Category Archives: tekstjes en prentjes van Kristien

Mooi, ‘t leven is mooi

DSCN8465

Snel op een poort gespoten, snel gefotografeerd, maar wat een provocerende zin, daar in Praag. Is het ironisch bedoeld in de stad van defenestraties, dictatuur en bevrijding, jodenvervolging en corruptie, met te veel toeristen en dronken zwervers? Het zou een zin van Havel kunnen zijn, iets sarcastisch uit een toneelstuk.

Wie poneert er zoveel in drie woorden? Wie heeft er zoveel culot en aplomb en krampachtig optimisme, als was het een lugubere morele plicht, verscholen achter dat vrolijk mottootje voor een damesblad. Life is beautiful.

‘Life is’ lijkt me feit genoeg. Beautiful?  De ene mens torst een zwaar juk en de andere dartelt vederlicht door de jaren. Vera heeft nooit genoeg; Juliette is met weinig content.  Zelfs als een of andere Kafka-instantie, om bij een Pragenaar te blijven, op basis van ‘objectieve criteria’ (gezondheid, inkomen, sociale relaties) zou kunnen zeggen: ‘mevrouw, uw leven IS mooi, stop met zagen’, dan kan ik het daar grondig mee oneens zijn, in een subjectieve perceptie die redelijk wezenlijk is. Wie anders dan ikzelf leeft mijn leven en kan het dus uit de eerste hand evalueren? Er zijn ongelukkige rijken en gelukkige armen – wellicht meer van de eerste soort dan de tweede. Er zijn beklagenswaardige patiënten met veel levenslust en ingebeelde zieken met een doodswens.

Count your blessings

Wil die ‘Life is beautiful’-spuiter mij iets duidelijk maken? Gaat het misschien om een aansporing? Zoals op mijn kalender in de wc ‘Elke dag is een goede dag’ staat, van een of andere boeddhist. Ook al zo’n provocatieve zin. Onnozelaar, vandaag is een vriendin gestorven, wat is daar nu goed aan? Daarna begin ik na te denken over de kleinigheden die zo’n rotdag toch nog draaglijk maken. Een kopje koffie. Of het feit dat de rotdag uiteindelijk om is. Dat de klok zijn werk doet.

Tel je zegeningen, misschien is dat wat de sloganspuiter van Praag bedoelde. De mentale oefening om ’s avonds in je bed vijf dingen te noemen die fijn waren die dag. En als het moeilijk is om er vijf voor je geest te halen, hopla, streven naar tien dingen. Dan kom je in de rayon van ‘er vloog een vlinder voorbij’ of ‘de caissière glimlachte mooi’. Het ware leven!

Gisteren leek zo’n egale dag zonder eigenschappen. Edoch. ’s Ochtends al zat er een handgeschreven, poëtische brief van een vriendin in de bus. Op kantoor was er ook één aangekomen van een luisteraar, met een uiteenzetting over sterrenhemels! Onderweg naar het werk kruiste ik een postbode die me aankeek en ‘Goedemorgen!’ riep, echt riep, opdat ik het zeker zou horen en de wens zou retourneren. Gaarne, postbode! En via digitale weg stuurde iemand me nog een reeks foto’s  van zijn tuin, bloemen, fruitbomen, groentenperken, in volle zomerpracht. Nou!

Ik weet wel. Het klimaat. De oorlog in Syrië. De vergeten conflicten, de honger, de onrechtvaardigheid, de menselijke wreedheid, domheid, lafheid, ijdelheid. De geschiedenis die zich herhaalt als een tragedie, de wereld die om zeep is. Geen inkt in de printer, een mug in de slaapkamer.

We hebben er inderdaad niet om gevraagd, om het leven. Zeer zeker hebben mensen recht en reden om er niet blij mee te zijn. Camus had gelijk, zelfmoord is inderdaad de meest fundamentele filosofische vraag.

Life is beautiful. Ik mag er graag over nadenken. Af en toe ben ik het er zelfs mee eens.

 

You know nothing

wallpaper-stark-sigil-1600

Het zevende, voorlaatste seizoen van Game of Thrones komt eraan. Wereldwijd houden miljoenen kijkers de adem in. Zal drakenmoeder Daenerys Targaryen haar sublieme derrière op de Ijzeren Troon vlijen? Game of Thrones is behalve spannend, bloederig en mooi ook een superieur patchwork van geschiedenis en mythologie.

Offer eens je kind

Vijfde seizoen, aflevering negen. De intelligente prinses Shireen, tienerdochter van Stannis Baratheon, komt op een ijzingwekkende manier op de brandstapel aan haar vroegtijdige einde. Ze wordt geofferd door haar eigenste vader en moeder, in de hoop de krijgskansen te keren. De kwade genius die hen dit had ingefluisterd was een priesteres van een nieuw geloof in een ‘Heer van het Licht’.

Een leider die zijn dochter vermoordt om de goden gunstig te stemmen? Waar ligt mijn boek met Griekse mythen? Koning Agamemnon wou zijn dochter Iphigenia slachten. Hij had een gunstige wind nodig om zijn oorlogsvloot naar Troje te blazen. Iphigenia werd op het nippertje gered door de godin Artemis. Shireen helaas niet. Dat nieuwe geloof in de Heer van het Licht uit Game of Thrones lijkt trouwens verdacht veel op de leer van Zarathustra, met zoroastrische vuurtempels om de zon als scheppende energie te aanbidden. Of is die ene Heer van het Licht misschien Jezus Christus?

Religie in Game of Thrones: er is voor elk wat wils. Sommigen geloven in oude goden, in bomen. Anderen in één God met zeven archetypische verschijningsvormen (moeder, vader, meisje, oud besje, krijger, smid, vreemdeling). Er lopen extremisten rond die ‘een god met vele gezichten’ als excuus gebruiken om op bestelling mensen uit de weg te ruimen. De ‘Mussen’ kun je vergelijken met fanatieke Taliban of IS’ers.

En er zijn vrolijke vrijdenkers. Dwerg Tyrion Lannister, de briljantste vuilgebekte van de bende, verzucht op zeker moment:  ‘The Lord of Light wants his enemies burned. The Drowned God wants them drowned. Why are all the gods such vicious cunts? Where is the god of tits and wine?’

Shakespeare revisited

Eén aflevering Game of Thrones maken kost bijna tien miljoen euro, en moet dus opbrengen. Met miljoenen kijkers in meer dan honderd landen zal dat wel lukken. Acteur Peter De Graef uitte de vrees dat GoT Shakespeare zou vervangen in deze commerciële tijden. Vervangen niet, aanvullen zeker wel, heruitvinden zelfs! Kijk door alle zwaardgekletter en van het scherm druppend bloed heen en je vindt à volonté verwijzingen naar echte geschiedenis en mythologie.

Game of Thrones is gebaseerd op de boeken van George R. R. Martin (‘A Song of Ice and Fire’). Net als Shakespeare haalt hij tonnen mosterd bij de Rozenoorlogen. Lannisters en Starks: dat zijn natuurlijk de Lancasters en Yorks die om de Engelse troon vochten in de tweede helft van de 15de eeuw. De Lancasters voerden een rode roos in het vaandel, de Yorks een witte. In Game of Thrones duikt de gouden roos op als zegel van het onfortuinlijke huis Tyrell.  Veel personages worden gelinkt aan Shakespearehelden. Koning Robert Baratheon is een soort wining and dining Falstaff uit Hendrik IV en de Merry Wives of Windsor. De lepe opportunistische intrigant Petyr Bailish zien sommigen als een nieuwe Iago, de überslechterik uit Othello.

Beroemde bitches

Nog meer geschiedenis?  Harde tante Cersei Lannister lijkt gemodelleerd naar andere machtige historische vrouwen: de complotterende en wellicht ook incest bedrijvende Lucrezia Borgia, de ambitieuze Anne Boleyn, de slimme politica Catherine de Medici. De optelsom macht +  geen al te vriendelijk karakter spreekt tot de verbeelding: zulke vrouwen raken met het stempel ‘beroemde bitch’ in de geschiedenisboeken. En mannen? Joffrey Lannister en Ramsay Bolton zijn sadistische wreedzakken van het type Vlad de Spietser of Caligula.  Nog meer portrettering: Tywin Lannister zou Edward I zijn, Sansa Stark Elisabeth van York, de moeder van Hendrik VIII. Massa’s historische vergelijkingen, educated guesses eigenlijk, vind je op het internet.

De ‘Red Wedding’, waarbij meerdere Stark-protagonisten in de valstrik van een feestelijk huwelijk lopen, om vervolgens brutaal de keel te worden overgesneden – terwijl een strijkje op het balkon een omineus lied over wraak ten gehore brengt –  is volgens auteur Martin zelf geïnspireerd op twee vergelijkbare slachtpartijen tussen Schotse clans, de ‘Black Dinner’ uit 1440 en de ‘Massacre of Glencoe’ uit 1692. Het leek gastvrijheid, maar het was verraad, zo rot als een wormstekige mispel.

De Muur

De monumentale muur van ijs, die de zeven koninkrijken beschermt tegen Wildlings en White Walkers in het noorden, is te vergelijken met andere historische muren, ooit opgetrokken tegen ‘barbaren’. De Muur van Hadrianus markeerde de grens van het Romeinse rijk in huidig Schotland. Er waren trouwens burchten op gebouwd, net als die van de Night’s Watch. De Chinese Muur moest aanvallen van nomadische volkeren tegenhouden. Ik moet bij The Wall ook altijd aan de Israëlische muur op de westelijke Jordaanoever denken. Of aan die waar Trump van droomt.

De Ironborn kun je bekijken als Vikings; de Dothraki als nomadische Mongolen of Hunnen, de Wildlings als native Americans, gepakt op hun eigen grond. De tempels van Meereen lijken piramides uit Egypte; de arenagevechten met slaven en dieren komen recht uit het Romeinse rijk.

Bachelor in Games of Thrones

Aan verschillende Amerikaanse universiteiten wordt al geschiedenisles gegeven over de tv-reeks en de boeken. De prestige-unief Harvard biedt de cursus ‘The Real Game of Thrones: From Modern Myths to Medieval Models’ aan, een ‘onderzoek hoe de reeks de Euraziatische middeleeuwse geschiedenis tussen 400 en 1500 echoot en aanpast, maar ook vervormt.’ Gedoceerd door proffen middeleeuwse en religieuze geschiedenis en oud-Duits. Als ik leraar was in ’t middelbaar: ik zou het wel weten! Uit elke historische periode vallen er parallellen te trekken met gebeurtenissen uit de reeks.

De Roze Ridder

Fascinatie voor ridders is daarenboven van alle tijden. Ontelbaar zijn de culturele variaties op het thema van Koning Arthur en de Ridders van de Ronde Tafel, van Wagner tot Monty Python’s ‘Knights who say Ni’. Tolkien, Braveheart, Blackadder, de Elegast, Lego Nexo Knights, wijlen het Land van Ooit waar de Zwarte Ridder-stuntman écht aan zijn einde kwam bij een steekspel … In stripvorm: de Koene Ridder, Ridder Bauknecht of de Rode Ridder die aan het vervellen is tot Red Rider, met een motor tussen zijn dijen in plaats van een paard.

In ‘Buiten de Zone’ speelde de piepjonge Mathias Sercu een charmante Roze Ridder, die de belagers van een edeldame over de kling joeg met de onsterfelijke woorden: ‘wat zijn dat nu voor manieren!’ Fijn om te zien dat er ook in Game of Thrones enkele homoseksuele ridders rondlopen. Helaas boeten ze danig voor hun geaardheid.  Ook in de hedendaagse kunst is het ridderthema present. Jan Fabre is er dol op. Hij is één van de kunstenaars in de expo The Artist/Knight die deze zomer te zien is in het kasteel van Gaasbeek.

Winter is coming

Maar terug naar Game of Thrones. ‘You know nothing’, herhaalt Ygritte steeds weer tegen haar geliefde Jon Snow – dat koppel bood overigens een pakkend Romeo en Juliaverhaal-in-het-verhaal, ook al weer Shakespeare!

‘You know nothing.’ Laat dat een aansporing zijn om wat meer te lezen over de historische, culturele en mythologische verwijzingen in GoT. Maar vooral ook om te genieten van verhaallijnen als krankzinnige schaakpartijen, zalige acteurs, glasscherpe dialogen,  somptueuze decors en kostuums,  majestueuze landschappen in Noord-Ierland of Kroatië, ontroerend mooie muziek. Dit is geschiedenis én theater én opera én cinema. ’t Is putje zomer, maar … winter is coming.

 

Kristien Bonneure. Lees deze tekst ook op deredactie.be.

Genezen doe je toch in alle rust?

Wat is een ziekenhuis toch een nerveus zoemende bijenkorf. Ik heb er helaas wel wat ervaring mee, en het valt me telkens op hoe schaars de rust er is, terwijl een mens toch net beter wordt van peis en vree en niet van een bad van lawaai en drukte?

Hallo, ik ben Sofie, en ik ga vannacht voor u zorgen, klonk het in mijn pas ontwaakte oren. Een zachte stem. Ter contrast met alles wat ik me herinner van de nacht op intensieve zorg: teringherrie, een pandemonium van zoemen, bliepen, klikken, suizen, kraken, praten, kreunen, roepen. Een man in een naburige box schreeuwt het in het Arabisch uit, tot hij plotseling stilvalt, na wellicht een spuit van het een of het ander. Elders heeft iemand alle infusen losgetrokken en ontstaat er stennis. Ik vraag en krijg oordopjes. Maar het blijft zoemen en bliepen, dwars erdoorheen. Karel Goeyvaerts componeerde ooit met de geluidjes in z’n ziekenhuiskamer. Maar geluidsdeskundige Julian Treasure stelde aan z’n TED-talkpubliek de retorische vraag How does anyone get well with sounds like this?!  nadat hij de heksenhetel van een afdeling intensieve zorg had laten horen.

Karrenvracht

En dan lig je op een gewone kamer, naast een rustige andere zieke. Tot de karren komen. Zoveel karren! Met eten, met verband, met pillen, met een bloeddrukmeter, met poetsgerief. Ze suizen door de gang en je hoort  – kedeng kedeng – elk richeltje in de vloerbekleding onder de wieltjes verdwijnen.  De verpleging moet tegenwoordig zelfs navigeren met een rijdende laptop – ieieieiep – tot net naast je bed om daarna  – piep – je identificatiearmbandje in te scannen. Alle respect hoor; die mensen doen wonderen tegen de klok…

Ik hoef geen gewijde stilte in een dure eenpersoonskamer; ik kan best wel wat gebabbel hebben, met medepatiënten of hulpverleners. En toen enkele kamers verder een bejaarde man met krachtige stem Tweeeeeee oooooogen zo blauauauauauauw zong, voor de hele gang, schoot ik net als iedereen in de lach.

Positief is ook het teeveebeleid. Waar er vroeger één scherm was in een kamer, en de kwiekste zieke de afstandsbediening monopoliseerde om daarna keiluid naar Thuis te kijken, zijn er tegenwoordig twee schermen, of zelfs een soort computerscherm vlak aan je bed. Ieder zijn meug. Bij mij bleef het stil; in het holst van de nacht klonk er Hildegard von Bingen in m’n oortjes.

Voor het bijenkorf- of luchthavengevoel van een ziekenhuis heb ik eigenlijk bewondering. Alle raderen die draaiend in elkaar grijpen; het bloed geanalyseerd, de patiënt ontwaakt, de instrumenten steriel gemaakt, de soep opgelepeld.

Stille ruimte

Maar als je zelf moet herstellen maakt die drukte -want dat is het- je onrustig. Des te blijer ben ik dus om in het ziekenhuis van Vilvoorde, AZ Jan Portaels, een nieuwe stille ruimte te ontdekken. Van zodra ik op de been ben, zoef ik – ping – naar beneden om de deur, met in grote letters: ‘bezinnen-stilte-licht-welkom-gesprek-troost’, even achter me dicht te trekken.

Er staan blankhouten zitbanken en een genereuze tafel om aan te schrijven of te tekenen; papier, pennen en kleurtjes liggen klaar. In het tafelblad is een kompas gegraveerd. Hier ben ik, hier zit ik, hier sta ik. Ik loop misschien verloren in mijn zorgen en mijn leed, maar hier kan ik even voor anker gaan.

Ik denk aan een passage uit de recente roman ‘Oksana’ van Donald Niedekker:

Je bestaat, je bestaat zonder poespas, zonder opsmuk, zonder tierelantijn, gewoon zo, met het bij de sluiting jeukende bh-bandje, met het uitzicht op een dal, je bestaat zonder dat je je hoofd hoeft te breken over de volgende stap, je bestaat met de ochtend, met de bomen, het zand, een vennetje, een dorpsstation, de roep van een koekoek, malse voorjaarsregen, het bestaat, elke regendruppel bestaat, en jij bestaat precies zo.

In een speels ingedeelde wandkast staan de Koran en de Bijbel zusterlijk naast elkaar; ik zie opgerolde gebedsmatjes, een meditatiebankje en kleine kruisjes van brooddeeg. Er heerst hier godsvrede: in het hout zijn katholieke, orthodoxe, evangelische kruisen gebeiteld, net als een islamitische maansikkel-en-ster en een davidsster. En een humanistische happy human.

Een warm, sober interieur, open en pluralistisch. Ik vind de stille ruimte van AZ Jan Portaels een voorbeeld. Ik weet dat er hier en daar nog inspanningen worden geleverd; ik zou eens een inventaris moeten vinden – of maken. In AZ Groeninge in Kortrijk konden ze niet kiezen: er is een kapel én een stille ruimte, bijna identiek zachtgeel ingericht naar een ontwerp van kunstenaar Richard Venlet. Maar er is nog een lange weg te gaan. In Gasthuisberg in Leuven moet ik altijd  even naar adem happen voor ik de kapel/gebedsruimte binnenga: een donkerbruine kist zonder licht of lucht, volgestouwd met stoelen en dingen die in de weg staan. Maar er woont ook een prachtige, trotse  middeleeuwse madonna met kind; zowel moeder als zoon mankeren een hand. Er komt hier veel volk. Mensen ontsteken een lichtje, of schrijven een intentie neer in een dik boek. Ik denk aan wat Alain de Botton zegt in ‘Religie voor atheïsten’ over de aantrekkingskracht van een moederbeeld in een kerk, voor al wie even wil nadenken, verpozen, zitten of huilen.

In Nederland heeft Jorien Holsappel-Brons enkele jaren geleden haar doctoraat geschreven over stille ruimtes; ze telde er toen al niet minder dan 250. Die in de zorgsector –zieken- en verzorgingstehuizen, psychiatrische instellingen- noemt ze ‘cocons’. Dan zou ze de Kapel van het Niets in de tuin van het psychiatrisch ziekenhuis van Duffel moeten bezoeken: de hardste, meest confronterende stilteplek die ik ken, ontworpen door kunstenaar Thierry De Cordier.

Blik op bomen

Groene ruimte kan ook rust en stilte herbergen. In Leuven is het met een vergrootglas zoeken naar blad of bloem. Ziekenhuisstad is van beton, en wordt trouwens met de maand groter, hoger en versteender. In Vilvoorde kijk ik uit op een ferme linde, die veel houtduiven verwelkomt als de zon ondergaat. Op het terras van de cafetaria zit ik omringd door groen, naast het kanaal. Binnen enkele jaren verhuist deze hele ziekenhuissite, ik mag hopen dat er minstens evenveel groen op de plannen staat. Wat lees ik in de krant? Amerikaans onderzoek heeft uitgewezen dat wie uitkijkt op groen vanuit bed, een dag vroeger dan gepland het ziekenhuis mag verlaten. Het klopt, in mijn geval! Dank je, linde, dank je, stille ruimte.

Kristien Bonneure

Kunst in de Troost 2017

 

Voor de 18de keer opent het karmelietessenklooster Onze-Lieve-Vrouw van Troost de poort voor hedendaagse kunst. Dit jaar voor het eerst twee weekends: 29 en 30 april en 6, 7 en 8 mei 2017.

Kerk en klooster.

Bakens in de branding van verhalen en herinneringen.

Kerk en klooster.

Ankers van de tijd.

–          Joseph Pearce

’t Is een mooie traditie: rond de tijd van de Troostkermis biedt het stilste plekje van Vilvoorde rust en schoonheid. Ook dit jaar zijn in de tuin en in verschillende kamers van het convent werken te zien van 25 kunstenaars.

Dit zijn de deelnemers van 2017:

Annie Andriessen, Jean-Pierre Belaen, Jos Bolle, Martine Bossuyt, Nadine Callebaut, Sebastiaan Coppens, Annie M. Desmet, Natacha Dimovska, Chantal Grard, Marcel Haccuria, Francis Holemans, Luc Leroy, Malyqa, Roos Mannaerts, Francis Méan, Kaarin Poppe, Gerda Standaert, Cine Touchant, Carine Van Hee, Jos Van Moorhem, Karel Van Roy, Patrick Van Tilborgh, Veerle Verheylewegen, Michel Vranckx en Christel Weyts.

Ze werken in uiteenlopende disciplines en materialen: schilderkunst, grafiek, keramiek, brons, hardsteen, marmer, glas… De kunstwerken worden te koop aangeboden, ten voordele van de restauratie van de basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van Troost.

Voor het eerst kan het publiek twee weekends van de kunst genieten: het kermisweekend van de jaarmarkt én het weekend ervoor. Daardoor kunnen mensen van buiten Vilvoorde de tentoonstelling ook makkelijker bereiken. Of een keertje terugkomen…

Praktisch:

Vernissage op zaterdag 29 april om 14u (pas op, nieuw tijdstip voor de opening!) met toespraken van auteur Joseph Pearce, VRT-journalist Lucas Vanclooster en Hans Bonte, burgemeester van Vilvoorde.

Kunst in de Troost 2017 is open op:

-zaterdag 29 april en zondag 30 april 2017 van 14 tot 18u
-zaterdag 6 en zondag 7 mei 2017 van 14 tot 18u

-maandag 8 mei 2017 (dag van de jaarmarkt) van 11 tot 18u

Meer info (tekst en foto’s): www.facebook.com/kunstindetroost en www.kunstindetroost.be

 

Voormoeders

Internationale vrouwendag. Geïnspireerd op het bijbelse ‘zoon van, zoon van’, ben ik eens op zoek gegaan naar mijn voormoeders.

Kristien Bonneure, dochter van
Georgine Lanckriet, dochter van
Marie Lannoye, dochter van
Georgina Eugenia Wijffels, dochter van
Johanna Cornelia Verstringe, dochter van
Emerentiana Dumon, dochter van
Emerentia Vandamme, dochter van
Petronella Claeyssens, dochter van
Anna Maria Maenhout, dochter van
Joanna Blanckaert, dochter van
Petronella Vandenabeele, dochter van
Maria Uyttenholle, dochter van
Margaretha de Gheselle

En dan schrijven we al begin zeventiende eeuw.
Mijn vrouwelijke roots liggen in Oedelem, via Moerkerke en Lapscheure en Oostkerke ook even de grens over, in Biervliet en Aardenburg. Poldergrond. Wat zou ik graag eens met hen aan de keukentafel zitten.

 

 

 

 

Rik Wouters

Op 10 maart 2017 gaat een grote retrospectieve tentoonstelling met het werk van Rik Wouters open in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel. Enkele jaren geleden verscheen al een boeiende biografie van de schilder, door Eric Min. Lucas Vanclooster schreef de recensie voor Cobra.be.
e7240483df22105b6faf6fc7de859a6c.jpg
Kunstcriticus Eric Min heeft het definitieve boek over Rik Wouters geschreven. Het is ondenkbaar dat iemand nog meer en andere bronnen bij elkaar krijgt, over de euvele moed beschikt om al die documenten te doorploegen, laat staan er een even boeiend verhaal over te vertellen.

Tragisch kort, bezeten leven

Jarenlang hing in mijn flat een poster voorstellende “De strijkster” van Rik Wouters. Het heldere, vriendelijke tafereel hielp mij bij de uitvoering van die huiselijke taak. Ik streek met zicht op Nel, vrouw en muze van Wouters tijdens zijn tragische leven.

Wouters is geen 34 jaar geworden, heeft meer dan zijn deel van armoede, pijn en noodlot gekend, werkte als een bezetene, en liet 200 schilderijen, meer dan 1000 tekeningen en zoals Eric Min het noemt, een “leger van sculpturen” na.

De verklaring van een en ander start in de lastige jeugd van de energieke Wouters. Hij is de zoon van een meubelmaker-houtsculpteur, zijn eerste eigen creativiteit viert hij bot met beitel en schaaf in het atelier van zijn vader, met wie hij tot na zijn huwelijk een erg problematische verhouding heeft.

Nel

De achttienjarige Wouters gaat kunst studeren in Brussel en stort zich in het bohémienleven van de vroege twintigste eeuw. Met zijn gezonde provinciale uitstraling, blond haar, blauwe ogen, blozende wangen, fors figuur en spontane karakter valt hij op tussen zijn artistiekerige soortgenoten.

Hij leert de eigenzinnige, half gedomesticeerde en overtuigend sensuele Hélène “Nel” Duerinckx (1886-1971) kennen. Ze is dan zestien, Franstalig, uit Schaarbeek, en ze wordt zijn passionele liefde, muze, bondgenoot, sister in crime en enig model. Ze leren Frans en Nederlands van elkaar op het hoofdkussen. Na Riks dood trouwt Nel nog twee keer, ze blijft kinderloos.

Het hartstochtelijk maar ook problematisch verliefde koppel gaat samenwonen, trouwt in 1905, en betrekt verschillende povere adressen in Brussel, Mechelen, en uiteindelijk in de armoedige Bezemhoek in Bosvoorde, met zicht op het Zoniënwoud. De kleine vertrekken en het minuscule zolderatelier dwingen Wouters tot originele vogelperspectieven en boeiende lichtinvallen, zijn neo-impressionistisch-luministisch handelsmerk.

Broeierig Brussel

De strijd voor erkenning is bikkelhard. Maar Wouters leeft in een boeiende tijd. De pointillisten en James Ensor hebben hun revolutionaire werk gedaan, tientallen nieuwe kunstenaars staan klaar om te beeldenstormen. Het is de tijd van Les XX en La Libre Esthétique, Lenin zwerft doorheen Brussel.

Eric Min schetst weergaloos het bruisende Brusselse leven. Nagenoeg alle Belgische en een pak Franse kunstenaars die toen iets betekenden passeren de revue en krijgen een geloofwaardig portet. De dagelijkse armoede, de knagende honger, de kou, en tegelijk de levensvreugde halen virtuoos de bladzijden.

Al snel krijgt Wouters gezondheidsproblemen, een verontrustende hoofdpijn plaagt hem. Vermoedelijk liep hij die op door te lang in enge ruimtes te werken met terpentijn, goedkope chemicaliën en giftige verfverdunners. De arme artiest kan zich geen kwaliteit veroorloven.

WO I

Net als het beter gaat met Wouters, die zijn eerste grote tentoonstellingen met doenbare verkoop krijgt, en ook met de relatie tussen Rik en Nel, breekt de Eerste Wereldoorlog los. Wouters moet onder de wapens. Hij neemt deel aan een paar burleske en hopeloze veldslagen, deserteert tijdelijk maar niemand heeft het gemerkt, zo chaotisch gaat er het in het Belgische leger aan toe. Opnieuw chapeau voor Eric Min die visueel sterk de ellende van de oorlog oproept. De verschrikkelijke taferelen spelen zich overigens erg ver van de loopgraven in de Westhoek af.

Heelder pelotons Belgische soldaten komen in Nederland terecht, en worden daar gehuisvest in Zeist in een concentratiekamp van tochtige barakken, zonder enig comfort. Voor Rik is het moeilijkste dat zijn artistieke temperament geen uitweg vindt, en dat hij Nel maar sporadisch ziet. Frederik Van Eeden komt hem bezoeken, Cyriel Buysse neemt contact op.

Rik wordt opnieuw erg ziek. Uiteindelijk blijkt dat een voordeel want hij kan nu in de humanere omgeving van een ziekenhuis en in een Amsterdams appartement van de familie Nicolaas Beets verblijven.

Ziek en blind

Wouters heeft tumoren in zijn kaakholte, die bijna niet te behandelen blijken. Het is cynisch dat op dat moment zijn werk een definitieve doorbraak kent, met tentoonstellingen in de grote Nederlandse steden, in Edinburgh, Glasgow, Birmingham, Liverpool, Parijs, Madrid, Venetië. Vreemd genoeg blijft er weinig werk in de buurlanden hangen.

Eric Min evoceert Wouters’ laatste dagen in 1916 als een noodlotstragedie. Verdoving heeft geen vat op de patiënt, hij doorstaat de volle pijn van het kerven en snijden in zijn hoofd, het weghalen van een oog en van een deel van zijn gehemelte, de behandeling met radium. Uit het ziekenhuis sleept hij zich naar zijn expositie, waar hij uitgeput neerzijgt. Absoluut dieptepunt: Wouters verliest ook het zicht in zijn goede oog en krijgt zijn penseel niet meer juist op het karton. Eric Min zet het aangrijpend, ontroerend, emotioneel en toch beheerst op papier.

Parallel aan het beklijvende levensverhaal volgt Min de artistieke evolutie van Wouters, die altijd zichzelve blijft, een authentiek anti-snobistisch natuurtalent, een eerlijke kunstenaar, die totaal vernieuwend omgaat met licht en compositie, die zijn eigen impressionistisch constructivistisch fauvisme uitvindt. Hij is ook een perfectionist: drie jaar werkt hij aan zijn Zotte Geweld, het uitbundige bronzen beeld van Nel, dat u verwelkomt in het Middelheim-beeldenpark.

Gedetailleerd

Eric Min gaat weinig details uit de weg, geen ontmoeting, brief of kritiek blijft onbesproken. Hij put ook uit het indrukwekkende archief van Nel, die zelfs de kranten waaraan ze het palet van haar man afveegde spaart, en ook een roman schreef en een dagboek bijhield. In de soms wat plechtige stijl van Eric Min, die wel erg geschikt is voor de periode die hij behandelt, wordt de lectuur wel eens vermoeiend. Het is erg veel, maar het resultaat staat er: een exemplarisch krachtige, literair sterke, belangrijke kunstenaarsbiografie. Met bovendien prachtige foto’s. Ze zou eigenlijk snel in andere talen moeten verschijnen.

Lucas Vanclooster

[“Rik Wouters. Een biografie”  van Eric Min is uitgegeven bij De Bezige Bij Antwerpen, 2011

 

Luwteplekken in de stad

dscn8149Waar is het rustig in de stad? En wat zijn de kenmerken van de plekken waar we kunnen schuilen voor het lawaai en de drukte? Architect Geert Peymen en interieurarchitecte Pleuntje Jellema voerden twee jaar lang onderzoek, samen met studenten en wandelaars.

“Stil is het nergens in de stad,” steekt Geert Peymen van wal in Bonus (Radio 1). Enkel akoestiek als criterium nemen voor een rustige plaats heeft dus weinig zin. Hij spreekt daarom niet over stilte-, maar over luwteplek.

Luwte als de plek in de rivier achter een steen, waar de stroming geen vat op heeft.

Samen met studenten en wandelaars ging hij op pad in Gent en wist een aantal van die luwteplekken te vinden. Daarvoor gebruikten ze zes parameters: omsloten, poreus, betekenisvol, contrastrijk, relationeel en niet-toegeëigend.

Een belangrijk aspect om tot rust te komen is de mogelijkheid om afstand te kunnen nemen. Een omsloten plek, zoals het Drongenhofje in het Patershol, biedt bescherming, met gevels, muren, hagen of bomen. Terwijl we met Peymen staan te praten komt de plaatselijke kat tegen onze benen strijken. Tegelijk is zo’n plek niet helemaal afgesloten, maar poreus: de stad en haar geluiden dringen er in door. Vaak moet je als wandelaar door een poort of een andere doorgang, als een overgang van de drukke stad naar de luwteplek.

(Al dan niet religieuze) symbolen, natuurelementen of erfgoed brengen betekenis bij, blijkt uit een andere luwteplek, ‘Het rustpunt’, de schitterende binnentuin van de karmelieten in Gent. Ook contrast is van belang, bijvoorbeeld in de gebruikte materialen. In een park stap je over zandpaden, dat geeft een andere beleving dan kasseien of stoepstenen. Daarnaast kun je van een luwteplek in je eentje genieten, maar soms ook collectief. En liefst is zo’n plek ook neutraal, zonder al te nadrukkelijke aanwezigheid van religie, commercie of privé-inkijk.

Ga eens op je rug liggen

“Op onze wandelingen namen we een caféstoel mee op onze rug, om uit te vissen waar we zouden gaan zitten in de ruimte,” lacht Geert Peymen. Die het ook belangrijk vindt om af en toe eens te gaan liggen in de stad. “Dat geeft pas een ander perspectief!”

Het onderzoek en gelijknamige boek ‘De Luwteplek’ is een handig instrument voor beleidsmakers, organisaties maar ook burgers. Nu de stedelijke verdichting ons voor nieuwe uitdagingen stelt, vinden de onderzoekers, is het nog belangrijker om een stad op mensenmaat te ontwikkelen waar ruimte blijft voor stilte, rust en verstilling. Idealiter komt er zelfs een netwerk van verstillende plekken in de stad, verbonden door trage wegen en paden. “Vergelijk het met de fit-o-meter, indertijd,” zegt Geert Peymen.

Lees deze tekst ook op de redactie.be en beluister de reportage op Radio 1.

1116336370.jpg