misschien ook minder bezoekers krijgen. Maar we hebben een nieuwe generatie bereikt, die openstaat voor de geschiedenis. Misschien is het goed dat de officiële herdenkingen achter de rug zijn en dat mensen zelf – van onderuit – aan hun eigen geschiedenis verder kunnen schrijven. Dat is heel betekenisvol. Ik geloof heilig in de geschiedenis als inspiratiebron voor wie we zijn en wat we vandaag doen. Daarnaast hebben we de komende jaren ook oog voor de vérstrekkende gevolgen die de wereldbrand heeft gehad.” Zo komt er in 2022 een tentoonstelling over de Eerste Wereldoorlog in het Midden-Oosten.

Oorlog, vrede en godsdienst

46dd498a-e2b7-11e8-abcc-02b7b76bf47f
Samuel de Vriendt 1930

100 jaar na Wapenstilstand onderzoekt museum Parcum in Leuven de innige band tussen godsdienst, oorlog én vrede. Vroeger en nu, van de kruistochten tot IS. Op 11 november 2018 wordt de nieuwe Vredesbeiaard van de Abdij van Park ingeluid, een initiatief van Leuven en Neuss, twee steden die een eeuw geleden in vijandelijke kampen zaten. Bij die gelegenheid presenteert museum Parcum de tentoonstelling “Religie-Helend-Verdelend”.

“Gott mit uns”, “Allahu akbar”: er is en wordt nog steeds slag geleverd met God als bondgenoot, drijfveer of excuus. De tentoonstelling opent met een Duitse pinhelm en een Engelse pet uit de Eerste Wereldoorlog. “Dieu et mon droit” was de slogan aan Engelse kant, “Mit Gott für König und Vaterland” moest de Duitse soldaten een hart onder de riem steken.

De Eerste Wereldoorlog was nochtans geen godsdienstconflict. Het is wel het vertrekpunt van deze tentoonstelling, met bijvoorbeeld de gewijde sfeer van de korte kerstbestanden aan het front. Of met artefacten uit de loopgraven: van een draagbaar altaar over gelukspoppetjes tot een obus waarin een soldaat – veel te ver van huis – een moskee kerfde.

Moeilijke vragen

De kern van nagenoeg alle religies is vrede, maar toch worden ontelbare oorlogen gevoerd in naam van God. Religies verdelen én verzoenen. De discussie of geweld inherent is aan godsdienst laait geregeld op en is geenszins beslecht.

Parcum noemt zich een “dialoogmuseum” en gaat op zoek naar overeenkomsten. “Daarbij roepen we vragen op, maar we geven geen sluitende antwoorden,” zegt curator Liesbet Kusters. Het is namelijk de bedoeling dat de vragen doorwerken en de bezoekers aan het denken zetten. Parcum heeft wel lef als klein museum om dit mega-thema – zij het in vogelvlucht – aan te snijden, met artistieke voorbeelden van vroeger en nu.

Kruis

Godsdienstoorlogen waren geliefde onderwerpen in de kunst. Neem nu het precieuze 16e-eeuwse retabel uit Zoutleeuw met daarop een Romeinse veldslag. Keizer Constantijn kreeg een visioen van een kruis en zijn soldaten schilderden dat op hun schilden of vlaggen. Het werkte: ze wonnen. Een van de vroegste voorbeelden van het gebruik van religie als oorlogswapen.

Interessant ook om te zien hoe andersgelovigen steevast als losers worden afgebeeld. Op een 16e-eeuws paneel uit het Begijnhof van Gent staan “Mahomet” en Luther in een kraampje: “Comt al by. En Coopt my”. De afvalligen komen helaas niet in aanmerking om een slokje mee te drinken van het bloed van Christus uit de Fontein van het Leven.

Beeldenstormers

Niet enkel het creëren, ook het vernietigen van kunst is soms door religieuze motieven ingegeven. Het erfgoed van de vijand kapotmaken is een beproefd recept om die vijand in de ziel te treffen. Het jaar 1566 bij ons – de beeldenstorm door de protestanten – ligt in de vorm van brokstukken van heiligenbeelden in Leuven. Van heel recente datum is de vreselijke destructie van antiek erfgoed door Islamitische Staat in Syrië of Irak. Met pneumatische hamers godbetert.

De Iraaks-Amerikaanse kunstenaar Michael Rakowitz reconstrueert vernielde beelden, en hij gebruikt daar afvalmateriaal voor, wat weer verwijst naar vluchtelingen. In Leuven toont hij een zittende mannelijke figuur, gemaakt van kranten uit het Midden-Oosten. Rakowitz heeft onlangs ook een monumentaal beeld geïnstalleerd op de beroemde “vierde sokkel” op Trafalgar Square in Londen: een Perzische stier, gemaakt uit verpakkingen van dadels.

MR_TheInvisibleEnemyShouldNotExist_ArtBasel2018_IMG_0411_bearbeit.jpgEr is nog meer hedendaagse kunst te zien in Parcum, in de vorm van video-installaties. De Israëlische Yael Bartana toont een videowand met projectie aan twee kanten: enerzijds een zionistische propagandafilm uit de jaren 30 en anderzijds beelden van het heropbouwen van Palestijnse woningen in door Israël bezet gebied. Dezelfde beelden van bouwwerven, de ene kant zwart-wit, de andere in kleur. De klank van beide films loopt door elkaar heen. Bartana’s films gaan over identiteit, nationaal bewustzijn, geheugen.

De kruistochten uit het standpunt van “de slechterik”

Op de zolder van Parcum loopt een film van de Egyptenaar Wael Shawky, waarin hij de Arabische kant van de kruistochten vertelt, duidelijk geïnspireerd op het verhelderende boek “Rovers, christenhonden, vrouwenschenners” van de Libanese schrijver Amin Maalouf. Wael Shawky gebruikt hiervoor stokoude marionetten. Dat je de touwtjes ziet, doet uiteraard nadenken over wie er bij dergelijke godsdienstconflicten aan die touwtjes trekt.

Een zeldzaam voorbeeld van verdraagzaamheid, precies ten tijde van de kruistochten, zit in een houten zuiltje, fijn gesculpteerd rond het jaar 1700. Er staan scènes uit het leven van Franciscus van Assisi op. Niet alleen met de dieren wist deze man zich goed te verstaan, maar hij hield ook een open dialoog met sultan al-Kamil in Egypte, te midden van de “botsing der beschavingen”. “Geen van hen beide vond het nodig de andere een kopje kleiner te maken,” merkt religiekenner Jonas Slaats fijntjes op. Ze waren “mannen van vrede” tussen een hoop “mannen van oorlog”.

Nog dit: hebt u op de schoorsteenmantel nog zo’n oud, gipsen Jezusbeeld met een stralend hart staan? De devotie vlamde op in de Eerste Wereldoorlog, op aansturen van kardinaal Mercier. Na de Wapenstilstand werden vele duizenden van die “Heilige Harten” gemaakt.

 

Religie – Helend – Verdelend” loopt tot en met 10 maart in Parcum, Abdij van Park, Leuven. Lees dit artikel ook op vrtnws.be.

De man van La Mancha

 

126ba7e4-8ff3-11e8-abcc-02b7b76bf47fEindelijk naar “The man who killed Don Quixote” van Terry Gilliam gaan kijken. De film die hij na een eigen gevecht met windmolens afwerkte. Het Quichot-thema is een onuitputtelijke bron van inspiratie voor de kunst. Van Jacques Brel over Salvador Dali tot een standbeeld in Brussel.

Het begon natuurlijk met het meesterwerk van de Spaanse auteur Miguel de Cervantes Saavedra. Het eerste deel verscheen in 1605, het tweede in 1615. Het was meteen een doorslaand succes met vele herdrukken, en het behoort tot de absolute werelditeratuur. “Don Quichot” omvat veel genres en geeft ook zelf kritiek op de traditionele ridderroman. Er zitten ook autobiografische elementen in uit het avontuurlijke leven van Cervantes, die Don Quichot leven inblies … vanuit de gevangenis.

El Ingenioso Hidalgo Don Quijote de la Mancha

De held van het verhaal is edelman Don Quichot, die waanzinnig wordt en besluit om als ridder rond te trekken op zijn paard Rocinante. Hij benoemt zijn tegenpool, de landbouwer Sancho Panza, tot zijn schildknaap, die zich per muilezel verplaatst. Ze beleven vele avonturen, waarvan het gevecht tegen de windmolens het beruchtste is. Don Quichot zag er reuzen in en wilde die koste wat het kost verslaan. Het leverde de uitdrukking “vechten tegen windmolens” op, wanneer iemand zich inzet voor een verloren zaak.

In het Nederlands verscheen “De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha” in een nieuwe vertaling van Barber van de Pol in 2009, bijna 1200 bladzijden dik.

Tal van latere schrijvers vonden inspiratie bij Don Quichot: Fjodor Dostojevski, Gustave Flaubert, Graham Greene, Paul Auster en vele anderen.

Jacques Brel

In 1965 werd een Amerikaanse musical gemaakt over Don Quichot, “Man of la Mancha”. Die werd in 1972 verfilmd met Peter O’Toole en Sophia Loren, maar eerst was er nog de Franse versie, “L’homme de la Mancha”, van en met Jacques Brel.  In 1968 ging die in de Munt in première. De musical is deze herfst hernomen in de KVS.

Op het witte doek …

Terry Gilliam (ex-Monty Python) had grote problemen om zijn versie te verfilmen. Was het niet de hoofdacteur die overleed, dan waren er wel zware onweders op de filmset. Nu is “The man who killed Don Quixote” eindelijk in de bioscoop beland, met Jonathan Pryce als Don Quichot. Er zijn nog enkele verfilmingen gemaakt, ook animatiefilms. Orson Welles maakte zijn versie van “Don Quixote” niet af.

In de klassieke muziek …

Componisten Georg-Philip Telemann, Felix Mendelssohn, Richard Strauss of Jules Massenet werkten met het Quichot-thema voor opera’s of andere klassieke muziekstukken. Bij voorbeeld “Don Quichotte à Dulcinée” van Maurice Ravel.

de pop …

In de jaren 70 maakte Gordon Lightfoot zelfs een heel album met als titel “Don Quixote”. De groep “They might be giants” haalde zijn naam van een film uit 1971 … over Don Quichot. Nik Kershaw schreef een lied over Don Quixote in de jaren 80. Coldplay speelde in 2010 “Don Quixote (Spanish rain)”, een nummer dat niet op plaat werd opgenomen, maar enkel live voortleeft op het internet.

en de beeldende kunst

Ook tekenaars, schilders en beeldhouwers zijn gebeten door Don Quichot en Sancho Panza. Gustave Doré maakte een beroemde reeks etsen; Picasso een aandoenlijke verticale tekening en Dali schilderde én beeldhouwde Quichot meerdere keren.

Tot slot: zo geliefd zijn Don Quichot en Sancha Panza dat ze op veel plaatsen vereeuwigd zijn als standbeeld. Zelfs in Brussel, in de Bergstraat, niet ver van het Centraal Station.

67d1ba2a-8ff4-11e8-abcc-02b7b76bf47f

Lees deze tekst ook op vrtnws.be

 

Een zacht “Hoera!” voor de Dag van de stilte

DSCN7619.JPGStilte valt ook collectief te beleven en is veel meer dan een individuele nooduitgang uit lawaai en stress. Een getuigenis.

 

Eindelijk wintertijd. Wisselvalliger, interessanter weer.  Straks begint “Winteruur” weer op Canvas, televisie voor mistige avonden. Op het kerkhof maken de doden zich klaar om bezoek te ontvangen. De eerste pompoen is geslacht voor de soep. De Boekenbeurs verleidt om in iets van papier te duiken en pas uren later weer naar adem te happen. Na die veel te lange zomer van oeverloos terrasjesweer en ad nauseam barbecueën is de herfst een stemmig seizoen om de binnenkant weer eens te verkennen.

Winteruur

De stiltebeweging in Vlaanderen begon niet toevallig in een nacht waarin zomer- en winteruur van plaats wisselden. Er was een zacht pianoconcert van 2 tot exact 3 uur, waarna de klok een uur terug werd gedraaid. Was dat concert wel echt geweest? Voor alle aanwezigen was het intense tijd, en de klok had die niet geregistreerd. Het is intussen jaren geleden, maar ik vond het een ijkpunt. Als we de tijd (symbolisch) stilzetten, dan kan er wat gebeuren.

Stil heeft meerdere betekenissen: geen beweging en geen geluid. De Dag van de stilte, sinds enkele jaren een begrip in Vlaanderen en Nederland op de laatste zondag van oktober, gaat over beide definities, maar dan in positieve zin. Wat kan er verschijnen als beweging en/of geluid verdwijnen? Antwoord: rust, ruimte, reflectie en verbondenheid.

Lawaai is ongezond

De Wereldgezondheidsorganisatie legde recent nog eens de vinger op het trommelvlies: het voortdurende achtergrondgeluid van auto’s, treinen, vliegtuigen en zelfs windmolens kan chronische stress, hart- en vaatziekten, diabetes en psychische aandoeningen veroorzaken.

Dit voorjaar hing er een “curieuzeneus” aan onze voorgevel; ik wacht op de dag dat er een “curieuzenoor” volgt. Niet om van de stad een “dode kamer” van 0 decibel te maken, maar een plek met een interessant geluidsreliëf, waar drukte- maar ook luwteliefhebbers gedijen.

Om een universeel thema uit de gemeenteraadsverkiezingen aan te halen: een autoluwe stad is niet enkel gezonder voor onze longen maar ook voor onze oren. Een geruststelling: er zijn intussen negen stiltegebieden in Vlaanderen. Allen daarheen (maar niet allemaal samen)!

Kantoorhelm

Zelfs al passen de decibels binnen de normen, dan nog kunnen akoestische prikkels geweldig storen. Iedereen die in een landschapskantoor werkt – iedereen dus, stilaan – weet waarover ik het heb. De telefoon- en andere gesprekken die niet voor jou bestemd zijn, de vergadering naast je, het heen- en weergeloop, de constante afleiding. De kantoorhelm die koptelefoon heet.

De werkomgeving en -organisatie dragen niet bepaald bij tot psychisch welbevinden. Toegegeven, zélf zijn we ook niet slim bezig, met 17 openstaande programma’s of applicaties op schermen allerhande. Ping, zei de mailbox net, terwijl ik deze tekst tik. Ik beken: ik heb gekeken.  Alsof ik dertig keer per dag naar buiten zou lopen om te kijken of de postbode al geweest is.

Mentale prikkels en afleiding zijn lawaai in je hoofd. En de cijfers zijn hallucinant: tot 50 keer per dag je smartphone checken kan niet gezond zijn.

In het Museum Dr. Guislain in Gent is nu de tentoonstelling “Prikkels” te zien, een onderzoek in dat hoogst urgente spanningsveld “hoe we onze dorst naar prikkels koortsachtig trachten te lessen, of net krampachtig proberen buiten te sluiten”.

Mediteren voor jezelf …

De drastische remedie tegen fysiek en mentaal kabaal is de knop omdraaien. In het bos, in een klooster, op een yogamat. Stilte opzoeken om weer in balans te komen.

In een interview over rituelen (De Standaard, 20 oktober 2018) wimpelden Herman De Dijn en Neil Mc Gregor mediteren weg als een “private, individuele praktijk, die je niet met de gemeenschap verbindt”, “niet enkel individualistisch, maar ook nog eens instrumenteel”, om de stress de baas te kunnen. Dat is maar het halve verhaal, vind ik.

… of voor een betere wereld?

Terug naar september 2016. Brussel is nog aan het bekomen van de aanslagen. Op het Muntplein zit ik met vele anderen stil, op de grond of op een krukje. Voor kortere of langere tijd houden we ogen en mond gesloten. Ik hoor de stad wakker worden, het gedruis van machines, klaterende fonteintjes, verre stemmen. Soms word ik gewaar dat iemand opstaat, of dat een andere mens zich installeert.

De sit-in “Silence for Peace” is een ongebruikelijke manifestatie, zonder woorden en uitermate kwetsbaar – je ogen dicht doen in de grootstad, ben je gek, straks is iemand er met je tas vandoor! Ik heb het ervaren als een verbindend, vredevol, artistiek statement en als iets wat ik sindsdien meedraag als een mogelijkheid: kijk eens wat er ook kan gebeuren in het openbaar, in de hectiek van de stad.

Sindsdien zijn er nog sit-ins geweest. Op 27 oktober, zit Silence for Peace onder de stadshal in Gent. Joost Callens, bedrijfsleider van  Durabrik, deed al vaker mee. Voor hem “hoeft er niet iets ergs te gebeuren om samen stil te staan”. Ook ondernemer Wouter Torfs is het initiatief genegen.

Tijd en ruimte delen met anderen, in stilte, met een positieve intentie. Op zo’n moment ervaar je dat stilte “collectief immaterieel erfgoed is”. Dat idee staat centraal dit weekend. Op 27 oktober in Gent en op 28 oktober de Dag van de stilte in Heule bij Kortrijk, met allerlei stille activiteiten. In zowat alle Vlaamse stiltegebieden en ook in Brussel zijn er stiltewandelingen. Een idee voor al die worstelende lokale politici?

Paul Demets schreef ter gelegenheid van de Dag van de Stilte 2018 een gedicht.

 

Bladstilte

Hand van mij, laat mij niet los.
Blad dat afhangt van zijn tak
en meebuigt met de wind. Nerven

vol pigment. De tijd morst op het oppervlak.
Veeg de nog natte haren uit het gezicht
van het licht en bedek mij met schaamte.

Je bent zo vaak beschreven. Schaduw
mijn voorhoofd als ik in de zon kijk
en mijn donkerte zich langzaam oplost

als je naar haar reikt. Vorm die afhangt
van een vorm. Niets zijn, hand van mij,
dan bladstilte in een bos. De ingehouden

schreeuw van de boom voor hij ontworteld
wordt. Nauwelijks geluid van het wuiven.
Hand van mij, laat mij niet los.

Paul Demets

Plattelandsgedicht XXXII
voor Waerbeke vzw in Waarbeke
voor de Dag van de stilte
en vooral voor de stilte zelf.

Lees deze tekst ook op vrtnws.be

 

 

sesshin

IMG_5194.jpg

het waait van
windboom tot
zwaaizwaluw
het beweegt
weegt weinig
ruist en ritselt
koert en tsjilpt
het leeft
vlerkt en zoemt

het barst uit
de bodem
ontploft uit
de knop

het stroomt traag
in het kaarsrechte kanaal
gracht sloot beek poel
de waterhoek
staat droog
het is stoffig en heiig
er is al gehooid

het druppelt
genadig
eindelijk water
de haas kiest het pad
de kikker een bij
en daarboven hangt al de reiger
toverframbozen
wolk van vlinders
kies maar uit
zonnebloem of zonnehoed
goudsbloem of kamille

met mijn polderkont op
voormoederlijke grond
zit ik in het hart van
het universum
moerkerke
arcadië

vouw me open
tot een wijde kom
waar alles in past
kom
gekuifde kippen kom
korenbloemen klaver
zelfs de vogelschrik
zeker de vogelschrik
muggen gelieve zich te onthouden

gene zever
de werkloze bullshitsensor
het verlangen naar niets
tenzij een braaf lijf
zitten is lijden
lijden is zitten
stappen is schaatsen
in een oeroud ritueel

de stille
kracht van elf
beweegt
weegt weinig
is veel
is wat het is
deel van het geheel
het bladje is het water
het water is het bladje

in het raam
een bewegend schilderij
als bij harry potter
haha de merel zingt
een ringtone
in de stiltehoeve
’s avonds een langoor
langdurig lankmoedig

ik vlecht van biezen
bloemenkransen
we zitten als herders op
een brugje

ik slaap
bij franciscus
de dieren komen naar
me toe
kikkers katten kapucijntjes
in de paartijd
de verre hondenblaf
de ronk van de tractor
alles in overvloed
ruimte
stille
vredige
tijd

 

 

kristien bonneure
sesshin 10-15 juli, stiltehoeve metanoia, damme
foto lieve juchtmans

 

 

Hoe de Praagse lente de nek werd omgewrongen – in beeld

koudelka

Josef Koudelka, de legendarische fotograaf van de onderdrukking van de Praagse lente in 1968, stelt zijn historische foto’s voor in Brussel. Dramatiek in zwart-wit die aan “De ondraaglijke lichtheid van het bestaan” doet denken. Koudelka portretteert de echte “children of the revolution”. De foto’s grijpen na vijftig jaar nog altijd naar de keel.

 

In de nacht van 20 op 21 augustus 1968 maken Sovjettanks in de straten van Praag korte metten met het communisme-met-een-menselijk-gelaat van de Praagse lente. Josef Koudelka is dan 30 jaar. Hij is net terug van een fotoreportage over de Roma-zigeuners in Roemenië. Midden in de nacht wordt op zijn deur geklopt: “De Russen zijn daar!” Koudelka trekt de straat op met zijn camera. Tevoren heeft hij nooit nieuwsfoto’s gemaakt. Gedurende enkele dagen schiet hij beelden die zonder meer historisch, krachtig, menselijk zijn. Het worden universele symbolen van verzet tegen onderdrukking.

De foto’s worden Tsjechoslovakije uitgesmokkeld en komen terecht bij het Magnum-fotoagentschap in Londen. Ze worden anoniem afgedrukt, onder de initialen P.P. (Prague Photographer), om het leven van Koudelka en zijn familie niet in gevaar te brengen. Pas in de jaren 80 raakt zijn naam bekend en na de Fluwelen Revolutie van 1989 en het einde van het communisme worden zijn foto’s in Tsjechoslovakije zelf gepubliceerd.

Koudelka zelf vlucht naar Groot-Brittannië in 1970. Hij wordt lid van het beroemde Magnum en reist de wereld rond. Hij maakt vaak reportages over Roma, nomaden, vluchtelingen en ook vele keren over Israël en Palestina. Zijn werk is internationaal bekroond en tentoongesteld in de grootste musea, zoals het MoMa in New York. Onlangs is Koudelka 80 geworden. In zijn recentste werk is de mens nagenoeg verdwenen in het landschap.

Het jaar 8

50 jaar na de Praagse lente en de onderdrukking lopen er retrospectieve fototentoonstellingen in Praag en nu ook in de Botanique in Brussel. Jitka Pánek Jurková, directeur van het Tsjechische Cultuurcentrum in Brussel, wijst erop dat jaartallen met een 8 erg belangrijk zijn voor haar land. In 1918 werd de staat Tsjechoslovakije gesticht, in 1938 lijfden de nazi’s die in, in ’48 namen de communisten de macht, in ’58 won het land de prijs voor het mooiste paviljoen op de Expo in Brussel en in 1968 kwam er brutaal een eind aan de Praagse lente. Josef Koudelka is verweven met die hele geschiedenis, hij is een stuk Tsjechisch erfgoed, zegt Jurkova.

De lente van ’68  in Praag was een seizoen van vrijheidsdrang, net als in Parijs. Het verschil was dat de Praagse lente in bloed werd gesmoord.

Praag is deel van het grote verhaal van protest in het jaar 1968

Het uur U

De zwart-witfoto’s in de Botanique zijn zonder meer een uitzonderlijk tijdsdocument, dicht op het vel van het straatprotest. Je ziet vertwijfelde oudjes, woedende jongeren, tanks die zich vastrijden in de straten van Praag, angstige Sovjetsoldaten, kranten en vlugschriften, affiches en vlaggen. Misschien wel het pakkendste beeld is dat van een arm met een polshorloge, en in de achtergrond het lege Wenceslasplein. Het uur van de geschiedenis had geslagen, op 21 augustus 1968.

 

Invasion Prague 68” van Josef Koudelka in de Botanique in Brussel, nog tot 12 augustus. De expo past in de Summer of Photography van Brussel, die in het teken staat van protest. Eind juni opent ook “Resist”, een grote expo in Bozar.